De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Theologie en gemeente

Enkele maanden geleden publiceerde prof. dr. W. van 't Spijker in De Wekker 'n serie artikelen over de vraag naar de reformatie van de opleiding, zulks in verband met de in sommige delen van de gereformeerde gezindte geuite wens naar een apart seminarie In één van deze artikelen (De Wekker van 22 april) stelt de schrijver de relatie van de theologie tot de gemeente aan de orde. Van 't Spijker omschrijft de theologie als de kennis van God door Zijn Woord, samen met al de heiligen, die slechts mogelijk is in oprecht levende vroomheid. Raakt de theologie gebonden aan de wijsbegeerte, dan wordt er naast de Schrift een systeem opgebouwd, dat op een gegeven ogenblik ook los van de Bijbel kan gaan functioneren. Dan gaat de theologie heersen over de kennis van de Schrift. Daartegen zullen we, terwille van de dienst aan de gemeente, hebben te waken. De schrijver pleit in de lijn van Voetius voor een verbinding van theologische wetenschap en vroomheid. Verstand en hart hebben in de dienst des Heren samen te gaan. Waar het hart niet recht is voor God, kan men ook niet recht denken over God.

Voorts dient de theologie de band met de gemeente vast te houden, en wel om twee redenen:

Maar ook dient de theologie op het allernauwst verbonden te blijven aan de gemeente. De gemeente heeft daarbij zelf een groot belang. Immers zonder de voortdurende critische begeleiding van de ware theologie bestaat het gevaar van een overheersende gemeentetheologie, waarbij de collectieve ervaring gaat heersen over het Woord van God. Hoe sterk de 'gemeentetheologie' is, hoe krachtig soms ook in haar verzet tegen het Woord van God weet een ieder, die kennis heeft gemaakt met de moeite die het kost om mensen van oude, ingewortelde en onschriftuurlijke vooroordelen te bevrijden. Daarom kan de gemeente de theologie niet missen. Maar ongekeerd is het net zo waar de theologie kan de gemeente niet missen. Waar de theoloog, als vakspecialist zich opstelt tegenover de gemeente is een splitsing aangebracht in het Lichaam van Christus, die fnuikender en meer onherkenbaar is, dan die waarin de roomse kerk het Lichaam van Christus opsplitste: tussen geestelijken en leken. Nu dreigt het onderscheid tussen theologen en leken. Hier ontstaat een imperialisme van de wetenschap waardoor de gemeente geknecht wordt. Ieder ziet, hoe schadelijk dit voor de gemeente is. Maar niet ieder heeft door, hoe schadelijk dit voor de theologie werkt. Zij wordt van haar bodem losgesneden. Zij wordt uitgetrokken uit de voedzame grond, waar het bloed van Christus zijn meeste kracht bewijst. En zij verdort daarmee. Zij verliest de band met het leven. Wanneer deze band met de gemeente wordt doorgesneden behoeft het niette verwonderen, dat de theologen een ander gebied zoeken voor verworteling: de politiek, de maatschappij. De politieke theologie, de z.g. maatschappelijk geëngageerde theologie is het klare bewijs dat de theologie een werkelijke voedingsbodem niet kan ontberen. Indien deze in de door een theoloog verachte gemeente geen wortels kan vinden, zal zij zich een bodem zoeken in andere samenlevingsaggregaten. En wanneer dit geschied is, zal de theologie een politieke of een maatschappelijke dood sterven. Zij zal worden overwoekerd door realiteiten die onkruid voor haar blijken te zijn. De theologie kan slechts groeien binnen de gemeente. Wie haar veracht, veracht het bloed van het Lam. En wie dit veracht - welke dageraad zou hij hebben?

Daarom dient de theologie in de gemeente verankerd te blijven. Om der wille van de gemeente, maar ook om haar zelf, terwille van de werkelijkheid die de theologie voorstaat.

Prof. Van 't Spijker legt hier de vinger bij een gevoelig punt. Ook in ons land zijn immers allerlei verschijnselen aan te wijzen, die duiden op een kloof tussen theologie en gemeente. Onlangs las ik het laatst verschenen boek van Kuitert; Wat heet geloven? Al lezend kwam de gedachte bij mij boven: Wat staat dit ongetwijfeld scherpzinnig geschreven boek ver af van de gelovende en belijdende gemeente! Theologiebeoefening dreigt dan een steriele bezigheid te worden.

De rechte verbinding tussen theologie en gemeente ligt in het Woord. Want de gemeente wordt vergaderd en gebouwd door Woord en Geest. En theologie dient het Woord te dienen. De theologie mag niet heersen over de kennis van de Schrift.

Groeien kerk en theologie uit elkaar?

