De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

De nederlandse bisschoppen en het ambt

Enkele jaren geleden zijn door een commissie uit de Raad van Kerken een tweetal verklaringen ontworpen inzake de viering van de Maaltijd des Heren en één inzake het kerkelijk ambt in verband met die viering. Aan de bij de Raad aangesloten kerken werd gevraagd hun oordeel over beide verklaringen te geven. Van verschillende zijden is destijds opgemerkt dat deze verklaringen, waaraan reformatorische en r.k. theologen hadden meegewerkt, een stevige bijbelse fundering hadden die alleen maar verblijdend genoemd kon worden en die allerlei perspectieven opende voor de oecumenische contacten tussen Rome en de Reformatie. Zo hebben de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en de synode van de Geref. Kerken zich achter deze ontwerpen gesteld 'als uitgangspunt voor verder kerkelijk handelen'. De Gereformeerde synode heeft dit zelfs gedaan in haar totaliteit.

Toch ontbraken in de kerkelijke pers ook de kritische geluiden niet. Prof. dr. G. P. van Itterzon schreef in het orgaan van de Confessionele vereniging over 'tere punten in het rapport die wijzen op wezenlijke verschillen, welke men niet kan verdoezelen door knapgesmede formuleringen'. Prof. dr. J. Plomp betreurde het in zijn advies aan de synode dat nauwelijks aandacht was geschonken aan wat de kerken in de loop der eeuwen aan standpunten hadden ingenomen en nog nemen. Plomp betreurde dat, omdat naar zijn mening als puntje bij paaltje komt die verschillende standpunten wel degelijk een rol gaan spelen.

Wat blijkt nu? Eind october heeft de nederlandse bisschoppenconferentie in een schrijven aan de secretaris van de interkerkelijke werkgroep 'Intercommunie en ambt' uitgesproken dat zij niet bereid is de twee verklaringen over te nemen. Het episcopaat van de kerkprovincie Nederland van de R.K. kerk neemt dus een duidelijk afwijzende houding in. Eens ingemomen stellingen worden gehandhaafd. Met name gaat het dan om de volgende drie punten: a. brood en wijn worden in de eucharistie wezenlijk veranderd in lichaam en bloed van Christus; b. in elke eucharistieviering wordt het unieke kruisoffer op sacramentele wijze bestendigd en c. de wettigheid van het ambt wordt bepaald door ononderbroken ambtsopvolging vanaf de apostelen tot nu toe. Gemeenschappelijke viering met ambtsdragers die in deze sacramentele successie staan is uitgesloten.

Men kan hierbij opmerken dat de uitspraak van de nederlandse bisschoppen geen volslagen verrassing is in het licht van eerder gedane uitspraken door kardinaal Willebrants. Voorts ben ik met een schrijver in het Friesch Dagblad van mening dat het te prijzen is in de bisschoppen dat zij ronduit voor hun roomskatholieke mening uitkomen en geen rookgordijn leggen, waarbij wezenlijke verschillen verdoezeld worden.

Voorts lijkt het mij toe, dat al diegenen die zo vlotweg beweren, dat vraag en antwoord 80 van de Heidelbergse Catechismus (u weet wel: over het onderscheid tussen het heilig Avondmaal en de paapse Mis) ons niets meer te zeggen hebben, omdat wat de Catechismus daar poneert, nergens meer op slaat, hun be­wering in het licht van genoemde bisschoppelijke verklaring nog maar eens moeten herzien. Vraag en antwoord 80 blijken nog volop in discussie mee te doen, nu Rome er blijk van geeft onverkort te willen vasthouden aan het officiële standpunt inzake de bestendiging van het offer in de Mis en de wezensverandering.

Ook blijkt er inzake het ambt een groot verschil te bestaan. Daarover schrijft prof. dr. G. P. van Itterzon in het Hervormd weekblad van 10 november het volgende:

Al te gemakkelijk zet men tegenwoordig priester en predikant op één lijn. Het genoemde boekje zegt op blz. 120: 'Van reformatorische zijde is er vaak op gewezen dat de priesterfunctie als uitdrukking van de ambtelijke dienst in de gemeente in het Nieuwe Testament nimmer voorkomt.

