De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geslingerd geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geslingerd geloof

De genezing

9 minuten leestijd

III

Wij moeten tenslotte overwegen welke genezing de Heere biedt tegen het geslingerd geloof. Welnu, de Heere heeft in Zijn Woord duidelijk de weg gewezen om uit de benauwdheid te geraken. Het voert te ver om alles op te sommen wat de Heere in het Woord neergelegd heeft tot herstel van de kinderlijke gemeenschap met God. Wij doen dus uit de rijke overvloed van stof en geneesmiddelen uit de heilsapotheek maar eenvoudig een zeer beperkte en sobere keuze.

Wij moeten tot genezing allereerst en allermeest gewezen worden op de bewarende genade van de Heere onze God. Hij laat ons niet boven ons vermogen verzocht worden. Het mag ons een troost wezen te weten dat de Boze niet de vrije hand in de aanvechtingen heeft, maar ook daarin aan hoger wil is gebonden. Deze waarheid komt duidelijk uit in de verzoeking van Job: de Satan had hem wel om zijn godsvrucht willen vernietigen, maar de Almachtige schreef hem voor, hoever hij met zijn verzoeking mocht gaan; de grens van zijn kunnen en mogen werd hem voorgetekend. Dat is een grote blijdschap: wij zijn ook onder onze aanvechtingen niet aan het goeddunken van de Boze, maar aan de genade van God overgeleverd. Hij weet, welke aanvechting wij nodig hebben. Hij weet ook hoeveel wij kunnen dragen.

De geestelijke draagkracht is bij de één wel groter dan bij de ander. Een kind in de genade zou omkomen in een aanvechting, die voor een man en vader in Christus veel lichter te doorworstelen is. Bovendien: niet alleen wordt de graad der verzoeking door God naar onze draagkracht bepaald, maar de belofte der uitkomst wordt er ons bijgegeven.

De Heere ziet als het ware uit de hemel toe, hoever de aanvechting haar werk gedaan en haar doel bereikt heeft en dan grijpt Hij met Zijn genade in om ons uit te redden. De Heere heeft er inderdaad een doel mee. De aanvechtingen, waaraan Hij ons soms overgeeft, zijn onder meer middelen om ons klein en ootmoedig te houden: wij beseffen er door dat een hoog vertoon ons niet past en dat wij op eigen benen niet staande kunnen blijven. Onze afhankelijkheid van Gods bewarende genade neemt er door toe. En niet minder de behoefte aan het gebed en de waakzaamheid, die zo licht in de overstelpende drukte van het leven wordt verzuimd.

Het geslingerde geloof is een zware beproeving, maar de aanvechting kan rijke vrucht dragen, wanneer wij er door 's Heeren hand uit worden verlost. Wanneer wij ondervinden, dat God ons in onze zielenood niet heeft vergeten, maar te hulp geschoten is om ons te verlossen uit de hand van de grote vijand - zeker, dan wordt het wankelende geloof weer vast en verzekerd. Ik meen, dat wij in deze dagen deze oude dingen weer eens met aandacht moeten overwegen. Want hoezeer wij ons verblijden mogen over geestesbloei, daarnaast is er ook wel wat voor genadeleven wordt uitgegeven maar niet toekomt aan verdieping. En daarin juist moeten wij vorderen.

Geworteld

De eenvoudige gelovigen leven uit de diepte. Zij gaan voort van gevoelige genade naar gewortelde genade. Zo licht ziet men gevoelige genade, bij pas bekeerden veelziris overvloedig aanwezig, voor gewortelde genade aan. Men vergeet, dat bloesem nog geen vrucht is. De lente is indrukwekkender dan de herfst.

Maar wie zag ooit in de lente bos en veld de vruchten van de herfst dragen?

Eerst wanneer de schoonheid van de lente voorbij is, golft het graan op het veld, en laat de boom zijn vrucht vallen. Dat punt verdient aandacht voor alle ambtsdragers. Er is onder ons wel eens te veel bewondering voor lenteschoon, maar het ontbreekt wel menigmaal te zeer aan de rijkdom der herfstpracht. Diepbuigende christenen, dat zijn vruchtdragende christenen. Zij zeggen met Paulus: ik ben de grootste der zondaren. Zij ontvangen met de voortgang der jaren steeds rijker behoefte aan bediening uit Christus. En dat wordt voor hun zielsbesef ervaren in steeds groter armoede van zichzelf. Ja, hun blijft niets over dan de gerechtigheid in Christus alleen. De aanvechting heeft dan een edel doel op het oog, de wasdom van het geloof in Christus.

Intussen: de Heere is dus de eerste oorzaak der genezing. Maar hel spreekt vanzelf dat dit ons nooit mag brengen tot lijdelijkheid. De Heere heeft ons middelen gegeven, die door ons in deze weg moeten worden gehanteerd. In het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels worden genoemd: het horen, lezen, en overleggen van het Woord. Kortom: bedoeld wordt de invloed van het gepredikte en gelezen Woord, benevens het gebruik van de heilige sacramenten. Wij doen aan de waarde van al deze middelen niets af. Wij achten deze zeer hoog. Maar waar de vanouds bekende wegen reeds zo dikwijls in deze bladen zijn voorgedragen, komt het ons goed voor het licht wat minder te doen vallen op prediking en lezing van het goddelijk Woord, maar nu eens speciaal aandacht te vragen voor de overdenking of meditatie.

