De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Reformatieherdenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reformatieherdenking

Bekeert u... (Luthers eerste stelling)

8 minuten leestijd

460 Jaar geleden. 31 Oktober is het 460 jaar geleden dat Luther zijn 95 stellingen sloeg aan de deur van de slotkerk te Wittenberg. De betekenis van deze simpele daad is niet beperkt gebleven tot de 16e en eventueel de 17e eeuw, zij reikt over de eeuwen heen, tot in onze tijd toe.

Dat is aantoonbaar op allerlei gebied. Op het brede terrein van kunst en cultuur, van politiek en maatschappelijk leven, maar ook, en vooral op het smallere terrein van kerk en geestelijk leven.

Nog altijd is het kerkelijke leven in onderscheiden delen van de wereld, en vooral in West-Europa, min of meer gestempeld door de Reformatie. Men kan met recht betreuren dat dit veel minder het geval is dan in voorafgaande eeuwen, maar dat neemt het feit zelf niet weg. De invloed van de Reformatie is in de kerken nog altijd aanwezig.

Minder gemakkelijk aantoonbaar maar toch niet te betwijfelen is de invloed der Reformatie in het geestelijke leven van talloze christenen. Men gaat er iets van vermoeden als men iemand die bewust een reformatorisch christen wil zijn, zet naast iemand die een trouw en meelevend lid is van de rooms-katholieke kerk. Welk een verschil tussen die beide. In hun belijden en beleven, in hun kerkgang en in hun persoonlijk dienen van God. Er mag tussen hen beide één of ander gemeenschappelijk zijn, veel opvallender is al hetgeen dat hen beide van elkaar onderscheidt.

De historische wortel daarvan ligt in de bovenvermelde eenvoudige geloofsdaad van Luther, nu 460 jaar geleden.

Om daar iets van aan het licht te brengen willen wij in dit artikel ons wat nader verdiepen in Luthers eerste stelling uit de reeks van de 95 stellingen waar het hier over gaat.

Eerste stelling

De eerste stelling luidde: 'Wanneer onze Heere en Meester Jezus Christus zegt: Doet boete..., dan bedoelt Hij dat het hele leven van Zijn gelovigen op aarde één gedurige boetedoening moet zijn.'

In deze stelling zinspeelt Luther op wat wij lezen in Mattheus 4:17: Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: bekeert u want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen'.

De woorden 'bekeert u' vertaalt Luther met 'tut Busze', doet boete. Deze vertaling bood hem gelegenheid de bijbelse leer van de boete te stellen tegenover de roomse leer van de boete.

Maar dat is toch niet Luthers enigste en voornaamste bedoeling geweest. Zijn 95 stellingen, en dus ook deze stelling, waren evenzeer positief als negatief gericht. Luther heeft niet alleen gewild de roomse dwaalleer te bestrijden maar ook de zuivere leer en haar praktijk aan het licht te brengen. Hij heeft niet volstaan met te zeggen wat de 'boete' niét is, maar heeft wel degelijk ook aangetoond wat de 'boete' wèl is.

Dat laatste zit al in die eerste stelling zelf, waarin hij immers poneert dat het hele leven der gelovigen op aarde één gedurige boetedoening moet zijn.

Christenen, zo heeft Luther willen zeggen, komen daar nooit boven uit. Nimmer bereiken zij een zodanige graad of maat van heiligheid dat zij niet meer voor God zich zouden behoeven te vernederen.

Rome hield het bereiken van de volmaaktheid niet voor onmogelijk. Wie zich uit de wereld terugtrok kon, volgens Rome, het zover brengen in het doden van de oude natuur dat hij tot de 'heiligen' ging behoren.

Luther had het onmogelijke daarvan ondervonden. Met al wat hij met inspanning van eigen krachten gedaan had was hij nooit verder gekomen dan altijd weer met schuldbeladen tot zijn biechtvader te gaan.

God had dermate zijn geweten ópen gehouden dat hij nimmer rust had kunnen vinden in de gedachte het volmaakte bereikt te hebben. Het streven daarnaar had hij opgegeven, dankzij het licht van het Evangelie dat in zijn duister hart geschenen had.

Hij had er nu 'vrede' mee dat zijn leven niet anders zou kunnen zijn dan één gedurige boetedoening.

Sinds Luther is deze visie op het christenleven erfgoed geworden in het reformatorisch kerkelijke leven.

Eerste Resolutie

Een nadere explicatie van zijn eerste stelling heeft Luther zelf ons geboden in een geschrift dat hij kort na het aanslaan van zijn stellingen het licht deed zien, en waaruit wij nu het één en ander citeren willen. Het geschrift wat wij beogen heet: Resoluties of verklaring en bewijs van de stellingen over de kracht der aflaten. Het verscheen in augustus 1518.

Luther zelf maakt hier, in dit geschrift, drie opmerkingen ofwel kanttekeningen bij zijn eerste stelling, waarvan wij de tekst hierboven lieten afdrukken. Zij zijn belangrijk genoeg, deze drie opmerkingen, om ze hier weer te geven.

