Ethisch reveil
1
Vreemde woorden in de titel van een referaat kunnen nog wel eens afschrikken. Maar er zal wel niemand zijn, die de woorden ethisch en reveil in gecombineerde vorm niet kent. Het is, sinds het tot een appellerend devies werd gemaakt in de recente verkiezingscampagne van het CDA, een begrip.
Ethisch is: wat met de ethiek te maken heeft. En de ethiek is de zedenleer, de leer die handelt over zedelijke begrippen en gedragingen, waarbij het woord zedelijk in de meest ruime betekenis van het woord dient te worden genomen, persoonlijk en maatschappelijk. Reveil is opwekking, herleving, ontwaken. Met ethisch reveil wil dus bedoeld zijn een zedelijke herleving, het ontwaken van een nieuw normbesef ten aanzien van het menselijk handelen en het menselijk gedrag.
Welnu, over dit thema willen we met elkaar nadenken. We verkennen eerst het terrein om daarna de vraag onder ogen te zien of we met het ethisch reveil, zoals het concreet is aangediend, op de goede weg zijn.
Van Agt
Bij de opening van de verkiezingscampagne presenteerde mr. A. A. van Agt het verkiezingsprogram van het CDA 'Niet bij brood alleen.' Hij zei toen: 'Het is een inspirerend program, doortrokken van de overtuiging, dat het niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats gaat om het verwerven van welvaart. Die welvaart moet naar rechtvaardigheid worden verdeeld. Maar dat is, hoe belangrijk ook, niet alles. Er zijn meer en andere waarden waaraan wij gestalte dienen te geven. De belangstelling daarvoor te verhevigen, sterker daarvoor mensen enthousiast te maken dat is ethisch reveil.' Ik citeer nu letterlijk:
‘Ontwaken is herleven, met nieuwe moed beginnen aan de eerste dag van de toekomst. Daarmee wil ik overigens niet uitspreken dat het verleden ons niets meer te bieden zou hebben. Zoals onze tijd mede gekenmerkt wordt door een overmaat aan bewondering voor wat jong en jeugdig is en een ondermaat aan waardering voor wie verkeren in de avond van het leven (als veertiger mag ik mij veroorloven hiervan melding te maken), zo ook treffen wij in onze tijd bij velen een geringschatting aan van wat ons door generaties vóór ons is aangereikt en de overspannen verwachting dat elke verandering een verbetering zal blijken. Dat is een scheve zienswijze. Beginselen, normen en instellingen zijn niet van onwaarde op de enkele grond dat wij deze niet hebben gevonden of gesticht, maar als erfgoed hebben verkregen. Het is onze blijvende opdracht te werken aan verbetering van de gemeenschap, binnen onze eigen grenzen en daar overheen. Wij behoren dat te doen met een open oog voor al hetgeen aan onze maatschappij mankeert, maar ook met eerbied voor geestelijke erfgoederen die in de tijden vóór ons zijn gevormd. Het apostelwoord 'Onderzoekt alles en behoudt het goede' dient ook onze opstelling tegenover de maatschappelijke problemen van vandaag te bepalen. Nood dient gelenigd en onrecht hersteld, maar er is anderzijds veel, waard behouden te blijven of in ere hersteld.'
Tot zover de heer van Agt. Hij werkte in genoemde toespraak één en ander uit met betrekking tot de eerbied van wat God ons heeft toevertrouwd, voor de schepping die ons in beheer is gegeven, in het bijzonder voor 'de waardigheid van de mens'. Daarom dient ook het leven beschermd te worden, 'ook het wordende, ook het door de naderende dood ogenschijnlijk ontluisterde.'
Ik kan niet nalaten óók te vermelden, dat de heer van Agt hier dan ook wijst op het feit dat de commercie zich van de sport heeft meester gemaakt. Letterlijk zegt hij: 'Dat voetballers worden verkocht is, al hebben zij er zelf vaak profijt van, eigenlijk een walgelijke vertoning en hetzelfde geldt voor de wijze waarop beroepsrenners worden gebruikt als werktuigen van sales promotion. Het (verkoop bevordering) zal u niet verbazen als ik, in het licht van wat van Agt hier terecht over dit element in de huidige sportverdwazing noemt, de vraag stel wat de motieven dan wel waren waarom de heer van Agt meende in juli van dit jaar een zondag te moeten meetrekken met de karavaan van de Tour de France. Was de natuur hier sterker dan de leer? In ieder geval, terzake van het zonodige ethische reveil was er hier een grens aan mijn begrip.
