De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De aanspraak van de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De aanspraak van de gemeente

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

1

Een vraag uit de praktijk. Zoals ik u had beloofd, komt nu de vraag aan de orde hoe de gemeente in de prediking moet worden aangesproken. Dat is maar geen theoretische vraag. Deze rubriek is bij uitstek gericht op het pastoraat in de praktijk om een stukje zielszorg te mogen oefenen. Het blijkt, dat er aan de ene kant lezers zijn, die daaraan behoefte hebben en ook wat mogen hebben aan wat ze in deze rubriek lezen. Maar aan de andere kant vergeten we ook wel eens de zielszorgers zelf. Zijn dominees, ouderlingen en diakenen vaak ook niet eenzame mensen? Hebben wij geen behoefte aan aandacht, zorg en gebed van u? Soms ook hebben we ons gezamelijk te bezinnen op bepaalde vragen. En ik dacht, dat deze vraag er bij uitstek een was, die naar beide kanten toekomt. Het komt voor, dat mensen in de gemeenten een oordeel vellen over een dominee, die de gemeente op een bepaalde manier benoemt. Dan is de preek al weg, men luistert niet eens meer. En anderzijds blijkt ook, dat een predikant een visie op de gemeente heeft, die niet klopt met de werkelijkheid en, dat is veel erger, met wat de Schrift leert en de belijdenis van de kerk uitspreekt over de gemeente.

Als ik deze vraag, hoe we de gemeente moeten aanspreken en zien, stel ik duidelijk, dat ik zelf eerlijk, hardop met u over deze vraag en de beantwoording nadenk. Graag geef ik mijn mening voor beter en laat ik me uit de Schrift overtuigen, als ik bij het verkeerde eind mocht hebben.

Verschillende benoemingen

Wanneer een dominee voorgaat en aan de prediking begint, moet deze een adres hebben. Ik doe er niet mijn best voor te pogen volledig te zijn in de weergave van de betitelingen. Maar zo in de loop der jaren en uit eigen ervaring kom ik tegen, dat zij, die onder het Woord komen, aangesproken worden als: 'gemeente, gemeente des Heeren, gemeente van onze Heere Jezus Christus, broeders en zusters, (mijne toe)hoorders, geliefden, lieve vrienden, en ik hoorde als gymnasiast wijlen prof. De Vrijer eens een preek beginnen met 'lieve mensen'. U ziet daar is nogal wat verscheidenheid. Ik zou niet willen zeggen, dat er achter al deze benamingen telkens een andere theologie of visie op de gemeente schuil gaat, maar we zijn wel in heel verschillend klimaat vaak. Wellicht vergeet ik nog de aanspraak 'mijn medereizigers naar een allesbeslissende eeuwigheid', die me ook nog te binnen komt.

Voor wie staan we?

Ik meen te mogen zeggen, dat we bij de Woordbediening staan voor het aangezicht Gods allereerst. Nooit vergeet ik de indringende woorden van wijlen ds. Boer, 'dat de bediening der verzoening geschiedt voor de rechterstoel van Christus'. Dat is even gewichtig! Nooit kunnen we dat teveel bedenken. Rekenschap afleggen van elk woord dat op de kansel werd gesproken waarmee we de gemeente heenzonden. Maar voor wie staan we menselijkerwijze gesproken? Voor mij zelf, en nu denk ik weer even hardop, zomaar, maakt het wel verschil uit, of ik het Woord bedien voor een geordende gemeente dan wel bij voorbeeld voor een evangelisatie of een mannenvereniging, die door de week diensten belegt. Mij is bekend van ambtsbroeders dat zij in de twee laatstgenoemde gevallen bij voorbeeld nimmer de zegengroet uitspreken aan het begin en de zegenbede aan het einde opleggen, evenmin, dat zij de geloofsbelijdenis, de twaalf artikelen uitspreken. En zij doen dat konsekwent. Dat is niet maar een formalistische handelwijze, maar het hangt ten nauwste samen met de vraag: voor wie staan we? Is hier werkelijk sprake van een gemeente? Het zal u duidelijk zijn, dat het hier niet gaat om de plaats als zodanig, dus, zijn we in een echt kerkgebouw aanwezig? Zo hoogkerkelijk zijn we niet, dat alles maar kan en goed is, als het maar een samenkomen in het kerkgebouw betreft. Wel heeft de Geref. Bond landelijk en plaatselijk altijd naar haar diepste bedoeling geijverd voor een plaats voor de Hervormd-Geref.-prediking in het midden der gemeente, met alle pijn en moeite, met alle lijden daarbij ook aan de kerk. Zo konsekwent als collega's handelen met zegengroet, geloofsbelijdenis, zegenbede handelen zij ook met 'de ambtskleding', in gemeenten in toga, in evangelisaties in het zwarte pak of het jacquet.

Niet allen zullen zo de lijn trekken, maar ik weet, dat veel ambtsbroeders deze gewoonte wel hebben. En ik moet zeggen dat ook zelf te doen. Daarbij is dus de vraag: heb ik te doen met een werkelijke gemeente of met een vereniging, in welke vorm dan ook. Als ik de toga ambtskleding tussen aanhalingstekens noem, begrijpt u dat, hoop ik, het is het kleed, dat bij de universitaire vorming hoort en geen voorgeschreven kerkelijk gewaad. Een vraag, die nu komen moet, is: maar wanneer is dan van werkelijke gemeente sprake? Daarover de volgende keer dan graag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De aanspraak van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's