De vloek in een zegen veranderd
Doch de Heere uw God heeft naar Bileam niet willen horen; maar de Heere uw God heeft u de vloek in een zegen veranderd, omdat de Heere uw God u liefhad. (Deut. 23 : 5)
Mozes herinnert het volk aan een bewogen periode uit de geschiedenis van z'n bestaan. Op deze plaats zouden we dit woord misschien niet verwachten. Het gaat hier over mensen die niet in de vergadering des Heeren mochten komen: gesnedenen, bastaarden, Ammonieten en Moabieten. Waarom mocht dat niet? Voor Moab wordt de reden uitdrukkelijk vermeld: Moab is Israël, toen het uit Egypte trok, niet tegemoet gekomen met brood en water. Moab heeft bovendien de valse profeet Bileam gehuurd om Israël te vervloeken. De vloek van Bileam! Die hing als een loodzware dreiging boven het hoofd van het volk. Koning Balak is doodsbenauwd voor dat volk. De bovennatuurlijke krachten, waarover het blijkbaar beschikt, moeten door nóg sterkere krachten bedwongen worden. De oudsten weten raad. De naam van Bileam valt. Een ziener, een profeet, een magiër uit Mesopotamië, het oude land van de waarzeggerij en de toverij. Die profeet moet komen om de vloek uit te spreken over dat volk. Balak zal hem er dik voor betalen. Op deze wijze kunnen de geheime krachten die in Israël schuilen, onschadelijk gemaakt worden.
Nu, daar hoeft Israël niet bang voor te zijn. Toverij en waarzeggerij, dat doet geen kwaad. Dat is leugen en bedrog... Jamaar, Bileam is maar niet een ordinaire waarzegger!
Hij is een heiden, die over bovennatuurlijke krachten beschikt, maar ook niet onbekend met de God van Israël. En de vloek is maar niet een verwensing, zoals bij ons. De vloek is een boze macht, met een verschrikkelijke uitwerking. Waar die macht komt, daar is ontbinding en verderf. De vloek brengt hooggeplaatstén tot vernedering, rijken tot armoede, welvarenden tot de bedelstaf, levenden tot doden.
Vloeken - dat is eigenlijk: licht maken, onbelangrijk, onbeduidend maken. Wie door een vloek getroffen is, die is letterlijk nérgens meer, die is afgeschreven.
Dáár ligt Israël, aan de grenzen van Moab, bedreigd door de vloek. Rondom ingeklemd tussen vijanden die het volk van de kaart zonden willen vegen. En Israël zou niet bang hoeven te zijn voor die vloek, als die vloek niet verdiend was. Wat is dat volk vaak ongehoorzaam geweest aan Gods Woord, opstandig tegen Gods leiding. Wat is dat volk vaak vergeetachtig geweest, ondankbaar jegens de Heere.
Als u eens terugziet op uw levensweg... Misschien ook uitgeleid uit het diensthuis, net als Israël. Al die jaren geleid en verzorgd en gevoed en beschermd in de woestijn. Als u nu, met het beloofde land in zicht, nog getroffen zou worden door de vloek, was het dan niet rechtvaardig?
Ja, de vloek verdiend, en toch wordt die vloek niet uitgesproken. Doch de Heere uw God, zegt Mozes. De Heere uw God heeft naar Bileam niet willen horen. Bileam had dat wel graag gewild. Het zilver en goud van Balak trok hem wel aan. Maar de Heere heeft dat verhinderd.
Dwars tegen zichzelf in heeft Bileam gezegd: Al gaf Balak mij zijn huis vol zilver en goud, zo kan ik het bevel des Heeren niet overtreden. Hij is een willoos werktuig in de hand van de Heilige Geest. Inplaats van vloeken komen er enkel zegeningen uit zijn mond. Heerlijke profetieën over de toekomst van Israël en zelfs over de komst van de Messias.
De zegen inplaats van de vloek. En zoals de vloek een grote rol speelt, zo speelt ook de zegen een grote rol. Die zegen is geen wens, maar een realiteit. Ook die zegen is geladen met kracht. Omdat achter die zegen God staat, die God, Wiens woorden daden zijn. Gods Woord is een scheppend Woord. Het roept de dingen die niet zijn alsof ze waren.
Wat een wonder, niet alleen dat de Hëere zegent, maar dat Hij zelfs de vloek in een zegen verandert! Heeft Israël dat verdiend? Heeft Israël het daarnaar gemaakt? Integendeel. Wat is het geheim van die zegen dan wel? Dat is Hij Zelf. Tot drie keer toe zegt Mozes: De Heere, uw God. Zullen we maar meteen zeggen: God in Christus?
Alles ligt immers onder de vloek? Niemand ontkomt toch aan de uitspraak van de Wet: Vervloekt is een ieder die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der Wet om dat te doen? Die vloek zou ons allen moeten treffen. Door die vloek zouden wij allen verteerd moeten worden. En die vloek der Wet is losgebroken. Die vloek die óns had moeten treffen is in volle kracht neergekomen op het hoofd van Christus. Hij is, zegt Paulus, een vloek geworden. De vloek der Wet heeft Hem tot niets gebracht. Hij is onder de vloek en de toorn van de Almachtige vergaan.
Maar daar ligt nu ook het geheim van de zegen. De Heere heeft al Zijn rechtvaardigheid, maar ook al Zijn barmhartigheid bewezen in Christus. Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus Jezus.
Denkt u daaraan, als u de zegen ontvangt? De genade van de Heere Jezus Christus... Er is genade voor doodschuldigen. En de liefde van God... Er is liefde voor mensen die God en elkaar haten. En de gemeenschap van de Heilige Geest... Er is gemeenschap voor mensen die zichzelf prijs gegeven hebben aan de totale eenzaamheid.
Is dat voor mij? Ja, dat zegt Mozes toch? De Heere uw God heeft u, voor u, de vloek in een zegen veranderd. Als u die zegen niet wilt, dan moet u dat eerlijk zeggen.
Dan moet u zeggen: Ik blijf liever onder de vloek en de toorn van de Almachtige. Dat is, helaas, ons bestaan.
Voor wie is het dan? Voor hen, die komen en zeggen: Heere, ik heb de dood, het oordeel, de vloek verdiend. Maar ik zoek de zegen alleen bij U, o Bron van troost en licht. En die krijgen de zegen. Omdat ze de Heere zo liefhebben? Nee, omdat Hij hen liefheeft.
De Heere uw God heeft de vloek in een zegen veranderd, zegt Mozes, omdat de Heere uw God u liefhad.
Liefde, dat weten we allemaal, laat zich niet verklaren. Waarom houdt die vader zo van dat kind, dat hem voortdurend op het hart trapt? Waarom houdt die jongen zoveel van dat meisje, in wie een ander niets ziet? Dat is liefde, onverklaarbaar.
Zo heeft de Heere Israël lief. Niet omdat dat volk zo lief is. Maar om Hemzelf. Om Zijns Naams wil.
Daar moeten we maar niet over redeneren. Daar kunnen we ons alleen maar over verwonderen. Heere, Gij - mij liefgehad? Hoe is het mogelijk?
De dood verdiend en het leven gekregen. De vloek verdiend en de zegen ontvangen. En iedere keer opnieuw de dood waardig en de vloek waardig. Zou ik nu nog, met alle zegeningen die ik ontvangen heb, onder vloek en toorn moeten vergaan? Dan was het eeuwig rechtvaardig. Nee, zegt de Heere, dat kan niet meer, want Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's