De predikantenvergadering
De eerste woensdag en de eerste donderdag van het jaar zijn traditiegetrouw de dagen voor de predikantencontio van de G.B. Vele predikanten komen jaarlijks bijeen om met elkaar van gedachten te wisselen naar aanleiding van de gehouden referaten. Dit jaar stond voor de eerste dag het themaroeping op de agenda. Drs. K. Exalto refereerde over de inwendige en uitwendige roeping. Liever sprak hij van de roeping zonder méér. Vanuit de eenheid nl. van de roeping is er de tweeheid, de twee kanten van de ene roeping. Altijd weer heeft dit onderwerp een centrale plaats gehad binnen het gereformeerd protestantisme. Het is vaak ook een onderwerp geweest, waarop de meningen sterk uiteen gingen. Maar altijd weer zal het nodig zijn dit thema nieuw te doordenken, omdat tenslotte de inhoud van de verkondiging ermee staat of valt.
De lezers zullen de komende weken het doorwrochte referaat van drs. Exalto in ons blad kunnen lezen. Datzelfde geldt voor het referaat, dat ds. W. L. Tukker hield - hij kondigde het aan als zijn laatste lezing - over de roeping tot het ambt. Deze week staat het eerste stuk van deze lezing in ons blad.
Het openingswoord, dat ds. C. den Boer hield, wordt niet integraal afgedrukt omdat datgene, wat hij daarin zei, binnenkort ook aan de orde komt in de serie Woord en Geest, waarin de artikelen van ds. C. den Boer over 'Woord en Geest in de kerk' nog een plaats krijgen. Daarom geven we in dit artikel zelf een korte weergave van wat hij zei.
De lezing van ir. L. van der Waal, op de tweede dag gehouden over Zuid-Afrika naar aanleiding van het bezoek, dat de delegatie van de G.B. daar heeft gebracht, zal in de komende weken ook in dit blad geplaatst worden. Ook van deze bijeenkomst geven we nu een korte impressie, met name naar aanleiding van de bespreking.
Betoning des geestes
Ds. C. den Boer hield zijn openingswoord naar aanleiding van 1 Kor. 2:16, waarin het gaat over de prediking. Het is voor elke dienaar des Woords elke week weer een hoge opgave om te preken. Ds. Den Boer zei:
'Van heel onze ambtelijke arbeid is het toch vooral de telkens weerkerende zorg voor de preek, die ons bezighoudt. En terecht is dat onze grootste zorg. Hoe krijgen we het elke week weer (op tijd) klaar? En hoe krijgen we het zo klaar, dat we er ons over verantwoorden kunnen voor God, voor de gemeente en voor ons eigen geweten? Dat, zijn gewichtige vragen, waar we soms van wakker liggen. Het zal u, denk ik, net als mij, wel eens overkomen, dat u zich, als u van de kansel komt, het gelukkigste mens ter wereld weet. Welk een diepe vrede mag er zijn in het hart van een dienaar des Woords, als Gods Geest Hem op een hoogte, die van de kansel stelde, in de kennis en in nauwe gemeenschapsoefening met de Naam. Onze boodschap is onszelf dan zo waar en goed, dat alle duivelen het ons niet kunnen afnemen. Maar de zondag is nog niet voorbij of de maandag is nog maar net gekomen, of het omgekeerde is met ons het geval. Dan lijkt het wel eens, alsof alle engelen in de hemel ons beschuldigen. Aan prof. Den Hartog vroeg iemand eens: Professor, wat was uw beste preek? Hij antwoordde: De volgende.
Dat preken een hoge opgave is, is duidelijk als men bedenkt, dat de preek niet minder is dan 'bemiddeling tussen God en mens'. Maar toch is er, aldus de inleider, ook geen mooier werk dan 'boodschapper van Gods heil' te zijn en 'met het grootste wonder ter wereld op pad te mogen zijn, namelijk, dat God goddelozen rechtvaardigt om en door het bloed van Zijn lieve Zoon'. Maar dan is de prediking ook het goudschaaltje, waarop de woorden Gods gewogen worden. De taal van de Bijbel behoeft bijvoorbeeld niet voorzien te worden van een bevindelijk tintje. De woorden van de Schrift zelf mogen hun geheimen prijsgeven, zodat ze verrassende woorden worden. De woorden van de Schrift zijn namelijk woorden van de Geest en zijn als zodanig diep genoeg om ons te raken tot in merg en been. Met de woorden van de Schrift komt de dienaar van het Woord tot in het hart van de drieënige God, en vandaaruit ook midden in het hart van de gemeente.
Dat Woord trekt ook de scheidslijn in de gemeente tussen geloof en ongeloof. Gevaarlijk is het om de gemeente zó als verbondsgemeente te zien, dat niet meer de noodzakelijkheid van de wedergeboorte wordt gepreekt. 'Gereformeerde Woordbediening - aldus de referent - is een speurtocht in het Woord en daarmee ook een speurtocht in het mensenhart om de klagers, de vragers, de tobbers en de zoekers op het spoor te komen en ze zachtkens te leiden. En zo stuwt het in onze Woordbediening naar de volheid van Christus.'
