De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zuid-Afrika

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zuid-Afrika

9 minuten leestijd

In allerlei bladen hebben berichten en interviews gestaan na het bezoek dat de delegatie van de G.B. aan Zuid-Afrika bracht. In enkele gevallen vonden tendentieuze weergaven plaats van wat gezegd werd. Ned. Dagblad van 19 nov. gaf evenwel een correcte weergave. Daarom laten wij dit stuk zei het met een enkele wijziging hier volgen. In geen enkel interview is te vermijden dat slechts enkele zaken word aangestipt en dan nog beknopt. In dit interview is bijv. niet vermeld dat Afrika voor het geweldige probleem staat een sociaal vraagstuk van eeuwen in kort tijdsbestek op te lossen, zóveel verschillen volkeren in één land te doen samenleven en een christelijke cultuur te beschermen tegen de bedreig van communistische en andere belagers.

Hier volgt dan wat de heer A. Kamsteeg, redacteur van het Ned. Dagblad schreef, na opgemerkt hebben welke media zoal aandacht hebben besteed aan het G.B. bezoek aan Zuid-Afrika.

Maar aan het einde van het gesprek kan hij het toch niet laten over 'overmatige aandacht van de media' te spreken.' Ik heb me al met heel wat onderwerpen beziggehouden die ook belangrijk waren, maar waarvoor geen belangstelling bestond. Nu het om Zuid-Afrika gaat, lijkt het echter wel of die kwestie artikel één van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is geworden. Het evenwicht is zoek'.

Dat evenwicht probeert de bondssecretaris overigens zelf wél nadrukkelijk aan te brengen, wanneer hij over zijn recente indrukken in Zuid-Afrika vertelt. 'Die bewegen zich tussen hoop en teleurstelling', zegt hij. Of, anders gezegd, 'wij wijzen de harde lijn, de boycot, met kracht af, maar tegelijk bewijst men Zuid-Afrika geen dienst door geen kritische vragen te stellen. Dat hebben wij de afgelopen drie weken dan ook echt niet nagelaten'.

Die 'wij' zijn, naast ir. Van der Graaf zelf, de andere leden van de delegatie van de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervotmde kerk: ds. C. de Boer, prof. dr. C. Graafland, ds. W. L. Tukker en ir. L. van der Waal. Samen spraken zij met vertegenwoordigers van blanke, bruine en zwarte kerken in Zuid-Afrika, maar stapten bijvoorbeeld ook in Soweto uit hun auto, om er zomaar met willekeurige voorbijgangers te praten. De volgende opsomming van namen is dan ook verre van volledig: minister van justitie Kruger, de theologische hoogleraren J. Heyns en Tjaart van der Walt, dr. O'Brien Geldenhuys, de zwarte predikanten Buti en Tema, de rector van de Kleurlinguniversiteit van West-Kaapland van der Ross en de eerste minister van het thuisland Gazankulu. Speciale toestemming werd tenslotte ook verkregen om een lang en indringend gesprek met ds. Beyers Naudé te hebben.

Over deze laatste wil ir. Van der Graaf direct wel iets kwijt. Dr. Albert van der Heuvel heeft tijdens de deze week gehouden synode van de Hervormde kerk gesuggereerd, dat de directeur van het Christelijk Instituut niet langer de geweldloze methode van verzet tegen de apartheid aanhangt. Omdat het na de recente vrijheidsbeperkende maatregelen van de regering verboden is Beyers Naudé te citeren, drukt ir. Van der Graaf zich zorgvuldig uit: 'Uit óns gesprek met hem is op geen enkele wijze iets gebleken dat erop wees dat de (geweldloze) houding van dr. Beyers Naudé is veranderd. En ik daag hierbij dr. Van der Heuvel uit om het tegendeel te bewijzen'.

De algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond heeft dr. Beyers Naudé leren kennen als een 'hoogstaand en integer man die over Bijbelse gerechtigheid spreekt'. Met betrekking tot dat laatste begrip benadrukt Beyers Naudé, volgens ir. Van der Graaf, vooral de component van de verhoudingen in de samenleving. Maar, zegt hij, het houdt natuurlijk veel meer in. Ir. Van der Graaf betreurt het inmiddels dat het Christelijk Instituut buiten de kerkelijke gemeente is komen te staan. 'Maar dat kan niet met een christelijk getuigenis'. Mede als gevolg daarvan is het Instituut niet aan het gevaar ontkomen, met radicale politieke stromingen gelieerd te worden. 'Beyers Naudé heeft daar zelf ook eerder zijn zorgen over geuit', aldus de heer Van der Graaf.

