De aanspraak van de gemeente
Pastorale overwegingen
2
Waar is de gemeente? Het gaat er in dit bestek niet om, dat we uitgebreid het wezen der gemeente gaan beschrijven, daar is deze rubriek ook niet voor ingesteld, maar meer om de praktische pastorale zijde aan deze zaak. Is de Kerk naar de Schrift en in de belijdenis getekend als 'vergadering van ware Christgelovigen', zij heeft ook een zichtbare gestalte in deze wereld en onontkoombaar komen we dan aan haar vorm als instituut. Het is triest, veel meer on-bijbels, dat velen die institutaire kant volkomen onverschillig achten, alsof de ambtelijke bediening woord en sacrament er niet toe zouden doen. Zijn ook zij niet gave des Geestes? Rusten ook zij niet op werkingen, die uitgaan van het verheerlijkt Hoofd?
Juist in verband met de aanspraak van de gemeente in de prediking moeten we helder zien, dacht ik, dat het daarbij gaat om de ambtelijke vergadering rond Woord en sacrament. Het gaat er niet om, dat de kerk in het kerkgebouw is, want niet de plaats bepaalt de aanwezigheid van de gemeente. In de dagen van de Reformatie kon in kerken en kathedralen de valse kerk zijn, 'de synagoge des satans' zelfs, en de ware Kerk in een schuur of kamer of in de open lucht bijeen zijn. Nogmaals, wij zijn niet zo hoogkerkelijk, dat we tot elke prijs zeggen 'als het maar in de kerk het kerkgebouw is'. Maar naar de taak en de doelstelling van het Hervormd-Gereformeerd zijn hebben we wel aan te werken op de plaats van de Hervormd Gereformeerde prediking in onze kerk en gemeenten. Juist waar naast de kerk afzonderlijk wordt dienst gehouden in evangelisaties bestaat het gevaar van een zekere knusheid en dat de band met de kerk wordt losgelaten. We zijn met gelijkgezinden bij elkaar en 'laat ze daar in de grote kerk maar'. De prediking naar Schrift en belijdenis wil ook werfkracht hebben en moet niet worden opgesloten. Het is soms om moedeloos te worden als geen ruimte wordt geboden, als vijandschap wordt ervaren, maar er zijn voorbeelden, dat men na jaren en jaren toch toegang kreeg. Ook in deze weg gaat het 'niet door kracht, noch door geweld...
Maar we mogen vasthouden aan de aanduiding, dat daar de gemeente is, waar de ambtelijke bediening is, met Woord en sacrament naar Gods Woord en de belijdenis der kerk.
De verschillende benamingen
In het vorig artikel gaf ik u een reeks betitelingen die ik zo tegenkwam en onthield. Zoals ik schreef, wil ik graag wat hardop denken en de genoemde benamingen met u langs gaan door zo wat kanttekeningen te plaatsen. Ziet u dat niet als een soort laatste woord, ik zou het fijn vinden als deze artikeltjes wat stof tot bezinning en doordenking doorgeven, en verkeerde gedachten wegnemen. Maar ik zeg er meteen bij, mijn mening graag voor beter te willen geven.
De aanspraak 'gemeente'
Ik heb zo de gedachte, dat de meeste predikanten en voorgangers onder ons op deze wijze de kerkgangers aanspreken aan het begin van de prediking en ook er tussen door. Maar het blijkt dat in sommige gevallen gekozen wordt voor de betiteling 'gemeente des Heeren' en dat dan deze benaming wel 'problemen' oproept. Kerkeraadsleden en kerkgangers menen wel eens, dat daarbij zouden worden gesuggereerd alsof 'alle kerkgangers erbij horen', echte gelovigen zijn. We zijn allemaal gemeente des Heeren. Nu vind ik wel, dat we eerlijk en voorzichtig moeten zijn en niet meteen aan een benaming gevolgtrekkingen moeten verbinden, die totaal onjuist (kunnen) zijn. Het gaat er om dat bij de verkondiging van het Woord recht gedaan wordt aan de eis, dat de weg des levens en des doods wordt verkondigd, zo u wilt, het wel aan de rechtvaardigen en het wee aan de goddelozen wordt aangezegd, u mag ook eenvoudig zeggen, dat de drie stukken uit de Heidelberger worden gepredikt. Bovendien, ieder begrijpt, dat we bij de aanspraak gemeente niet natuurlijk de burgerlijke gemeente op het oog hebben. En verstaan we wel, dat we zijn op de 'erve des verbonds'. Vrijwel elk draagt het merkteken en het veldteken van koning Jezus. En daar hebben we wel volop ernst mee te maken. Zelf bezig ik altijd de naam 'gemeente' en heb ik er geen behoefte aan toe te voegen 'des Heeren', ik zou niet weten van wie de gemeente anders heeft te zijn dan van Hem, Die vergadert door Zijn Woord en Geest ten eeuwigen leven. Dat de aanspraak 'gemeente' zo vervlakt is, kan zijn, en is op zichzelf nog geen reden dan de oplossing te kiezen' des Heeren' er dan maar bij te nemen. Het is veelmeer geboden in de prediking de lijnen zuiver te trekken en er op te wijzen, wat het betekent tot de gemeente te behoren, en dat men door inlijving in Christus door het waarachtig geloof ook gemeenschap krijgt met de gelovigen. Altijd dreigt enerzijds een optimistische en onbijbelse verbondsbeschouwing door te werken, anderzijds een schuldige lijdelijkheid, waarbij de ontzaggelijke verantwoordelijkheid niet erkend wordt veel kwaad te doen. En is het niet zo dat bij de rechte Woordbediening het mes naar twee kanten snijdt? Alle overbodigheid dienen we te vermijden. Zeker op hetzelfde vlak ligt de benaming 'gemeente van onze Heere Jezus Christus'. Het valt mij wel op, dat ook in de vorige eeuw, in de kringen der afscheiding nog wel eens de gemeente werd aangesproken als: 'gemeente van onze Heere Jezus Christus en allen, die met haar vergaderd zijt'. Voelde men toch ook daar enig bezwaar en rekende men met de bijbelse werkelijkheid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's