Bethlehem Efratha
Bijna tweeduizend jaar later
Wat vreemd een eerste avond in Israël midden in de zomer en de reisleider leest uit Mattheus 20. Pasen is allang voorbij. De bedoeling is dat de bezoekers direct weten waar zij aan toe zijn. Ze zijn nu in het land waar eens Jezus leefde. Weet dat Hij hier niet is! Hij is opgestaan. Ja, wat meer is. Hij is opgevaren naar de hemel. U kunt wel zien de plaats waar Hij was. De plaats waar Hij leed en stierf. De plaats waar Hij woonde en werkte. De plaats waar Hij geboren werd. Tenminste.
'Laat ons dan heengaan naar Bethlehem en zien het woord dat er geschied is". Dat konden de herders tegen elkaar zeggen. Voor hen viel er veel te beleven. Wij zullen moeten bedenken dat zalig zijn die niet hebben gezien, althans dat niet, en toch hebben geloofd. In Bethlehem vond er plaats wat nergens gebeurde, en nooit ergens gebeuren zal. Het Woord dat God zelf is werd vlees. Werd dus gras. Gras dat heden is en morgen vlakbij te Jeruzalem in de oven wordt geworpen. Hij werd vlees, opdat alle vlees de heerlijkheid zou aanschouwen. Door Wie God alles schiep, werd hier schepsel. Hier aanschouwde het eeuwige Licht het daglicht. Die geen beginsel der dagen had ving aan te leven in Bethlehem. Dat onnaspeurlijke wonder van eeuwigheid laat zich niet vastleggen in zichtbare voorwerpen. Laat drie, ja, vier dingen te wonderlijk zijn. Wonderlijker nog is de weg van de Geest bij die éne maagd, een weg als Godsweg door de zee, de voetstappen worden niet bekend. Geen spoor valt te zien. Althans van de wezenlijke gebeurtenis. Heilige plaatsen bezoeken is als de gang naderhand naar een kerkhof. 'Je brengt er niets en je haalt er niets', zeggen, die het kunnen weten. Ofschoon. Wanneer je iets meebrengt, wanneer je meedraagt en gedragen wordt door wat de Vlees gewordene teweeg bracht, namelijk de geboorte uit God, zal het bezoek toch iets kunnen betekenen. Niet de aanraking van mogelijke restanten met handen of blikken, maar het geloof kan behouden. Ja, en wanneer het geloof er is zullen tekenen, hoe luttel, het hunne doen.
Van Jeruzalem, waar we veelal vandaan komen, is het een wip naar Bethlehem. Je kunt de tocht doen per autobus of per taxi. Ik zeg het met opzet zo, dat het voor velen anachronistisch overkomt. Want Bethlehem met ster en stal is van heel andere orde dan bus en taxi dunkt ons. We moeten goed begrijpen dat zelfs voor de stad Davids, waar onze tijd begon, de tijd niet stilstond. Het nieuwe Israël is een eigentijds land, dat met vaart moderniseert. Bethlehem is klein onder de duizenden van Juda. De laatste tijd is er echter beduidende groei. Na Constantijn de Grote en door diens stoot ertoe kreeg Bethlehem volume als centrum van vroeg christelijke godsdienst en ook later, toen de kruisvaarders daar hun vaandel lieten wapperen. Daarna schrompelde het oord weer ineen tot bescheiden proportie. Thans geeft het overvloedig toerisme kansen. Wanneer we duizend jaren als éne dag mogen rekenen is de geschiedenis van Bethlehem gauw verteld. De vroege morgen vond de wonderbare geboorte plaats, ruim tegen de middag kwamen de Bijzantijnen. Ze schiepen belangrijke bouwwerken. Op het einde van de eerste dag overstroomden de kruisvaarders uit Europa het gebied en precies een dag later zijn het de toeristen uit heel de wereld die in grote getale komen opzetten.
Bethlehem aan het einde van de tweede dag, dat is het Bethlehem dat wij bezoeken. Bijna tweeduizend jaar, nadat de tijd daar begon.
