Heeft het zin?
Modaliteitsgesprekken
Toen de Hervormde synode, bij de behandelingen het vijfjaarlijkse rapport van de visitatoren-generaal in maart 1976, besloot de Raad voor de Zaken van Kerk en Theologie te vragen modaliteitsgesprekken op gang te brengen, schreef ds. M. Groenenberg - oudvoorzitter van het college van visitatorengeneraal - in Hervormd Utrecht er 'niets en niemendal' in te zien. Er zou alleen een verharding van standpunten door ontstaan, zo meende hij.
De modaliteitsgesprekken zijn echter op gang gekomen. Op drie plaatsen, t.w. in Zwolle, Gouda en Driebergen, hebben vanaf september 1976 tot Pinksteren 1977 zes tot acht gesprekken plaats gevonden tussen (hoofdzakelijk) predikanten van onderscheiden modaliteit. Meerderen hebben overigens kennelijk de mening van ds. Groenenberg gedeeld, namelijk er 'niets en niemendal' in te zien. Van de 91 personen die werden uitgenodigd voor de gesprekken, hebben er 46 aan de uitnodiging gehoor gegeven. De helft van de genodigden liet het afweten. Aangezien de rapporten, dié nu op de synodetafel hebben gelegen, de namen vanalle uitgenodigden bevatten heb ik er weinig moeite mee te vermelden, dat ik zelf tot de laatstgenoemde categorie behoorde. Ik zou niet willen zeggen dat zulke gesprekken tot een verharding van standpunten moeten leiden, zoals ds. Groenenberg schreef. Integendeel , de praktijk van gesprekken als deze (want hoe vaak is er op verscheiden niveau's al niet gepraat) leert, dat ze gevoerd worden in openhartigheid, eerlijkheid, zeg ook in alle vrienschappelijkheid en op niveau. We luisteren naar elkaar, zeggen begrip te hebben, het zus of zo te bedoelen. Ieder legt zijn geestelijke bagage op tafel, brengt zijn theologische motieven te berde, stelt de zaken eerlijk ter discussie. Maar de eigenlijke beslissingen vallen elders. Na alle gesprekken bleef en blijft alles zoals het was. De beslissingen vallen in de gemeenten. Daar wordt gereageerd op de prediking met alle liturgische drums imd drans. Men kan honderden modaliteitsgesprekken organiseren tussen theologen, dominees en wie niet al. Maar daardoor verdwijnt niet één buitengewone wijkgemeentein-wording (thans door de synode tot deelgemeente omgedoopt). Integendeel, het aantal ervan neemt nog gestadig toe. En daardoor stapt géén gemeentelid van de dominee van zijn modaliteit naar de dominee van een andere modaliteit. De gemeente reageert intuïtief op de prediking. Mensen voelen zich in een zogeheten Gereformeerde. Bondsgemeent niet aangesproken en vragen om een deelgemeente. Of mensen herkennen de prediking in een midden-orthodoxe gemeente niet als prediking naar Schrift en belijdenis, wijken uit naar elders, vragen om een aantal kerkdiensten met predikanten van eigen modaliteit of vormen in het uiterste geval een evangelisatie. Met geen modaliteitsgesprek, als nu georganiseerd, krijgt men daarin verandering.
Bovendien, en ook daarin krijgt men moeilijk verandering, bij alle gesprekken blijven de caricaturen en vertekeningen volop opgeld doen. De lezers herinneren zich de briefwisseling tussen ds. A. A. Spijkerboer en ondergetekende. We probeerden in een eerlijke en openhartige gedachtenwisseling enkele kern zaken op tafel te brengen. De reacties van briefschrijvers in Woord en Dienst op de gedachtenwisseling was een trieste illustratie van het hierboven gestelde. 'Eigenlijk een heel naargeestige bladzijde, want het leek wel of het hervormde kerkvolk de G.B. te lijf ging, schreef ds. Groenenberg. Eén en ander deed mij óók zeggen niets in de gesprekken te
Wie het rapport over de drie series modaliteitsgesprekken leest krijgt ook nu de conclusie: openhartige, eerlijke gesprekken, over de prediking, over centrale punten in de leer! In Driebergen waren er bij de 20 deelnemers negen personen behorend tot de G.B. In Gouda van de dertien deelnemers vijf. In Zwolle van de dertien deelnemers twee. Geconcludeerd is - en de synode nam dat over-dat de modaliteitsgesprekken dienen te worden voortgezet en uitgebouwd (in Gouda en Driebergen hebben de deelnemers al gevraagd om een nieuwe gespreksronde van een jaar.) En verder wordt gesteld, dat een onderzoek nodig is naar de zogenaamd niet-theologische factoren, die een vruchtbaar samenleven van de modaliteiten blokkeren. Wat dit betreft denk ik dat men dan toch uitkomt bij de intuïtie van de gemeenteen of dat ooit in rapport te brengen is is de vraag. De Raad voor de Herderlijke Zorg krijgt, op voorstel van hetmoderamen, de taak hieraan te werken. Dat is geen geringe opdracht. Maar of er veel door veranderen zal?