Eerste opmerking. Het Griekse woord 'metanoite' , aldus Luther, betekent 'doet boete'. De betekenis ervan is: je moet anders gezind worden, ge moet wijs worden, ge moet van uw oude mening afstand doen, ge moet innerlijk veranderen, hemels gezind worden, gij die eertijds zo aardsgezind waart. En dan herinnert Luther aan Rom. 12 : 2: wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds. Door dit wijs en verstandig worden, zo vervolgt Luther, komt het ervan, dat de zondaar in zichzelf inkeert en zijn zonden gaat haten. Welnu, deze metanoia, dit wijs worden, deze zelfverfoeiing dienen er te zijn gedurende het gehele leven, want er staat geschreven: Die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven'(Joh. 12 : 25), en elders 'Wie zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mijns niet waardig' (Matth. 10 : 38). Ook staat er: Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden' (Matth. 5:4). En Paulus beveelt op verschillende plaatsen in zijn brieven het vlees te kruisigen en de leden die op aarde zijn te doden, of het vlees te kruisigen met al zijn lusten en begeerlijkheden.

Tweede opmerking. Aangezien Christus een Leraar des Geestes en niet der letter is en aangezien Zijn Woorden 'geest en leven zijn' (Joh. 6 : 63) moet Hij wel zulk een boete leren die zich voltrekt in geest en waarheid, en dus niet zulk één die uiterlijk ook door de meest hoogmoedige huichelaren gepresteerd kan worden, die bij het vasten hun aangezichten mismaken (Matth. 6 : 16), op de hoeken der straten staan te bidden en het voor zich laten uitbazuinen wanneer zij een aalmoes geven (Matth. 6 : 2 en 5). Zulk een boete zeg ik, moet Christus leren die men in alle levensstanden ten uitvoer kan brengen, die de koning in zijn purper gewaad, de priester in zijn rok, de vorst in al zijn heerlijkheid niet minder beoefenen kan dan de monnik die zich houdt aan de voorschriften van zijn orde en de bedelaar in zijn armoede. Christus' leer moet geschikt zijn voor alle mensen, dat wil zeggen voor mensen in alle standen.

Derde opmerking. Wij bidden en móeten ook bidden in heel ons leven: Vergeef ons onze schulden. Hieruit volgt dat wij gedurende heel ons leven boete moeten doen en onszelf moeten mishagen. De zonde die de oorzaak is waarom ons deze bede bevolen is, is een werkelijkheid en is een niet gering te achten schuld. Wij kunnen niet zalig worden als zij ons niet vergeven wordt.

Conclusie

Laten wij deze opmerkingen van Luther even op ons inwerken dan komen wij tot de volgende slotsom.

De boete, het berouw, de bekering-, al deze drie woorden mogen hier gebruikt worden, is bij Luther in de eerste plaats een innerlijke zaak, en is bij hem in de tweede plaats een zaak die levenslang duurt.

Wars is Luther geweest van al het ostentatieve, het laten blijken, nl. om er eer mee te oogsten van wat Gods genade in ons werkt. Hij zag er farizeïsme in. De ware religie is niet schetterig, is niet opdringerig, bemint meer het verborgene dan het openbare. Met berouw en bekering mag men niet te koop lopen. Onze God is een God die in het verborgene ziet.

Deze ware religie is ook niet gebonden aan een bepaalde stand of positie in het sociale leven. Zij is niet beroepsmatig. Of men koning is of bedelaar, dominee of huisvrouw, dat mag geen verschil uitmaken. Wie eisen stelt die alleen maar door religieuze 'vrijgestelden' kunnen worden volbracht zit er naast. Wat God eist ligt, in deze zin, binnen het bereik van allen. Ook een koning in purper gekleed kan toch wel een boeteling zijn, en een huisvrouw die druk is in haar gezin kan toch wel de metanoia, de zinsverandering, de kennis van zichzelf, en het verfoeien van zichzelf beoefenen. Boete en bekering zijn ook een zaak van heel het leven, zegt Luther. De bekering is nooit af. Men kan niet op zijn bekering gaan zitten rusten. Zij is blijvende opdracht. Zomin 'de bede: vergeef ons onze schulden, ooit mag ophouden, evenmin het berouw, de bekering. Bekering is bij Luther nooit een gepasseerde zaak, zij ligt over heel het christenleven uitgespreid. Anders komt men toch weer in het roomse en farizeese vaarwater. Alleen dan komt God aan zijn eer als ik immer van zijn genade wil leven. Wij komen nooit verder dan het arme zondaar zijn. Maar voor zulke zondaren is er nu ook de troost der vergeving. Reeds in Luthers eerste stelling ging het uiteindelijk om deze troost. Hiermee heeft hij het reformatorisch geloofsleven voorgoed gestempeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Reformatieherdenking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's