De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Het Woord is vlees geworden’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Het Woord is vlees geworden’

7 minuten leestijd

Vraag: 'Wat betekent: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria? ' Antwoord: 'Dat de eeuwige Zoon Gods, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, door de werking van de Heilige Geest een ware menselijke natuur uit het vlees en bloed der maagd Maria aangenomen heeft, opdat Hij ook het ware zaad Davids zij, zijn broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde'. (Heidelb. Catechismus zondag 14, vr. en antw. 35)

Hoe vertrouwd het apostolicum ons ook moge zijn, deze belijdenis bevat schatten, die op grote diepten liggen. Wie in de schachten van deze goudmijn afdaalt, moet al spoedig eigen kleinheid erkennen. 'De kennis is mij te wonderbaar...; ik kan daar niet bij'.

Wat wordt hier immers beleden? Om het maar kort en goed te zeggen: 'God van God ontdaan, wie zal dat verstaan? ' Inderdaad, zo heeft Luther de vleeswording des Woords wel omschreven. En niet geheel en al ten onrechte. Dat staat er toch zo, in dat derde van de Twaalf Artikelen: 'die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria'?

In vraag-en antwoordvorm gaat de heidelberger op dit stukje belijdenis aangaande Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon, nader in, - legt het uit en past het in vraag en antwoord 36 toe. Dat laatste kan niet achterwege blijven; tua res agitur, dat wil zeggen: uw zaak is in geding. Maar ook mijn ziel en zaligheid staan of vallen met het al of niet gelovig aanvaarden van het vleesgeworden Woord, - van Hém, die is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is'.

Met alle eerbied gezegd: daar kwam héél wat voor kijken! Hij kon niet zo maar komen. Niet als een engel kon Christus verschijnen! Néé, - Hij moet komen via de 'enge poort' van een geboorte. Dat belijdt op voorgang van de Heilige Schrift hier het derde artikel van het apostolicum en zondag 14 van de catechismus.

Maar waarom moest het uitgerekend zo? - Waarom houdt Christus advent via een kribbe, via een beestenstal? Of om de vraag van de catechismus te gebruiken: 'wat betekent dat: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria? '

Een wat wonderlijk geboortebericht; daar kan een verstandig mens niet mee uit de voeten. Geen wonder dat men wel spreekt over de mythe van de maagdelijke geboorte. Een mythe, dat wil zeggen: een verhaal, dat voor waar gebeurd wordt uitgegeven, maar waar niets van klopt.

We zijn hier echter in het rijk der hérschepping, - in het Koninkrijk Gods. Daar gelden andere maatstaven en andere verhoudingen dan in het rijk der schepping, - dan hier op aarde. - Zo is terecht gezegd, dat het in de schepping, dat het hier onder ons mensen, gaat om de vraag naar 'eten en drinken', om 'kleden' en zo meer, - maar, dat het in het Koninkrijk Gods gaat om 'gerechtigheid'.

Ook de burgerlijke stand van dat Koninkrijk Gods ziet er anders uit dan die van het Koninkrijk der Nederlanden. - Gods kinderen wórden 'niet uit den bloede, noch uit de wil des vleses, noch uit de wil des mans, maar uit Gód geboren' (Joh. 1 : 13).

En kijk, wat nu van de gelovigen geldt is 'in voorbeeldige en oorspronkelijke zin op Jezus van toepassing': 'de Eerstgeborene onder vele broederen', - Hij is uit God geboren. En dat maar niet in de tijd, néé, Jezus Christus is de eeuwige Zoon van God.

Zondag 14 staat in het raam van het tweede onderdeel van de heidelberger: van God de Zoon en onze verlossing. Wat niet betekent, dat het verlossingswerk buiten de Vader en de Heilige Geest óm gaat. In het adventsevangelie van onze tekst wordt toch wel met zoveel woorden gesteld, dat het uitgaat van de drie personen in het Goddelijk wezen, - dat het uitgaat van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wat bemoedigend: de Zoon zal Zich aan dit zware werk nooit behoeven te vertillen. Zijn Vader staat er achter en de Geest sterkt Hem. Maar het is wel zeer in het bijzonder Zijn werk. Dat begint er mee, dat 'de eeuwige Zoon van God... een ware, menselijke natuur... aangenomen heeft', zoals de tekst dan zegt. U moet daarover niet gering denken! - Want het betekent niets minder dan dat de Zoon van God Zich 'om ons mensen en om onze zaligheid' (als 'k dat zo mag zeggen) heeft uitgekleed.

