De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op zoek naar een christelijke identiteit in de maatschappelijke dienstverlening

Bekijk het origineel

Op zoek naar een christelijke identiteit in de maatschappelijke dienstverlening

6 minuten leestijd

5

De instellingen voor maatschappelijke dienstverlening kennen overwegend een organisatiemodel dat loopt van bestuur (b.v. afgevaardigden uit diakonieën) naar uitvoering: direktie, staf, kader, uitvoerende krachten.

Juist in de welzijnswereld is er op het gebied van de organisatie nogal wat beweging. Vaak zit er een spanning tussen de opvattingen van de beroepskracht en zijn verantwoordelijkheid tegenover de verantwoordelijkheid van de instelling.

Dit heeft in veel instellingen geleid tot demokratiseringsprocessen waarbij de zeggenschap over het te voeren beleid voor een groot deel in handen ligt van de uitvoerende krachten. Hierachter proeven wij een ideologie die zijn wortels vindt in de revolutie. Instellingen opgezet volgens dit demokratisch organisatiemodel rammelen dan ook nogal eens.

Organisatiestruktuur, rem of stimulans?

Dit wil niet zeggen dat het veel beter gaat in instellingen met een z.g. hiërarchische struktuur. In zo'n situatie liggen de posities ten aanzien van macht en gezag overduidelijk en dreigt evenzeer als bij de demokratische opzet toch het gevaar van eenzijdigheid, willekeur e.d. in het beleid. Wanneer wij er van overtuigd zijn dat ook ten aanzien van dit beleid de christelijke identiteit gestalte dient te krijgen, dan is bezinning op de organisatiestruktuur nodig. Hoe deze ook opgezet wordt, hetzij vertikaal, hetzij horizontaal, één ding is noodzakelijk: christelijk met elkaar omgaan. Dat houdt in dat men samen overtuigd is van het doel van de instelling en ook samen zoekt naar de wegen om dit doel te verwezenlijken. Het belangrijkste gegeven hierbij is 'openheid'. Openheid is iets anders dan demokratisering. Openheid heeft te maken met christelijke verantwoordelijkheid tegenover elkaar. Openheid betekent niet je eigen koninkrijkje bouwen maar juist het gezag, de mogelijkheden, de kennis van de ander erkennen. Openheid betekent ook datje elkaar kunt aanspreken op het Woord! Achter openheid liggen erkenning, liefde, verzoening. Wanneer deze basis aanwezig is, zal de instelling, hoe de organisatiestruktuur ook moge zijn, telkens weer kunnen putten uit haar grondslag. Openheid zal stimulerend werken tot christelijk dienstbetoon. Wanneer het 'goed' zit in de instelling, valt daar iets van waar te nemen in het werk.

Beleid en achterland

Voor zover we dat nu hebben gezien, blijkt het geen eenvoudige zaak te zijn om telkens weer terug te vallen op die christelijke grondslag. Het vraagt voortdurend heroriëntatie, zelfkritiek, luisteren, sturen en altijd maar weer oog hebben voor de naaste als schepsel Gods.

Maar wij weten uit Zijn heerlijk evangelie ook dat het de moeite waard is, dat het alles waard is om te dienen. Het gaat immers om de eer van die Schepper en het heil dat Hij wil bereiden.

Daarom is een zorgvuldig beleid in de christelijke instelling een absolute voorwaarde. Dat beleid zal altijd maar weer gericht dienen te zijn op het doel: de naaste dienen, helpen, mét hem zijn. En dat alleen vanuit de grondslag der gemeente, de dienst der dankbaarheid. Dat betekent dat het beleid uitgevoerd wordt met medewerkers die diezelfde intentie hebben. De personeelswerving richt zich daarom op de christelijke gemeente. De gemeente zelf zal de krachten moeten leveren om dit werk te kunnen doen. Wanneer men, hetzij door noodsituaties , hetzij door een zekere mate van onverschilligheid, hiervan afwijkt, is het gevolg dat de identiteit ondergraven wordt.

