Uit de wolk van Kerst-getuigen
Naast het kerstevangelie van Lucas en Mattheüs is er ook een kerstevangelie bij de evangelist Johannes te lezen. De vierde evangelist schrijft ook over het heilsfeit van Christus' geboorte op geheel eigen wijze. In Lucas 2 wordt het gebeuren meer van beneden af beschreven, in Johannes 1 van boven af (zo W. H. Velema). Het johanneïsche kerstevangelie komt tot een hoogtepunt in het 14e vers: 'Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond - en wij, hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader - vol van genade en waarheid'. Op velerlei wijze is door de eeuwen heen dit vers de stof geweest voor de prediking van het grote wonder van Christus' komst in deze wereld. In de verschillende perioden van de kerkgeschiedenis kwamen telkens weer andere schatten uit de goudmijn van dit tekstwoord naar voren - en nog zijn na 19 eeuwen verkondiging de goudaders niet volledig blootgelegd. Hoe zou dat ook kunnen waar de gelovigen mensen onderweg blijven die ten dele kennen en ten dele profeteren. In dit artikel wil ik proberen enkele bekende predikers uit een ver of meer nabij verleden even aan het woord te laten over dit tekstwoord. Zie het als stemmen uit de wolk van getuigen. Over de eeuwen heen kan ons een handreiking geboden worden bij de meditatie van de woorden Gods - en langgestorven predikers laten zo nog een zegen na.
Origenes: het besprengde kleed
Origenes (overleed 254) schreef over Joh. 1 : 14 het een en ander in zijn commentaar op het Johannes-evangelie, waarvan fragmenten bewaard zijn gebleven.
Uitvoerig gaat hij in op de zogenaamde proloog (voorwoord of inleiding) van het vierde evangelie. Wat daar gezegd wordt van het Woord dat in den beginne bij God was, geeft hem aanleiding tot diepzinnige bespiegelingen die vaak meer wijsgering dan bijbels gekleurd zijn. De gelovige die werkelijk geestelijke kennis heeft, hoort het hart van het evangelie kloppen in wat Johannes doorgeeft over het eeuwige Woord in Zijn vóór-bestaan bij de Vader. Maar nu staat er: het Woord is vlees geworden. Dat is bij uitstek evangelie voor de nog weinig gevorderde gelovigen die nog zo aan het materiële, het zichtbare en tastbare hangen. De Heere is in ons lichaam gekomen om ons daardoor op te leiden en in te wijden in de verborgenheden van God. De leermeester buigt zich in de eerste klas van de lagere school toch ook neer tot het niveau van die jongens en meisjes? Maar de bedoeling is dat ze straks hoger onderwijs zullen ontvangen. Zo wil God ons opleiden van het vlees geworden Woord tot het eeuwige Woord. Origenes moet hierbij denken aan wat Johannes zag op Patmos: de Ruiter op het witte paard (dat is: het Woord) was niet naakt-maar bekleed met een bloedbesprenkeld gewaad. Het Woord draagt er de sporen van dat het vlees geworden is en vanwege Zijn vleeswording ook gestorven is. Als het goed is komt het geloof er toe vooral te letten op het eeuwige Woord, maar zal daarbij toch ook de historische, vleesgeworden, menselijke gestalte van de Gekruisigde niet mogen vergeten. Het Woord op het witte paard blijft het roodbesprengde kleed dragen.
Intussen bevredigen deze gedachtengangen van Origenes ons niet.
Is de vleeswording van het Woord slechts een opvoedkundige maatregel ten behoeve van de minder gevorderden onder de christenen? Is heel de weg van Jezus van kribbe tot kruis slechts de leerstof voor de lagere school, ook al wordt er dan later op dit basisonderwijs voortgebouwd? Wat de apostel Paulus zegt in 1 Kor. 2 : 2 (niets te willen weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd), blijft toch voor iedere gelovige het hart van de zaak.
Vergeet Origenes niet te veel dat wij leven in de bedeling van het geloof, nog niet van aanschouwen. In elk geval heeft hij in Joh. 1 : 14 het evangelie voor de eenvoudigen gehoord, voor de armen van geest. De weg van de waarachtige Godskennis begint bij kribbe en kruis. Het eeuwige Woord zult u niet kunnen leren kennen zonder dat besprengde kleed!
Augustinus: het reddende vlot
Van de bekende kerkvader Aurelius Augustinus (364-430) zijn ons behalve verscheidene preken over Johannes 1 ook de bijbellezingen (Homilieën) over het gehele Johannesevangelie overgeleverd. Ook bij hem is er een indeling van de mensen en van de gelovigen in verschillende klassen aan te treffen. Augustinus onderscheidt de spiritële, de animale en de carnale mens. De spirituele of geestelijke mens heeft een antenne ontvangen om te begrijpen de dingen die des Geestes Gods zijn. De carnale of vleselijke mens blijft hangen aan de materie, het stoffelijke. De animale (letterlijk: ziel-ige) mens neemt een tussenpositie in, wordt nu eens meer naar het geestelijke, dan weer meer naar het vleselijke getrokken. Overigens ligt deze driedeling niet staf en onbewegelijk vast: het zijn ook fasen die elke gelovige doormaakt en facetten die hij in meerdere of mindere mate vertoont.