Ds. Den Boer betoogde verder het gevaarlijk te vinden als een dominee een vindingrijke rederijker is op de manier van een voordrachtskunstenaar, als daarmee niet gepaard zou gaan een echt luisterend hart, open naar God en de mensen. Op die wijze wordt dan de Schrift alleen maar ontkracht. De prediking van Paulus was volgens 1 Cor. 2 niet in beweeglijke woorden van menselijke wijsheid. Ze was betoning des Geestes en der kracht. Zo mag de dienaar wel zijn uitdeler van de menigerlei genade van God, die in ds aanbieding van Gods heil tot de uiterste grens mag gaan, uit de ondervinding hoever God met Zijn Woord en Geest met hemzelf is gegaan. Dat zal ook aan de dienaar zelf gezien worden, zoals bij Calvijn, waarvan wordt gezegd, dat de waarheid Gods in zijn ingewanden gezonken was.
Het ernstigst is het verder, zo besloot ds. Den Boer - als Christus tekort gedaan wordt in de prediking, hetzij door de belofte te prediken zonder dat ze geestelijke realiteiten zijn in het hart, hetzij door de Sinaï te laten donderen zonder met de gemeente de berg Sion op te gaan en de heiligingskrukken (Kohlbrugge) weg te werpen.
Hoe staan we in de kerk?
Ten diepste was de eerste dag van de contio, kerkelijk gezien, het belangrijkst. Wat is immers wezenlijker voor de kerk dan de prediking, de roeping ook van een mens uit de duisternis tot het licht! Op de tweede dag ging het 'slechts' om afgeleide zaken. Zuid-Afrika, een wereldprobleem, maar toch, als het gaat om het kerkelijk bezig zijn mét Zuid-Afrika, een afgeleide kwestie. Soms lijkt het in de kerk intussen alsof Zuid-Afrika geloofsartikel nummer één is. Dat is het niet, wat niet wil zeggen, dat het niet een zaak van grote importantie is, alles te maken ook hebbende met de ethische consequenties van het bijbels getuigenis.
Het verslag dat ir. Van der Waal van de Zuid-Afrika reis gaf, komt zoals gezegd volgende week in ons blad aan de orde. Behoudens vragen over de inhoud van het referaat waren er ook vragen naar de kerkelijke relevantie van de G.B. reis. Het moderamen van de synode mocht immers niet Zuid-Afrika binnenkomen, terwijl nu een delegatie van een groep in de kerk wel ging? Vanuit de delegatie werd nog eens onderstreept, dat her en der in Zuid-Afrika betoogd is, dat de delegatie niet de kerk vertegenwoordigde, maar slechts een déél van de kerk en dat er bij de Zuid-Afrikaanse kerken op aan gedrongen was het communicatiekanaal ook met het Hervormd moderamen open te houden door alles te doen wat mogelijk is om het Hervormd moderamen toch in Afrika te doen komen, of door een vertegenwoordiging van de Zuid-Afrikaanse kerken voor beraad naar Nederland te zenden. De kwestie bleek echter vast te zitten op, de secretaris-generaal van de Hervormde Kerk, dr. A. H. van den Heuvel. 'Als hij hier kwam in zijn wereldraad -tijd - zo vernamen de delegatieleden van de blanke Zuid-Afrikaners - dan zagen wij hem nooit, hij ging direkt naar zijn zogeheten zwarte vrienden.' De discussie op de contio spitste zich dan ook toe op de rol, die dr. Van den Heuvel in onze kerk speelt in de benadering van de Zuid-Afrika kwestie. In een gesprek, dat zich hierover ontwikkelde met ds. G. Spilt, zei prof. Graafland het optreden terzake van dr. Van den Heuvel radicaal af te wijzen: dit loopt helemaal fout! Anderzijds werd door professor Graafland ook betoogd, dat de ontstane verhouding tussen het moderamen van de synode en de G.B. zo niet kan blijven. Hierin moet verandering komen. We staan op een beslissend moment in de kerk, zei hij, zich daarbij kerend en naar de kant van het moderamen en naar de kant van de Gereformeerde Bond zelf.
Het zal inderdaad van het grootste belang zijn, dat de communicatie tussen moderamen en de G.B. opnieuw op gang komt. En dan niet alleen over de Zuid-Afrika kwestie. Wie zal daarover - maar dan ook inderdaad bij het licht van het Woord - het laatste woord hebben? Op een vraag of de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek principieel moet worden verworpen of slechts in de rand moet worden bijgeschaafd, werd gezegd wat de zwarte pre dikant ds. Buti jr. zei, namelijk, dat een systeem van gescheidenheid helemaal beantwoorden kan aan de bijbelse gerechtigheid, terwijl een systeem van integratie, zonder apartheid, met de bijbelse gerechtigheid op gespannen voet kan staan. De vraag is maar welke vulling één en ander krijgt. Vanuit de delegatie werd gezegd, dat er in dit opzicht in Afrika ook heel wat mis is, in strijd met de bijbelse gerechtigheid omdat veel te weinig geschiedt door blank en zwart samen, terwijl anderzijds in de Zuid-Afrikaanse situatie een werkelijke integratie van zwart en blank in één samenleving nooit zonder een zekere apartheid zal kunnen.
Vanuit de delegatie is intussen een memorandum over de reis in het vooruitzicht gesteld. De hele kwestie Zuid-Afrika zal ons daarbij echter niet van de kerkelijke stukken mogen afbrengen. Hoe complex de Afrikaanse situatie is, blijkt al uit het feit dat er zoveel over te doen is. Bij alles wat in deze kwestie de gemoederen bezig houdt en verdeelt, hebben we intussen het profetische Woord dat zeer vast is. Daarmee zullen we het ook kerkelijk moeten doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's