De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hier en heden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hier en heden

6 minuten leestijd

Weer en meer synodalia. Dat schreef ik al vorige keer. Synoden volgen elkaar op de voet, en haar agenda's volgen elkaar met enige tussenruimte van tijd eveneens. Vandaar dat kerkelijke afscheiding geen afstel betekent, alleen maar uitstel van zoveel jaren. Het vitale vraagstuk van de evangelisatie hield niet slechts de synode van de gereformeerde gemeenten, zoals we veertien dagen geleden merkten, maar pok die van de gereformeerde kerken bezig. De hindernis bleek bij de laatste de zogenaamde 'geslotenheid' van de kerk. Vanuit de kerk is het moeilijk vanwege allerhande ongeloofwaardigheden de wereld wezenlijk en vruchtbaar te benaderen en vanuit de wereld is er geringe animo de kerk in te gaan. De 'geslotenheid van de kerk' speeltdus parten. Zijn de tanden van de nakomelingschap stomp geworden, omdat de vaders te gretig aten de onrijpe druif van de 'antithese' met alles wat daaraan hing en daarop zat? Uitersten baren elkaar. De antithese had bijvoorbeeld dat triumfantelijke over zich. Niet meer de iets bescheidener distinctie van triumferende en strijdende kerk, maar gecombineerd de triumfantelijk strijdende kerk. De ledematen staan niet langer spijkervast in hun schoeisel, daarom valt het evangeliseren moeilijker. Allerhande 'geloofshuisjes' zijn onder de slopershamer gevallen. Sommige sprekers ter synode - en dat zijn veelal de hoogeerwaarde en weleerwaarde - vonden dat niet enkel puur verlies. Immers onzekerheid, aarzeling, minder vanzelfsprekendheid maakt ons in de ogen van de buitenkerkelijke, die alles nog lang niet ziet zitten, aantrekkelijker. Hij zal zichzelf eerder in de evangeliserende herkennen. Dat is ook iets waard. De verzekerden van gister zijn vandaag veel minder zeker. Wij spreken niet meer van een ecclesia triumphans, ook niet van een ecclesia militans, wel van een ecclesia dubitans. Een weifelende en aarzelende kerk die haarsweegs gaat. Evangeliseren is geen hobby, geen overtollig goed werk. Evangeliseren is voor de kerk haar existeren. Maar dan moet het credo, dat is het 'ik geloof', toch veel sterker de klank hebben van emergo dan van luctor. U weet immers: luctor et emergo hetwelk overgezet zijnde luidt: ik worstel en ik ontzwem. De levende kerk is de winnende kerk. Er is een subtiele verhouding tussen kerk en wereld. Een balans, al is het niet de balance of terror, van afschrik. De balans van wervend geloven. De wereld behoeft de kerk. Dat is bekend. Wel oppassen met dat aanmatigende gedoe van de kerk is de kurk waar de wereld op drijft.. Het is niet te begrijpen dat mensen hiermee schermen, die niet moe worden te betuigen hoe onwaardig zij toch wel zijn. De barmhartigheden Gods en de voorbiddingen van Christus lijken mij garanter kurken. Heeft de kerk de wereld nodig? Niet iedereen zal het met me eens zijn. Ik vind dat de kerk niet zonder de wereld kan. De wereld moet attestaties uitschrijven. (1 Tim. 3 : 7) Wij moeten niet blindvaren op het enkel spoor van de haat en ergernis van de kant van de wereld. Dat is slechts éne kant. Dikwijls is het opgewekte ergernis, die te wijten is aan de onplezierige belijder zelf. Het komt zelden toe aan de zuivere legitieme ergernis. Veel is onnodig en illegaal. Anderzijds is er naast de ergernis ook de genade, die Gods kinderen verwerven. Niet alleen bij God doch tevens bij het gehele volk. Er is een wisselwerking tussen kerk en wereld. Een heilzame en dat heilzame kan zowel van de kerk als van de wereld komen. Het is een interessant onderzoek zich met dit tweerichtingsverkeer in te laten.

