‘Het Woord is vlees geworden’
'Wat voor nut verkrijgt gij door de heilige ontvangenis en geboorte van Christus? ' 'Dat Hij onze Middelaar is en met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.' Heidelbergse Catechismus zondag 14, vraag en antwoord 36.
'Dit is Kerstfeest: God krijgt een andere naam. Vroeger noemde de Heilige Geest het Woord God, een Licht, dat in de wereld gekomen is, de wereld geschapen heeft en toch door de wereld niet aangenomen is. Dat wordt nu vléés.
Hij vernedert zich zo diep, dat Hij mijn vlees en bloed, mijn lichaam en ziel aanneemt, en niet een engel of een ander voortreffelijk schepsel wordt, maar een mens.
Dat is een grote, niet te waarderen schat en genade, voor een menselijk hart niet mogelijk om te bevatten, laat staan uit te spreken . . . '
'Het zou goed zijn, als wij bij het woord ,,en Hij is mens geworden" neerknielden en met langzame noten zongen, zoals vroeger, om met een verblijd hart te horen, dat de goddelijke majesteit zich zó diep heeft neergebogen, dat zij aan óns, arme wormen in het stof, gelijk geworden is en God te danken voor Zijn onuitsprekelijke genade en barmhartigheid, dat Hijzelf vlees werd' - 'Het zou niet te verwonderen zijn als wij van blijdschap huilden.'
Zo vierde Luther kerst, ia een preek over Johannes 1. - Een vieren van en in het Woord. - Ik kan ook zeggen: in het bovenaangehaalde vindt u kort en goed samengevat - en dat op een diep-gelovige wijze, wat we één-en andermaal beleden vonden in vraag en antwoord 35 van zondag 14. - En nu dan vraag en antwoord 36 voor ons ligt, moet je zeggen: wat hier wordt beleden, bij wijze van toepassing op het eerste deel van deze zondag, het zit ook al in deze kerstpreek van de hervormer. Juist bij Luther vind je telkens de vraag naar uw en mijn persoonlijke betrekking tot 'de dingen, die van boven zijn'.
Ook in de kersttijd anno Domini 1977 is het dan ook dringend geboden de vraag van onze tekst niet links te laten liggen. Die vraag is voor ons leerboekje typerend: 'Wat nuttigheid . . . ', of: ' wat voor waarde verkrijgt gij door de heilige ontvangenis en geboorte van Christus? ' - Zo staat het hier. Maar wie verder bladert in dit machtig-rijke belijdenisgeschrift, komt de vraag naar het nut, naar de waarde voor u en mij, telkens tegen, met name bij de uitleg van het apostolicum. En als de opstellers daarmee gereed zijn, is er weer een soortgelijke vraag: 'wat baat het u nu, dat gij dit alles gelooft? '
Daarmee is de reformatie helemaal op het voetspoor van de Heilige Schrift. - Daarin gaat het immers ook en eerst om dat strikt persooinlijke? - Men noemt dat wel eens, min of meer spottend, heilsegoïsme. Dat zij zo. Maar als een paal boven water staat het feit, dat in het Godsgetuigenis de persoonlijke voornaamwoorden, een bijzonder stérke nadruk ontvangen. U bent bedoeld, - jij wordt aangesproken en ik ben mede in het geding, als het gaat om 'de heilige ontvangenis en geboorte van Christus'. - Wat voor nut, wat voor waarde heeft voor u, het 'vleesgeworden Woord'? -.
Néé, bij dat nut, die waarde gaat het niet om zoiets platvloers als 'wat koop je ervoor? ' Ook in dit verband moet je zeggen: het gaat niet om de gave, maar om de Gever. - Het gaat om de Gekomene Zélf, om een hechte band aan Hém.
Wat niet wegneemt, dat aan het verlossingswerk van Christus "(hoezeer het ook één ondeelbaar geheel vormt) verschillende kanten zitten, - én: elke zijde bevat om zo te zeggen een eigen zegen. - En inderdaad, dat is ook het geval als het gaat om Zijn 'heilige ontvangenis en geboorte'.
