De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

We laten hier volgen het . . . .

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

We laten hier volgen het . . . .

4 minuten leestijd

We laten hier volgen het begin van de gedachtenisdienst in oktober 1945 in Putten gehouden, na het bekend maken van de namen der oorlogsslachtoffers.

Ds. L. Kievit zei:

'Ik verzoek thans de gemeente op te staan van haar zitplaatsen, teneinde hare doden te gedenken.

Wij gedenken heden de honderden doden, die met ruwe hand uit ons midden werden weggevoerd, zonder dat ons een afscheid werd gegund. In den vreemde werden zij mishandeld en uitgemergeld. Wie kent hun angst, wie peilt hun leed? Daar vond hen de dood, die reeds lang op hen loerde. Zij zijn niet zonder getuigen gekweld en vermoord. De Getuige in de hoogte, de Heere der heirscharen, zag toe en tekende het op. En wat meer is: Hij neigde zijn oor tot hun geschrei. Al waren wij van hen onbereikbaar ver verwijderd, de Heere was op roep-afstand: Hij is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. Dat heeft Hij ginds terdege betoond.

Eenzelfde hemel welfde zich over hen en over ons. Daaronder hebben zij geleden en gebeden, daaronder hebben wij gekermd en gesmeekt. En wat hun stof betreft. Hij waakt erover, waar ook ter aarde besteld, of op alle winden verstrooid. God moge onzer gedenken, een gemeente van nabestaanden en overlevenden, die er rouwend om roept:

Gedenk o Heer', hoe zwak ik ben, hoe kort van duur; Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur; Zou 't mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen? Wie leeft er, die den slaap des doods niet eens zal slapen? Wie redt zijn ziel van 't graf? Ai, help ons, als te voren. Gelijk Gij bij Uw trouw aan David hebt gezworen.

Zingen: Ps. 89 vs. 19

Gebed

O God der eeuwen, hoe broos en hoe kortstondig zijn wij, mensenkinderen. Nu wij hier verkeren, in rouw gedompeld, bemerken wij, dat onze levenskracht is gebroken, en onze levenslust geluwd.

Want wij betreuren honderden doden, gemeenschappelijk in deze samenkomst, doch ook ieder voor zich. Juist in dit uur kent ieder hart zijn eigen smart. Het is alsof hier talrijke doodkisten staan; het is té bitterder omdat ze er niet staan.

Wij wilden elkander onze deelneming wel betuigen. Doch, Heere, mogen wij ons vooral overtuigd houden van Uw goddelijke deelneming, die overneming betekent: „Want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uwe hand geve". Die hand biedt ge ons heden in Uw Woord. Wij bidden U voor de nabestaanden, vaders en moeders, vrouwen en kinderen, broeders en zusters. Wie er ook in hun kring ontbreekt, onttrek Gij U niet aan hen. Behoed hen voor opstandigheid, deel hen Uw vrede mede. Schenk hun kracht om voort te leven, wees Gij hun steun en bijstand.

Wij bidden U voor hen, die nog in onzekerheid zijn, wier hart dobbert tussen hoop en vrees, doch bij wie de vrees dagelijks vastere, zwartere vormen aanneemt. Dat zij zich tot U wenden, bij U schuilen mogen, als de slag valt.

Wij bidden U voor de overtevenden. Inzonderheid de teruggekeerden. Het had ook hun kunnen gelden vanochtend. Verlicht huone harten door Uwen Geest, opdat zij Uwe wonderen aanschouwen. Zij zijn een toonbeeld van Uw geduld en Uw genade, het brenge hen tot dankbaarheid en boetvaardigheid. Gij hebt hen gespaard. Gij komt nu tot hen en speurt naar vrucht. Vindt Gij die? Gij zoekt die vrucht bij ons allen. Laat hen nog dit jaar, zo luidde het Woord Uwer lankmoedigheid, dat ons tot heden toe beschermde! Tot heden, en wat nu? O, Heere God, bewaar ons voor het schrikkelijk oordeel, dat Gij ons namaals toch uitbouwt, omdat wij in onze verstoktheid, iedere vrucht misten. Wil door Uw Woord en Uw Geest onze hardheid breken en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

Wij dragen U onzen ambtsbroeder op, die in hachelijke ogenblikken, en in droeve omstandigheden op zijn post stond en medeleefde. Breidt onder hem Uw eeuwige armen uit.

Laat bovenal Uw Woord de overhand houden over onze droefheid en onze matheid. Rondom dat Woord zijn wij vergaderd, doe er ons nauwlettend naar luisteren, doe het ons van harte betrachten. Dan strekt het nog tot onderricht en tot troost. O, God aller genade, laat Uw aangezicht over ons lichten, zo zullen wij verlost worden.

Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

We laten hier volgen het . . . .

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's