De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vergeet het niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vergeet het niet

6 minuten leestijd

Gedenkt wat Amelek u gedaan heeft op de weg, toen gij uit Egypte uittoogt... ... dat gij de gedachtenis van Amelek van onder de hemel zult uitdelgen vergeet het niet! Deut. 25 : 17, 19b.

Amelek! Hij is een kleinzoon van Ezau, Jacobs broer. Tegen Ezau heeft de oude vader Izak gezegd: Op uw zwaard zult gij leven. Nu, dat is wel gebleken in het nageslacht van Ezau. De Amelekieten hadden nooit een vaste woon-of verblijfplaats. Altijd zwierven ze rond, levend van de roof.

Maar Amelek blijft een broedervolk. Evenals Israël voortgekomen uit het geslacht van Abraham. Het kan dus weten dat Israël een bijzonder volk is. Een volk waaraan de Heere rijke beloften heeft geschonken.

Ondanks dat doet Amelek een aanval op Israël. Vlak na de uittocht uit Egypte. Een laffe, onverhoedse aanval. Het treft Israël in de staart, in de achterhoede, waar de weerlozen zijn: de bejaarden, de zieken, de vrouwen en de kinderen.

Een laaghartige aanval, maar vooral: een goddeloze aanval! Een aanval op het uitverkoren volk. Dat zegt Mozes met nadruk: en hij vreesde God niet. De God Die Zijn Naam met dit volk verbonden heeft. De God Die door een sterke hand en een uitgestrekte arm dit volk uitgeleid heeft. De God Die uit dit volk de Messias zal doen voortkomen. Daarmee heeft Amelek zich geschaard onder de vijanden van de Heere en Zijn Gezalfde.

Vergeet dat niet. Mijn volk, zegt de Heere jaren later. Gedenkt wat Amelek u gedaan heeft op de weg...

Gedenkt! Dat zegt de Heere ook tegen ons. Wij gedenken dezer dagen de Reformatie. De Heere heeft Zijn Kerk uit het diensthuis verlost. Om Hem te dienen in vrijheid, naar Zijn Woord. Maar nauwelijks uit het diensthuis verlost werd die Kerk aangevallen. Kwam de inquisitie op gang. Werden de brandstapels opgericht. Werden onschuldigen die geen andere begeerte hadden dan de Heere naar Zijn Woord te dienen, vermoord.

Moeten we dat nog ophalen, na vier eeuwen? Doen we dat om het anti-papisme te voeden? Nee, maar de Heere zegt: Vergeet het niet! Maar denk dan niet alléén aan Rome. Want - heeft Maarten Luther gezegd- ons eigen vlees is zo vroom, dat hangt zo graag de monnikspij om. Uit het diensthuis uitgeleid, nauwelijks in de woestijn, krijgen we de strijd met Amelek. Het broedervolk. Mag ik het zó zeggen: ons eigen vlees, dat zich tegen de Heere verheft. Die vijand zal ons niet met rust laten zolang we dwalen door deze woestijn. En Amelek valt altijd aan wanneer we er het minst op verdacht zijn. Het richt zich op het zwakke en het weerloze.

Een altoosdurende strijd. Amelek zal aanvallen tot het einde toe. En de oorlogen des Heeren zullen tegen Amelek zijn, van geslacht tot geslacht. Of - laat Paulus het zeggen - het vlees begeert tegen de Geest en de Geest begeert tegen het vlees en die beide staan tegenover elkander.

Hoe krijgen we Amelek eronder? Met de hand op de troon. U weet hoe het gegaan is, toen in de woestijn. Mozes heeft, tijdens de strijd tegen Amelek, zijn staf opgeheven naar de hemel. Zijn handen worden ondersteund door Aaron en Hur. De strijd wordt gevoerd in de woestijn, maar uitgevochten op de top van de heuvel. Dat heeft de Heere letterlijk gezegd: de hand op de troon des Heeren.

Wat een wonder, dat een zondig mens zijn vuile, onreine handen mag leggen op de troon. De Heere mag herinneren aan Zijn eigen Woord. Want die staf is het teken van Gods trouw over Zijn volk. Dat kan alleen maar doordat er een Lam is in het midden van de troon.