De evangelist Johannes is bij uitstek de geestelijke mens. 'Hij lag aan de borst des Heeren en dronk uit het hart des Heeren wat hij ons zou inschenken'. Zo spreekt hij diepgaand van het Woord dat voor alle eeuwen bij God was - en niet minder dan Origenes gaat ook Augustinus breedvoerig op de eerste verzen van Johannes 1 in. Maar wanneer hij dan komt tot vers 14 zegt hij: voor wie deze beschouwingen over het Woord te hoog grijpen, is er het reddende kruishout om zich aan vast te klampen (wat overigens ook voor de geleerden onmisbaar is!) Wanneer wij mensenkinderen horen van het Woord dat bij God was als Licht en als Leven, is het ons alsof wij in de verte land ontwaren. Maar we kunnen in dat heerlijk land niet komen - een uitgestrekte zee maakt scheiding tussen ons en dat land. Ginds in de verte is het eeuwige Woord, maar we kunnen niet tót Hem gaan. Maar nu is het Woord vlees geworden! Dat wil zeggen: Hij heeft een houten vlot gemaakt om daarmee de zee over te steken. Miemand kan nu komen tot dat lichtend vaderland wanneer hij niet gedragen wordt door het vlot-het kruishout van Christus. Klampt u aan Christus vast zoals Hij voor ons geworden is, opdat u komt tot Hem zoals Hij is. Hij is geworden een middel waardoor de zwakken gedragen worden en de wereldzee oversteken om het vaderland te bereiken. In dat vaderland zal het zijn: kennen gelijk wij gekend zijn.
Augustinus legt verder in de prediking over vers 14 graag een verbindingslijn met vers 12 en 13. Mensen kunnen kinderen van God worden, zé kunnen uit God geboren worden, juist omdat God uit mensen geboren is. De Zoon is van een hogere staat tot een mindere afgedaald, zou Hij ons dan niet van een mindere staat tot een hogere kunnen verheffen? Het Woord is vlees geworden' betekent: het goud is gras geworden. Het gras is verbrand, het goud is gebleven. Zo echter is ook het gras veranderd, opgewekt en in de hemel gezet.
Kohlbrugge: de laatste zekerheid
Het is een hele sprong: vanuit de vroege kerk naar de vorige eeuw. Maar de keus moet binnen het bestek van dit artikel toch beperkt en willekeurig blijven. Voor de prediker van Elberfeld, Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875), was Joh. 1 : 14 in elk geval een zeer centrale tekst. Zijn meest bekende preek hierover kunt u zowel vinden in de 'Twaalf Twaalftallen', deel 9-10, als in de 'Schriftverklaringen' , deel 17. In deze preek is het Kohlbrugge er om te doen een antwoord^te vinden op de indringende vraag: aar ligt de eigenlijke ankerplaats van de christelijke hoop, waar ligt voor de bestreden gelovige de laatste grond van de zekerheid.
Welnu - het Woord is vlees geworden. Juist dat ik vlees ben benauwt mij. Als vlees lig ik onder de vloek van de wet, kan ik voor God niet bestaan en ben geheel en al verwerpelijk! Nu zegt het kerstevangelie: het Woord heeft zich in uw vlees en bloed willen begeven. Het is gekomen in de massa van bovenmatig zondig vlees. Toen het Woord vlees werd, kwam het onder de wet en werd zonde en vloek voor ons. Lees maar na in Jesaja 52 en 53 wat die vleeswording beduidt. 'Vlees' duidt niet slechts broosheid en vergankelijkheid aan, maar het gaat om vervloekt vlees dat in afwachting is van de eeuwige dood. Het is verdorven en kan alleen maar alles bederven'.' Zulk vlees werd het Woord en denk het u zo zondig, zo ellendig, zo afschuwelijk en gruwelijk voor de wet als u wilt, ik verkondig het u luid: zulk vlees werd het Woord. Toch bleef het het Woord, het onschuldige en onbevlekte Lam'.
Let u ook op die laatste zinsnede. Met Luther is Kohlbrugge van mening dat we Christus niet diep genoeg in het vlees kunnen trekken (zie vooral ook wat hij schreef over het geslachtsregister uit Mattheüs 1), maar paradoxaal handhaaft hij de reinheid van Gods heilig Kind Jezus. Zo is het Woord onder de wet gekomen, als vlees een en al zwakheid, zonde, vloek en gruis - en tóch verplicht de wet volkomen te vervullen en in alle woorden van de wet te blijven. En het Woord heeft volbracht ofschoon het zó vlees was. Door welke kracht? Door géén kracht! Het Woord hield zich aan het Woord - zo heeft het overwonnen. Wat wil nu ons vlees? Het naast God volhouden in eigen kracht en gerechtigheid. Daarmee helpt u uzelf én anderen in het verderf. U hebt het Woord, Christus, blijf daarin! Toen Hij vlees werd, heeft Hij uw vlees en bloed insgelijks mede gehad - daarom moogt u uw zondige en onwillige vlees aan het Woord overlaten. Uw vlees is Zijn zaak, het Woord is üw zaak!
Als het vleesgeworden Woord is Christus de barmhartige Hogepriester Die weet heeft van al onze zwakheden. Dat is de eerste troost. De tweede is dat Hij uw vlees mede gedragen heeft op het hout en het daar met al zijn bewegingen gekruist en gedood. De derde troost is dat Hij de Geest verleent die Hij niettegenstaande Zijn vlees verworven heeft - opdat u niet zult vragen naar wat vlees en bloed u toespreken, maar naar het Woord: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde'. Zo kunnen alle heilsfeiten zich samenbundelen' tot een groot licht waarbij de gelovige kan gaan, zelfs in de donkerste nacht. De grootste aanvechting ligt daarin dat ik vlees ben. Maar de laatste zekerheid ligt hierin dat het Woord is vlees geworden.
Wanneer het mij gelukt zou zijn even de stemmen van een drietal predikers te laten doorklinken, is aan de bedoeling van dit artikel beantwoord. Moge het een leidraad vormen om in deze dagen verder te mediteren over het heilig kerstevangelie en met Maria al deze woorden te bewaren en te overleggen in ons hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's