Ethisch reveil
Echt reveil? Toch rijst de vraag of dit ethisch reveil écht reveil zal zijn. Het diepst is deze vraag dunkt mij aangeboord door prof. dr. J. W. van Hulst (C.H.U.) bij de algemene politieke beschouwingen over de rijksbegroting op 23 november 1976 in de Eerste Kamer. De heer Vermeer (P.v.d.A.) verbond het ethisch reveil toen met het bekende Reveil in de vorige eeuw, beginnend om precies te zijn 150 jaar geleden, toen Isaac da Costa zijn 'Bezwaren tegen de geest der eeuw' publiceerde. Dat was - aldus Vermeer - 'een typisch op het verleden teruggrijpende beweging van restauratie en conversatisme'. Met andere woorden, daar zat niets progressiefs in, dat was zweren bij oude standpunten. Dat was een beweging van de-klok-terug. Van Hulst zei daarop echter, dat er in 1823 een duidelijke aanleiding voor da Costa was om zijn brochure Nederland in te slingeren. Men herdacht in Nederland namelijk uitvoerig de boekdrukkunst.
'Alles wat in Nederland zelfgenoegzaam, zelfvoldaan en de sociale situatie verheerlijkend was, had de handen ineengeslagen om dit feest te maken tot een halleluja op het nationaal conservatisme van de verlichting. Nederland stond er wat de feestviering betreft, heel goed voor. Wij hadden een gepatenteerde feestredenaar, namelijk Johannes Hendricus van der Palm en wij hadden een gepatenteerde nationale dichter, namelijk Hendrik Tollens. Van hem hebben wij nog de erfenis 'Wien Neer lands bloed', een bloedloos volkslied. Het is tekenend voor de situatie van toen, dat Nederland nota bene meende geen volkslied te hebben. Er werd toen een prijsvraag uitgeschreven om een volkslied. Tollens won de eerste prijs. Het toch nog altijd iets pittiger lied van Brand van Cabauw 'Wij leven vrij kreeg een tweede prijs'.
Men zat, zegt Van Hulst, genoeglijk bijeen in 'de knollentuin van de vaderlandse retoriek. Maar na da Costa's geschrift was het feest uit, definitief uit. Da Costa werd een gevaar geacht voor de Nederlandse staat en hij kreeg politiebewaking voor de deur'. Ik citeer verder prof. Van Hulst:
'Door het reveil is in gang gezet alles wat de overheid in de eerste helft van de 19e eeuw in sociaal opzicht volstrekt had laten liggen. De zorg voor de weeskinderen, de zorg voor de niet gehuwde moeders, aandacht voor de criminele jeugd. Ik denk aan de Heldringgestichten. Het is nu 100 jaar geleden, dat Heldring stierf. Ik denk ook aan de gestichten in Hoenderloo en Alphen ad Rijn.
Daarvoor zijn in die tijd miljoenen guldens door de reveilmensen geofferd, waarschijnlijk niet door de socialisten, zonder dat er één cent rijkssubsidie aan te pas kwam. Het gehele moderne buitengewoon lager onderwijs vindt zijn oorsprong in het werk van het Reveil. Het is dominee Van Koetsveld geweest die in Den Haag de eerste idiotenschool - zoals dat toendertijd heette - heeft gesticht zonder subsidie. Dominee Van den Berg volgde dit voorbeeld in Voorthuizen na'.
En tenslotte:
'Ik mag niet voorbijgaan aan de strijd die het reveil honderd jaar lang heeft gevoerd voor de rechten van de bijzondere school, een strijd voor fundamentele rechten die een eeuw lang als progressief heeft gegolden. Pas op het partijcongres van de SDAP in het begin van deze eeuw, ik meen in 1905, werd een resolutie aangenomen dat de bijzondere school precies dezelfde rechten moest hebben, ook wat de gelijkstelling betreft, als de openbare school. Dat was voor die tijd bij de SDAP een progressief standpunt. Men volgde daarin het reveil na, dat dit al 60 jaar lang had gedaan'.
