Verharding en verkilling
Vorige week schreven we over tendentieuze en selectieve journalistiek. In interviews bepalen de programmamakers goeddeels wat naar buiten wordt doorgegeven en hoe op deze wijze de publieke opinie wordt gevormd. Er is echter ook nog een andere kant aan deze zaak, te weten een algemeen waarneembare verruwing en verharding, die meer en meer kenmerkend voor onze samenleving is geworden. Daarover in het hiervolgende wat meer.
Het harde interview
Het zogenaamde harde interview is 'in'. De ondervraagden krijgen het pistool op de borst. Een genuanceerd spreken, een én, én verdraagt men niet. Het moet zijn of, of. De manier waarop daarbij de ondervraagden soms tegemoet getreden worden mist elke vorm van respect voor de geïnterviewde en diens mening. Men ziet het in deze tijd van kabinetsformatie, waarin nu al maanden gezwoegd wordt om een kabinet tot stand te brengen, hoe politici door de mangel van de harde publiciteit gaan. Alles schijnt oorbaar te zijn. In dat licht bezien kan men alleen maar bewondering hebben voor diegenen, die het aandurven om nog ministeriële verantwoordelijkheden te gaan dragen, terwijl zich al direct dagen aankondigen van harde oppositie, waarbij de media zich niet onbetuigd zullen laten. Politici zijn óók mensen. Wat ze over zich in de kranten lezen raakt hen tenslotte ook nog een keer als mens. En de harde, koude publiciteit rekent met dit menselijke vaak heel erg weinig. Men moet zelf wel hard zijn om tegen de harde publiciteit bestand te zijn. Maar dat houdt dan óók direct het gevaar in van verharding bij diegenen, die in de publiciteit hard tegemoet getreden worden. Het wordt alles grimmiger. Het politieke klimaat verhardt, het sociale klimaat eveneens.
In de kerk
Men mag binnen de kerk(en) andere methoden verwachten dan in de wereld. Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben, zegt Christus. Men moet de ander uitnemender achten dan zichzelf, is een ander Schriftwoord. Wat wordt daarvan waar gemaakt in de kerk vandaag? Er is een theologie, die onder wisselende namen (revolutietheologie, bevrijdingstheologie) de politiek als nummer één op de kerkelijke agenda heeft geplaatst, met het gevolg, dat de harde politieke methode vaak wordt overgenomen. Ook hier het óf, óf. Men zal over politieke kwesties in de wereld zus of zó denken en anders en nu citeer ik prof. van Niftrik, zoals hij sprak op de synodevergadering, waar het Getuigenis aan de orde was-: 'Fresz Vogel, oder verdirb; op politiek gebied zul je dit belijden, of anders houden we je Getuigenis voor muggezifterij of farizeïsme.
'De politieke theologie heeft verharding en verruwing ook binnen de kerk tot stand gebracht. Ook de kerkelijke pers draagt de sporen van deze verharding. De organen, die zich in dienst gesteld hebben van de politieke theologie, treden met niets en niemand ontziende felheid, in woordgebruik dat de grenzen van het gevoeglijke soms overschrijdt, op tegen hen, die niet in een bepaald politiek straatje gaan. En zo trekt een verkilling en verstijving over het kerkelijke leven, waardoor mensen vervreemd worden van de kerk, omdat ze de liefde missen, zelfs soms geraakt worden tot in het diepst van hun ziel.
Polarisatie
Maar het zou intussen van farizeïsme getuigen als we zouden doen alsof de verharding slechts aan de ene kant van de polarisatielijn ligt. Waar polarisatie is loopt ieder de kans om hard en scherp te worden en de bijbelse bewogenheid te verliezen. En in een tijd van verharding aan alle kanten neemt het gevaar van polarisatie binnen élke kring ook toe.
Het schijnt de doem van deze tijd te zijn, dat het of , - of (en zó dus de polarisatie) elke kerk, groep, beweging in de wurggreep krijgt. Wat te denken van een hopeloos verdeelde Gereformeerde Gezindte, waarin óók dezelfde symptomen van verharding aangetroffen worden, juist ook in het omgaan met elkaar? Het ergst is het daar, waar de mening heerst, dat 'de waarheid' nog slechts in een kring van vijf a tien voorgangers in ons land bewaard is. Hoe kleiner de kring, die men nog waarheidsgetrouw acht, hoe liefdelozer het optreden tegen anderen. Er gaan wat een predikanten onder het juk der veroordeling door van hen, die menen dat ze de laatst profeten zijn, de enige getrouwen in den lande.
En intussen, wie zal hier vrijuit gaan? In een tijd van polarisatie mag ieder zich wel nauwgezet onderzoeken of hij handelt in de geest van Christus. Of hij in zijn omgaan met de anderen wel beseft dat slechts Eén onze Meester is en dat wij allen dienaars zijn.
