Bezieling en uitzicht!
'Als ziende de onzienlijke'
'Ik zie het niet meer zitten.'
Bijna dagelijks horen wij deze uitdrukking, het is een woord, dat een hele wereld in zich draagt. Deze uitspraak heeft uitlopers naar alle terreinen van het leven.
Het tegenovergestelde treft men ook aan. Dan kan een mens zeggen: 'ik zie het!' Zo iemand straalt. Binnen in hem is iets gaan branden, is iets gaan gloeien. Iets drijft hem voort. Een uitzicht boeit hem, hoe onzeker zijn weg ook zijn mag, en hoe zeer het ook waar is, dat hem het overzicht ontbreekt. De weg, die voor hem ligt, slaat hij met vaste gang in. Maar het tegendeel van deze bezieldheid schijnt als een doem op velen van onze tijd zich neer te leggen. Het werkwoord 'balen' is kenmerkend voor genoemde levenshouding.
Het niet-meer-zien-zitten en het balen zijn verschijnselen, waar men aan voorbij kan gaan, tenzij men is gaan ontdekken, dat deze, op het kerkelijk erf gebezigd, niet zomaar op zich zelf staan.
Kerkelijk leven
Wie wordt er niet op vele momenten bij bepaald, dat kerkelijke mensen, gelovige mensen ineens van het kerkelijk toneel verdwijnen. Een tijdlang blijken deze mensen het te kunnen uithouden om tegen een bepaalde stroom in te roeien, maar dan treedt plotseling de fase in, dat men er in berust, resigneert, men legt zich bij de feiten neer en laat het kerkelijk erf, voor wat het is, óf, wat ook mogelijk is, men gaat dwalen van de ene kerk naar de andere, omdat men geestelijk geen voedsel meer krijgt. De troost van het rijke evangelie van Jezus Christus zag men bijvoorbeeld vervangen door een politieke prediking, óf de zekerheid van het geloof ontbrak in de verkondiging. Kortom, posities bleken verzet te zijn. Wat vroeger vanzelfsprekende zaken waren, gefundeerd op Schrift en belijden, kreeg een andere belichting, en zo is de situatie, die Jezus in Zijn tijd al aantrof ('voortgejaagd en afgemat, als schapen zonder herder') op een moderne manier in onze tijd teruggekeerd. Men treft mensen aan, die rusteloos voortleven. De bron voor alle rust, het evangelie van de Gekruisigde en Opgestane Heer, schijnt hun langzaam maar zeker te zijn ontvallen. Er zijn ambtsdragers, die hun taak met een zekere reserve en matheid verrichten. De vlucht uit het ambt is in dit geheel niet meer vreemd te noemen.
Belijden
Zekerheden worden aan gelovigen ook ontnomen. Men moetal een volslagen onbekende in Jeruzalem zijn, wanneer men niet ziet, dat ook in onze Hervormde Kerk de weg, nodig voor het etaleren van onzekerheden, is opengesteld.
Twee in het ooglopende zaken, die deze onzekerheid demonstreren, wil ik in dit artikel noemen.
1. Het leven in dit leven, in deze aardse tijd, eist meer aandacht op dan het leven door het geloof in Jezus Christus.
2. Het belijden omtrent de plaats en betekenis van de overheid schijnt in brede kringen ingeruild te moeten worden tegen een revolutionnair en terroristisch denken.
Leven door het geloof
De Kerkeraad van de Hervormde gemeente van Heelsum heeft in een schrijven van 9 juni jl. aan de Classicale Vergadering van Arnhem van de Ned. Herv. Kerk op deze twee zaken geattendeerd. 29 sept. jl. heeft de Classis Arnhem kennis genomen van dit schrijven en besloten om een nadere bezinning hierop te laten volgen.
Bewoordingen van genoemde brief luiden: 'het dragen van een kerkelijk ambt blijkt heden ten dage gecombineerd te kunnen worden met het aanhangen van communistische gedachten en ideeën. Wanneer wij de Schrift 'norm voor de prediking en regel voor het geloof' noemen, is het ons inziens ontoelaatbaar, dat men doet voorkomen, dat luisteren naar Gods heilige bedoelingen kan samengaan met het zich laten leiden door God-onterende uitgangspunten en uitspraken.'