Tot zover deze waardevolle historische uiteenzetting over het Reveil.
De conclusie van prof. Van Hulst is dan: 'wij willen ons daarom ook op dit reveil baseren; staande in het heden en gebogen over het verleden willen wij schouwen naar de toekomst. Maar juist in zo'n gecompliceerde stroming "als het reveil is stellig het een en ander en soms veel aan te wijzen dat wij niet zullen volgen'. Het derde reveil -aldus prof. Van Hulst- zijn wij, dat is: het CDA. Het eerste reveil was van da Costa, het tweede van Kuyper, het derde van het CDA. En hoe dan? 'Het betekent niet, dat wij de zedenmeester gaan uithangen over de naaste. 'Het betekent wel dat wij opnieuw aandacht en zorg geven voor het zwakke, het rechteloze, het geschondene in de samenleving'.
Ik teken hierbij aan, dat Van Hulst ook wel eenzijdig de sociale Kwestie als het eigenlijke van het Reveil benadrukt.
Discussie met drs. J. den Uyl
Ik mag u hier niet onthouden een interessant stukje kamerdebat tussen prof. Van Hulst en premier den Uyl. Den Uyl stelde namelijk enkele ontdekkende vragen. Na gezegd te hebben, dat het Reveil in de vorige eeuw nooit als een ethisch reveil is betiteld, vroeg hij of het in het Reveil van de vorige eeuw niet veel meer ging om een nieuwe vroomheidsbeleving, waaruit dan wel conclusies werden getrokken voor het maatschappelijk leven, maar waarin toch geen 'architectonische maatschappijkritiek' zat, zoals die bijvoorbeeld wel aanwezig was in de befaamde rede, die Kuyper hield op het eerste christelijk sociaal congres van 1892. Was het reveil niet allereerst een godsdienstig, theologisch, kerkelijk reveil, waaruit dan (slechts) maatschappelijke verplichtingen volgden voor de zwakke groepen in de samenleving. Den Uyl vroeg dan ook aan prof. Van Hulst hoe hij 't ethisch reveil nu politiek wilde vertalen; is het een beweging naar structurele hervorming van de maatschappij of is het een beweging, waarin de persoonlijke vroomheidsbeleving, 'van welke onuitspreekbare waarde dan ook', voorop staat? Historisch gesproken is er door deze twee stromingen immers voortdurend gepolariseerd?
Het antwoord van prof. Van Hulst was: de persoonlijke vroomheidsbeleving en het werkzaam zijn in alle christelijke en sociale arbeid zijn toch geen tegenstellingen? Ik denk dat dit antwoord juist is. Maar toch ligt hier dunkt me het spanningsveld. Want niet zodra krijgt het ethisch reveil een louter sociale vulling in de zin van architectonische maatschappijkritiek (en niet méér dan dat) of confessionelen en socialisten kunnen aardig met elkaar overweg. Maar niet zodra gaat het om de totale vulling van het ethisch reveil als een geheel van menselijke gedragingen, genormeerd aan het Woord van God, of socialisten en confessionelen liggen ver uit elkaar. Hier ligt het spanningsveld voor de waarlijk confessionele politiek.
