lets over de kerstpreken van Augustus
Van Augustinus (354-430), de bisschop van Hippo Regius in Noord-Afrika, zijn honderden preken bewaard gebleven. Ze zijn niet door hemzelf geschreven, maar in de dienst waren notarii aanwezig, snelschrijvers, die de preek vastlegden. Reeds tijdens het leven van de kerkvader gingen deze preken van hand tot hand. Hoe spontaan en beweeglijk deze preken tot het volk waren, is nog heel duidelijk te bemerken.
Er is ook een aantal Kerstpreken van Augustinus voorhanden. Reeds in zijn dagen was de kerk ertoe overgegaan op de 25e december, wanneer oorspronkelijk het heidense feest van de onoverwonnen zon (natalis invicti, se. soils), een winterzonnefeest, gevierd werd, de geboorte van de Christus, de Zon der gerechtigheid, te gedenken. Omstreeks het jaar 330 schijnt men met dit gebruik begonnen te zijn. Van Ambrosius (340-397) is bekend, dat hij in Milaan dit reeds kende. Eens zinspeelt Augustinus op deze datum, wanneer de dagen het kortst zijn en dan brengt hij dit met de geboorte van Johannes de Doper en die van Jezus in verband. Vooruitgezonden toch heeft Hij een mens, Johannes, die tóen geboren zou worden, toen de dagen begonnen te korten; maar Hijzelf werd geboren, toen de dagen begonnen te lengen, zodat hierdoor vooraf gebeeld werd, wat diezelfde Johannes zegt: 'Hij moet groter, ik echter kleiner worden'. Want 's mensen leven moet in zich afnemen, maar in Christus toenemen, 'opvat zij die leven, niet meer voor zichzelf leven, maar voor Hem, die voor hen is gestorven en opgestaan', en een ieder van ons kunne zeggen, wat de apostel zegt: 'Ik zelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij'. Want 'Hij moet groter, ik echter kleiner worden".
De Kerstpreken van Augustinus zijn meer toespraken over het heilsfeit van Christus' geboorte, dan preken zoals wij die kennen. Een tekst met een uitleg daarvan vindt men niet. Uitgangspunt is het heilsfeit als zodanig, naar aanleiding waarvan verschillende gedachten worden ontvouwd. Voor romantiek en sentiment, die in onze tijd zo welig tieren, is daarbij geen enkele plaats. De kerkvader gaat niet het minst in op de zielsgesteldheid van Maria of van de herders. Voor de uiterlijkheden heeft hij geen enkele aandacht. In plaats daarvan staat bij hem centraal de verwondering over het geheim van de menswording van Gods Zoon, de vleeswording van het Woord. Hij komt er niet over uitgedacht en uitgesproken hoe de Zoon mens werd en God blééf, hoe de Eeuwige kwam in de tijd. Vol tegenstellingen en als een lied zet hij een preek als volgt in. 'Mijn mond zal de lof des Heeren spreken, van die Heer door Wie alles gemaakt is en die zelf gemaakt is als al het andere. Die zijn Vader heeft geopenbaard en zijn moeder heeft geschapen: de Zoon van God, geboren uit de Vader zonder moeder, de Zoon des mensen, geboren uit een moeder zonder vader. Hij is de grote dag der engelen, maar Hij is klein in de dagen der mensen: Hij is het Woord, dat God is vóór alle tijden, het Woord, dat vlees geworden is, toen zijn tijd gekomen was. De Schepper van de zon, die zelf onder de zon geschapen is. Hij is het die alle eeuwen hun loop geeft vanuit de schoot des Vaders, maar die de dag van vandaag zijn wijding geeft door geboren te worden uit de schoot van zijn moeder; die daar blijft en hier verschijnt; die Schepper is van hemel en aarde, maar onder de hemel geboren is op aarde: die onuitsprekelijk wijs is, maar in zijn wijsheid een sprakeloos kind; die de aarde vervult, maar ligt in een kribbe; die de sterren regeert, maar wordt gezoogd aan de borst van zijn moeder; zo groot in de gestalte van God, maar klein in de gestalte van een dienaar; terwijl toch door die kleinheid die grootheid niet verminderd werd, noch door die grootheid aan die kleinheid afbreuk werd gedaan'. En in een andere preek: 'Geboren is Christus, als God uit de Vader, als mens uit zijn moeder. Uit een onsterfelijke Vader, uit een maagdelijke moeder. Uit de Vader zonder moeder, uit zijn moeder zonder vader. Uit de Vader zonder tijd, uit zijn moeder zonder zaad. Uit de Vader als het begin van het leven, uit zijn moeder als het einde van de dood'.
