Ons aller zorg
Zwakzinnigenzorg
Zaterdag 8 oktober werd opnieuw een conferentie gehouden, uitgaande van de commissie medische ethiek, die in het leven is geroepen door de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op g.g. Ditmaal was de conferentie gewijd aan de zwakzinnigenzorg. Het thema was 'Zwakzinnigenzorg zal ons een zorg zijn', met het accent op zal, daarmee de noodzakelijke aandacht voor dit werk vragend van allen, die op één of andere wijze met de zwakzinnigen te maken hebben. En dat zijn niet alléén de verzorgers van deze gehandicapten (die waren in goede getale naar de conferentie gekomen) maar dat zijn óók de pastores (er was zegge en schrijve één predikant aanwezig), maar dat zijn ook wij allen, die binnen de christelijke gemeente ook de zwakzinnigen onder ons en naast ons hebben.
Ik geef geen verslag van deze conferentie. Wél een impressie om zo ook bij de lezers aandacht te vragen voor een categorie mensen onder ons die 'ons aller zorg' vragen.
Vooruitgang
De heer B. Tuinier, arts bij de inrichting Westerhonk te Monster, vroeg aandacht voor een aantal medische aspecten. Zwakzinnigheid is medisch niet te verhelpen. Wel wees hij op de toegenomen medische mogelijkheden om zwakzinnigheid te voorkomen, door haarden onschadelijk te maken, bijvoorbeeld door inspuitingen bij gevaar van besmetting met hondsdolheid in de zwangerschapsperiode.
Wat ik echter vooral uit het referaat van de heer Tuinier naar voren wil halen is, dat méér en méér constatering vóór de geboorte mogelijk is, dat een zwakzinnig kind geboren zal worden. Maar dit roept dan tegelijkertijd heel wat problemen wakker. Wat er voor vertwijfelde gevoelens worden opgeroepen bij deze medische constateringen vooraf laat zich raden. Vooral nu meer en meer de wegen voor abortus worden gebaand en door medici gewezen. Maar voor wie bij de Schrift leeft komt dan de wetenschap, dat God óók de Schepper van dit ongeboren leven is, al zullen de waaroms rijzen: waarom wilde God het zó, voor óns? De heer Tuinier legde daarom ook terecht de vraag in het midden of we wel op de goede weg zijn door medisch steeds verder te gaan met onderzoek vooraf. In ieder geval komen mensen soms zo in bijzondere gewetensconflicten.
Contact ouders verzorgers
Mevrouw A. Wolting, oud-verpleegkundige in de zwakzinnigenzorg, gingg vooral in op de noodzaak van een goed contact tussen ouders en de verzorgers in de inrichtingen. Vroeger was het zo, dat eigenlijk de idee leefde, dat als de kinderen in een inrichting werden gebracht zij door de ouders werden afgestaan. En ooit zei staatssecretaris Hendriks nog, dat er één keer een eind kwam aan de ouderlijke verantwoordelijkheid. Maar hem werd vanuit de kring van de inrichtingen wel duidelijk gemaakt dat er nóóit een eind komt aan de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun zwakzinnige kinderen. Maar daarom zal er ook een goed contact moeten zijn tussen de ouders en de verzorgers.
In de bespreking door de deelnemers aan de conferentie kwam daarbij ook de vraag naar voren of de tehuizen en inrichtingen niet meer 'open naar buiten' moesten zijn. Toen bleek overigens wel, dat hier al veel in praktijk wordt gebracht. In sommige tehuizen kunnen de ouders altijd op bezoek komen, hetzij aangekondigd, hetzij niet aangekondigd.
Ook worden open dagen gehouden zodat ieder, die dat wil, met de inrichtingen kennis kunnen maken.
Pastoraal
In een, ik mag wel zeggen indrukwekkend en pastoraal betoog, ging ds. C. Langbroek, Chr. Geref. legerpredikant en zo ook verbonden aan een militair revalidatiecentrum te Doorn, in op de zeer wezenlijke vragen, die direct de gemeente raken.
Allereerst gispte hij het spreken over geestelijk-gehandicapten. Er is geen sprake van geestelijk gehandicapt zijn, in speciale zin. Het geestelijk leven heeft te maken met de omgang met God en dat is nooit een louter verstandelijke zaak; die raakt de geest van de mens, zijn gevoel, zijn gemoed. Daarom is het altijd weer fout om aan het eind van een dienst voor zwakzinnigen - ds. Langbroek sprak liever van verstandelijk-gehadicapten - te vragen: zouden ze het begrepen hebben? Vraag zoiets eens aan een 'gewone' kerkganger aan het eind van de dienst. Alsof het daarom gaat, om begrijpen. In het geestelijk leven gaat het in het geheel om andere categorieën. En wie zal dan zeggen dat er niet juist onder de zogeheten 'geestelijk'-gehandicapten sprake is van intens geestelijk leven, ook al 'begrijpt' men het niet. Ds. Langbroek gaf enkele ontroerende staaltjes daarvan, vanuit zijn pastorale ervaring juist ook in aangepaste kerkdiensten.