Gebed

'Verlos ons, Heere, van gemeenplaatsen...' Bedenkelijke stem: Als er dan maar voldoende overblijft te bidden en te preken!

De vriendelijke duivel

De duivel staat in de hele kerkelijke pers getekend met dikke houtskool-lijnen. Hij heeft geen behoefte dat zijn image gecorrigeerd wordt. Laat maar, is zijn filosofie. Voor mijn zaak is dat juist voordelig. De duivel is bij kennismaking veel sympathieker. Mogelijk zozeer vriendelijk dat wij het allang niet eens in de gaten hebben met wie we op goede voet verkeren. Wij moeten die zware zwarte kleuren nodig ontmythologiseren, als u begrijpt wat ik daarmee bedoel.

Op zijn manier is de duivel een welzijnswerker. Wie zal trouwens beslissen of er niet gewone welzijnswerkers zijn, die een agentschap van de duivel waarnemen? Hoeveel welzijn heeft de satan niet aan de Heere Jezus op een presenteerblad geoffreerd. Brood op de plank wanneer wij behoren tot het legioen van de hongerenden der aarde. Alles wat valt onder de afdelingen vorstelijke macht en koninklijke heerlijkheid. Een uiterst geringe tegemoetkoming, een minieme recognitie, is immers voldoende om alles te krijgen. Tenslotte een stevige vlaag verbijsterende hoogheidswaan. In een sectewinkeltje kun je dat soort verdovend middel krijgen, maar elders in veel wereldser zaken net zo vlot. De duivel heeft veel in zijn mars.

De duivel is op zijn manier een welzijnswerker en het optimale adverteert hij. Het complete welzijn zogezegd. Vriendelijker dan de duivel bestaat niet. De Heere mag dan nog zo Zijn vriendschap ons bieden. Satan is volgens zijn zeggen er hard aan bezig om van het tranendal hier een hemels oord te maken. Tallozen in de wereld hebben zich in dienst daarvan gesteld. Er wordt heel veel gedaan aan heilstaten.

Vindt u dat ik te scherp ben in mijn oordeel? Ik zal u het bewijs leveren, opdat u zelf weet waarmee u te doen heeft. Waarom zijn al die filiaalhouders van de duivel zo doordrammerig en onverdraagzaam, autoritair en dikwijls sluw, behoedzaam en overrompelend? Omdat zij evenals hun vader weten dat er maar 'kleine tijd' is. Daarom zo furieus, en woedend op allen die niet voor honderd procent mee willen doen. Wij proeven de grote toorn van die weet dat hij een kleine tijd heeft. De allerijlse tocht naar Utopia is een verbeten wedren met de tijd. Lang voor Utopia in zicht komt klinkt met vervaarlijke stem: een tijd meer. Ouketi chronos. (Op. 10 : 6). De termijn gesloten en het uitstel verstreken. Dan komt het oordeel. Wanneer de witte troon is aangedragen is er voor hemel en aarde geen plaats. In Openb. 20 : 11 staat: ou topos. Geen plaats. Hierin vinden wij in de Bijbel het lot van ou-of u-topia. Utopia moet het afleggen voor de witte troon en voor Die daarop zit. Geen uitstel meer. Tot zolang duurt genade-tijd. Tijd om te bidden en zich te bekeren. Van die genade-tijd maakt de vader van alle welzijnswerkers en gelukkigmakers misbruik. Hij koopt kostbare genadetijd uit voor kwalijke praktijken. Met goed begrip is hij een begenadigd welzijnswerker, die vriendelijke duivel, op zo'n manier namelijk dat hij genade misbruikt.

Verlos ons van de Boze.

De Boze die vriendelijk is.

En vriendelijk optreedt en te werk gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hier en heden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's