De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een vaak gehoorde klacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vaak gehoorde klacht

5 minuten leestijd

Dezer dagen kreeg ik een brief, die ik graag geheel zou willen afdrukken. Omdat deze brief echter plaatsnamen bevat en intussen een probleem aangeeft dat vaker wordt aangeroerd geef ik met name van het begin de kern weer.

Op het terrein van het beroepingswerk gaat er iets fout, aldus de brief. G.B. gemeente Y. beroept de zoveelste predikant. Maar in de stad, waar de briefschrijfster woont, is er grote dankbaarheid voor de vervulling van die ene vacature. Hoe groot de financiële zorgen zijn voor de 'uiterst deskundige kerkvoogdij' is niet te peilen. Ik laat nu verder de inhoud van de brief letterlijk volgen.

'Velen verlaten de stad, tengevolge van de achteruitgang van de woonmogelijkheid enz. Doch de vereiste gelden moeten er zijn. 't Wordt een steeds kleiner aantal mensen, met steeds zwaardere lasten. Genoeg hierover. Er wordt verhoudingsgewijs nog veel gegeven, doch de zorgen zijn groot.

En dan lees ik bovenstaand bericht. Een gemeente met reeds een aantal G.B. predikantsplaatsen bezit nog de mogelijkheid, een zevende predikant te beroepen.

De wijken zijn relatief klein, vergeleken bij die van Delfshaven; men komt tussen 'geestverwanten' terecht, terwijl er daarbij nog 't aantrekkelijke is van 't buiten-wonen. 't Zal dus niet moeilijk zijn, 'n predikant te krijgen, veronderstel ik.

Nu mijn vraag, die voor mij een zeer dringende vraag is: Zou 't niet juister zijn, als zulke gemeenten zich eens financieel garant stelden voor die éne G.B.-predikantsplaats, die wij bezitten? Men wil zo graag de Geref. prediking beluisteren in vele streken van ons vaderland. En weinigen zullen zich daarover méér verblijden dan ik! Denkt men echter bij eigen 'overvloed' op dat gebied wel eens aan hen, die in dat opzicht zoveel minder bedeeld zijn? 't Is zo menselijk, 't gespreide bedje' te kiezen, maar getuigt 't wel van werkelijke Godsvreze, als men slechts bedacht is op eigen gemak en voordeel? 'k Dacht, dat 't adopteren van een deel van een grotestadsgemeente, menige gemeente tot eer zou strekken, terwijl 't geldelijk voor hen zonder enige moeite is op te brengen'.

Zoals gezegd, deze dingen worden heel vaak aangeroerd. En het is zeer begrijpelijk dat zo gereageerd wordt. Men moet maar in een si­tuatie wonen waar het uiterst moeilijk is de (gereformeerde) predikantsplaats te behouden of te doen bezetten en dan te zien hoe (betrekkelijk) welvarend het in andere gemeenten toegaat en hoeveel werk er geschieden kan vanwege de bezetting der predikantsplaatsen. Toch mag niet vergeten worden dat élke gemeente een gemeente is, die om een goede bearbeiding vraagt. In elke gemeente gaat het om de opbouw. Heeft een gemeente dan in deze tijd gelukkig nog de mogelijkheid om zelfs uit te breiden wat het aantal predikantsplaatsen betreft, dan is dat toch alleen maar een reden tot vreugde en dankbaarheid. Het gaat tenslotte om de pastorale zorg voor mensen. Hoe intensiever die zijn kan hoe beter. Bovendien - en dat verliest de briefschrijfster misschien wat uit het oog - in verschillende gevallen, waarin het gaat om uitbreiding van het aantal predikantsplaatsen, gaat het ook om nieuwbouwwijken. De bearbeiding daarvan roept vaak dezelfde problemen op als in de stadsgemeenten. Reden te meer om dankbaar te zijn als gemeenten in staat zijn de groei van de gemeente in nieuwbouwsectoren op te vangen door het vestigen van een nieuwe predikantsplaats.

Dat neemt de vraagstelling van de briefschrijfster echter niet weg. Men zal het één moeten doen en het andere niet moeten nalaten. Gemeenten, die in staat zijn het eigen gemeentelijk leven verder uit te bouwen zullen dunkt me ook oog mogen hebben voor de minderbedeelde gebieden, gemeenten. Gelukkig gebeurt dit reeds in verschillende gevallen. Maar zou het niet een goede zaak zijn als er eens adoptie zou zijn van een gemeente, die het minder goed heeft in financieel opzicht door een gemeente die het beter heeft?

Tenslotte nog dit. De briefschrijfster schrijft over het 'gespreide bedje'. Toegegeven: het zal in de ene situatie voor een predikant moeilijker werken zijn dan in een andere situatie.

Maar gespreide bedjes zijn er nergens.

Predikanten staan voor hun gemeente, bestaande uit zondige mensen. In de Hervormde Kerk, heeft men bovendien in élke gemeente een rand en een kern. Dat betekent voor elke predikant een spanningsveld. En kan het ook juist niet wel eens zó zijn, dat predikanten, die naar de zogeheten moeilijke gebieden of gemeenten trekken, in de eerste plaats veel liefde en aanhankelijkheid ondervinden in hun gemeente, waar men juist hecht aaneengesmeed is vanwege gemeenschappelijke zorg, en anderzijds veel sympathie ontmoeten in den lande omdat ze naar een moeilijke post gingen, terwijl predikanten die naar een zogeheten gespreid bedje gaan misschien veel moeilijkheden ondervinden in hun gemeente en misschien ook minder sympathie?

Maar desalniettemin geef ik graag door wat de briefschrijfster schreef.

Echter tevens in het besef dat het gaat om de bearbeiding van héél de kerk in alle gemeenten, de 'welvarende' en minder bedeelde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1978

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Een vaak gehoorde klacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1978

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's