Zonder twijfel dragen deze preken een dogmatisch karakter. Maar het dogma is niet een strak keurslijf, een knellend harnas. Het is het beamen van de waarheid Gods, in verwondering, vervoering welhaast en in aanbidding. In Kerstpreken van Augustinus juicht het dogma als een lied, tot glorie van God, die de mens met Zijn overstelpende liefde heeft opgezocht. 'Terwille van wie is zulk een verheven majesteit gekomen in zo grote nederigheid? Niet terwille van Zichzelf, maar terwille van ons, indien wij gelovig zijn. Ontwaak, o mens, voor u is God mens geworden. Sta op, gij die slaapt, sta op uit de doden en Christus zal over u lichten. Voor u, zeg ik, is God mens geworden. Gij zoudt in eeuwigheid gestorven zijn, als Hij niet in de tijd geboren was. Gij zoudt nooit bevrijd zijn van het vlees der zonde, als Hij niet de gedaante van het vlees der zonde had aangenomen. Een voortdurende ellende zou uw deel zijn zonder deze barmhartigheid. Gij zoudt niet tot een nieuw leven gekomen zijn, als Hij zich niet had onderworpen aan uw dood. Gij zoudt bezweken zijn, als Hij niet zou te hulp gekomen zijn. Gij zoudt ten onder gegaan zijn, als Hij niet gekomen was.'
Een veel voorkomend motief is ontleend aan Psalm 85 : 12: De waarheid zal uit de aarde spruiten en gerechtigheid zal van de hemel nederzien'. Augustinus brengt dit woord in verband met Christus' geboorte uit de maagd Maria. 'De Waarheid, 'die in de schoot des Vaders is, is uit de aarde ontsproten, om ook in de schoot der moeder te zijn. De Waarheid, waardoor de wereld wordt in stand gehouden, is uit de aarde ontsproten, om op de armen van een vrouw gedragen te worden. De Waarheid, waardoor de gelukzaligheid der engelen met onvergankelijkheid gevoed wordt, is uit de aarde ontsproten, om aan lichamelijke borsten gezoogd te worden. De Waarheid, voor wie de hemel niet voldoende is, is uit de aarde onsproten, om in een kribbe gelegd te worden.'
Steeds weer blijkt hoezeer Augustinus wortelt in het dogma der kerk en daarvan afwijkende meningen afwijst en bestrijdt. In zijn verheerlijking van de ongehuwde staat, die naar aanleiding van de maagdelijkheid van Maria, van tijd tot tijd ook naar voren komt, zullen wij hem niet volgen. Maar ook dan is hij niet op wettische wijze bezig iets op te leggen, doch geeft hij uiting aan zijn vreugde en roept hij op tot vreugde.