Andere kant van de zaak
Er is ook een andere kant aan de zaak. In het rapport wordt geconcludeerd, dat de modaliteitsorganisaties bij de modaliteitsgesprekken buiten beschouwing zijn gebleven. De noodzaak wordt nu uitgesproken om het modaliteitsgesprek ook op landelijk niveau tussen (vertegenwoordigers van) de Generale Synode en de (hoofd)besturen van de modaliteitsorganisaties te voeren.
Wat dit betreft zijn er op de synode naast harde woorden ook niet mis te verstane uitspraken gevallen. Het was opnieuw de Gereformeerde Bond waarom het ging. De Gereformeerde Bond zou steeds verder in het isolement komen. Welnu, daaraan zitten dunkt me twee kanten. Groen van Prinsterer heeft gezegd: in het isolement ligt onze kracht. Daarmee bedoelde hij niet dat we ons moeten isoleren. Hij bedoelde dat in het isolement van, in de teruggetrokkenheid op ons beginsel onze kracht ligt. Daar is een isolement van het beginsel. En als er in dït opzicht (maar dan ook alléén in dit opzicht) van isolement van de Gereformeerde Bond in het geheel van de kerk sprake zou zijn, dan dringt de vraag welke koers we als kerk gaan en wie dan wie isoleert. Ik heb de vrees, dat we als kerk zozéér in verpolitiekt water komen en dat velen ook binnen de kerk daarbij zo het conflictmodel gaan hanteren, dat de kerk als het gaat om concreet beleid wel haast getweeëndeeld wordt. Maakt dit dan het isolement van de Gereformeerde Bond uit om des beginsels wil, het zij zo. In dat isolement zal vandaag ook de kracht van al wat gereformeerd is liggen. En dat hier het gevaar groeit van steeds groter afstand tussen de kerk als geheel en een deel der kerk is buiten kijf.
Een ander punt is dat er een gezocht isolement kan zijn, een zich bewust terugtrekken op eigen groep. We herhalen dan wat we eerder schreven. De groep is de kerk niet. De Gereformeerde Bond is de kerk niet. Maar we mogen dan ook wel aan de kerk vragen: waarom maakt zij het ons zo moeilijk om haar inzake beleid en belijden als de ware gestalte van de kerk te onderkennen. Waar is haar confessioneel gehalte nog? Waar is haar consistente theologie nog? Is één en ander niet veelszins ingeruild voor een politieke stellingname in zaken ver weg? Hoe gemakkelijk vallen de oordelen over landen en toestanden ver weg, terwijl we over de rechte leer en het belijden zo weinig duidelijkheid weten te scheppen?
Weerspiegeling?
Ik wil wel kwijt dat ik ook soms bij het bezoeken van de synodevergaderingen, bij alle grote woorden die klinken, de vraag voel opkomen: wat staat er nog achter? Wat staat er nog voor gemeenteleven achter? Er zijn toch heel wat synodeleden die kerkelijk gezien bijna niets meer vertegenwoordigen? En er is al jaren voor dovemansoren gesproken als het gaat om een classicale herindeling.
Gaan we ons nu op de borst slaan door te zeggen: wij hebben het volk nog? Neen, maar het volk, de gemeente ziet er anders uit, dan in de synode weerspiegeld wordt; rechtzinniger. En als dan de sector van de kerk, die Gereformeerde Bond heet, nog een belangrijk deel van de meelevende gemeente mag vertegenwoordigen en dit kennelijk in toenemende mate mag doen dan gaat het niet aan om van het isolement van de Gereformeerde Bond te spreken. Als op het gebied van zending, apostolaat, jeugdwerk, mannenwerk, vrouwenwerk, werk ter hand genomen is dat in de gemeenten duidelijk landt en in toenemende mate vanuit het geheel van de kerk support krijgt dan gaat het niet aan om van isolement van de Gereformeerde Bond te spreken maar is het beter om ons als kerk eerlijk af te vragen, waarom we eveneens als kerk, in den brede gezien, de greep op het volk zo zijn kwijt geraakt.
Kritisch naar binnen
Dat neemt niet weg, dat ik meen, dat we juist ook als Gereformeerde Bond in deze turbulente tijd, waarin méér en méér op ons afkomt, uiterst waakzaam hebben te zijn en dat we ons voortdurend diep hebben te beseffen, dat een groep de kerk niet is en ook niet vertegenwoordigt. Wij lopen namelijk wél het gevaar van isolement, uitreactie tegen de gang van de heersende karavaan en als gevolg van de toenemende adhesie, die er in het geheel van de kerk voor allerlei takken van werk uit Hervormd Gereformeerde kring is. Daardoor lopen we het gevaar weg te groeien van wat art. 27 tot 29 van de N.G.B, ons van de kerk zegt. De ecclesiologie, de leer aangaande de kerk zal dan ook juist 'in deze tijd onze voortdurende aandacht vragen, waarbij we niet alleen het snode van het kostelijke maar ook het wezenlijke van het niet-centrale hebben te onderscheiden. In dat licht bezien blijft het nodig, dat het modaliteitsgesprek juist ook op landelijk niveau wordt gevoerd. Terwille van de kerk en daar in ook terwille van hen, die in de kerk zich gebonden weten aan de confessie. Wie ook een binnenkerkelijke doleantie verwerpt, kan niet om dit gesprek heen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's