Van Jeruzalem is de afstand gering. Ruim een uur lopen. Dat is te doen. De jonge David moet wel haast uit de verte het ingaan en uitgaan van de Jebusieten uit de burcht Sion bespied hebben. Zulk soort dingen bedenk je gemakkelijker als je ter plaatse bent. Het gaat meer leven. Toen ik de eerste maal Bethlehem naderde had ik mijn Hollandse kijk. Al die witte huizen tegen de zacht glooiende berghellingen. Ik dacht aan een badplaats tegen de duinen. Daarachter moet de zee zijn met de witte branding. Bethlehem ligt echter op de rand van de woestijn, waar ander soortige schepen hun vracht transporteren. Bethlehem lijkt uit de verte een kudde schapen, met enkele donkerder en groter gebouwen, als bovenal de Geboortekerk, daartussen, die als herders figureren.
Eerst naderen we een vierkant gebouw met koepeldak. Iets van een kleine aula of hoge grafkelder. Op deze plek zou Rachel begraven zijn. 'Het is nog een kleine streek lands om tot Efrata te komen'. Treurende moeders komen naar deze plek. We bevinden ons op een tweesprong. Rechts gaat rond Bethlehem de weg naar Hebron en links komen we waar we naar toe willen. Rachels graf vlak voor de stad der geboorte overtuigt ons dat de hypotheek van de vermenigvuldigde 'smart der dracht' rust op de wondervolle geboorte.
Nogmaals als destijds bij de smadelijke en diep schokkende wegvoering in ballingschap kwam klagelijk geschrei uit het graf van de stammoeder, die mede het huis Israels gebouwd heft, toen Herodes alle kindertjes ombracht. Kinderen tot twee jaar. Blijkbaar ook de meisjes al gold het de geboorte van de Koning der Joden. Naar verluid waren Herodes's soldaten Batavieren. Hoe internationaal was toen al de wereld. Onze voorvaderen waren aanwezig bij het Kerstgebeuren, bij de repercussies daarvan, betrokken. Met hen dus ook wij. Via Rachel loopt derhalve een directe hete lijn van Maria naar Eva. Van deze moeder naar gene.
Op een groot plein drommen de bussen samen. Jong en oud probeert prulachtige souvenirs aan ons kwijt te raken. Het is een bont beweeg en druk rumoer. Over plaveisel voert de wandeling naar de oude kerk. Terzijde zien we de klokken van Bethlehem, waarvan het geluid tijdens de Kerstdagen over de gehele wereld gaat. De boog van de ingang van de kerk is toegemuurd, slechts een deurtje om voor te bukken verleent entree. Het ging er soms woest naar toe, toen de tijd niet stilstond, nadat hij hier begon. In donkere tijden joegen turken te paard binnen om de devotie gewelddadig te verstoren. De overweldiging was er voortdurend. In de allereerste tijd al toen de verering schuchter een aanvang nam, liet de heidense keizer op de plaats waar de Heere geboren zou zijn, tuintjes aanleggen voor Adonis, opdat een wulpse eredienst de herinnering aan de Zaligmaker der wereld zou verdringen. Bethlehem Beth-Peor. Maar tegen de middag van de eerste dag kwam Constantijn. Boven de grot, waar naar men aannam Christus werd geboren, verrees een basiliek. Het is er alleszins godsdienstig. Een Grieks en een Armenisch klooster tegen de kerk aangebouwd en aan de andere kant nog eens een aparte Rooms-Katholieke kerk en 'n Franciscaans klooster. Een brandpunt van religie. Laten we dan er wel aan denken dat religie, naar het diepzinnig woord van een theoloog, het risico in zich heeft dat een mens ongemerkt de levende God kan inruilen voor een illusie.
Die aangrijpende gedachte bestormt ons, wanneer we alles en alles bezien. Boven de grot en in de grot, eertijds een natuurgegeven, een klomp cultuur. Zeker de architectuur kan imponeren. Wat een stenen, wat een zuilen, wat een gebouw. Het mozaïk tekent een vis. Het oude symbool van het christendom. De letters van het Griekse woord ontvouwen een belijdenis: Jezus Christus Zoon van God Redder. Ergens zijn te zien de beeltenissen van het voorgeslacht volgens het register in het evangelie van Mattheus.
Ginds wijst men de steen waar kruisvaarder Boudewijn I en waar ook zijn zoon werden gezalfd. Die episode van de kruistochten is een wonderlijke vermenging van vroomheid, ijver en imperialisme. Een vroege middenoosten crisis.