Bekering
Iemand zei eens: wat zou het kerkelijke leven er anders uitzien als er eens een jaar lang geen kerkelijke periodieken verschenen. Daar zit iets in. Anderzijds verwoorden al de kerkelijke periodieken bij elkaar, iets van de gesteldheid binnen de kerk. Er is een polarisatie, die kerken en gemeenten ontwricht en waarvan men de neerslag slechts ziet in wat zoal geschreven wordt. Wat we nodig hebben is daarom een hartgrondige bekering over de gehele linie. Ik roep nog eens in herinnering wat prof. van Niftrik in zijn laatste kroniek van Kerk en Theologie na de bewogen maanden rondom het Getuigenis schreef:
'Steeds nadrukkelijker moeten wij onszelf en anderen in deze tijd de vraag stellen of wij nog wel de Kerk, lichaam van Christus, gemeente des Heer en zijn. Wij moeten elkaar voortdurend aanmanen ons te concentreren op het eigenlijke, de boodschap van verzoening en genade. Wij zullen juist in deze tijd de noodzakelijkheid van bekering en wedergeboorte op de voorgrond moeten stellen. Wanneer de officiële kerken zouden verworden tot politieke pressure-groups, zal de gemeente des Heer en zich terugtrekken en haar leven in de verborgenheid gaan leiden. Ik ben ervan overtuigd, dat er thans meer dan ooit voor de kerk gebeden moet worden. Niet het één of het ander, hoe belangrijk op zichzelf ook, staat op het spel, maar het kerkzijn als zodanig. Er zal vurig gebeden moeten worden om de vrede van Jeruzalem."
Dat schreef de man, die er in het laatst van zijn leven als met een schok oog voor kreeg op welke weg ons kerkelijk leven zich bevindt. Dit woord mogen we ons allen ter harte nemen, links en rechts. Het gaat om de prediking van wedergeboorte en bekering, om verzoening en genade. Waar die prediking verstomt daar vindt de wedergeboorte door de Heilige Geest ook niet meer plaats. En waar geen mensen meer 'in Sion geboren worden', daar zal de liefde verkoelen, daar zal de wereld en de wereldse methode ook het kerkelijk leven gaan geheersen en bepalen. Waar liefde woont, gebiedt de Heere de zegen. Die liefde kan ten diepste niet opbloeien daar waar de liefde Gods niet meer in de harten wordt uitgestort door de Heilige Geest. En daarom, als de kerk de prediking van de wedergeboorte gaat missen en het bevindelijke leven van de verborgen omgang met God niet meer opbloeit dan zullen we als kerk ten prooi vallen aan verdere processen van verscheuring en verharding. God beware ons daarvoor.
De Waarheid
Een bepaald predikant moet eens gezegd hebben: geestelijk leven is er niet meer maar wij hebben nog wel De Waarheid. Alsof dat zou kunnen. Alsof men de Waarheid kan hebben zonder het leven, Christus is de Waarheid en het Leven. Die twee gaan samen. Als de waarheid van de wedergeboorte en de bekering wordt gepreekt, los van de Waarheid, die Christus is, zal de liefde ook verkoelen. In de waarachtige bekering, in de waarachtige levensvernieuwing maakt God mensen ootmoedig en daarin ook mededeelzaam naar de ander. Wie zich zondaar voor God weet, van dag tot dag, wie weet dat hij van genade moet leven kan niet meer hoog van de toren blazen tegen anderen die belijden en beleven van dezelfde genade te moeten leven, ook al zijn er verschillen. Door de genade en de liefde van God worden harde harten zacht. Dat zal ook in de omgang met anderen blijken.
Het woord Waarheid komt vele malen voor in de Schrift. En de Schrift drukt zich vaak scherp uit als het om de Waarheid gaat. Als het wérkelijk om de Waarheid gaat, verdraagt de Schrift geen én-én, dan is het inderdaad óf-óf. Maar de Schrift spreekt in verband met de Waarheid ook over de vrede en de liefde. De Waarheid moet in liefde betracht worden (Ef. 4 : 15) en we moeten de Waarheid en de vrede liefhebben. En daarom mag er in een tijd van polarisatie en verharding wel de vraag zijn en de bede: eid mij in Uw Waarheid en Zend Uw licht en Uw Waarheid, dat die mij geleiden.
Strijd om de Waarheid die uitloopt op twist en tweedracht kan nooit de zegen des Heeren mee hebben. Hierin ligt dunkt me de nood van ons kerkelijk leven. Daarin ligt alle reden tot zelfonderzoek bij ieder die leiding geeft in het kerkelijk leven. Tenslotte zal God ons éénmaal oordelen over de vraag hoe we de Waarheid hebben betracht. Alleen de liefde zal beslissend zijn. En bloeit alleen op vanuit het herboren leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's