De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedachten bij het Reformatiemonument

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedachten bij het Reformatiemonument

10 minuten leestijd

2

Staande bij het Reformatiemonument valt je ook op het grote aantal jaartallen.

Natuurlijk zijn jaartallen altijd een beetje afschrikwekkend. Ze herinneren je aan je schooltijd, waarin je 'jaartallen leren' moest. En ze herinneren je waarschijnlijk ook aan het trieste feit dat je er maar heel weinig hebt kunnen onthouden. De meeste mensen weten alleen nog van' 1600-slag bij Nieuwpoort'... en vragen zich dan meteen ook af; waarom moest ik dat eigenlijk leren, destijds? Wat had dat eigenlijk voor zin?

Maar hier is dat anders. Hier hebben die jaartallen geen zinloze functie. Maar ze zijn gedenktekens op de weg van de geschiedenis, die God met Zijn Kerk hield! Daarom ook zijn ze hier op dit Monument aangebracht!

In 1909... waarom toen? Vierhonderd jaar na de geboorte van Calvijn. Met helemaal links: 1536: het jaar waarin Geneve overging tot de Reformatie, met stadsbestuur en al.

Helemaal rechtst 1602, het jaar van de politieke en godsdienstige onafhankelijkheid van deze stad, door de gewonnen slag tegen de Hertog van Savoye.

Die jaartallen maken dit Monument tot een volks- en stadsmonument.

Want het is dus niet maar zo, dat een aantal protestanten op zeker moment eens iets ter nagedachtenis van de Reformatoren wilde doen. Of dat 'Zwitserland' een plan had... Nee, dit is een Monument van Geneve in Geneve. Zowel op 21 mei 1536 als op 12 december 1602 was het 'Le peuple de Geneve' (zoals uitdrukkelijk geschreven staat: 'het volk van Geneve') dat tot de Reformatie overging en dat politieke en godsdienstige onafhankelijkheid verwierf. Het volk staat achter dit beeld! En opnieuw doet je dat even denken aan dat eerste Pinksterfeest.

Ook toen, zo lees je in Handelingen, reageerde steeds opnieuw 'de menigte'... het volk.

En je denkt: hoe staat dat vandaag de dag? Bereiken de predikers van de Reformatie ook vandaag nog 'het volk'? Of is alles voor het volk door de Reformatie al bereikt? Of... wordt het 'volk' heden door heel andere taal bereikt? Door taal, door prediking uit heel andere hoek? En kent 'het volk' de boodschap van de Reformatie niet meer?

'Le peuple'... dat volk...

Het verstond wat Calvijn en de zijnen zeiden.

Het antwoordde...

Antwoordde op het Woord...

Maar waar geeft het volk tegenwoordig antwoord op?

En hoe komt dat?

God heeft die geschiedenis met Zijn Kerk toch niet alleen van 1536 - 1602 gehouden?

En niet alleen in Geneve?

Die geschiedenis duurt toch langer?

En reikt toch verder?

Nu: een tafereel, dat mij erg boeide. Een sculptuur, links van de vier grote beelden in het midden. Je ziet daarop. Heel fijn en fraai gebeiteld, hoe er in die dagen gepreekt werd. 'La Réforme prêchée au peuple de Geneve (weer: het volk dus!) en presence des envoyés de Berne': 'De prediking van de Reformatie voor het volk van Geneve in tegenwoordigheid van afgevaardigden uit Bern'.

Maar je ziet méér. Want Viret, die hier staat te preken, heeft niet alleen een aandachtig gehoor vóór zich, maar er staat ook een aantal figuren achter hem!

Dat is bij ons niet te doen gebruikelijk. Achter de predikant zit of staat gewoonlijk niemand. Hoogstens zit de kerkeraad in banken aan weerszijden van de preekstoel... maar toch niet achter hem!

Hier wel! En ik vond dat een fascinerend gezicht! Dominee Viret heeft hier een geweldige ' steun in de rug'! Vrienden, die pal achter hem staan. Geloofsgenoten, op wie hij 'terug kan vallen'! En dat zie ik niet alleen, nu, hier bij dat Monument, maar dat zagen dus ook zijn toehoorders, toen in 1534. Ze konden zien, lijfelijk aanschouwen, dat die predikant daar niet 'alleen' stond, maar als een 'naar voren geschovene', een 'primus inter pares' (een 'eerste onder zijns gelijken') daar stond. En dat wie met hém de strijd aan zou willen binden, een groep, een 'kerkeraad', "een 'gemeente' tegenover zich zou vinden!