Het gebruik van het woord priester voor de drager van het ambt in de tweede eeuw zag men daarom als een ontrouw worden aan de in de Heilige Schrift gegeven geloofsnorm'. Volkomen juist. Het uitzonderlijke en blijvende priesterschap van Jezus wordt in de brief aan de Hebreeën als éénmaal en afdoende beschreven, zodat we nu geen priesters meer nodig hebben. Hun priesterschap zou naar Protestants inzicht alleen maar kunnen afdoen aan het priesterlijke verlossingswerk van Christus. Het hoeft door geen misoffer meer te worden bestendigd. Wanneer dan ook in het Nieuwe Testament het woord priester voorkomt is het altijd in verband met de overpriesters van het Joodse volk en hun verwanten. Hoewel verschillende benamingen er ook voor de diensten in de gemeente in het Nieuwe Testament mogen zijn gebruikt (en dat zijn er vele!), het woord priester nooit! Na Golgotha was dat ook niet meer mogelijk.

De bisschoppen hebben nu duidelijk gemaakt, dat ze er over zijn gevallen, dat in de conceptverklaring noch over de wijding van de priester, noch over de apostolische successie wordt gesproken. Ze stellen (en op hun R.K. standpunt terecht), dat de R.K. kerk altijd een wezenlijk belang heeft gehecht aan de ononderbroken ambtsopvolging vanaf de apostelen tot nu toe en erkent geen sacramenteel ambt, dat buiten deze opvolging staat. Nu was er in het boekje al zo kritisch over die apostolische successie gesproken (blz. 54, 49, 55, 56, 74, 63, door mij geciteerd op 11 maart 1976), dat bewaarheid werd, wat op blz. 49 van het boekje te lezen stond:

'Wij hebben reeds eerder geconstateerd, dat het grote struikelblok op de weg naar een volledige communie wordt gevormd door de controverse inzake de z.g. 'apostolische successie'. Het al dan niet opgenomen zijn in deze successie zou van doorslaggevende betekenis zijn voor de aanvaardbaarheid van de 'dienaar' van de ene kerk door de andere'kerk'. We zijn nu meer dan 19 maanden later en inderdaad blijkt nu, dat de bisschoppenconferentie dat 'grote struikelblok' duidelijk heeft zien liggen. De ambtstheologie van de R.K. Kerk is nu eenmaal niet anders.

Intussen blijkt voor de zoveelste maal, dat het zich wreekt, dat onze Herv. Kerk nog steeds geen eigen ambtstheologie heeft. We hebben alleen een boekje met een vraagteken. Meer niet. We zijn als Herv. Kerk er blijkbaar op uit geweest om een oecumenische ambtstheologie te zoeken, die er (dat blijkt ook nu weer in de controverse met Rome) toch niet komen kan. Er kan wel een gemeenschappelijke ambtstheologie komen, maar dan moeten we ons Reformatorisch standpunt volledig verlaten en de 'katholieke' weg opgaan. We hebben geen ambts theologie. En toch nemen we besluiten, alsof ze al is. Denk maar aan de manier, waarop over de sacramentsbevoegdheden in onze kerk op onnadenkende en uiterst willekeurige, bij­ komstige en toevallige wijze besluiten worden genomen. Trouwens, bij de kwestie van de vrouw 'in het ambt' deden we ook al, of we alles van 'het ambt' af wisten.

Hoe dit ook zij, de bisschoppen hebben kleur bekend. Eindelijk, want het werd wel tijd. Of ze de gang van hun kerkelijk leven met hun besluiten nog kunnen afremmen waag ik niet te beoordelen. Of ze de bestaande chaos nog de baas kunnen, weet ik evenmin. Dat we de ontwikkeling en in de R.K. kerk met grote aandacht volgen, is natuurlijk wel duidelijk.

Velen zullen op het bovenstaande mogelijk reageren met opmerkingen als: 'och, bisschoppen kunnen de ontwikkeling in verschillende parochies toch niet afremmen'. Als men maar bedenkt, dat de Rooms-Katholieke kerk een wereldkerk is. De beslissingen in deze kerk vallen niet in Utrecht of Groningen of een plaatselijke parochie maar elders in Rome. Als parochies binnen een bepaalde kerkprovincie zich daaraan onttrekken plaatst men zich buiten het leergezag van de wereldkerk, die Rome wil zijn. Inderdaad, duidelijkheid is wel gewenst. Terwille ook van een voortgaand gesprek.