De door Van 't Spijker aan de orde gestelde kwestie komt ook ter sprake in de kroniek van het juli-nummer van Kerk en Theologie. Daarin wijst prof. dr. A. J. Bronkhorst erop dat het blijkbaar hoe langer hoe moeilijker wordt om in de verschillende vacatures in het theologisch hoger onderwijs te voorzien. Hij somt een aantal namen op van buitenlandse geleerden die op verschillende posten binnen de theologische faculteiten benoemd werden. Dat kan om velerlei redenen geschied zijn, het is de eeuwen door voorgekomen dat buitenlanders doceerden aan nederlandse faculteiten, maar één daarvan is toch stellig ook geweest, dat er kennelijk naar het oordeel van hen, die bij dergelijke benoemingen betrokken zijn, te weinig gespecialiseerde theologen in eigen land aanwezig zijn.

Bronkhorst gaat op deze kwestie in genoemde kroniek uitvoerig in. Hij wijst de gedachte als zouden de betrokken instanties onvoldoende op de hoogte zijn, van de hand. Namen van geschikte kandidaten zijn wel degelijk bekend. Hij zoekt de oorzaak ergens anders. Vooreerst is er het feit dat vele studenten eerder dan vroeger plegen te trouwen. Een studietijd in het buitenland is er dan meestal niet meer bij. Voorts verdwijnen vele kleine gemeenten, die vroeger 'studieposten' waren. Combinatie van gemeenten betekent voor de predikanten in zo'n gecombineerde gemeente een verzwaring van de taak. Ligt het ook aan de theologie zelf?

Brengen de eisen van het pastoraat de predikanten niet tot maar eerder van de theologie vandaan? Moet ik aannemen, dat de gangbare, om maar niet meteen te zeggen, de klassieke, vormen en methodes van theologisch hoger onderwijs te weinig aansluiten bij de huidige predikantspraktijk? Dat voor een vruchtbaar pastoraat een geheel andere theologische scholing noodzakelijk zou zijn? Dat wetenschap, ook theologische wetenschap, maar onvruchtbare franje is, als men niet bereid is vooraf een moderne, psychologische of sociologische bril op te zetten, in de vorm van het een of andere 'Vorverstandnis'? Dat het eigenlijk helemaal niet om een ingeleid worden in de geheime van het heil, maar om een zo krachtig mogelijke motivatie tot wereldhervormde activiteit zou gaan? Het is niet mijn bedoeling me van deze vraag gemakkelijk af te maken. Niemand doet wijs, die weigert de hand in eigen boezem te steken. Toch heb ik hier nog wel serieuze vragen. Vergis ik me als ik nog altijd de indruk heb, dat een gemeente nog steeds het beste gedijt bij een wel actuele maar daarom toch niet modieuze bijbelse prediking? Waarin de 'magnalia Dei', de grote werken Gods in het middelpunt staan? Was het niet Miskotte, die Karel Barth allereerst en bovenal als de evangelist van de 20e eeuw typeerde? Zijn het niet juist de gemeenten, waar men zich voor 'die ouderwetse godsdienst' niet schaamt, die het meest bloeiende kerkelijke leven vertonen? Zou ook onder dit gezichtspunt de studie der wetenschappelijke theologie niet onze volle aandacht verdienen, juist tot heil der gemeente?

Ook bij Bronkhorst vinden we dus de verbindingsschakel tussen theologie en gemeente. Met hem zijn we het van harte eens, dat het in de prediking gaat om de verkondiging van Gods grote daden naar de Schriften. Maar dat stelt ook eisen aan de theologische studie. Zeker, wij mogen geen afbreuk doen aan het wetenschappelijk karakter van deze studie. Niet voor niets hebben de Reformatoren steeds weer gepleit voor grondige kennis en bestudering van de grondtalen. Er zouden vele namen vanuit het verleden te noemen zijn, die met ere in deze traditie staan.

Maar de vragen van Van 't Spijker inzake de theologiebeoefening kunnen niet achterwege blijven? Dreigt niet het gevaar van een ontsporing van de theologie doordat zij meer gebonden is aan wijsgerige systemen dan opkomt uit de Schrift? Bronkhorst wijst in het vervolg van zijn artikel op het feit dat we in Nederland na 1945 al een heel eind de Duitse kant zijn opgegaan, de kant van de student, die via repetent, assistent, privaat-docent, lector en buitengewoon hoogleraar tenslotte gewoon hoogleraar wordt. Wetenschappelijk gesproken biedt dit systeem vele voordelen: Grondige vakkennis, tijd voor studie etc. Maar terecht signaleert Bronkhorst het grote gevaar dat we over enkele tientallen jaren faculteiten gaan krijgen die voor het overgrote deel bestaan uit docenten, die het gewone predikantschap alleen van horen zeggen kennen. Ook op deze wijze zouden kerk en theologie uit elkaar groeien. Daarom is hier met name voor de kerk alle aanleiding tot bezinning. Zondag 38 van de Catechismus spreekt over het vierde gebod, dat volgend de opstellers ook te maken heeft met de onderhouding van de scholen. Volgens Miskotte-en Bronkhorst valt hem daarin bij - zijn daarmee bedoeld de hogescholen der theologische wetenschap. Als dat waar is, dan blijkt daaruit dat onze vaderen de eredienst en de theologie dicht bij elkaar willen houden. 'Als kerk en theologie uit elkander zouden groeien, als de kerk zou menen het wel zonder wetenschappelijke theologie te kunnen stellen, en als de theologische faculteiten zouden menen de kerk wel te kunnen missen, is er iets mis gegaan'.

