Kerstnachtdiensten
Het kerstfeest komt weer in zicht. Hier en daar begint men al voorbereidingen te treffen. Diverse 'kerstnummers' van evangelisatiebladen rollen de brievenbussen van predikanten en andere kerkeraadsleden binnen. Het ene nog al fleuriger dan het andere. Straks zullen zij er weer op uitgaan, de leden van de evangelisatiecommissies om de nummers op de plaats van hun bestemming te brengen. Zulk werk moét gebeuren. Geen zinnig mens zal er wat tegenin kunnen brengen. Predikt het Evangelie aan alle creaturen...
Maar er zijn ook andersoortige voorbereidingen voor kerstfeest anno 1977. Hier en daar zijn commissies aan het werk om kerstnachtdiensten te organiseren. Straks in de nacht van 25 december, liefst in de Grote Kerk, een massale menigte, tenminste: daar hoopt men op. Koren zullen zingen en de meditatie zal door een der predikanten verzorgd worden. En natuurlijk deze dienst zal 'interkerkelijk' zijn, zeg maar: oecumenisch! Hier en daar draaft ook de pastoor op, op andere plaatsen is het misschien nog (!) niet zo ver.
En wie kan er wat top tegen hebben? Alleen maar de zwartkijkers? De mensen die tóch overal wat op tegen hebben?
Of zijn er ook zeer redelijke, of beter gezegd: zeer christelijke redenen waarom men dergelijke diensten kan afkeuren. De schrijver van dit artikel meent dat dit laatste het geval is. Hij wil op een rijtje zetten wat hij er tegen heeft.
l. Zo'n kerstnachtdienst maakt de gewone kerstdienst op de morgen van de eerste kerstdag kapot. Dat laat zich verstaan nietwaar. Wie van twaalve tot ongeveer half twee in de nacht in de kerk heeft gezeten en misschien pas om vier uur naar bed ging zal moeilijk om half tien of tien uur opnieuw present willen zijn. En bovendien, hij heeft zijn portie immers al gehad! In zijn geweten is hij al 'bevredigd', hij heeft zijn plicht gedaan. En zo schiet de gewone kerkdienst er bij in. Dat wil zeggen: de eigenlijke kerstprediking!
2. Zo'n kerstnachtdienst is schijn zonder wezen. De schijn is: wij vieren gezamenlijk kerstfeest. Voor deze ene keer zijn wij heerlijk allen één. En is juist het kerstfeest daar niet het meest geschikt voor? Vrede op aarde... Voor een ogenblik vergeten wij dat wij hervormd, gereformeerd, eventueel luthers, remonstrant of rooms zijn. Hier en daar doen ook christelijk-gereformeerden mee. En straks, na de dienst? Dan kruipt ieder weer in zijn eigen hokje. Tegelijk met het uitdoven van de lampen is het ook met de eenheid weer gedaan. Of toch niét? Immers, er is tegenwoordig wel degelijk een eenheid ook al behoort men tot verschillende kerken. Men is één in het midden-orthodoxe, of nog minder dan dat. Dan inderdaad geen schijn maar werkelijkheid, doch welk een werkelijkheid? Een werkelijkheid waarbij het hart van elk werkelijk reformatorisch christen niet anders kan dan gruwen.
3. Kerstnachtdiensten kweken een romantische vroomheid. Ieder mens is nog wel een beetje religieus. Oeroude gevoelens komen naar boven als de dagen kort zijn en in kerstbomen kleurrijke lichtjes flonkeren. Dat is religie, maar niet elke religie is ware religie. Wij sluiten het gevoel niet buiten de ware religie, maar dat gevoel moet dan wel rusten op Woord Gods en geloof.
Men kan met religie verloren gaan. Met nachtelijke kerstfeestvieringen in het schemerdonker van oude kerken. Daar is de 'ergernis' van het Evangelie omgezet in de 'aangenaamheid' van een half-mystieke aanbidding. Precies datgene wat Rome al vanouds gevoed heeft en nog tracht te voeden.
Het kerstgebeuren is waarlijk zo romantisch niet. Het spreekt van zonden, schuld, vervloeking en redding uit dat alles door de Zelfovergave van de Zoon des Vaders. Zo'n boodschap kan het daglicht velen. Kan ook alleen maar in het daglicht recht aarden. Zij roept op tot waarachtige verootmoediging voor God en tot een waar geloof.
Kerstnachtvieringen horen thuis bij Rome, niet bij de Reformatie. Rome bemint het halfdonker, het schemerachtige, de wijding, het mystieke. Maar dat laat de zielen ledig. De natuurlijke mens kan het allemaal meemaken, er is geen nieuwe geboorte voor nodig. Er komt een religeus vernisje over het natuurlijke, onherboren hart en leven, wat geen stand houdt in het heihg oordeel Gods. Het was de Reformatie dan ook bloedige ernst om hiermee te breken. Zij zette het licht weer op de kandelaar, haalde Kerst uit de nacht en zette het op de dag.
Dit licht kan het licht der zon wel verdragen want het overtreft het meer dan duizendmaal. Het zoekt niet de nacht maar verdrijft de nacht. Het schittert in de ogen van waarlijk verslagen zondaren en zondaressen.
Wij willen de dag niet inruilen voor de nacht. Dat zou tien stappen achteruit zijn. De morgenster is opgegaan in onze harten.
Het gaat om het klare Woord, op klaarlichte dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's