Heerlijke aanblik!

Een beetje om jaloers op te worden!

Wat is het bij ons (wat zichtbaarheid betreft althans) dan toch ontzettend karig! Het enige, wat de toehoorders kunnen zien aan verbondenheid van de dominee met de zijnen is alleen maar immers die 'handdruk' aan de voet van de kansel, bij het begin en aan het einde van een dienst!

Maar hier! Als een lijfwacht (een lijf-en ziele wacht!) staat die 'kerkeraad' daar achter dominee Viret!

Wat moet die man zich gesteund en gesterkt hebben gevoeld!

Maar misschien (misschien...!) was dat in die tijd ook wel nodiger dan nu.

Op die gedachte kom je tenminste, als je een sculptuur aan de andere kant van die Grote Vier bekijkt.

Want dan zie je John Knox, die bezig is te preken in de St. Giles in Edinburg. En zijn gehoor wordt gevormd door het Hof van niemand anders dan Maria Stuart...

Ook hier zie je die steunende figuren achter hem.

Maar vóór hem: de vijand! Onmiskenbaar!

Gestalten in rooms-katholieke priesterkleding, allerminst heilbegerig om zo te zien, en ook militante figuren in krijgsmachtuniform. Met wapens in de hand! Een dreigende situatie. Bovendien zijn de agressieve lieden vóór hem verre in de meerderheid!

Kijk, ook dat geeft te denken.

Te denken: preken ook wij, dominees van de 20ste eeuw, nog voor een meerderheid van andersdenkenden ?

En zo niet... hoe komt dat dan?

Is er dan geen meerderheid in ons land van andersdenkenden? Ik dacht van wel.

Komen zij niet meer naar ons toe? Niet meer op ons af? Zijn wij, is onze prediking, niet meer boeiend?

Is het 'zout zouteloos' geworden (zoals Christus reeds voorzei)? Of zoeken wij zelf hen niet meer op?

Trekken wij ons terug 'in eigen kring'?

Of... durven wij niet meer te verschijnen voor vijanden met wapenen in de hand?

Ontbreekt het ons aan moed... aan geloofsmoed?

Preken... terwijl de vijand luistert.

Hoe bijzonder!

Tijden lang heb ik naar die sculptuur gekeken.

En in mijn eigen hart...

Loop je tenslotte helemaal door naar het einde van het Monument, naar dat jaartal 1602, waar ook het laatste beeld in deze galerij geplaatst is (dat van de Hongaar Bocskay), dat treft je opnieuw het woord 'onafhankelijkheid' .

Dat schijnt een enorme rol te hebben gespeeld in het ervaren en gevoelen van de mensen, die in die eerste tijd tot de Reformatie overgingen. Ze gevoelden (en beleden!) hun 'onafhankelijkheid'! Hier bijvoorbeeld, bij dat beeld van Bocskay, lees je:

L' indépendance de notre foi, notre liberté de conscience en nos anciennes lois ont pour nous plus de valeur que 1' or. (Bocskay a la diète de Kassa, 1606).

Daar heb je het weer.

Steeds weer die onafhankelijkheid. In goed Hollands gezegd:

'De onafhankelijkheid van ons geloof... is voor ons van groter waarde dan goud!'

Zo hebben de eerste protestanten dat gevoeld. Geproefd. Als een zoete vrucht van de Kerkhervorming. 'De onafhankelijkheid van ons geloof'. Hetgeen uiteraard tegelijk betekent (want het is: 'geloof... 'geloof in': ) afhankelijkheid van God-alleen!

Maar geen afhankelijkheid meer van anderen.

Van kerk-leringen of dogma's van priesters of pausen.

Daarvan bevrijd te worden, losgemaakt te worden, midden in een wereld die er nog helemaal aan vast zat, ervoeren ze niet als iets angstigs... iets waarvan ze niet wisten of ze er blij mee moesten zijn of niet... maar als van hoger waarde dan goud! Dat is toch om diep en lang over na te denken!

En je vraagt je af: deze bevrijding van valse afhankelijkheden: kennen wij, in onze tijd, die ook?

En danken ook wij daarvoor, als waren we verrijkt geworden met een schat, waardevoller en kostbaarder dan goud?