Een barmhartige Hogepriester Die gezegd heeft dat we met vrijmoedigheid zullen toegaan tot de troon der genade om geholpen te worden ter bekwamer tijd. In Hem zijn we meer dan overwinnaars.

Dat is ook gebeurd in de dagen van de Reformatie. Toen heeft het volk dat uit het diensthuis was uitgeleid en door Amelek werd aangevallen, de hand op de troon gelegd. En de kracht van het gebed was groter dan de macht van de onderdrukkers. Anders was de Reformatie gesmoord in een zee van bloed en tranen. 

Maar de strijd tegen Amelek blijft, tot het einde toe. De Heere heeft al tegen Mozes gezegd, vlak na de overwinning: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek en leg het in de oren van Jozua, de zoon van Nun, dat Ik de gedachtenis van Amelek geheel zal uitdelgen van onder de hemel.

En nu, voordat Mozes gaat sterven, moet hij het nóg een keer tegen Israël zeggen: Vergeet het niet. Waarom legt de Heere daar zo'n nadruk op, dat het volk ernst zal maken met deze opdracht? Omdat dit volk zo op z'n rust, op z'n gemak gesteld is.

Dat hebben we ook gezien in de dagen van de Reformatie. De vervolging hield op. De kerk was van dwalingen gezuiverd. Een vervolgde kerk was een heersende kerk geworden. Toen kwam er een periode van rust, die gevaarlijk werd voor de kerk. Want Amelek zat niet stil. En toen zijn de mannen van de Nadere Reformatie opgestaan om kerk en volk eraan te herinneren dat de kerk een strijdende kerk blijft. Dat een kerk die gereformeerd is telkens weer gereformeerd moet wórden.

U denkt toch niet dat u de vijanden eronder hebt? Voor u er erg in hebt slaat Amelek toe! Vergeet het niet, dat we in hét strijdperk van dit leven zijn. Vergeet het niet, de volle wapenrusting Gods aan te trekken. Vergeet het niet, kracht voor de strijd te zoeken in het gebed. Vergeet het niet, te zien op Hem Die de Overwinnaar is in de strijd.

Is dat niet wraakzuchtig, de gedachtenis van Amelek uitroeien van onder de hemel? Nee, het is geen kwestie van persoonlijke wraakoefening. De Heere heeft een strijd met Amelek. Want Amelek verzet zich tegen Gods verkiezende liefde, tegen Gods reddende genade. En dat is het toppunt van de zonde: ongehoorzaamheid aan God, verzet tegen Gods genade. De ongerechdgheid doen is erg. Maar Gods gerechtigheid afwijzen is erger. En dat is het verzet van Amelek. Daarom ging het in de tijd van de Reformatie: om de genade Gods. En daarom gaat het nu nog. In de kerk en in ons eigen leven.

De vrije genade van God verdraagt zich niet met onze eigengerechtigheid. Anders is genade geen genade meer. En met ons verdorven vlees, dat niet van genade wil leven, komen we nooit tot een wapenstilstand, kunnen we nooit vrede sluiten.

Ziet toe, dat u het niet op een akkoordje gooit met Amelek. Het is de ondergang van koning Saul geworden dat hij geen ernst heeft gemaakt met Gods bevel om Amelek uit te roeien.

En kunt u Amelek niet de baas? Steekt hij iedere keer weer de kop op? Weet dan dat de Heere niet alleen gezegd heeft dat wij de gedachtenis van Amelek zullen uitroeien, maar ook dat Hij Zelf de gedachtenis van Amelek van onder de hemel zal uitdelgen.

Dan heeft Hij tegen óns gezegd: Vergeet het niet. Maar dan mogen we het ook tegen Hem zeggen: Heere, vergeet het niet, maar doe zoals Gij gesproken hebt.

 

Tot half november gelieve men zich voor dringende zaken betreffende ons blad te wenden tot drs. K. Exalto, Herv. Pastorie te Hasselt (Ov.), tel. 05209-1342. Berichten voor Kerknieuws e.d. kunnen gewoon naar Postbus 177 te Huizen worden gezonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vergeet het niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's