Deze passage in de brief duidt er op, dat er in ons land sinds 1974 een beweging is, die zich noemt 'Christenen voor het socialisme', van welke beweging ds. R. Zuurmond, studenten pastor in Delft, de leiding heeft. Deze beweging, opgericht op voorbeeld van eenzelfde beweging in Chili, 1971, en op voorbeeld van eenzelfde beweging in Italië, 1972, kent ook een maandblad 'de Opstand', uitgegeven bij de N.C.S.V. te Woudschoten.
Wanneer men deze beweging in zijn uitspraken volgt, is het niet moeilijk te ontdekken, dat hier een totaal andere koers wordt ingeslagen dan waar Schrift en Belijden ons voortdurend op wijzen. O.a.op grond hiervan begint bij gelovigen een grote onzekerheid zich te. openbaren. Velen vragen zich na lezing van deze documenten af: mag dit nu ook al christendom heten? Een begrijpelijke vraag, die ook om beantwoording vraagt.
Het wordt ons allemaal duidelijk, wanneer wij op de doelstelling van deze groepering letten: het socialisme theologisch verdedigen.
Het Marxisme (dat blijkt bedoeld te zijn met de term socialisme) en het christelijk geloof worden hier aan elkaar gekoppeld, alsof het een vanzelfsprekende zaak is.
Het kan niet anders, of die moet door ieder, die waarachtig leeft door het geloof in Jezus Christus, met critische zin èn met duidelijke afwijzing beantwoord worden. Hier ontmoeten wij een geestesgesteldheid die, naar hun eigen zeggen, geen belangstelling heeft voor vragen van persoonlijk heil. Vragen aangaande het persoonlijke heil worden afgedaan met het oordeel: consumptief christendom, heilsegoïsme. De belangstelling van Christenen voor het socialisme gaat uit naar de geschiedenis, of om het nog nader te preciseren, naar de evoluties en revoluties, die daarin plaats vinden en die noodzakelijkerwijs het heil, de nieuwe maatschappij-vorm, brengen. Hier wordt volledigheidshalve nog bij vermeld, dat dat alles zich alleen voltrekken kan op voorwaarde van de dictatuur van het proletariaat. Zonder deze dictatuur, zo lezen wij, kan de zo zeer begeerde en nagestreefde heilsstaat er niet komen.
Dit alles behoeft geen commentaar. Deze beweging wil het ontoelaatbare laten plaats vinden: een koppeling van de boodschap van zonde en genade vrede en vrijspraak door Jezus Christus aan een perfectiedrang en vooruitgangsdenken. Hoe is dit alles in vredesnaam mogelijk? In het verlengde van deze beweging kan toch alleen maar liggen de vaste wil om het Kruis van Jezus Christus een stille dood te laten sterven. Wie vooruitgang, evolutie en revolutie predikt, neemt de toekomst in eigen handen. Dit leven interesseert de mens, en wat hierboven uitgaat, moet noodzakelijkerwijs uit de aandacht verdwijnen. Dat kan niet anders. Hef heil, door God in Jezus Christus verricht, aanvaarden móet dan ook wel heten: 'zich bezatten aan de hemelse goederen'.
Vreemd is dit alles niet. Het Marxisme staat per definitie haaks op het evangelie van zonde en genade, want de marxistische mens wil zijn eigen toekomst bouwen en bij wil hierbij niet gehinderd worden door verwezen te worden op elementen, die zijn proces naar de nieuwe maatschappij in de weg staan. Een volk dat omhoog wil, voelt het als een kneveling aan telkens het woord zonde en het woord genade te moeten horen.
Onze conclusie kan kort zijn. Met een dergelijke beweging staat men niet meer op de bodem van de Schrift, maar is men de weg van de ideologie ingeslagen, de weg van de uitgewerkte toekomstdromen. God en hemel moeten hierbij wel afgezworen worden, want de aarde is de enige werkelijkheid. Door deze christenen worden wij opgeroepen uitsluitend te geloven in de geschiedenis als een evolutionair en revolutionair proces ten gunste van het heil.
Het leidend beginsel 'als ziende de onzienlijke' is hier gevallen. De mens staat glorieus in het middelpunt.
De plaats van de overheid
Er is nog een zaak, waarvoor ik graag de aandacht wil vragen. Mensen voelen zich niet meer veilig, een hardheid legt zich om de harten van extremen onder ons. De liefde verkilt, omdat wetteloosheid toeneemt. 'Harde acties' voeren bij een zaak, die men bepleit, schijnt zo langzamerhand een normaal verschijnsel te zijn geworden.