De instellingen voor maatschappelijke dienstverlening zijn de laatste jaren sterk gegroeid, o.m. door fusies. Daardoor zijn er 'bedrijven' ontstaan met honderden medewerkers, voornamelijk waar het gezinsverzorging en bejaardenhulp betreft. Vanzelfsprekend heeft dit geleid tot een zakelijke en soms burokratische benadering van het personeelsbeleid. Maar van de christelijke instelling zal op z'n minst ook verwacht mogen worden dat het een sociaal-verantwoord beleid is. Ook hier zal de Schrift moeten functioneren met liefde en gerechtigheid.

In 1976 schreef ik in de Waarheidsvriend enkele artikelen over de overheidsbemoeiing met de dienstverlening. Daarin kwam o.m. tot uiting dat het particuliere intiatief thans voor bijna 100% door de overheid gesubsidieerd wordt. Evenwel ook dat nu de overheid op allerlei manieren voorschriften invoert waardoor op de dienstverlening beknibbeld wordt. Evenwel ook dat nu de overheid op allerlei manieren voorschriften invoert waardoor op de dienstverlening beknibbeld wordt.

Zeker de instelling die wil werken vanuit een christelijke identiteit zal hierbij op haar qui vive moeten zijn. Nu komt het er op aan of zij haar doelstelling waar wil maken, of dat ze alleen maar een particulier verlengstuk van die overheid is. Dat kan betekenen dat, juist terwille van die christelijke identiteit, de gemeente weer diakonaal moet bijspringen. Ik denk hierbij aan de extra kosten die instellingen moeten maken wanneer zij willen overgaan tot christelijke vorming. Maar ook wanneer b.v. een extra maatschappelijk werker nodig is, terwijl de overheid weigert te subsidiëren. Op dit moment kampen reeds verschillende instellingen met deze problemen. Hoever is het met die vervreemding waarover we het in het begin van deze reeks hadden? Weet de diakonie van de behoefte van de instelling? Is er overleg?

Staat het bestuur van de instelling in voortdurende relatie met het achterland? Kortom is de gemeente van Christus op de hoogte van dit alles en is zij bereid nieuwe initiatieven tot dienstverlening te ontplooien?

Het beleid van de christelijke organisatie dient daarom ook gericht te zijn op haar achterland. Het achterland dient inzicht te verkrijgen, geactiveerd te worden.

De christelijke instelling zal dan ook verantwoording van haar werk aan dat achterland, aan de gemeente moeten afleggen. En wanneer dat niet, of niet voldoende gebeurt, dan zal dat achterland zélf die verantwoording moeten vragen. Want de uiteindelijke verantwoording voor de christelijke identiteit ligt bij de gemeente zelf. De gemeente zal dus mede de doelstelling en de grondslag van haar eigen (gedelegeerde) werk dienen te bewaken.

Bezinning

We hebben gepoogd te zoeken. Zoeken naar duidelijkheid. Zoeken naar iets wezenlijks, naar het christelijke. Al zoekende hebben we ook gevonden. Mogelijkheden ontdekt om het werk van de gemeente, de dienst aan de naaste, op een effektieve wijze toch werk van die gemeente te laten zijn. We weten echter dat, als we spreken over christelijke instellingen, deze er nog zijn, maar slechts in beperkte mate. Maar ook al zijn de instellingen voor maatschappelijke dienstverlening niet meer voorzien van de toevoeging 'christelijk' dan nog zal de gemeente van Christus daarin werkzaam kunnen zijn als een zoutend zout. Gemakkelijk is dat niet. De strijd zal zwaarder worden en daarmee de verantwoordelijkheid. En de tijd kan aanbreken dat wij ons ook daaruit moeten terugtrekken. Wat dan?

Dan geen diakonia meer? Geen dienst der barmhartigheid en der dankbaarheid meer? Bezinning is noodzakelijk. Nu! Onze opdracht blijft immers.

Tenslotte zijn er ook nog velen die op eenzame posten dit werk niet doen vanuit de kerk, maar zij weten zich persoonlijk geroepen tot deze dienst. Zij verrichten het niet in christelijke organisaties, maar staan midden in de zuigkracht van het welzijn. Laat het gebed van de gemeente zich ook hier op richten. Het gaat immers om het heil in onze Heere Jezus Christus.

En heil is meer, oneindig meer dan wat gesubsidieerd welzijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Op zoek naar een christelijke identiteit in de maatschappelijke dienstverlening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's