Zeer diepzinnig zijn deze korte preken, vol zinspelingen op woorden uit het Oude en Nieuwe Testament, vol woordspelingen en rijm in het door hem gehanteerde latijn. De vraag kwam bij mij op, hoe de gemeente van Hippo dit alles zal hebben verwerkt. Toch moet zij haar geliefde bisschop wel terdege hebben verstaan, anders zou hij immers niet zo geyierd zijn geweest als kanselredenaar en zouden zijn preken niet zijn vastgelegd en bewaard gebleven. In hetgeen de gemeente van de Kerstprediking verwacht en verstaat is dan wél wat veranderd in de loop der eeuwen. Is zij thans niet te vaak op het uitwendige en bijkomstige, het goedkope en oppervlakkige gericht? Augustinus' prediking is diep en klaar, zij richt zich zonder omwegen tot de hoorder en roept op tot geloof. Naar aanleiding van Rom. 10 : 3, werpt hij ergens de vraag op: Waardoor kan een mens rechtvaardig worden? Door zichzelf? ' En dan vervolgt hij: Maar welke arme kan zich zelf brood geven? Welke naakte kan zichzelf bekleden, tenzij hij een kleed ontvangen heeft? Wij hadden de gerechtigheid niet, er waren hier slechts zonden. Vanwaar is de gerechtigheid gekomen? Welke gerechtigheid is zonder het geloof? De rechtvaardige leeft immers uit het geloof. Hij, die zich rechtvaardig noemt zonder het geloof, spreekt onwaarheid. Hoe zou trouwens hij, in wie geen geloof is, niet onwaarheid spreken? Als hij de waarheid wil spreken moet hij zich tot de Waarheid wenden. Maar de waarheid was ver weg. De waarheid is uit de aarde ontsproten. Gij sliept, maar zij kwam tot u. Gij sliept vast, maar zij wekte u. Zij heeft zichzelf tot de weg gemaakt, die gij moest volgen, opdat zij u van de ondergang zou redden. Doordat nu de waarheid uit de aarde is ontsproten is onze Heere Jezus Christus uit een maagd geboren. De gerechtigheid heeft neergezien uit de hemel, opdat de mensen gerechtigheid zouden hebben: niet hun gerechtigheid, maar die van God.'
Zó predikte Augustinus de grote weken Gods, helder, ruim, klaar en vast. Hij, die zoveel worstelingen en benauwdheden kende, wist dat een zondaar alleen in deze werken Gods tot ruimte en vrede komt.
Nog een keer geef ik hem het woord. Eerder sprak ik van de verwondering die deze preken kenmerkt. Zelf besluit hij een preek aldus: '... laat de verwondering verdwijnen en de lofprijzing daarvoor in de plaats treden. Laat het geloof zijn intrede doen: geloof, dat het zo gebeurd is. Als gij niet gelooft ... wél, ge beurd is het zo, maar dan blijft gij een ongelovige. Hij heeft zich verwaardigd mens te worden. Waarom vraagt gij nog meer? Heeft God Zich soms niet genoeg voor u vernederd? Hij, die God was, is mens geworden. In de herberg was geen plaats. Hij is in doeken gewikkeld. Hij is in een kribbe gelegd: gij hebt het gehoord, toen het evangelie werd voorgelezen. Wie zou zich hierover niet verwonderen? Hij, die het heelal vervulde, heeft geen plaats kunnen vinden in een herberg. Hij is in een kribbe gelegd en is ons tot voedsel geworden. Laten de twee dieren, die het beeld zijn van de twee volkeren, tot de kribbe komen: het rund kent immers zijn bezitter en de ezel de kribbe van zijn meester. Richt nu uw aandacht op de kribbe. Schaam u niet, het lastdier des Heeren te zijn. Als gij Christus zult dragen, zult gij niet dwalen op uw weg: want dan zit de Weg op u. Weet gij nog wel hoe dat ezeltje naar de Heere gebracht is? Niemand behoeft zich te schamen: dat zijn wij. Laat de Heere op ons zitten en ons roepen waarheen Hij wil. Wij zijn zijn lastdier. Wij zijn op weg naar Jeruzalem. Als Hij op ons zit, worden wij niet gedrukt door die last, maar juist opgeheven. Als Hij ons leidt, verdwalen wij niet: wij gaan naar Hem, wij gaan door Hem, dan vergaan wij niet'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's