Naar aanleiding van een colloquium

­Ter verduidelijking: het colloquium is een gesprek dat een aantal ambtsdragers (benoemd door de P.K.V.) voert met hen die afgestu­deerd zijn en in de Hervormde Kerk predikant willen worden, een gesprek over het ambt van de dienaar des Woords, aan de hand van een door de kandidaat ingezonden preek. De toelating tot de Evangeliebediening geschiedt na een bevestigend antwoord van de kandidaat op enkele hem gestelde vragen o.m. inzake het blijven in de weg van het belijden der kerk, en na voorlezing van artikel 10 van de Kerkorde. Wat is nu het geval? (vrijzinnige) blad Kerk en Wereld heeft onlangs kand. R. Klooster zijn bevindingen op het met hem gehouden colloquium beschreven. Ik citeer uit een artikel van prof. J. Plomp in het Geref. Weekblad van 26 augustus, aannemende dat het een getrouwe weergave van Klooster's artikel bevat.

De heer Klooster heeft 'onlangs ervaren dat het afleggen van het colloquium voor iemand die vrijzinnig is een minder prettige ervaring kan zijn'. Zijn preek ging over de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar (Lukas 18). 'Wat mij werd verweten', - vertelt hij - 'was dat ik in mijn preek het heilswerk van Jezus Christus niet had genoemd. Want de tollenaar was niet gerechtvaardigd op grond van zijn berouwvolle bekering, maar omdat Jezus Christus voor zijn zonden aan het kruis had geboet'.

'Ik meende me' - zo vervolgt hij - 'daarop te moeten verweren door te stellen, dat ik deze gedachte nergens in de gelijkenis had aangetroffen, ' en ook nergens in het evangelie van Lucas en dat ik het pricipieel onjuist vond om vanuit een bepaald dogmatisch schema, ontwikkeld in de loop van de kerkgeschiedenis en voornamelijk gebaseerd op de geschriften van Pa.ulus, een tekst uit Lucas te interpreteren. 'Deze 'zeer delikate kwestie van de rechtvaardiging', bepaalde zozeer het colloquium dat het in wezen niet tot een gesprek kwam. 'Gelukkig heeft men mij desondanks wel toege.laten tot de Evangeliebediening, maar bepaald blij met dit 'slagen' kan ik niet zijn.

Hij zegt verder nog het 'erg triest' te vinden dat men 'dit ritueel' moet ondergaan en dat er zeker geen uitnodigende werking op vrijzinnige theologische kandidaten van zal uitgaan. En hij eindigt met op grond van zijn ervaring drie dingen te stellen:

1. bij de huidige gang van zaken moeten er in de delegaties ook 'wérkelijk vrijzinnige gedelegeerden' zitten;

2. zulke 'inquisitorische onderzoeken' zijn 'eigenlijk uit de tijd';

3. er moeten nieuwe wegen worden'gezocht om te beoordelen of iemand geschikt is voor het ambt - ook het pastoraat zou daarin betrokken moeten worden - en zo'n onderzoek zou zeker niet op het allerlaatste moment moeten plaatsvinden, wanneer iemand zijn hele theologische opleiding al achter de rug heeft.

Ook hier komt dus weer de relatie theologie en gemeente om de hoek kijken, maar dan vanuit een heel andere invalshoek. Plomp maakt er een aantal aantekeningen bij, waarvan we er u enkele doorgeven.

Terecht vermoedt hij dat de delegatie inzake de verbinding van Lucas 18 en het kruis andere woorden gebruikt heeft dan de heer Klooster bezigt. Het zal wel gegaan zijn over de grond van de rechtvaardiging. Appèl op de genade van God is toch nog wat anders dan een berouwvolle bekering. Plomp acht het merkwaardig dat de delegatie deze kandidaat ondanks het feit, dat hij duidelijk het belijden van de kerk inzake de verzoenende kracht van Jezus' lijden ontkende, toegelaten heeft tot de Evangeliebediening. Het is moeilijk hierover in concreto te beslissen als men a) de andere partij niet kan horen en b) slechts beschikt over een tijdschriftartikel, dat geen notulair verslag is. Maar bevreemdend blijft het dat een kandidaat die zich ten aanzien van de rechtvaardiging opstelt zoals de heer Klooster doet, toch instemming betuigt met artikel 10 van de kerkorde. Ik laat het vervolg van Plomp's artikel rusten, maar signaleer slechts dat een bepaalde theologische visie, een vrijzinnige kijk op de verhouding Lucas-Paulus, botst met het belijden van de christelijke gemeente. Ook dat illustreert hoezeer Van 't Spijkers betoog inzake de verbondenheid van theologie en gemeente terzake is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's