Inmiddels laat hij er geen enkel misverstand over bestaan juist dat christelijke, dat profetische getuigenis hard nodig te vinden. In Nederland, maar ook in Zuid-Afrika. 'Dat ontbreekt er bij de blanken misschien wel teveel aan, zegt hij. 'Men denkt: onze overheid is christelijk (100 pct. van alle ministers is inderdaad lid van (vnl. de N.G.) kerk), dus zal het wel goed zijn. Maar de eigen verantwoordelijkheid van de kerk blijft'.

Medeschepsel

Zoals gezegd, de antwoorden van ir. Van der Graaf zijn evenwichtig. Hij noemt de 'kleine apartheid' een 'gruwelijke zaak', maar wijst er dan onmi ddellijk op, dat deze 'te veroordelen zaak geweldig op z'n retour is'. In Pretoria hangen in de postkantoren de bordjes 'vir blankes' en 'nie-blankes' nog wel boven de loketten, maar niemand houdt zich er meer aan. Ook weigerde v. d. Graaf te generaliseren over 'de blanke' of 'de zwarte', want 'die bestaan niet'. Je hebt er overal die loyaal staan ten opzichte van het Zuidafrikaanse beleid, die gematigd kritisch zijn of ladicaal. Tussen de predikanten Buti en Tenia, van de zwarte N.G. kerk, is er bijvoorbeeld een aanzienlijk verschil, maar dat bestaat er ook tussen prof. Van der Walt en ds. Vorster.

Op de diverse 'blanke' kerken toegespitst, maakt ir. Van der Graaf het volgende onderscheid. Het minst problematisch ten opzichte van de apartheid noemt hij de Gereformeerde (Dopper) kerken van Zuid Afrika. Die hebben bijvoorbeeld een goede samenwerking op hun interraciaal samengestelde algemene synode (twee zwarten op iedere blanke). Vervolgens is er de Nederduits Hervormde kerk, die vanuit de idee van de onzichtbare kerk vrede heeft met het bestaan van afzonderlijke blanke en zwarte kerken. Wel functioneert er bij hen nog een artikel drie van hun kerkwet, waarin de gescheidenheid op grond van huidskleur is geregeld. Men fundeert dit niet zozeer theologisch als wel op basis van culturele verscheidenheid. 'Welnu, hier hebben wij indringend gevraagd of dit op Bijbelse gronden nu wel te verantwoorden is'.

Dan is er voorts de Nederduits Gereformeerde kerk, waar de grootste spanningen bestaan in verband met de rassenkwestie. Tussen de blanke en de zwarte kerken is er namelijk een moeder-dochter relatie blijven bestaan en dat wringt. Ook hier' domineren weer de pragmatische argumenten voor de kerkelijke gescheidenheid: angst dat het openstellen van blanke kerkdeuren voor zwarten (en andersom) tot demonstraties van hele groepen zal leiden. Bovendien hamert men er op de eigen identiteit, die bij opheffing van de kerkelijke apartheid verloren zou gaan.

Hoewel ir. Van derGraaf meent dat zo'n apartheid in de gemeente van Christus geen recht van bestaan heeft, onderstreept hij wel, dat er inderdaad nog een christelijk stempel op de openbare samenleving van Zuid-Afrika ligt. Wat dat betreft steekt de situatie positief af bij die in Nederland. De Bijbel krijgt in bijvoorbeeld de politieke redevoeringen nog een plaats en de zedelijkheid wordt er minder afgebroken dan hier. Aan de andere kant gelooft ook de Gereformeerde Bonder wel dat er in de geloofsbeleving veel oppervlakkigheid is. 'We hebben wat dat betreft goede, maar ook teleurstellende ervaringen gehad'.

