Verslag Zuid-Afrika-reis
Kerkelijke situatie
2
Uitvoerig ging de heer Van der Waal in op de kerkelijke situatie in Zuid-Afrika. Kerkelijke apartheid in de zin van een verbod op gezamenlijke godsdienstoefeningen tussen blank en zwart bestaat alleen voor de Nederduitsch Hervormde kerk. In de praktijk bestaat er echter voor alle drie gereformeerde kerken de barrière van de huidskleur: zwarten en kleurlingen wonen nooit de kerkdiensten van de blanken bij. Omgekeerd is dit wel walgelijk.
Nederduitsch Herv. kerk
De eerste kerk, aldus Van der Waal, waarmee wij een ontmoeting hadden in een bijeenkomst van hoogleraren en predikanten, was de NHkerk. Deze heeft dus een bepaling, als art. 3 in de kerkorde, volgens welk het niet-blanken onmogelijk is lid van deze kerk te worden. Men legt in deze kerk sterk de nadruk op de eenheid van de onzichtbare kerk en heeft daardoor een ontspannen verhouding tot hun zwarte zendingskerken.
In de bespreking die hier over ontstond bleek dat men deze verscheidenheid niet theologisch fundeert maar op basis van culturele verscheidenheid. Het is geen kwestie van belijden, maar van beleid, werd opgemerkt. Maar, zo werd van de kant van de GB-delegatie gevraagd, komt het beleid niet uit het belijden voort? Is een gescheiden tafel des Heeren een kwestie van beleid? Heerst de menselijke ordening hier niet over het woord van God? Een klemmende zaak, die voor de vertegenwoordigers van de Nederduitsch Hervormde kerk, nauwelijks voor diskussie vatbaar bleek te zijn.
Gereformeerde kerk
Duidelijk anders ligt de situatie bij de Gereformeerde kerk, (ook wel Dopperkerk genoemd). Evenals de NH-kerk is de Gereformeerde kerk door afscheiding voortgekomen uit de grote Nederduitse Gereformeerde kerk. De NH-kerk vooral om politieke redenen en verzet tegen de Engelse invloed, de Geref. kerk vanwege de invoering van gezangen in de eredienst. De Geref. kerk is de enige van de drie Calvinistische kerken die één gemeenschappelijke synode met de zwarte kerken heeft. Aangezien alle kerken ongeacht de grootte evenveel vertegenwoordigers naar de synode mogen afvaardigen, is de gemeenschappelijke synode in meerderheid zwart.
Als teken van de ontspannen verhoudingen werd er op gewezen, dat ondanks deze meerderheidsafvaardiging van zwarten, toch een blanke meerderheid in het moderamén werd gekozen. In de praktijk van het kerkelijk leven is de scheiding tussen blank en zwart echter volkomen. Niet zozeer op grond van het ras zo stelde men, maar vooral op grond van volk, taal en liturgie.
Nederduitsch Geref. kerk
Van de drie kerken is de NG-kerk, aldus ir. van der Waal, met z'n 1, 5 miljoen leden verreweg de grootste. Ze vertegenwoordigt ongeveer 40 procent van de totale blanke bevolking en neemt daarmee duidelijk een sleutelpositie in. Deze kerk doet weliswaar veel op het gebied van de zending onder de zwarten, (de jaarlijkse uitgaven belopen ongeveer 30 miljoen gulden), maar de verhouding tussen de NG-kerk en de zwarte-en kleurlingenkerk is erg gespannen.
Er is geen gemeenschappelijk synode, maar een federale raad. In gesprekken van de delegatie van de Geref. Bond met vertegenwoordigers van de zwarte NG-kerk is gebleken dat er bij dezen een sterk onbehagen leeft over de ondergeschikte positie van hun kerk ten opzichte van de blanke NG-kerk De Kern van het probleem is de apartheidspolitiek die door de blanke NG-kerk wordt gesteund en door de zwarte kerken wordt afgewezen, omdat deze naar de mening van de zwarten, de kerkelijke eenheid in de weg staat.
Het is op zo'n punt moeilijk, aldus de referaat, om te scheiden tussen de begeerte naar geloofsgemeenschap bij de zwarten en hun veranderingsgezindheid ten opzichte van het politieke systeem. Opvallend is namelijk dat de praktijk van de Engels sprekende kerken ook een sterke scheiding naar rassen te zien geeft, terwijl deze kerken toch de apartheidspolitiek afwijzen.
In een bespreking met vertegenwoordigers van de kleurlingenkerk in Kaapstad kwam hetzelfde ongeduld over het voortbestaan van de kerkelijke apartheid naar voren.
Treffend was overigens, aldus de spreker, dat en passant deze predikanten hun verbazing er over uitspraken dat vanuit Nederland op hun verzoeken om kerkelijke steun afwijzend wordt beschikt, terwijl verzetsbewegingen wel steun ontvangen uit Nederland. De radicalisering van dr. Allan Boesak met zijn 'zwarte theologie' wees men af. Er is binnen hun kerken voor dit standpunt slechts een kleine minderheid.
