De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Terrorisme en democratie

De terreuracties in verschillende landen, met name in Duitsland alsmede de dood van enkele RAF-leiders hebben in de kerkelijke pers aanleiding gegeven tot verschillende beschouwingen. In Hervormd Nederland van 29 oktober geeft de heer J. Goossenen de opvatting weer van twee Leidse wetenschappers, een historicus en een 'sociologe. Zij onderscheicjen verschillende achtergronden van de terreurgroepen. Naar hun mening laat juist het verschijnsel van het terrorisme zien, hoe kwetsbaar de moderne maatschappij is. Terroristen kunnen zich immers meester maken van dezelfde wapens als waarmee de moderne maatschappij zich wapent. Prof, dr. K. Runia noemt in het Centraal Weekblad van 22 oktober terroristen parasieten:

Paradoxaal gezegd: dank zij de democratie kunnen ze hun vernietigend werk tegen de democratie doen. Onder een dictatuur zouden ze geen schijn van een kans hebben. Je hoort nooit van terroristen in Rusland, want daar worden ze onmiddellijk afgemaakt.

In een vrije democratie kunnen ze, dank zij die vrijheid, hun vernietigend werk doen. Want daar zijn ze alleen maar op uit: destructie van de democratie en van de vrijheid. Daarom zijn ze zo gevaarlijk en betekent elk toegeven van de kant van de autoriteiten in feite dat ze geholpen worden in hun destructief werk. Want ze komen terug met vernieuwde kracht en nog gevaarlijker dreigingen.

Ze zijn echter ook nog op een andere manier gevaarlijk, nl. doordat ze de democratie bijna dwingen om met gelijke munt terug te betalen. Ik ben zelf geschrokken van de gemakkelijkheid waarmee het duitse parlement de laatste weken allerlei beslissingen genomen heeft, waarbij aan de autoriteiten in bepaalde gevallen bijna onbeperkte macht werd gegeven. Als dat gebeurt, betekent dit een dergelijke felle reactie van de kant van de democrade dat deze haar eigen bestaan op het spel gaat zetten. Juist in Duitsland waar het fascisme nog verre van dood is en waar nog steeds vele ex-nazis hoge funkties bekleden in het politieke en maatschappelijke leven, is dit doods gevaarlijk. Het resultaat van dergelijke beslissingen mag wezen dat er straks een eind komt aan het terrorisme, maar het zou ook het einde van de democratie kunnen betekenen! En uiteindelijk zouden de terroristen toch nog hun doel bereikt hebben. De parasiet mag dan dood zijn, maar de boom zelf is intussen parasiet geworden.

De vraag naar de bestrijding wordt eveneens in meerdere artikelen gesteld. In Koers van 28 oktober schrijft de Apeldoornse hoogleraar, W. H. Velema, dat terroristen die zich niet ontzien hebben andere mensen te doden, de doodstraf verdienen. Omverwerping van de democratie eist de zwaarste straf van de zijde van de overheid. Dat kan geen andere zijn dan de doodstraf.

Lijnrecht daartegenover bepleiten de eerder genoemde Leidse geleerden in Hervormd Nederland een voorzichtiger houding.

Het is belangrijk in een pluriforme samenleving ervoor te zorgen, dat zo veel mogelijk groepen de kans krijgen een door hen gewenste levensstijl te voeren. Ze moeten naast elkaar kunnen bestaan, 't Is de kunst een systeem te krijgen waarin begrip heerst voor andersdenkenden. De staat is in dat systeem geen machtsapparaat meer ter bescherming van enkelen (vaak de machtigen), maar een soort olie die het mechaniek van de samenleving draaiende houdt. Uitgaande van dit principe, valt het op dat veel landen het de laatste dentallen jaren zo druk hebben gehad met de economische opbouw, dat allerlei achtergestelde groepen in de knel zijn gekomen. Hoe die functioneren is onvoldoende bekend. Er trad een zekere verstarring op. Hoe een samenleving op vreedzame wijze kan functioneren, wordt vaak miskend. Er is wel geld beschikbaar voor het opvoeren van de bewapening, maar nauwelijks voor vredes-en conflictonderzoek.

