Uit de pers
Over Bijbelgebruik
De vragen inzake de omgang met de Bijbel zullen wel nimmer tot rust komen in deze bedeling. Dat laat zich verstaan, want het Woord van God jaagt ons altijd weer op uit onze vermeende rust, spreekt ons altijd weer aan, en laat zich niet boeien. In Woord en Dienst van 26 november gaat ds. A. A. Spijkerboer op de kwestie van het Bijbelgebruik in. Hij wijst erop, hoe bepaalde discussies voorstanders en tegenstanders zich beiden op de Bijbel beroepen. We kunnen dat inderdaad in allerlei gevallen constateren. Met name bij allerlei ethische kwesties of politieke zaken is het beroep op de Schrift niet eenduidig. Wat de een uit bepaalde teksten als gebod Gods afleest wordt door de ander weersproken met een beroep op dezelfde Bijbel.
In welke relatie staat voorts de Bijbel tot de traditie, tot dat wat ons van huis uit, of in een bepaalde kerk geleerd is? Is het waar, zoals de volksmond beweert, elke ketter zijn letter heeft? Spijkerboer schrijft het volgende:
'Met de Bijbel kun je bewijzen watje wilt!' Dat hoor ik vaak zeggen, en ik hoor het ook nooit tegenspreken. Het is natuurlijk wel waar, dat b.v. voorstanders en tegenstanders van de apartheidspolitiek zich beiden op de Bijbel beroepen, en dat je uit de Bijbel niet alleen 'bewijzen' kunt dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, maar ook, dat hij door de werken gerechtvaardigd wordt.
Wat willen we nog, wanneer het echt waar is, dat je 'met de Bijbel alles bewijzen kunt watje wilt'? Ik hoor de meeste mensen zeggen: 'Ik houd me maar aan wat ik geleerd heb!' en wat ze geleerd hebben is dan wat ze in hun ouderlijk huis of van een geliefde predikant hebben meegekregen. Dat hoeft natuurlijk niet niks te zijn, maar het betekent allemaal wel, dat wat er in de Bijbel gezegd wordt voor ons geloof geen rol meer speelt, en dat we in feite teren op de traditie. Dus dat de Bijbel, hoe mooi hij ook op onze boekenplank kan staan, aan flarden is. Maar nu moeten we eens even nagaan hoe mensen te werk gaan, die 'met de Bijbel alles bewijzen kunnen wat ze willen'. Ze hebben een paar vaste ideeën in hun hoofd, en... daar zoeken ze gewoon een paar teksten bij. Als ik pacifist ben, kost het me niet de minste moeite om uit de Bijbel te 'bewijzen', dat geweld uit den boze is, en als ik geen pacifist ben, kost het mij al evenmin de minste moeite om uit de Bijbel te 'bewijzen' dat de staat over machtsmiddelen moet beschikken. Maar dan gebruik je de Bijbel als een magazijn vol teksten, en dan haal je uit dat magazijn wat van je gading is: de rest laat je liggen.
Toen ik in de vierde klas van de lagere school zat kwam 'de schoolopziener' op bezoek. (Van 'inspecteurs van het lager onderwijs' hadden wij nog geen weet!) Het was de vader van de latere predikant-dichter ds. J. Wit. Hij vroeg: ' Wat is het belangrijkste vak? ' Wij: 'Rekenen! Taal! Geschiedenis! Aardrijkskunde!' Op één vak kwamen we niet, want dat hadden we voor ons gevoel al helemaal onder de knie: lezen! Maar toen wij uitgepraat waren, legde 'de schoolopziener' uit, dat lezen het belangrijkste en het moeilijkste vak was; je had het niet alleen voor alle andere vakken nodig maar het was ook erg moeilijk om goed tot je door te laten dringen wat je' leest.
Ik heb dat nooit vergeten, en ik ben vaak tot de conclusie gekomen, dat 'de schoolopziener' ons die dag een zéér wijze les had meegegeven: goed lezen is ontzaggelijk moeilijk en ontzaggelijk belangrijk. Als je de Bijbel goed leest, merk je, dat het helemaal niet mogelijk is om er 'alles mee te bewijzen watje maar wilt'. Je merkt, dat de Bijbel erop uit is om je met God te leren leven, en dat de Bijbel zelf laat zien, waar het op aankomt. Je merkt ook, hoe belangrijk de dingen, die andere mensen uit de Bijbel gehoord hebben voor je worden: Ik denk wel eens dat het getuigenis van andere christenen noodzakelijk is, als je de Bijbel zelf wilt leren verstaan.
Zo is het toch, dat waar de Bijbel echt gelezen wordt, hij in de gemeente gelezen wordt?