De fundering van de kerkelijke rassenscheiding binnen de NG-kerk is niet eenduidig, aldus Van der Waal, maar varieert van bijbels geboden tot praktisch gewenst. Van het eerste standpunt is dr. J. D. Vorster uit Kaapstad, een broer van de premier, één van de meest uitgesproken vertegenwoordigers.
Te zijnen huize vond een diepgaand gesprek over deze kwestie plaats. Zijn opvattingen werden daarbij aan de hand van een aantal Schriftplaatsen besproken, maar voor dr. Vorster stond het vast: de in de schepping gelegde verscheidenheid mag door ons niet ongedaan gemaakt worden. Hoewel deze opvatting, aldus ir. Van der Waal, waarschijnlijk nog wel de meest invloedrijke binnen de NG-kerk is, is het toch het denken van de minderheid.
Belangrijke vertegenwoordigers van de anders denkende stroming zijn o.a. prof. dr. J. A. Heyns en dr. F. E. O'Brien Geldenhuys. Welke argumenten en overwegingen er uiteindelijk achter de apartheidspolitiek vermoed kunnen worden, de gedachte van de overleving en het voortbestaan van de blanke bevolkingsgroep zal hieronder stellig een belangrijke plaats innemen. Want er is uiteindelijk de harde werkelijkheid dat 4 miljoen blanken hun bestaan bedreigd weten door een vijandige wereldopinie en door een groeiend zwart Afrikaans nationalisme. En wat binnen de kerken mogelijk moet zijn en geboden is, is niet per definitie politiek en maatschappelijk realiseerbaar. Kerkelijk blank en kerkelijk zvvart in Zuid-Afrika omvat niet alle blanken en alle zwarten in dit land.
Dr. Beyers Naudé
Voor dr. Beyers Naudé bestaat deze spanning tussen gebod en werkelijkheid niet, aldus de heer Van der Waal. In het gesprek dat de delegatie van de Geref. Bond met hem had, verklaarde Beyers Naudé dat niet alleen de huidskleurbarrière binnen de kerken moet worden geslecht, maar ook die op maatschappelijk en politiek gebied. De gelijkberechtiging van de zwarten is volgens hem niet meer tegen te houden. In de fundering van zijn standpunt bleek bijbelse gerechtigheid voor hem primair te worden verstaan in de politieke en maatschappelijke zin. In zijn betekenis als gerechtigheid-des-geloofs kon hij er aanvankelijk niet goed mee uit de voeten. Ook zijn uitspraak over de Filémonbrief was opmerkelijk. Op de vraag, hoe hij daarover dacht, antwoordde hij, dat wanneer Paulus die brief in deze tijd zou hebben geschreven hij gezegd zou hebben: deze man Onesimus moet vrij komen.
Ir. Van der Waal schetste dr. Beyers Naudé als een man die eertijds een bemind predikant in de NG-kerk was. Ook in het gesprek met de delegatie van de Geref. Bond maakte hij een sympathieke indruk. Ondanks zijn volledige verwerping van het regeringsbeleid sprak hij erover zonder bitterheid of agressie, maar zijn medewerkers binnen het Christelijk Instituut, aldus ir. Van der Waal, blijken veel meer dan hij los van de bijbelse achtergronden radicale wegen in te slaan. Met name komt dit ook tot uitdrukking in het blad Pro Veritate.
Het optreden van de regering tegen het Christelijk Instituut lijkt dan ook meer rechtvaardiging te vinden in de activiteiten en de presentatie van het Instituut dan in het persoonlijke optreden van Beyers Naudé, aldus Van der Waal.
Corpus Christianum
Tenslotte gaf de heer Van der Waal nog een algemene impressie van het kerkelijk en geestelijk leven in Zuid-Afrika.
Het openbare leven is daar nog door het christendom gestempeld zo stelde hij.
Uit de orde en de stijl binnen de universiteiten en de kerkdiensten blijkt dat de golven van secularisatie en modernisme die wij over ons hebben heengekregen, Zuid-Afrika nog nauwelijks hebben beïnvloed.
Er functioneert in Zuid-Afrika nog een 'Corpus Christianum'.
Toch zijn er wat dit betreft niet alleen positieve punten; het grootste gevaar is wellicht dat van de vanzelfsprekendheid. Het geestelijk klimaat binnen de kerken doet ons denken aan de vroegere Geref. Kerken in ons land. Dat is niet verwonderlijk als bedacht wordt dat er altijd een sterke oriëntering op de-Vrije Universiteit en 'Kampen' is geweest en dat er vrij sterke banden met de Nederlandse Geref. Kerken waren.
De prediking maakt naar ons besef dan ook een sterk verbondsmatige indruk. En in Zuid-Afrika zelf sprak men van het gevaar van sacramentalisme.
De vraag kan daarom worden gesteld: Als het modernisme van West-Europa eens over Zuid-Afrika zou heengaan, zal het geestelijk leven dan voldoende diepgang hebben om hiertegen weerstand te bieden? Waren bij ons de christelijke instituten soms ook niet de invalspoorten voor de secularisatie?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1978
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1978
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's