Boekbespreking
H. M. Kuitert, Wat heet geloven? Structuur en herkomst van de christelijke geloofsuitspraken. 232 blz., ƒ 19, 75. Ten Have, Baarn.
We hebben hier voor ons het boek dat prof. Kuitert reeds in een diskussie met de gereformeerde synode heeft aangekondigd. Hij riep de synodeleden toen op om hun borst al vast nat te maken.
Welnu, dit boek bevat, vergeleken met het voorgaande 'Zonder geloof vaart niemand wel', in grondstelling niet zoveel nieuws. Men kan zeggen dat in het voorgaande boek zelfs meer aan de orde kwam. Toch is het niet enkel een herhaling van het voorgaande. De schrijver heeft zijn standpunt uitgediept en op literatuur uit het buitenland, met name uit Amerika, willen funderen. Juist het beroep op het angelsaksische denken maakt duidelijk dat theologie bij Kuitert bezig is antropologie te worden. Hij spreekt graag over het oergeloof van de mens. Hij noemt dat ook een antropologisch vloertje. Dit geloof heeft niets specifieks christelijks aan zich. Het is met het mens zijn gegeven. Het nieuwe van dit boek tref ik aan in de doordachte wijze waarop dit menselijk oergeloof verbonden wordt met een pleidooi voor het christelijk geloof. Het is net of men vanuit de stelling omtrent het oergeloof wel tot het christelijk geloof moet komen. Die samenhang is sterker geworden bij Kuitert. Dat zal velen verblijden. Men kan niet zeggen dat Kuitert het christelijk geloof heeft afgeschreven. Wel heeft hij het aan zodanige voorwaarden onderworpen, dat de verdediging ervan voor mij een hachelijke zaak wordt. Uit de praktijk moet blijken wat het christelijk geloof waard is. Het heeft de waarheid niet in zichzelf, niet in het Woord waarop het zich beroept. Het wordt in de ervaring waar, of niet. Een vergissing is niet bij voorbaat uitgesloten; al tilt Kuitert wat betreft het christelijk geloof daar niet al te zwaar aan. Dat hij dat niet doet hangt weer ermee samen dat het christelijk geloof in de loop van de tijd moet worden bijgesteld. Het kan er in de loop van de geschiedenis heel anders komen uit te zien.
Het is niet mogelijk in dit verband breder op dit boek in te gaan. Ik ben van mening dat hier de grondstruktuur van het reformatorische denken verlaten wordt. Dat wordt vooral duidelijk door de verwerping van het onderscheid tussen algemene en bijzondere openbaring. Met de noodzaak van de bijzondere openbaring valt ook de noodzaak van - om maar enkele centrale punten te noemen - het kruis van Christus en de wedergeboorte door de Heilige Geest, Zelden las ik in Nederland een zo grondige afrekening met Barth als in de slothoofdstukken van dit boek. Dit is vrijzinnigheid die aaspraak maakt op de naam christelijk. Daarin ligt wellicht het gevaarlijke van dit boek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's