In de grot, die wellicht voorheen een onderkomen was voor de kudde, waar schapen hun lammeren wierpen werd het Lam Gods geboren dat als een schaap stemmeloos ter slachting zou gaan. Hier zou de sterke draad van het eeuwige leven zijn geweven door het verouderde en vergankelijke kleed van het menselijke geslacht en hier zou de voorwaarde ge schapen zijn, dat de ganse schepping, die in barensnood is, zou verkrijgen de openbaring der kinderen Gods. Barensnood ter genezing van alle barensnood. Zodra wij dat alles bedenken verschrompelen alle tierlantijnen. Wij staan verlegen tussen al die potsierlijkheid. Alles verdwijnt bij de verwondering over de unieke gebeurtenis, die niet te vatten is. Waar de levende ster flonkerde is een metalen ster in de rots verankerd. Zelfs de decreten van vroege synoden, die boven in de kerkruimte geboekstaafd staan, vervagen. Hier is God geopenbaard in het vlees. Hoe armzalig dan die armzalige verwijzingen. Herinneringen aan de aanbidding van de wijzen en aan de droom van Jozef en aan de moord op de kleine kinderen. Wat verderop, en iets meer de geschienis in, vraagt de noeste bijbelverteller Hieronymus onze aandacht. Wij mogen de blijvende waarde van toegewijde en vrome studie en verering niet wegcijferen. De kerk heeft ervan mogen profiteren. Maar het gevaar van overwoekering was er steeds. Daarom hebben we er moeite mee dat in letterlijke en in geestelijke zin daar zoveel gebouwd is over het heilsgebeuren heen. Het fundament is gelegd in Bethlehem en daarop bouwde men zand en zilver, maar ook veel hout, hooi en stoppelen. Je vindt dat al die poespas met een brede zwaai mag worden weggevaagd. Niettemin is hel op zichzelf een troostvolle gedachte dat in geestelijke zin waar is, dat op het enige fundament Gods wezenlijke kerk is gebouwd. Ik begrijp dat bij menige bezoeker de voorkeur overheerst: Geef mij natuur en eenvoud! Een stil plekje zegt mij meer. Zoals de velden der herders buitenaf met gewoon een grot en niets eraan en erop. De plek zoals het ongeveer geweest moest zijn, al weetje het niet nauwkeurig. Dat spreekt. Zeker, hoewel we moeten oppassen. Als er geen indrukwekkend bouwwerk, zeg in romaanse stijl verrees, als de plaats ongerept bleef, krijgt licht de romantiek de vrije teugel. Die hoeft voor dat andere niet onder te doen. Wie de heilige plaatsen bezoekt moet veel, heel veel wegdenken, en vervolgens de fantasie geen gelegenheid geven.
Er valt weinig echt te zien. Wel veel te begrijpen en te overdenken, wanneer we tenminste het Woord laten spreken. Zie, Hem aanschouwt ge niet. Hier is het wel allemaal gebeurd. De sporen die het onmiddellijk naliet zijn gering. Zij verdwijnen nog. Want waar de velden der herders zijn zien we bungalows oprukken. Maar ge moogt wel diep beseffen, dat hier de beslissende voetstappen gezet zijn. Het Woord heeft hier gewoond. Onder de mensen. De mensen tot heil. We vinden wellicht niet wat wij zochten.
Maar wanneer dat ons allemaal ontvalt, blijkt het toch nog veel te zijn wat op ons afkomt. Tenslotte valt de balans ten gunste uit.
We zijn dus inmiddels buitenaf. Zie daar die afgeplatte berg. Dat is het Herodion. Een van de sterke vluchtburchten, waar de moordenaarvorst Herodes zich kon verschansen. Thans een ruïne. Uit de verte lijkt het een kleine uitgebluste vulkaan. Het roofgebergte zwijgt. Het Herodion is doods. Bethlehem leeft. Ook dat is een prediking. Herodes zocht het Kindeke te doden. Herodes' gebeente is mogelijk onder het puin van dit bouwval. Het Kind leeft in alle eeuwigheid.
Wanneer we de terugweg inslaan naar Jeruzalem overwegen we dat daar de Grafkerk staat. Van Geboortekerk naar Grafkerk een kleine streek lands. Van de rots van de kribbe naar de rots van kruis en graf een korte lijn. Dat is echter een nieuw verhaal. Wie weet komt daarvoor nog eens ruimte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's