Putten
We noemden in het artikel over Putten enkele weken geleden een uitspraak van de dichter H. M. van Randwijk. Hier volgt de letterlijke tekst:
Ik moet denken aan de honderden vrome, melancholieke, donker geklede mannen uit Putten, die nooit zijn teruggekeerd. Een tijdlang heb ik in Putten, in de bossen, in een houten zomerhuisje gebivakkeerd. Dat was in 1942. Met een medewerker. Een zwaarmoedige boerenvrouw zorgde voor ons eten. Als alles veilig was gingen we het halen, anders bracht ze het. Mijn dichterlijke medebewoner praatte over het begrensde leven van zo'n vrouw, de kleine wereld van kleine ervaringen, het waarschijnlijk nooit verder hebben gekeken dan Putten, de kerk, de kruidenier, de boerderij, de kinderen en het roggeveld. Toen ze stierf zei ze dat op haar graf moest staan:
Eindelijk thuis...
En toen begrepen we ineens dat het leven van zo'n vrouw, vergeleken met ons kleine wereldje een groter avontuur, een diepere vervreemding betekende dan ons avontuurlijke verzetstrijdersbestaan. Dood gaan was niet weggaan, maar thuiskomen. Wellicht dat vele Puttenaren op die manier in het Duitse concentratiekamp hun weg naar huis hebben betreden. Daaraan en aan die vrouw moet ik denken als ik Putten zeg.
Uit: H. M. van Randwijk, 'In de schaduw van gisteren', kroniek van het verzet in de jaren 1940-1945, blz. 292-293.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's