En dat gebeurde willens en wetens. Let maar op de woorden: Hij 'heeft een ware menselijke natuur aangenomen'. - Dat is niet maar een lot, integendeel, dat is een daad, - een daad van onvoorstelbare liefde jegens een slag mensen, dat de Heere met de nek aanziet.

Christus' advent, - Zijn ontvangenis en geboorte, is en blijft een mysterie en wie er het ontleedmes in zou willen zetten, maakt het heilig Evangelie stuk. - Het neemt niet weg, dat de Heilige Schrift in alle duidelijkheid stelt wat deze ontvangenis en geboorte inhoudt: de menswording van Gods Zoon.

Néé dat betekent niet, dat God in een mens wordt veranderd. Onze tekst beklemtoont, dat de eeuwige Zoon van God, waarachtig God is en blijft en dat Hij als zodanig de menselijke natuur heeft aangenomen. - Hij blijft dus Wie Hij is: 'waarachtig en eeuwig God'. Hij wordt wat Hij niét is: mens.

'Als ik (ook) dit wonder vatten wil, staat m'n verstand vol eerbied stil', - want als Gods Zoon waarachtig en eeuwig God is en blijft, tegelijkertijd wordt wat Hij niet is nl.méns (Zoon des mensen) betekent dat, dat er een wonderlijke, onbegrijpelijke verbinding tot stand is gekomen, - een wonderlijke, onbegrijpelijke vereniging. God en jnens in één persoon. Daar kunnen we niet bij. Maar... zo'n Verlosser 'betaamt ons'. Sterker nog: slechts zo is Christus een gepaste Zaligmaker.

'Zulk een, zo heeft antwoord 15 van de catechismus gezegd, die een waarachtig en rechtvaardig mens is en nochtans sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen, die ook tegelijk waarachtig Gód is'. En wie hier het 'waarom? ' zou willen stellen, leze nog eens aandachtig de vragen en antwoorden 16 en 17 van zondag 6. Daaruit kan u blijken, dat we hier maar niet te maken hebben met een dogmatische, zeg maar: leerstellige formulering zo zonder meer. - Hier wordt gezegd: - Liefde en recht gaan hand in hand. En zó 'zal er verlossing komen'.

Christus' advent. Zijn komst in deze wereld, ze wordt door Johannes getypeerd als 'het Woord is vléés geworden'. Onze tekst stelt: Hij 'heeft de menselijke natuur aangenomen'. In beide gevallen denkt men hierbij vaak uitsluitend aan lichamelijk vlees; aan wat wel is genoemd 'de ongerepte menselijke natuur van Adam en Eva in het Paradijs'.

Die gedachte is wel begrijpelijk. Maar, uit vrees om ook maar enigszins tekort te doen aan het waarachtig Gód-zijn van Christus, alsmede aan Zijn volstrekte zondeloosheid, heeft men helaas 'Christös niet diep genoeg in het vlees getrokken' (Kohlbrugge).

Als onze heidelberger het de Schriften nazegt, ' dat de eeuwige Zoon van God... ware menselijke natuur, uit het vlees en bloed van de maagd Maria heeft aangenomen, dan is ook op Gods Zoon 'in het vlees' van toepassing Zijn eigen woord: 'Wat uit vlees geboren is, dat is vlees'. - En wat 'vlees' betekent in de Heilige Schrift, daarover laat de Geest ons bij monde van Johannes en Paulus bepaald niet in het ongewisse. Iemand zei: 'dat dieren vlees zijn, dat is hun bestemming naar Gods eigen bedoeling. Dat wij vlees zijn, is onze zonde en schande'.

Wonderlijk, maar waar: in dat 'vlees' is Gods Zoon ingegaan. Niet maar in ons lichamelijk vlees en bloed (dat ook), maar niet minder in 'het vlees, dat tot niets nut is', zoals Christus Zelf dan weer zegt.

Wij mogen niet zo vlak over de vleeswording des Woords spieken, als was Christus alléén daarin mens, dat hij vermoeidheid, honger en dorst kende. Dat zijn typische uitingen van de lichamelijke (menselijke) natuur. Gods Woord peilt 'deze verborgenheid der godzaligheid' dieper. Jazeker, het is en blijft een groot mysterie: God is geopenbaard in het vlees' (1 Timoth. 3 : 16), - een zó groot geheimenis, dat Jezus 'dieper wegzinkt in onze ellenden dan alleen in ons lichamelijk vlees en bloed'. - 'Het Woord is vléés geworden' wil ten diepste zeggen: Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt' (2 Corinth. 5 : 21). - 'Voor ons', dat wil zeggen: en behoeve van ons, in onze plaats!

'O liefde, die om zondaars te bevrijden 'zó zwaar woudt lijden...'. (wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘Het Woord is vlees geworden’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's