Wie nooit met gevallen van zwakzinnige kinderen in eigen gezin te maken had, zal zich waarschijnlijk nooit kunnen realiseren welke vragen erboven komen bij ouders, die er wèl mee te maken hebben. Wat te denken van de doopvragen: 'of gij niet belooft en voor u neemt, deze kinderen (dit kind), als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn...' En daar staat men dan als moeder met het kind op de arm. Hoe zal men dan nog in de voorzeide leer 'naar vermogen onderwijzen' of 'doen en helpen onderwijzen'?
Uiteraard werd ingegaan op de zogenaamde aangepaste kerkdiensten voor verstandelijk gehandicapten. Het is goed dat die er zijn, al waarschuwde ds. Langbroek tegen te grote frequentie, omdat de verstandelijk gehandicapten toch helemaal ook bij de gewone gemeente behoren. Met beeldend materiaal kan echter veel 'verduidelijkt' worden, zó, dat de naam van Jezus hen naderbij komt en uitgestoken gebedshanden laten zien wat er in hen omgaat.
God heeft toch zijn kinderen onder de zwakbegaafden en de zwakzinnigen? Maar dan komen er ook vragen als: hoe moet het dan met de catechese, de belijdenis, het avondmaal?
Er zijn verstandelijk gehandicapten - zo bleek - die de gewone catechese volgen. Ds. Langbroek pleitte echter voor aangepaste catechese (suggestie: betrek daarbij mensen, die in het onderwijs voor zwakzinnigen werkzaam zijn). En als we weten, dat er óók bij de verstandelijk gehandicapten sprake is van geestelijk leven, waarom dan ook geen belijdenis doen in een gewone kerkdienst? Belijdenis doen thuis, in aanwezigheid van ambtsdragers en gemeenteleden, kwalificeerde ds. Langbroek als 'onbarmhartig'. En wat te denken van de aarzelende vraag van iemand wat te doen bij het avondmaal? 'We nemen blinden aan de hand mee naar de avondmaalstafel, maar ik heb nog nooit de moed gehad een verstandelijk gehandicapte, bij wie de dingen geestelijk leven, mee te nemen naar de tafel.' Terwijl men juist bij verstandelijk gehandicapten soms zo'n diepe eerbied kan aantreffen in Gods huis en voor Gods dienst.
Bewust geef ik deze dingen aan de lezers door opdat men er ook mee bezig zal zijn. Hier liggen vragen, waarmee ouders en verzorgers worstelen. Zouden ook predikanten, ambtsdragers en gemeenteleden hier niet meeleven meeworstelen? Terecht wees ds. Langbroek speciale ambtsdragers voor verstandelijk gehandicapten van de hand. Elke ambtsdrager moet een goede ambtsdrager zijn, die met onderscheiden personen en categorieën van mensen pastoraal omgaan kan. Is de persoon, die multiple-sclerose heeft, wèl iemand waar de ambtsdrager dicht bij kan komen, of bij andere zieken? Moet de verstandelijk gehandicapte (mijn vingers willen er nog maar niet aan wennen en zoeken op de toetsen toch steeds weer 'geestelijk...') dan opeens anders behandeld worden?Als er maar pastorale aandacht is. Juist ook omdat het gezin, waarineen verstandelijk gehandicapte is, altijd het gevaar loopt van isolement vanwege verdringing, ontkenning, niet-aanvaarden van de situatie. En ook nu weer bleek -op deze conferentie - hoe mensen hier pastoraal in de kou staan: 'het enige contact dat ik met 'hem' heb is 's zondags via de kansel'.
Aandacht
Moge er (meer) aandacht zijn - ook niet tè, niet 'zielig' doen, zei ds. Langbroek - voor die mensen, die hier een bijzonder kruis dragen. Roept de Schrift juist niet de aandacht te hebben voor het zwakke? We lazen op deze conferentie met elkaar 1 Corinthe 1 : 17vv. Het heeft God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken die geloven. De wijsheid der wijzen vergaat en 'het verstand van de verstandige zal Ik te niet maken.' En: het dwaze Gods is wijzer dan de mensen en het zwakke Gods is sterker dan de mensen'. Want - en nu schrijf ik het slot van 1 Cor. 1 maar over - : Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen. Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren opdat Hij het sterke zou beschamen; En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; Opdat geen vlees zou roemen voor Hem. Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; Opdat het zij, gelijk geschreven is, Die roemt, roeme in den Heere.'
Me dunkt dat hier de Schriften óók opengaan met betrekking tot de verstandelijk zwakken, tot dit 'dwaze' en 'onedele'.
En daarom sprak die ene psalmregel ook even aan, toen gezongen werd 'Gods verborgen omgang vinden zielen waar Zijn vrees in woont... d'ogen houdt mijn stil gemoed.' Mag hier dan óók een keer de aandacht gericht worden op het (stille) gemoed en niet op het verstand?
De conferentie - uitstekend georganiseerd door de IZB - gaf zo véél stof tot nadenken.
Dat zwakzinnigen veel liefde behoeven maar ook teruggeven wisten we al (natuurlijk werd over 'Scheel engeltje' van ds. Van der Hoeven gesproken; haar verzorgster was óók aanwezig), maar dat we zo weinig de échte vragen, die hier liggen, op ons laten inwerken wisten we niet. En daarom lieten we de lezers er iets van proeven, in de hoop, dat er ook in de gemeenten - hetzij in bijzondere kerkdiensten, hetzij in nauwgezet pastoraat - iets van verder komt. Het gaat om Gods schepsel. En wie maakt uit welk leven het meeste zin heeft?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's