Spreiding van macht
Een stelling over de communicatiemedia
Op donderdag 15 december a.s. hoopt drs. J. H. v. d. Rank aan de Rijks Universiteit te Utrecht bij prof. dr. G. Quispci to promoveren op een proefschrift getiteld 'Macarius en zijn invloed in de Nederlanden'. 'Homilien oft verclaringhen; van de oprechtigheydt die den Christenenmenschen betaemt en daerin sy hen behooren te oeffenen, beschreven door den Heylighen Vader Macaris den Egyptenaer', zegt het omslag van het boek verder. In het voorwoord zegt drs. v. d. Bank: 'Mag ik dan in Macarius niet geheel en al 'de' Gereformeerde Bond in Syrië' gezien hebben, wel is mij duidelijk geworden, dat in de vroomheid van toen en die van heden veel verwante trekken zijn.'
Nu gaat het mij hier niet om een beoordeling van dit proefschrift. Dat laat ik gaarne aan de deskundigen over. Slechts willen we hier de promovendus bij voorbaat feliciteren met de voltooiing van dit proefschrift. Maar als bij elk proefschrift zijn ook bij deze dissertatie stellingen gevoegd. Daarbij vinden we in dit geval weinig stellingen, die direct op het promotieonderwerp slaan, maar des te meer stellingen van algemene aard. Een aantal daarvan is hiernaast afgednikt. Eén stelling is actueel genoeg om er wat extra aandacht aan te geven en wel deze: 'door de geïnterviewden in aktualiteitenrubrieken van televisie en radio inspraak te geven bij de montage van het programma, kan de spreiding van macht worden bevorderd.'
Macht
Het is duidelijk, dat er een geweldige macht bij de media ligt om de volksgeest diepgaand te beïnvloeden. In tal van landen in de wereld wordt dat door de overheden beseft blijkens het feit, dat er vele landen zijn waar geen persvrijheid is. Geen persvrijheid betekent dan, dat slechts datgene aan het volk wordt doorgegeven wat de overheid voor het volk nuttig acht. In dat opzicht kunnen de situaties zeer verschillen, maar waartoe dit leiden kan leert ons de Tweede Wereldoorlog, toen Hitler de media beheerste en daarmee het Duitse volk diepgaand wist te beïnvloeden. 'Wir haben es nicht gewuszt' (we hebben het niet geweten) mag in vele gevallen als een dooddoener hebben geklonken bij zulk een geweld als waarvan Hitler zich bediende, maar een feit is, dat de media datgene door lieten komen wat Hitler goed en nodig vond. De andere informatie kon slechts illegaal geschieden. En zo werden miljoenen misleid.
Wie de pers, de radio, de t.v. in handen heeft kan grote macht uitoefenen. De media zijn zo een machtsfactor in de handen van machthebbers.
Actualiteitenrubrieken
Drs. van de Bank bedoelt dunkt me met zijn steUing echter iets anders. Hij zal het oog gericht hebben op eigen land, een land met persvrijheid en vrijheid voor de media. Ook hier geldt, dat de media grote macht oefenen, met name via de actualiteitenrubrieken. Daardoor wordt de 'mening' gevormd van het grote publiek. De mondigheid van de mens ten spijt, vindt de man-van-de-straat toch in doorsnee wat hij via de media, zeg dan 'zijn' media oppikt. Trouwens, daar, waar het, hóógst wordt opgegeven van de mondigheid van de mens, wordt er het minst rekening meegehouden. Men kan immers moeilijk volhouden dat, wanneer media geen evenwichtige weergave bieden van wat zich aan nieuws en aan actuele ontwikkelingen voordoet maar zij zich uitputten in eenzijdige selectie en in radicaliteit, ze voor de mondigheid van lezers, luisteraars en kijkers weinig geven. Die moeten anders toch wel in staat worden geacht zelf te oordelen uit de feiten?
En zó oefenen de media juist óók macht, soms geestelijk geweld. Moeten we namelijk niet zeggen, dat de huidige situatie, wat de pers en de andere media betreft in grote lijnen gekenmerkt is, door één visie, die overal moet worden verbreid? Is het niet zo, dat al wat socialistisch is - ik zeg niet eens marxistisch - bij voorbaat door vele media moet worden gepousseerd? Soms denkt men: er is één brein, dat zorgt voor lancering van nieuws en stellingname; het komt eerst bij enkele leidinggevende opiniemedia en vandaaruit gaat het op dezelfde wijze naar de afhankelijke, de nietzelfstandige, de (zelfs) onvolwassen opiniemakers. En het wordt alles met een zelfsprekendheid geponeerd alsof het om absolute waarheden gaat.
Selectie
In deze machtsoefening van de media gaat het om twee factoren: selectie van de gegevens en tendentieuze weergave van feiten. Treffende staaltjes hebben we ervan kunnen zien bij de kabinetsformatie. Mr. G. C. van Dam schreef daarover, wat het aandeel van het dagblad Trouw betreft, een niet mis te verstaan stuk over in Trouw. Trouw heeft het maandenlang met kracht en verve opgenomen voor een PvdA-CDA kabinet, totdat nog slechts krokodillentranen overbleven bij het CDA-VVD accoord. Van Dam schreef:
'Van vele kanten wordt storm gelopen tegen het regeerakkoord, dat de fractievoorzitters van het CDA en de VVD de heren van Agt en Wiegel, hebben opgesteld en aan hun fracties hebben voorgelegd. De kritiek van links wekt natuurlijk geen verbazing. Daarin zit ook een deel frustratie vanwege de van die kant gemaakte fouten en angst voor de gevolgen daarvan.
