De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over een komma en nog wat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over een komma en nog wat

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

5

De aard van Christus Koningschap. Welk een koning is Christus! Hij oefent Zijn regering uit met macht, met macht in de hemel en op de aarde. Met macht over geheel de wereld en over... de satan. Met macht over Israël en de volken. Met macht over de heidenen zelfs als Zijn erfdeel. Maar Hij oefent Zijn regering ook uit in genade. Daarom valt er ook zoveel nadruk op Hem als het hoofd der gemeente. Hij vergadert Zijn volk niet door geweld en onderdrukking maar liefelijk doch krachtdadig door Zijn Woord en Geest. Hij beschut Zijn kinderen voor en in allerlei gevaren. Hij bewaart hen bij de aangebrachte verlossing. Hij staat voor al Zijn onderdanen in met Zijn eigen leven!

Gevolg van de belijdenis van Christus Koningschap

Het Koningschap van de Heere Jezus over Zijn gemeente, geestelijk en eeuwig, brengt met zich mee, dat bij de reformatie ook gebroken werd met de rooms-katholieke kerkregering. De Heere vergadert en behoudt Zijn gemeente via de prediking, de werking des Geestes, de ambtelijke bediening en genademiddelen. Zoals het Hoofd aan de leden voorafgaat, gaat ook de heilige kerk over gans de wereld verspreid vooraf aan de bijzondere of particuliere kerk in de gemeente. Met de belijdenis van Christus koningschap hangt ook samen het vurig pleidooi voor een presbyteriale ordening der kerk in haar regering op aarde. Zonder hier breedvoerig op in te gaan, moeten we stellen, dat de ordening van de kerk in 1816 in de reglementenbundel een aanslag op en verloochening van het koningschap van de Heere Jezus over Zijn Kerk betekende terwijl de nieuwe kerkorde van 1951 helaas niet presbyteriaal, maar presbyteriaal-synodaal te noemen is. Vanuit dit principiële gezichtspunt is ook verklaarbaar het verzet van het toenmalig hoofdbestuur van de Geref. Bond tegen de invoering der nieuwe kerkorde, waarvan niet die heilzame gevolgen mochten worden verwacht, die nodig waren tot het herstel van de kerk, in de gehoorzaamheid aan het Woord Gods en in overeenstemming en de gemeenschap met de belijdenis der vaderen. De uitkomst heeft, dacht ik, de bezwaarden in het gelijk gesteld.

De vraag der handoplegging

Zoals ik beloofde, moet nu ook nog de handoplegging ter sprake komen. Zoals u weet, wordt de dienaren des Woords, die voor de eerste keer als predikant tot het dienstwerk worden ingeleid de handen opgelegd. Altijd weer een plechtig ogenblik, wanneer de dienaar nederknielt en de oplegging der handen geschiedt met zegenspreuken uit de Schrift, vanuit een grotere of kleinere kring van dienaren des Woord om de geknielde dienaar heengeschaard. Veel kunnen we in de Schrift lezen over de handoplegging, reeds onder Israël, bij zegening offerande, beschuldiging, wijding der Levieten, ambtsaanvaarding, ter genezing, zoals de Heere Jezus deed, ter zegening bij de hemelvaart, en meer van deze gelegenheden. Opmerkelijk is, dat we niet van handoplegging lezen bij de uitzending der apostelen. Ook niet later in Handelingen, bij de aanstelling en verkiezing van Matthias, Barnabas, Silas, enzovoort. Wel in Handelingen 13 is er sprake van, maar niet bij de ordening, wel bij de uitzending van Paulus en Barnabas, die dus al in de ambtelijke bediening stonden. Dit gebruik ging later in de oud-christelijke kerk over, ook bij de ordening van ambtsdragers, op de bisschop. Gevaarlijk werd het toen deze handoplegging langzamerhand als een soort sacrament werd gezien, zoals ook de andere sacramenten in de roomse kerk, werkend vanzelf 'ex opere operato'. Vooral in de kerken der reformatie naar de hervorming van Calvijn werd de handoplegging niet als noodzakelijk gezien, omdat een direkt bevel van de Heere Jezus als Koning der kerk ontbreekt. Toch bleef deze in zwang als eerbiedwaardige verklaring voor God en Zijn gemeente van wettige beroeping en zending tot de heilige dienst.

Calvijn acht echter de handoplegging, in ge­ bruik bij de apostelen, nauwkeurig waargenomen, een gebod voor ons bij de ordening tot de ambtelijke bediening. En dan is de volgende zin veelzeggend 'tenslotte moeten wij ook dit weten, dat niet de ganse menigte haar dienaars de handen heeft opgelegd. Maar alleen de herders'.

Deze zin zou dan ook de ordening alleen toebetrouwen aan de dienaren des Woords. Dat ook ouderlingen aan deze plechtigheid deelnemen zou dan onjuist zijn. Het gevaar is groot, dat men mooi, 'dierbaar', gepast vindt, wat niet zo dierbaar is naar de Schrift. De waarschuwing, onlangs door prof. Van Itterzon toegediend in deze, lijkt me dan ook volkomen op haar plaats en wel in acht te nemen. In elk geval is deze geheel in de lijn van wat de grote hervormer in zijn bekende Institutie opmerkt, alle kwade praktijken van Rome verwerpend, die echter... niet zo maar uit de lucht zijn komen vallen, maar een lange voorgeschiedenis hebben gehad, waarbij het in het begin niet zo erg leek als het wel geworden is. en eenvoud verdienen onder ons in de echt gereformeerde traditie hun plaats, alle opsiering, gewichtigdoenerij en familiariteit worde geweerd en vermeden.

K.a. Z.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Over een komma en nog wat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's