Herinnering aan K. Schilder

In het blad Opbouw vertelt Prof. C. Veenhof een en ander uit zijn herinneringen aan prof. dr. K. Schilder, zulks naar aanleiding van het overlijden van mevr. Schilder op 96-jarige leeftijd. Veenhof vertelt hoe Schilder voor zijn promotie tot doctor in de filosofie in Erlangen gestudeerd heeft. Die promotie vond plaats bij prof. Herrigel in het voorjaar van 1933. Over deze zaak schrijft Veenhof:

Toen in het vroege voorjaar van 1933 de promotie in het zicht kwam vroeg Schilder mij in Erlangen te komen. Hij deed dat in het volgende karakteristieke briefje:

'Ik zou het fijn vinden als je komt. Ik zie ons al zitten aan een diner in N(ürnberg). Overigens moet jeje niet voorstellen, daterplechtigheidof zobij te pas komt. Promoveren is hier onder 2000 een heel gewoon verschijnsel. Paranimfen kennen ze hier niet. En juist omdat het geen formaliteit is, maar een slotacte (examen) die de hele zaak nog kan doen mislukken (wat nog pas geleden gebeurd is) is er geen enkel vertoon van feestelijkheid of deftigheid bij. Je krijgt zelfs je diploma eerst na een week of vier thuis, want dat moet natuurlijk allemaal lopen over Kanzlei etc. Geen enkele toga komt erbij te pas, en geen paranimf, en niks. Maar als het gelukt zou zijn, dan zal het mij een blijdschap zijn jou te zien onder de kleine schare van degenen die het leuk vinden'.

Vlak voor 3 maart kreeg ik nog een briefkaart met daarop het volgende:

'Bericht me tijdig of je komt, wie er komen, want ik moet tevoren een paar vischjes bestellen. Ook of je logeren, wilt i.e. hotel, zo ja, hoeveel. Ik zeg het dan. Je kunt ook in Nürnberg logeren desgewenst. Prom. i.d. morgenuren, ongeveer 12 uur afgelopen. Verder kijk ik je niet aan, zo je weet. P(ictor)' Op 2 maart gingen mevrouw Schilder en - natuurlijk ! - Schilders boezemvriend Jaap de Waard en ik per trein naar Erlangen. Zoals hij gezegd had wilde Schilder ons 'niet zien'. Hij bleef tot het laatste moment studeren.

De derde maart brachten Jaap en ik hem naar het universiteitsgebouw waar het examen zou worden afgenomen. En daama installeerden we ons in een restaurant precies aan de overzijde van het plein waaraan dat gebouw stond. Daar kwam een poos later ook 'Gymnasialprofessor' Koller, een allervriendelijkste gepensioneerde leraar bij wie Schilder vaak aan huis kwam, en die met zijn dochter-Schilder bij de vertaling van zijn dissertatie had geholpen.

Toen we zo ongeveer een uur in dat restaurant hadden gezeten zagen we een heer uit de deur van het universiteitsgebouw komen. Hij stak het plein over recht op 'ons' restaurant af. Met een schok stond Koller op en zei - ik hoor nog met wat voor een grote eerbied hij dat deed. - 'Das ist prof. Herrigel'. Herrigel vertelde dat hij met zijn deel van het examen klaar was: 'Es war ausgezeichnet und die Rest wird natürlich auch gut sein'. Schilder had naast het hoofdvak als bijvakken gekozen Oude Testament (Amos) en pedagogiek!

Omstreeks twaalf uur stonden we in de hal van de universiteit. Nog zie ik Schilder met grote sprongen de trap afstormen: 'Het is gelukt', zei hij 'samma cum laude'. Dit is de gelukkigste dag van mijn leven'.

Een ogenblik later kwam ook prof. Herrigel naar beneden. In het gesprek dat volgde zei hij: 'Mein Antrag auf 'summa cum laude' (met de allerhoogste lof) is sofort aangenomen worden. Seit Jahren haben wir diese Note (dit predicaat) nicht verleihen können'. En hij voegde er aan toe: Jammer dat de heer Schilder een hollander is anders zou ik hem direct als hoogleraar aan een van onze universiteiten voordragen.

In de historie zal 1933 wel bekend blijven om andere schokkende gebeurtenissen die van invloed zouden blijken te zijn op de wereldgeschiedenis gedurende de komende jaren. Wij denken aan de opkomst van het nationaalsocialisme. Gebeurtenissen die historisch bezien veel belangrijker zijn dan de promotie van een nederlands theoloog aan een duitse universiteit. Maar in de kleine kroniek over mensen en hun betekenis mag zulks niet onvermeld blijven. Prof. Veenhof heeft als geen ander de gave om over deze kleine kroniek te publiceren en allerlei herinneringen aan bekende en onbekende persoonlijkheden vorm te geven. Vandaar dat we ter afsluiting van deze persschouw graag deze herinnering aan Schilder aan u doorgeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's