Hoe is het mogelijk, dat deze golven over ons heen slaan?
Ach, het is niet zo onbegrijpelijk. Tot in de boezem van de Kerk leeft de gedachte, dat er alle reden voor is om niet meer te wachten op maatregelen, die door het bevoegd gezag genomen zullen worden. Daarom kan ik het niet anders zien, of wij behoren op dit punt uiterst waakzaam te zijn. De betekenis van regering en parlement zijn in het geding.
Tekenend in dit geheel is, dat ds. D. Groeneboer in Haarlem na de zelfmoord van Ulricke Meinhof, mei 1976, deze vrouw meende te moeten herdenken in een kerkdienst. Het terrorist-zijn is voor collega Groeneboer kennelijk een stap in de goede richting, welhaast in de richting van het Koninkrijk der hemelen. De herdenking van haar vond immers plaats in het midden van de gemeente, bij de verkondiging. Binnen die verkondiging stond het prijzen van terrorisme, het billijken van revoluties als middel om gewelddadig de toekomst (welke deze dan ook mag zijn) naar ons toe te halen. Ongenuanceerd en zonder enige restricties vond dit plaats. Daden, die vallen onder
vervolg pag. 503
het oordeel van God, komen-mirabile dictu - in het middelpunt te staan. Hier wordt eeh verbond gesloten met het geweld, en dit betekent: op het kerkelijk erf een demon binnenhalen.
Het is onmogelijk, dat dit verschijnsel (weerlozen en onschuldigen met dood en verderf omringen) kerkelijke sanctie zou mogen ontvangen, óf het moet zijn, dat onze Kerk het belijden van art. 36 van de Ned. Gel. Belijdenis heeft verlaten, waar wij de formulering aantreffen: 'wij geloven, dat onze goedertieren God, vanwege de verdorvenheid van het menselijk geslacht, koningen, vorsten en overheden heeft ingesteld, omdat Hij wil, dat de wereld word geregeerd door wetten en staatsregelingen, opdat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles met goede orde onder hen toegaat'.
Wanneer wij de plaats en de betekenis van de overheid over het hoofd zien, staat de weg open om het heft (ook van terrorisme) in handen te nemen.
Is het te verwonderen, dat gelovigen in grote onzekerheid gebracht worden en gaan dwalen als schapen zonder herder? Zij ontdekken, dat de fundamenten van de kerk aan het wankelen gebracht worden. Het is voor mij onmogelijk hier te zwijgen. De kerk moet openlijk verklaren, waar zij staat, opdat mensen weer de weg voor zich zien, de weg van het heil. Het gaat hierbij ten diepste om de geloofspositie, die een prachtige omschrijving heeft gevonden in de bewoordingen 'als ziende de onzienlijke'. Wie God in Jezus Christus heeft leren kennen, door Woord en Geest, voor hem en voor haar zijn nog wel niet alle nevelen opgetrokken, maar hij weet zich geborgen in de zelfopenbaring van de Drieënige God, die alle eeuwen door mensen heeft móeten bereiken. Wij zullen met dat evangelie, die zelfopenbaring van God, het moeten wagen. Dat zal ons inspiratie geven voor de praktijk van elke dag, maar dat vraagt om bekering en wedergeboorte. Dit laatste is het, wat voordurend weerstand bij ons oproept. De mens is van nature geneigd om God en de naaste buiten de deur te zetten, maar wij mogen geloven, dat het wonder van de nieuwe geboorte plaats zal vinden ook in onze tijd. Er is, door middel van het evangelie, het 'opstaan', naast de mogelijkheid om, door dat zelfde evangelie, zich dood te ergeren.
Besluit
Het is de roeping van de kerk niet te wijken voor ideologie en voor een consequent verstandelijk, redelijk denken. Dit zou gelijkstaan met geestelijke zelfmoord. Het gaat om de verkondiging van verzoening en verlossing in plaats van om vooruitgang.
De waarheid zal ons blijvend van buitenaf moeten worden aangezegd. Die komt niet uit ons op. Dit te aanvaarden kost verbrijzeling van het harde hart, het is niet anders.
Maar dank zij deze verbrijzeling is er de wolk van 'getuigen' geweest, die de pelgrimstocht begonnen is 'als ziende de Onzienlijke'.
Het kan niet de bedoeling van de kerk zijn om het ronddolen, opgejaagd en afgemat, te bevorderen. Hier moet klaarheid in komen.
Heelsum
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's