Maar ik vervolg verder eerst het betoog van de heer van Agt. Na gezegd te hebben, dat de overheid een ethisch reveil niet kan bewerkstelligen, maar wel bevorderen, met name door het hanteren van het instrument van de subsidie (waarvan acte, v. d. G.), spreekt hij over de zorg voor de 'kwaliteit van het bestaan, waartoe de eerbied voor de menselijke waardigheid dringt'. In dat verband vraagt hij aandacht voor het lenigen van 'de hemelschreiende nood in de landen van de Derde Wereld.', voor een eerlijke verdeling van de welvaart, voor de bestrijding van geestdodende arbeid voor velen, voor beteugeling van de speculatie in onroerend goed, voor de veiligheid van stad en dorp, voor de bescherming van huwelijk en gezin. Kortom met zijn vraag om een ethisch reveil had van Agt het brede terrein van menselijk leven op het oog. Toen lij de uitdrukking voor het eerst in de Tweede Kamer liet vallen-het was in het allereerste Tweede Kamerdebat over de abortusproblematiek, i.e. de Bloemenhove kliniek-was één en ander duidelijk toegespitst op de bescherming van het menselijke leven vóór de geboorte, menselijk leven vóór de geboorte. Maar ook toen zei hij al: 'Naar mijn overtuiging zal er een ethisch reveil moeten komen in de gehele samenleving en niet uitsluitend in de sector van de medici.'
Bijgaande treffen de lezers het eerste deel van de tekst van de lezing, gehouden op de toogdag van de Hervormde Mannenbond op zaterdag 22 oktober, over het Ethisch Reveil. In vier afleveringen wordt het geplaatst. De lezing is ook uitgegeven, samen met die van ds. H. Visser, getiteld, : Geloofsleven naar de Schriften, (een diepgraven, indringend referaat, bij drukkerij J. Bout, Ceintuurbaan 32 - 34, te Huizen (N.-H.).
Spraakverwarring
Na het introduceren van het begrip ethisch reveil is er overigens zó verschillend over gesproken, dat terecht een kop in een van de bladen luidde: 'Spraakverwarring over het ethisch reveil is compleet.' In dat artikel stond intussen, dat mensen als Dolf Coppes, gewezen priester. Tweede Kamerlid voor de P.P.R., het diepste wantrouwen koesterden, dat van Agt zijn kans schoon zag om met het ethisch reveil de sociaal economische problematiek te ontwijken en 'in te spelen op kleinburgerlijk fatsoensbegrip en vreesachtig denken over sexualiteit en gezinsleven.' Reden, waarom - aldus het bewuste artikel - allerlei adviseurs van Agt nadrukkelijk hebben voorgehouden, dat al te nadrukkelijke verhalen tegen vercommercialisering van abortus en pornografie, de aandacht van zijn gehoor zouden afleiden van onderdelen van het beleid, die in een wat ruimer verband met geloof en zeden plegen te worden gebracht, zeg van het sociale vraagstuk.
De nadruk, die daarna op louter het sociale vraagstuk is gaan vallen, drong de totaliteit, die Van Agt op het oog had, naar achter.
Toch noopt het vaak felle verzet van links mij tot een eerste positieve beoordeling. Het is in elk geval positief te waarderen, dat van Agt de noodzaak van een ethisch reveil heeft gesteld en dat hij uitdrukkelijk aandacht heeft gevraagd voor normbesef bij het handelen, zowel terzake van het omgaan met menselijk leven, in eerbied voor dat leven, alsook inzake de bredere samenlevingsvragen, in de sociale kwestie. Ik heb er behoefte aan hier uit te spreken, dat - welke bezwaren men verder ook mag hebben tegen de invulling van het beoogde ethisch reveil (dat komt in het vervolg aan de orde) - het wél de heer van Agt is geweest, die de geweldige klappen van links heeft moeten opvangen. In dat opzicht had hij en heeft hij op zijn post van minster van justitie recht op meeleven en sympathie. Als geen ander heeft hij op de tocht gestaan in de storm, die ontketend werd en wordt van linkse rakkers, wier razernij geen grenzen kende en die p\k ethisch normbesef met voeten traden. De wijze, waarop de zogeheten 'rode vrouwen' over het wonder van ontkiemend leven spraken, deed ons soms verbijsterd vragen of hier vrouwen aan het woord waren. Feit is, dat de heer van Agt van deze razernij het mikpunt was. Ik las ergens: 'Kiezen voor van Agt is kiezen voor de geregelde kerkgang, het gebed aan tafel en strenge zeden.' Deze voorstelling van zaken op zich al behoeft geen verdere verduidelijking door te citeren wat daarop volgde. Het geestelijk terrorisme van Vrij Nederland , de VPRO, maar niet alleen van deze extreem reactionaire media, kwam los over ieder, die nog fatsoen, orde, recht en goede zede wilde bewaren. In dat geestelijk of liever geesteloos geweld was de heer van Agt een soms eenzaam representant van een christelijk cultuurpatroon dat, als God het niet verhoedt, op de laatste benen staat te wankelen.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's