Maar, vragen we dan, hoe zit het met de houding van blanke christenen ten opzichte van hun zwarte medemensen? Ir. Van der Graaf geeft in dat verband toe, herhaaldelijk mensen te zijn tegengekomen, die er maar steeds op hameren dat 'de zwarten dit of dat niet kunnen en ook wel nooit zullen leren', waaruit superioriteitsgevoelens blijken. 'Dan denk je soms: voel je nu eigenlijk wel dat het om medeschepselen Gods gaat, met in 'principe dezelfde kwaliteiten? ' Toch wil onze gesprekspartner superioriteitsgevoelens nadrukkelijk geen kwaal noemen van het Zuidafrikaanse volk als geheel. 

Dat er in Zuid-Afrika juist op het punt van het elkaar erkennen als gelijkwaardig mens iets mis is, ervoer de delegatie duidelijk op een zondag in een Kleurlingenkerk in Mamalodi. Prof. Graafland had er gepreekt, waarna er een erg interessante ontmoeting met de gemeente volgde. 'Men zei ons toen: jullie bent hier als blanken hartelijk welkom, dat ziet u.' Maar wat zou er gebeuren als wij. Kleurlingen, nu eens een blanke kerk zouden binnengaan? We hebben daar in ieder geval een permit (schriftelijke toestemming voor nodig'.

Tijdens datzelfde gesprek zei prof. Graafland, dat wanneer 'ik u tijdens de preek in de ogen kijk, ik precies hetzelfde zie als in welke andere christelijke gemeente ook'. Het antwoord was: 'dat komt omdat u in onze ogen kijkt en niet naar ons vel'.

Kijk, zegt ir. Van der Graaf dan: op zo'n moment voel je weer dat er iets schrijnt. Dat men wel erkent dat de blanken veel voor de bruine en zwarte naaste doen, maar dat het tevens te weinig mét hen gebeurt.

Meegroeien

Na drie weken Zuid-Afrika wil ir. Van der Graaf zich graag bescheiden opstellen. Kritiek mag en moetje hebben, is zijn standpunt. Maar dan zal er tegelijk begrip voor de complexe situatie moeten zijn, respect voor wat er al bereikt is, en tenslotte vooral ook 'een beetje solidariteit in de schuld'. Hoe zouden wij hebben gehandeld, wanneer wij in Zuid-Afrika hadden geleefd? Maar zo bescheiden is hij ook weer niei. of de algemeen secretaris wijst resoluut de positie van de stedelijke Bantoe als hét kernprobleem van Zuid-Afrika aan. Daarover heeft de delegatie ook met minister Kruger gesproken.

Diens antwoord op de vraag wat de politieke toekomst van de stedelijke zwarte is, heeft ir. Van der Graaf nogal teleurgesteld. De in de 'blanke' Republiek wonende en werkende zwarte zou zijn rechten kunnen uitoefenen in zijn thuisland, waar hij zelfs minister zou kunnen worden, en voorts via de stadsraden van de zwarte woonwijken als Soweto. 'Welnu, als daarmee het hek dicht valt en je dan alles hebt gezegd, heb je kennelijk de ernst van de situatie niet onderkend'.

En nu we het toch over kernproblemen hebben, de heer Van der Graaf wijst er aan de ene kant op dat bijvoorbeeld de blanke N.G.-kerk haar verantwoordelijkheid en roeping tegenover de zwarten heeft verstaan en bewonderenswaardig veel aan zending heeft gedaan. 'Maar aan de andere kant is het te betreuren dat velen niet met de ontwikkeling (van de Bantoes) zijn meegegroeid en op een bepaald punt stil zijn blijven staan. In die gevallen is de mentaliteit niet mee-veranderd'.

Dit alles wil ir. Van der Graaf in Zuid-Afrika en Nederland blijven zeggen.

Maar dit tegelijk met een scherp afwijzen van de confrontatie. 'Erzijn al teveel deuren dichtgegooid en het zicht op het goede dat er gebeurt, is al teveel verloren gegaan'. De secretaris van de Gereformeerde Bond wijst op vele bruggenbouwers, als Heyns, Van der Walt en Buti, die er in Zuid-Afrika nog zijn. Hen moeten we zoeken. Boycot daarentegen maakt de Afrikaners alleen maar harder: ze hebben per slot van rekening nog Voortrekkersbloed. Want, zeggen ze nu al, we hebben altijd nog genoeg maispap om te eten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zuid-Afrika

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's