Oefening

Het geloofsleven wordt niet vanzelf gevoed. Het vraagt gestage oefening. Er wordt tegenwoordig veel over meditatie geschreven. Toch leeft men veelal in de valse mening meditatie te hebben bedreven wanneer men eenvoudig gemijmerd heeft. Maar: dit leidt slechts tot onvruchtbare bespiegelingen en past beter bij de oosterling, die geen persoonlijke God heeft, doch er naar streeft in het goddelijk al opgelost te worden, dan bij de westerse gelovige, wiens zaligheid het is in bewuste betrekking tot zijn God te staan. Zal het mediteren iets tot onze geestelijke opbouwing bijdragen, dan moet het zich vóór alles aansluiten bij de Waarheid Gods, die ons in de Heilige Schrift naderbij is gebracht.

Een bepaalde Gods-gedachte uit de rijkdom van het Woord dringt zich aan ons op en maakt zich van ons meester. Met die gedachte trekken wij ons in de stilte van het hart terug om haar van naderbij te beschouwen. Is het nu louter intellectuele belangstelling, die ons drijft, dan is er geen sprake van mediteren, maar veeleer van studie, die stellig ons inzicht in de waarheid verheldert, ons denken verrijkt, onze geest scherpt, maar niet noodzakelijkerwijze onze godsvrucht bevordert. Het mediteren gaat wel niet buiten ons heldere bewustzijn om, maar het beoogt toch veel meer de vorming en heiliging van onze wil dan de verrijking van ons intellect. Het heeft zeer bepaald ten doel ons tot wilsdaden te prikkelen, zoals de psalmist welgelukzalig noemt wie Gods wil niet enkel bepeinst, maar ook ijverig betracht. Zo beschouwd is het mediteren geen tijdverlies, maar een geestelijke versterking, die men niet te hoog kan aanslaan. Telkens legt een bepaald deel van de Schriftwaarheid beslag op onze geest. Maar wel toegepast, zal de meditatie onze levenskracht stalen, onze godsvrucht verinnigen, ons gemoedsleven adelen en zich daarin onderscheiden van de mijmering, die vaak een ijdel spel van de verbeelding is.

Wanneer wij nu in een staat van achteruitgang zijn gekomen, moeten wij de oorzaak weten en... voor de Heere belijden. Vooral dienen wij waakzaam te zijn niet opnieuw in de macht van dezelfde zonde te vallen.

Bovendien moeten wij onze geest wapenen tegen moedeloosheid en traagheid en ons vooral hoeden voor omgang met mensen voor wie dit alles oorzaak geeft van spot. Wij zullen weer van voren afaan moeten beginnen.

Maar hoezeer ook al deze weloverwogen wenken hun nut hebben, ontken vooral de genade niet, die de Heere tot nu toe gewerkt heeft in u en ga kinderlijk verder. Wees dankbaar voor iedere kruimel genade, die God geeft en ga daarmee verder van stap tot stap, terwijl u de Geest laat werken. Vraag vooral niet altijd naar bijzondere blijken van Gods gunst. De vader van de verloren zoon kuste het teruggekeerde kind wel en kwam de zoon uitbundig tegen met verrassende genade. Maar in de genadebediening moeten wij dat niet altijd verwachten. Pas na lang zoeken wordt het vinden, want wij moeten door het geloof leren leven op de beloften alleen. Ga blindelings op het Woord aan.

Wat nu de geestelijke verlating betreft - het herstel uit die toestand is hoogst moeilijk. Wie zal een verslagen geest opheffen? Toch zijn ook hier medicamenten, wegen én middelen. Onder meer staat daartoe bovenaan een gedachtenis aan de dagen van ouds. Overweeg de vroeger ondervonden genade en bepeins de oprechte omgang met God. Was uw werk in oprechtheid en waarheid, ga dan vandaar naar de Schrift en leg uw hand op het Woord. Wat door God begonnen is, zal Hij ook afmaken. Voor dezulken is bedoeld, dat de treurenden worden vertroost. Een gepaste omgang met anderen, die niet vreemd zijn aan deze dingen kan ons opbeuren, omdat een kooltje uit de vuurhaard gevallen en uitgedoofd, meest weer opgloeit als het in de haard geworpen wordt. De gemeenschap der heiligen doet opfleuren. Soms is een lichamelijke verkwikking een uitnemend middel tot verlevendiging van de geest. Wij worden losgetrokken uit de beklemming van onze gedachten.

Terugkeer

Kortom: in het geslingerd geloof komt het er altijd weer op aan de weg terug te keren. In verootmoediging over onze zonde. Hoe meer wij inzien, dat wij niets kunnen doen zonder Jezus en Zijn bloed, hoe onderworpener wij geleerd worden. De kern der zaak is altijd weer: meer schuldbesef drijft ons op het gebruiken van de naam van Christus aan. Eigengerechtigheid is telkens weer de grootste vijand van het leven uit het geloof. De twijfel der gelovigen kan haast uit niets anders voortkomen. Hoe dieper wij dan ook leren bukken, voor de Hoge God, des te meer is er dan ook een gelovige toegang tot de barmhartigheid van de eeuwige Hogepriester. Uiteraard kunnen wij maar een beperkte keuze maken in deze woorden. Nader onderwijs in de geloofsgangen zal niet kunnen gaan buiten het gebruik van de Schriften der ouden. De geschiedenis heeft ons daarin een rijke erfenis nagelaten. En wanneer de Heilige Geest nu in Zijn vrijmacht deze middelen zegent, er zullen wonderen gebeuren tot oplevmg en bemoediging van het geslingerd geloof.

Onder deze voorwaarde, dat wij toch niet vergeten dat de Heere alleen de Heelmeester is. Uit Hem, door Hem, en tot Hem zijn alle dingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geslingerd geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's