Laten we nog even de proef op de som nemen met het pacifisme: Wanneer ik probeer de Bijbel goed te lezen, en dan luister naar wat er in de kerk zo allemaal over oorlog en vrede gezegd wordt, dan vind ik wel, dat de Bijbel in de richting van het pacifisme gaat, maar helemaal vast maken kan ik het nooit, en het lukt me nooit om er een principe van te maken. Zou dat eigenlijk een ramp wezen?
Ik zou er de volgende kanttekeningen bij willen maken. Het gevaar is zo groot dat wij vanuit onze probleemstellingen de Bijbel benaderen, terwijl omgekeerd de Bijbel zelf de levensproblemen aan de orde stelt, op een veel radicalere wijze. We mogen de Bijbel niet laten buikspreken door een paar bewijsplaatsen te zoeken voor onze stellingen.
En inderdaad, het is goed om de Schrift te lezen samen met alle heiligen'(Efeze 3 : 19). We beginnen vandaag niet op ons eentje. Er ligt een kerkgeschiedenis achter ons. Die traditie heeft nooit het laatste woord. Maar die traditie spreekt wel mee. Al blijft het zo, dat de Schrift ons soms verrassend nieuwe wegen wijst en tradities doorbreekt. Het laatste woord is en blijft aan de Schriften.
De Bijbel geen boek vol bewijsplaatsen... Niettemin houden we staande dat het gebod van God ook in onze tijd een licht en een lamp is. Als het gaat om b.v. de apartheidspolitiek, het ontspanningsvraagstuk of de vragen rondom de medische ethiek, is het m.i. niet mogelijk met een beroep op de Bijbel van alles en nog wat te verdedigen. De Bijbel wijst wel degelijk rassisme, en verheerlijking van geweld e oorlog af, en is er niet onduidelijk in, dat de Here God Here is over het leven. En we zullen, geduldig luisterend naar de Schriften, in broederlijk beraad, de weg moeten zoeken hoe we als christenen hierin hebben te handelen.
Maar de problemen schuilen vaak in de concrete toepassing van het gebod van God. Welke weg moet in concreto begaan worden? Als christenen het er met elkaar over eens zijn, dat de Here God de vrede op aarde wil, en dat een bewapeningswedloop, strijdig is met zijn bedoelingen, blijft toch de vraag: Hoe vertaal je dat in politieke beslissingen die willen rekenen met dit gebod Gods?
En dan is het hachelijk om b.v. ten aanzien van het standpunt dat men inneemt inzake de NAVO elkaar te beschuldigen van ongehoorzaamheid aan Gods wil.
Hier dreigt levensgroot het gevaar van vereenzelviging (nl. vereenzelviging van een bepaald politiek standpunt met het Evangelie). Anderzijds is er het niet minder grote gevaar van een neutralisme, dat in zijn zwijgen tekort doet aan de ernst en de duidelijkheid van het spreken der Schrift.
Wij zullen moeten blijven worstelen om gezamenlijk de wil van God te mogen verstaan. De Bijbel spreekt dan zelf over een toetsen, beproeven van wat de wil des Heren is. Voor de toepassing van Gods geboden en beloften is inzicht en wijsheid nodig. Dan hanteer je de Bijbel niet als een boek met bewijsplaatsen die men maar behoeft na te slaan... Dan weet je je afhankelijk van de leiding van Gods Heilige Geest Die door het Woord ons wil leren de weg die we hebben te gaan.
Begraven of cremeren
In de kroniek van het november nummer van Credo schrijft ds. M. P. van Dijk over deze veelbesproken zaak. Omdat wel eens te gemakkelijk gezegd wordt: het is toch om het even, is het goed om de rustige argumentatie van ds. Van Dijk te overwegen, als hij pleit voor het begraven op grond van een aantal overwegingen die niet los staan van het bijbels getuigenis inzake schepping en herschepping.
Het wordt meer en meer gewoonte, ook onder christenen, zijn lichaam te laten cremeren inplaats van, zoals vroeger, te laten begraven. Men kan daar verschillend over denken. Het is niet mijn bedoeling in dit artikel mensen te veroordelen. Wel enkele vragen te stellen. De Schrift zegt: 'stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren'. Dit betekent in het hele verband: tot de aarde wederkeren waaruit de mens genomen is. Men kan zeggen dat dit een vloek op de zonde is en dat is het ook. Maar toch niet helemaal zonder uitzicht, het is niet niets tot de aarde te behoren. Vele volkeren spraken van de moederaarde, dat doen we niet, maar de Schrift zegt toch wel dat we uit de aarde genomen zijn. Tot die aarde keren we terug, de aarde die niet niets is maar schepping. De aarde dat is maar niet een verzameling dode stof. Neem een handvol aarde en leg het onder een mikroskoop. U zult zien dat het wemelt van leven. We staan, als we sterven, niet buiten de schepping!