Opvallender is de systematische kritiek uit de AR-hoek. Trouw 'is daarvoor de spreekbuis en doet in redactionele artikelen daar lustig aan mee'. Bij elkaar begint het te veel op een hetze tegen het akkoord en tegen de opsteller van die CDA-kant, van Agt, te lijken. Binnen een week: een vraaggesprek met Den Uyl, een vraaggesprek met Aantjes ('afschuwelijk'), een hoofdartikel ('kamertjeszonde'), een artikel van Goudzwaard ('akkoord CDA-VVD spaart kool en geit'), een hoofdartikel, een artikel van de onderwijsredactie (CDA-kritiek op onderwijs, waarin de AR-staatssecretaris drs. K. de Jong zn zijn kritiek op het akkoord spuit'), een artikel van Johan van Workum ('CDA-filosofie smolt finaal in VVD-zon') en een artikel van P. L. van Enk ('van Agt in hevig conclict met zijn eigen aanhangers'.)'
Wat hier door van Dam van Trouw wordt gezegd geldt van Hervormd Nederland, en de actualiteitenrubrieken van verschillende media.
Tendentieus
Het tweede waarmee de media macht oefenen en in feite geestelijke terreur plegen is de tendentieuze berichtgeving of weergave van iemands woorden. We hebben daarvan zelf, inzake de kwestie Zuid-Afrika, onverkwikkelijke voorbeelden moeten constateren. In de journalistiek zit een stuk verloedering en helaas gaat dat aan de zogeheten christelijke media niet voorbij. In kwesties waaraan een 'ja' en een 'nee' zit wordt óf het 'ja' óf het 'nee' door selectie, knipperij of tendentieuze weergave doorgegeven. De interviewer bepaalt (óók soms al door de vraagstelling) wat de geïntervieuwde zal zeggen. En op die manier maakt men stemmen dood of personen monddood. Daar waar men het sterkst opkomt voor de rechten van de mens, de waardigheid van de mens treedt men de rechten van eerlijke weergave van een mening (die men dan mijnentwege fel bestrijden kan) met voeten.
Nóg een stap verder gaat het wanneer elke methode dienstbaar wordt geacht aan het gestelde doel van tendentieuze berichtgeving. Het is ondergetekende deze weken overkomen, dat op de vraag of er ook op of door anderen nog gereageerd zou worden op wat in het vraaggesprek gezegd was, geantwoord werd dat men dit niet wist, terwijl de opname van de man, die inderdaad zou reageren, kennelijk al gemaakt was.
Ik denk verder aan de beruchte Varauitzending van Sonja Barend, na een gesprek met mensen van de Bond tegen het vloeken. Het tart elke beschrijving, dat het in onze maatschappij, die van woorden als vrijheid, humaniteit en gerechtigheid bol staat, mogelijk is, dat men eerst de schijn wekt een integere opname over bezwaren tegen het vloeken temaken en dat men dan aan het eind van het program een bewust nummertje vloeken weggeeft. Excuses achteraf (na reacties en bedankjes uit de lande, maar ook eerst dan) helpen weinig, als niét de mentaliteit, die blootgegeven werd, verandert. Hier hebben we een stuk demonie waarmee de geestelijke atmosfeer wordt vergiftigd.
Dikke streep
Daarom zet ik een dikke streep onder de stelling van drs. van de Bank, dat inspraak van de geïnterviewden bij de montage van programma's voor spreiding van macht zorgt. Afgezien van het feit, dat men het zich kennelijk niet meer kan permitteren interviews ongelezen te laten plaatsen of radioprogramma's of t.v. programma's die 'geknipt' zijn, ongelezen of ongezien te doen uitgaan, is het méér en méér nodig te weten in welk kader een programma staat. Bepaalde programmamakers staan voor niets. Mensen kunnen worden ge-. maakt of gebroken. Maar wat belangrijker is, mensen van vandaag, die als het ware leven bij de media, wordt eerlijke voorlichting onthouden. Zij worden blootgesteld aan fanatieke indoctrinatie.
De media zijn machtig. En kennelijk werken er ook onzichtbare machten achter wat zichtbaar op schermen, voor microfoons en in letterkolommen wordt gebracht.
Men kan zich gelukkig prijzen in concrete gevallen, dat actualiteitenrubrieken eendagsvliegen zijn, omdat er morgen weer ander nieuwfs is. Maar vele eendagsvliegen, die hun angels steeds weer in hetzelfde volksbewustzijn boren, kunnen niet te overziene gevolgen veroorzaken.
Ik denk intussen, dat bij vele media van de Banks stelling moeilijk gehoor zal vinden. Omdat men vindt dat het niet om spreiding van macht gaat (liever zou ik nog zeggen evenwichtigheid in de opinievorming) maar om bewuste penetratie van ideologiën.
Drs. van de Bank hebbe intussen een goede, promotie, met een 'goede pers'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's