Of... ruilen velen die bevrijding juist weer in... voor goud?

Ik heb eens gehoord van een predikant, die 'gekocht' werd door een kerkeraad. Als hij maar zou zeggen, op de kansel, wat de kerkeraad behaagde...

En toch stond die predikant bekend als 'orthodox protestant', als 'streng gereformeerd in de leer'...

Jawel...

'De mens ziet aan wat voor ogen is'... (het etiket)... 'maar de Heere ziet het hart aan'. Onafhankelijkheid van mensen... en louter afhankelijk te zijn van God.

Het is niet alleen oer-reformatorisch, het is ook volkomen Bijbels.

Het is niet alleen, wat aan Maarten Luther toegeschreven wordt: 'Hier sta ik, ik kan niet anders. God helpe mij, amen'... maar het is tevens wat de apostel Paulus schreef: 'wie mij beoordeelt, is de Heere'... en-wat een Psalmdichter zong: 'Wat zal een nietig mens mij doen? '...

En dan: niet angstig.

Niet angstig, in die on-afhankelijkheid van mensen en die uitsluitende afhankelijkheid van God.

Maar blij.

Blij met een schat... 'hoger in waarde dan goud'!

Dan, tenslotte, krijg je nog een wonderlijke gedachte (maar een erg mooie!), als je dit Monument verlaat.

Want, zoals ik al zei, er is een brede trap tussen dat Monument en het park dat er tegenover ligt.

Driemaal vier treden. Een erg wijde, brede trap... de mensen zitten er op te praten of zijn bezig met hun foto-toestellen en filmcamera's.

Als je die trappen oploopt en weer in het park komt en je kijkt om, dan zie je opeens, dat je met de beelden van het Monument op ooghoogte staat!

Je ziet er niet hoog tegen op.

Je kijkt er evenmin op neer.

Je staat op dezelfde hoogte...

Ik weet natuurlijk niet, of dit bewust zo gemaakt is.

De architecten (A. Laverriere en J. Taillens) kan ik uiteraard ook niet meer vragen.

Maar wonderlijk is het wél.

Je maakt het eigenlijk nooit mee, bij een beeld. Altijd staat dat hoog. Altijd moetje met je hoofd in de nek staan om het te bekijken. Hier niet. Op oog-hoogte... En dat, terwijl de beelden zelf toch meer dan, veel meer dan levensgroot zijn!

Ik vind dat een diep-Bijbels getuigenis. In de gehele Bijbel staat dat: 'Wij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods'. Geen mens is beter dan een ander mens... Hier, door de plaatsing van dat Monument, twaalf treden diep, zodat het uiteindelijk komt tot gelijke hoogte van de bezoeker, wordt dat beleden! Architecturaal beleden!

Zoals de Reformatie afrekende met de leer van Rome, dat de ene mens trapsgewijs hoger zou staan (dichterbij God) dan de andere mens... en het allerhoogste de Paus... zo rekent de Reformatie, door deze architectuur, ook 'binnenshuis' met deze leer af.

Calvijn en Parel, Beza en Knox... ze staan op gelijke hoogte als 'the man in the streef... 'de man in het park'... de wandelaar, de tourist. Gelijk... voor God. Gelijk... ook voor elkaar. Gelijke zondaars. Gelijk ook in het aangesproken worden door het Woord van de Bijbel... Gelijk.

En ook in dat opzicht zou het bijzonder te wensen zijn, dat ook bij ons een dergelijke architectuur (in allerlei kringen, maar in het bijzonder in kerkelijke kringen) zichtbaar werd!

Dat wij 'gelijk' werden... als 'broeders'... als 'zusters'.

Gelijk als 'erfgenamen der genade'... Gelijk als destijds de eerste discipelen van Jezus... althans nadat ze 'onderweg er over spraken wie van hen de meeste was'...! Een gelijke roeping dus ook.

Gelijk als Calvijn...

Hij reformeerde, in eigen omgeving, in eigen tijd.

Maar ik moet... ik mag... ook!

Niet meer en niet minder.

In mijn omgeving en in mijn tijd!

Zoals de spreuk, de lijfspreuk van de Reformatie was en nog steeds is:

Ecclesia reformata - semper reformanda!

De Kerk is hervormd - maar om steeds opnieuw hervormd te wórden!

Oisterwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Gedachten bij het Reformatiemonument

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's