Gezien de omstandigheid ben ik van mening dat het begraven worden, het weer één worden mét de aarde, daar dichter bij aansluit dan het cremeren. Zeker, het is een symbool maar ook symbolen zijn van betekenis. We blijven in het begraven worden één met de bloemen, de dieren, de planten. We waren hoogmoedig, zo hoogmoedig dat wij als God wilden zijn. Nu worden we weer wat we waren: een stukje aarde, maar nog eens, dat is niet niets. Een tweede argument: Christus werd één met ons toen ze Hem begroeven. Jezus is niet gecremeerd. Hij keerde tot de aarde terug zoals wij tot de aarde terugkeren, solidair ook hierin met de mensen. Mogen wij het beter willen hebben dan Hij? Spreekt Paulus niet van het gelijkvormig worden aan het sterven van Christus? Hij lijdt, dat betekent dat ook wij lijden. Als Paulus spreekt van het gelijkvormig worden aan Zijn dood, betekent dit dan niet dat we ook gelijkvormig worden aan Zijn begrafenis?
Een derde argument. Jezus stond op uit een graf, niet maar uit wat stof. Jezus stond op uit de schepping, één met de schepping, begraven in de aarde, één met de aarde, om eens de aarde te vernieuwen. Als wij opstaan zal dat gebeuren uit de aarde, één met de aarde, één met de nieuwe aarde, die herleeft. Wij herleven met de aarde.
Tenslotte een vraag. Kan het het abstraherende denken zijn dat tot de gewoonte van het cremeren leidt? Abstraheren betekent: uit zijn samenhangen rukken. Wij zien dikwijls maar een hoopje stof. De Schrift ziet de aarde, de wereld, de schepping, de samenhang, het toebehoren aan, de eenheid, het hele proces van het sterven met alle schepselen om ook straks, één met die schepselen, op te staan tot een nieuw leven.
Jezus stond op uit een graf, één met de graven als eerstgeborene uit de doden, eerstgeborene: verenigd met hen die stierven en begraven werden en tot leven zullen komen.
Als wij begraven, begraven wij een stukje aarde dat bij de aarde hoort in de verwachting dat het eens wff de nieuwe aarde zal opstaan. Dat zal gebeuren als de hemel zich weerbij de aarde voegt, het nieuw Jeruzalem neerdaalt. Het zal de aarde kussen en de doden in zich opnemen zoals een moeder haar kinderen.
Samenvattend: wij zijn uit de aarde genomen, behoren dus tot de aarde. Als we sterven wordt dat niet tenietgedaan, integendeel: wij keren tot de aarde temg waaruit wij genomen zijn. Om dit toebehoren aan de aarde tot uitdrukking te brengen verdient het begraven voorkeur. We zijn ook na het sterven zó één met de aarde (Gods goede schepping) dat we niet zonder, maar met de aarde herleven. We behoren op onze pkats te zijn als de bazuin klinkt. Vernieuwing van herhel en aarde! We staan niet op, los van de aarde! Toen Jezus opstond scheen de zon, die eerste morgen en wandelden de discipelen met Hem in het licht, ze zagen Hem in het licht van de nieuwe dag. Een voorsmaak van de toekomst!
Jezus is niet terstond ten hemel gevaren, hij is nog een poos op aarde geweest, heeft in het licht gestaan, heeft gegeten en gedronken, het goede van de aarde genoten voor hij ten hemel voer. Zijn voeten hebben de aarde slechts tijdelijk losgelaten.
Blijft daarnaast de pastorale en vaak evangelisatorische problematiek inzake de aanwezigheid bij een crematie. Meer en meer is het gebruikelijk rouwdiensten te houden in de aula's van begraafplaatsen en crematoria, en komt de familie niet meer bijeen in de woning van de overledene, zeker niet in de grote steden met zijn vaak krappe behuizing. Dan is zo'n aula de enige plek waar men dis pastor en predikant gelegenheid heeft het Woord Gods te brengen aan de nabestaanden en de kring van belangstellenden. En elke pastor weet, hoezeer juist in een rouwdienst het gehoor gemêleerd is. En hoe men soms daar nog bij uitstek buitenkerkelijken bereikt. Wie crematie afwijst is daarmee niet ontslagen van de prediking en het pastoraat in zulke omstandigheden. Die taak blijft geboden. Maar we zullen wel de mensen duidelijk moeten blijven maken, dat begraven meer in de lijn van het bijbels getuigenis ligt dan cremeren. Vandaar dat we dit stukje van ds. Van Dijk gaarne onder uw aandacht brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's