Het Reveil
Ik wil dan nu ook graag enige aandacht geven aan het Reveil van de vorige eeuw. Toen da Costa zijn 'Bezwaren tegen de geest der eeuw' als het ware de Nederlandse kerk en samenleving inslingerde, sloeg het in als een bom. Het geschrift begint met een hoofdstuk over de godsdienst. Da Costa eindigt dit hoofdstuk met een appèl op, zoals hij zegt, 'de oprechte aanhangers van welke meer of min strenge Geloofsbelijdenis het dan ook wezen moge!' Hij zegt: 'Gij zult er tenslotte toe komen, gelijk zich deze eeuw voor al de gevoelens en al de wijsheid van onze voorouders, van onze Hervormers, vaa de apostelen zelf, ja van de Heere der hemelen schaamt, u met ons te schamen voor de eeuw, die zich zoveel aanmatigt en om met ons openlijk te verkondigen haar diepe verdorvenheid en haar verregaande dwaasheid'. Dan komt een hoofdstuk over de zedelijkheid. Van zijn tijd zegt da Costa dan al: 'Men ziet er de straten door de ongehoordste en duivelachtigste baldadigheden onveilig gemaakt, de kerken door het grauw op de afschuwelijkste wijze ontheiligd (...), men ziet alle uitwendige eerbied voor hetgeen de meest inwendige eerbied behoorde in te boezemen schaamteloos nagelaten en men ziet de sluier, waaronder men in vroeger dagen de ongebondenheid tenminste zocht te verbergen, zonder enige terughoudendheid voor de vertoning der verregaandste ontucht verscheurd en afgerukt'.
Vervolgens handelt da Costa over de ontkerstening in en door de kunst. Van de christelijk-geïnspireerde dichter zegt hij: 'zij zijn gloeiend van hemelse aanblazing'. Van de dichter, die zijn inspiratie put uit de geest van de Franse revolutie zegt hij: 'hij is (...) koud als de aarde, die haar Schepper verlaten heeft'. Moest de gelovige Vondel, zegt hij, niet geheel anders zingen dan de duivelse Voltaire, die er een eer in stelde een persoonlijke vijand van de gezegende Verlosser te zijn? Wie zegt dat, dat dit taal van 150 jaar geleden is? Levert onze tijd er óók niet in radicale zin van de voorbeelden van? Zei senator H. Algra enkele jaren geleden niet in de Eerste Kamer, dat veel van wat voor kunst doorgaat met faecaliën weij)en naar het kruis van Christus is? van de wetenschap zegt da Costa: 'Doch indien (...) het doel van elke wetenschap de verheffing van ons hart tot God en tot Zijn Waarheid wezen moet, o dan moeten wij ons schamen voor onze eeuw. Wat wetenschap heeft men niet trachten te misbruiken in deze' eeuw ter bestrijding van Gods Openbaring, Zijn geboden, Zijn bestaan'.
Taal van 150 jaar geleden, voor nu geschreven! Zou het ook de taal van het huidige ethisch reveil (kunnen) zijn? Terzake van de grondwettelijke regeringsvorm zegt da Costa:
'Maar wij Nederlanders! laten wij, wier erfgrond de Heere zo zichtbaar, van de begindagen der Reformatie af, heeft begenadigd, laten wij dankbaar zijn, laten wij wijzer zijn! Onze vrijheid zij de evangelische, niet de filosofische! Eerbiedigen en beminnen wij onze vorst, niet alsof zijn macht van ons maar omdat zij van de hemel is! Aan de Constitutie die hij ons heeft gegeven zijn wij, als aan een van soeverein uitgegaan reglement van regering gehoorzaamheid verschuldigd. Doch wachten wij ons haar te beschouwen als een verdrag, dat beide partijen verbindt en wederzijds aan elkaar verantwoordelijk maakt. Dit zou een oorlogsverklaring zijn tegen die God van wie alléén alle machten zijn! Ik mag het niet verzwijgen, ik houd mij ertoe verplicht om dit met mond en pen, waar het maar pas geeft, te verkondigen. De koning is aan de eed, door hem op de Constitutie gedaan, niet gehouden, zodra hij oordeelt (en over dit oordeel is hij voor zijn geweten alleen aansprakelijk) dat de intrekking ervan, hetzij geheel of ten dele, geëist wordt ter handhaving van zijn gezag als vader, van zijn waardigheid als vorst, van zijn verplichting als stedehouder Gods in de wereldlijke besturing van zijn onderdanen, en van zijn betrekking als christen-koning, die de Hervormde Geloofsbelijdenis, gelijk zijn voorzaten, geroepen is aan te kleven en te beschermen!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's