Ik meen, dat hier toch te weinig rekening gehouden wordt met het gezag dat aan de overheid toekomt. En dat tezeer gespeculeerd wordt op een houding van goede gezindheid. Welke mensbeschouwing zit achter dit artikel? Men krijgt de indruk dat de beide geleerden terroristen niet zonder meer als misdadigers willen betitelen, getuige bijvoorbeeld volgende zinnen:

Het is belangrijk, dat de overheid bij de bestrijding het terrorisme op zijn juiste waarde schat en een politieke revolutionaire groep niet als crimineel of pathologisch afschildert. Het ligt erg voor de hand, terrorisme maar als een vorm van misdaad te beschouwen of de daders niet toerekeningsvatbaar te verklaren. Het gevolg is het opsluit-syndroom: de criminelen in de gevangenis, de gekken in een tehuis en de zaak is weer veilig. Deze redenering is wel verklaarbaar, omdat niemand graag het gevaar bij zichzelf of in zijn eigen omgeving zoekt maar liefst bij iemand die er niet helemaal bij hoort. Daarentegen is het voor een goed begrip vruchtbaarder, politiek terrorisme als een vorm van (burger)oorlog te zien, een guerrilla, na te gaan waar de strijd en de tactieken eigenlijk voor dienen, en daarop de tegenacties af te stemmen.

Wordt hier niet te gemakkelijk gesproken van oorlog? Hebben ook de tereurdaden die uit politieke motieven bedreven worden in Duitsland, toch niet sterk het aspect van het misdadige aan zich? En dan kan men er niet omheen, dat men zich moet bezinnen op de functie en de betekenis van de straf.

Symptonen van verblinding

In het Centraal Weekblad van 8 oktober schrijft ds. J. Overduin dat bepaalde journalisten en criminologen de indruk wekken, meer begaan te zijn met de terroristen dan met hun slachtoffers. Hij noemt dit een gevaarlijk symptoom van verblinding. Uit zijn artikel citeren we:

In dit licht is het onzinnig een protest-telegram te zenden aan de minister van binnenlandse zaken in Duitsland Hirsch, vanwege de vertraging van de demonstratie. Hier valt alleen te protesteren tegen de kwaadwillige elementen die misbruik maken van zo'n demonstratie om zich tegen de politie te verzetten, louter en alleen omdat politie nu eenmaal politie is en handhaver van het 'kapitalistische stelsel'. Eigenlijk had men de politie moeten bedanken, dat de demonstratie geweldloos kon verlopen, zoals de organisatoren toch wensten. Een paar uur vertraging is toch niet een te hoge prijs om te verhoeden dat er doden en gewonden vallen.

In dit licht is het ook dwaas, dat de kerngroep van de P.P.R. die op diezelfde zaterdag in Utrecht vergaderde, scherp protesteerde tegen de Westduitse regering met het argument dat deze regering 'de europese samenwerking ook op het terrein van de buiten-parlementaire actie moet aanvaarden, net zoals dit gebeurt op het terrein van de economie, de terreurbestrijding en dergelijke'. In geding is hier echter niet het recht van europese samenwerking op het terrein van buitenparlementaire acties; maar het voorkomen van gewelddadig demonstreren.

Het is een teken van verziekt denken, wanneer men dit onderscheid niet wil of kan zien. Wij zullen het er toch allen over eens zijn, dat de grootste misdadigers recht hebben op rechtskundige bijstand. Het is de plicht van elke advocaat zoveel mogelijk te pleiten voor zijn cliënt. Dat wil niet zeggen dat hij de indmk moet wekken het openlijk of heimelijk eens te zijn met het misdrijf of de misdaad te bagatelliseren.

Wanneer ik in een interview met mr. Bakker Schut, de verdediger van Knut Folkerts, geen enkel woord van diep medeleven met de nabestaanden van de vermoorde politieman hoor, maar wel een fel protest tegen het voorlopige onderkomen van Knut en tegen het verhoor door Duitse politie, dan is dat door en door ziek.

Hetzelfde verschijnsel kan men constateren bij bepaalde journalisten en criminologen, die de indruk geven meer begaan te zijn met misdadige terroristen dan met hun slachtoffers. Of we dan ook niet begaan moeten zijn met terroristen? Zeker, met elke zondaar, maar op een andere manier.

Wat Overduin hier signaleert, komen we op allerlei wijze tegen. Niet alleen in het geval van de advocaat van Knut Folkerts, maar ook bij anderen die maar al te zeer geneigd zijn de activiteiten van de Baader-Meinhoff groep te verklaren vanuit de houding van West-Duitsland, met name de overheidsorganen en de industriëlen. Soms neemt men dan zelfs het woord 'vrijheidsstrijders' in de mond en ziet men hen, hoewel men hun daden niet goedpraat, toch als slachtoffers van het fascisme, dat in Duitsland weer zou opduiken. Ook wie zich zorgen maakt over allerlei tendenzen in de Westduitse samenleving, moet zich toch afvragen of hier niet sprake is van valse propaganda.

Hans Küng

In Elseviers Weekblad van 22 oktober sprak Michel van der Plas met de r.k. theoloog van Küng. Küng valt waarlijk niet te beschuldigen van extreem conservatisme, integendeel! Maar het is opvallend dat Küng protest aantekent tegen het Duitsland-Beeld dat met name in de linkse pers nogal eens getekend wordt. Hij zegt in dit gesprek met Van der Plas, dat als er in Duitsland sprake is van fascisme, dit gezocht moet worden bij de linkse groepen.