Wat voor nut ik daaruit verkrijg, - wat voor waarde die voor mij heeft? - 'dat Hij onze Middelaar is . . . ', zo zegt dan de Kerk. En daarmee wordt nog eens onderstreept, dat Christus' geboorte een totaal andere is dan onze geboorte. Dat Zijn geboorte in feite niets natuurlijks heeft. Weliswaar is Hij 'de broeders in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde' en dat houdt dan ook b.v. in, dat Hij is gestorven, zoals wij sterven, maar toch was Zijn dood een geheel andere dan de onze. - En zo ligt het nu ook als het gaat om Zijn ontvangenis en geboorte. Dat komt (ik wees er al eerder op) omdat de Zoon van God wordt geboren onder de vigueur van het Koninkrijk der hemelen en daar heersen andere wetten dan op 't aardrijk. - In het Koninkrijk Gods gaat het om 'gerechtigheid', dat wil zeggen, om gerechtigheid, die aan het licht treedt tegenover het aardeduister van de zonde.
Juist op Kerst dienen we te bedenken: 'hoe gróót mijn zonden en ellenden zijn'. - Wie het gewicht daarvan onderschat, heeft niets aan Kerst, - heeft niets aan Christus! Anders gezegd: uist 'de heilige ontvangenis en geboorte van Christus' heeft alles te maken met uw zonde en mijn schuld. - En dat niet zó, dat kennis van zonde en schuld voor de Heere een aanknopingspunt zijn! - Alsof ik die door zelfstudie zou hebben verkregen, een studie, waarbij de Heere dan aanknoopt. - Welnéé, - in die kennis heeft God wel een aangrijpingspunt. - Wie de spiegel van Gods wet niet kan ontwijken, wordt door het Evangelie opgezocht. Of om het te formuleren met nóg een woord uit Luthers kerstpreek: 'Als uw zonden u drukken, houd dan Christus aan de wet voor. Jaagt de dood u vrees aan, omdat gij niet aan de wet hebt voldaan, zie op Christus, die de wet vervuld heeft en zegt: 'Vriend, gij maakt mij bang. Maak Christus, mijn vlees, ook eens bang, - Christus, die u overwonnen en verlamd heeft en die uw recht aan mij gegeven heeft.'
Dat zit 'm in dat Middelaar-zijn van Christus! Als zodanig, - dus als Eén, die bemiddelt tussen de heilige God en de onheilige mens, bedekt Hij met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde . . . !
Vréémd, - dat in het kerstevangelie van de catechismus Jezus wordt aangewezen als 'onze Middelaar'. - Als dat nu gebeurde in het lijdensevangelie, zou ons dat veel juister voorkomen. Maar er zit veel waars in die oude legende. In déze legende, dat kribbe en kruis van hetzelfde hout zijn gemaakt. -
Wij vieren kerstfeest, - zeggen en zingen: 'komt, verwondert u hier, mensen . . ., !' -
Maar 't heeft zo bitter weinig te betekenen, indien we de geboorte van Christus slechts als iets voorlopigs zien. - En zo ligt het vaak. - De vleeswording des Woords wordt maar al te dikwijls gezien als een voorwaarde, waaronder het werk der verlossing kan beginnen. - Het eigenlijke van Christus' verlossingsarbeid geschiedt toch aan het kruis? - Zo denken wij dan. - Maar we zijn er wel naast. - Onze tekst belijdt niet voor niets, dat de Zoon van God juist 'door de heilige ontvangenis en geboorte' onze Middelaar is geworden.
Het aannemen van de ware menselijke natuur is niet een vóórbereiding tot het Middelaarsambt, maar een aanvaarding van dat ambt. - Als Gods Zoon vlees wordt, betekent dat, dat Hij 'tot zonde wordt gemaakt'. En zó is Hij bij Zijn ontvangenis en geboorte reeds Plaatsvervanger.
Anders gezegd: Hij moet alles overdoen ook mijn ontvangenis en mijn geboorte! - Van héél mijn leven deugt geen steek, - ik liet niet maar een énkele steek vallen, - integendeel: Christus moet dan ook alles weer uithalen, - móet helemaal bij het begin beginnen. - Hij moet 'mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekken'! -
Kerst predikt, dat 't vleesgeworden Woord bij arme lieden thuisbehoort! - Arm en schuldig gaan vaak samen. - Wat een feest, - als daar Christus bij komt, - want 'Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden'. Dat is Zijn Naam: Jezus, de HEERE redt.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's