Wij hebben hier de laatste tien jaren geweld meegemaakt tegen dingen, tegen de katheder, de leerstoel, het gebouw waarin zo'n ding staat, maar ook tegen personen die geroepen zijn daar achter plaats te nemen. Geweld van 'Rollkommandos'; niet van mijn eigen theologische studenten, nee: die zaten alleen maar passief toe te kijken wanneer er honderd man de zaal binnen drongen, je bedreigend en je verhinderend je college te geven. Ik heb mijn colleges toen afgebroken als protest tegen dat soort fascisme. Toen zijn er nazi-methoden gebruikt; maar door de linksen. Ik geef toe; er zijn kleine extreem rechtse groepen in dit land die fascistische oefeningen houden. Maar als het om daden gaat, fascistische gewelddaden, dan is het toch zonneklaar dat in de laatste tien jaar de echte terreur is uitgegaan van links, - zeker: niet in de meest extreme zin als die van de Rote Armee Fraktionterreur, maar, in veel gevallen, in de vorm van psychische terreur en lijfelijke bedreiging van professoren aan alle universiteiten; terreur ook in demonstraties; en terreur die studenten uitoefenen op de medestudenten: op diegenen onder hen die niet geneigd zijn 'mitzumachen'.

Wil men ten aanzien van regering en justitie van fouten spreken, aldus Küng, dan moeten die vooral gezocht worden in een te grote mate van aanpassing en toegefelijkheid, ja zelfs laksheid ten opzichte van deze onruststokers. Men heeft, zegt Küng, het bestaande terrorisme teveel goedgepraat en nu wordt ons de rekening gepresenteerd.

Fel is zijn verwijt aan het adres van bepaalde linkse filosofen en opvoeders die met hun ideeën wind gezaaid hebben en nu de storm oogsten.

Geestelijke crisis

De hier gehoorde stemmen maken ons wel een ding duidelijk, en dat is dat men strengere politiemaatregelen (hoezeer ook nodig) en met sociologische analysen (hoezeer verhelderend) er niet komt.

Wanneer in Hervormd Nederland (29 oktober) zo optimistisch geschreven wordt over het terugdringen van terroristisch geweld als men maar beter op de hoogte zou zijn van het effect van geweldloze acties, dan achten we dit zonder meer naïef en oppervlakking. Welk een optimistische kijk zit hier achter op de wereld? Weet men dan niet van de verwoestende macht van het kwaad? Beter kunnen we ons vinden in het commentaar van Herman Ridderbos in het Geref. Weekblad van 28 oktober, waarmee we dit persoverzicht besluiten:

Maar uiteraard hebben diegenen wel gelijk, die ons - ook in Duitsland! - voorhouden, dat men dit in mensen geïncarneerde terrorisme niet enkel met klopjachten en politionele vangnetten kan bestrijden, maar ook naar de oorzaken zal moeten zoeken, die wel geen verontschuldiging, maar misschien toch enige verklaring kunnen opleveren. Het hier aan de dag tredende verschijnsel is op de een of andere wijze óok een product, zij het een afval-product, van onze westerse maatschappelijke cultuur. Men kan er ditmaal de armoede niet de schuld van geven, noch de ongelijkheid noch de geestelijke onvrijheid. Men is daarom niet klaar met de terroristen als communisten of de tegenwoordige duitse democratie als neofascistisch voor te stellen. Men doet degenen, die tegen het échte nazisme en fascisme de strijd hebben aangebonden groot onrecht aan wanneer men deze terroristen in hun buurt wil brengen. Het moet ergens dieper zitten dan dat men het met de bekende edketten kan qualificeren of verklaren. Er moeten in onze cultuur en welvaart zulke geweldige 'gaten' gevallen, zulke geestelijke leegten ontstaan zijn, dat demonen er hun intrek hebben kunnen nemen. Want van minder dan die valt er nauwelijks te spreken. Het zou daarom kunnen zijn, dat de wereld, om deze oorsprongen van deze bezetenheid op het spoor te komen meer verstand zou moeten krijgen van en meer aandacht zou moeten hebben voor de geestelijke woestenij, het gebrek aan levensvulling en menselijkheid, die zich achter bepaalde fagaden van welvaart, perfectionisme en macht verbergen. Want demonen wonen in en komen uit de woestijd; dat zeiden de oude Joden al...

Terecht wordt hier gesproken van demonie. En zonder politieke en justitiële maatregelen te negeren - die zullen genomen moeten worden - dient toch gezegd te worden dat alleen de kracht van het Evangelie van Jezus Christus bij machte is de demonen te overwinnen. Dat Evangelie te verkondigen, ja dat Evangelie te geloven blijft broodnodig in de crisis van onze tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's