Anna, de profetes, insgelijks de Heere beleden
Lucas 2 : 38
Wat een lering en onderwijs geeft de Heere ons uit het leven en bezig zijn van de oude profetes Anna. Een waarnemen van de dienst des Heeren om jaloers op te zijn. De instellingen van de Heere waren haar eten en drinken. Ze week niet uit de tempel, met vasten en bidden. God dienende nacht en dag.
Wat is haar levende verwachting wonderlijk en rijk vervuld.
Met het oog op die vervulling heeft de Heere haar zo opvallend lang gespaard.
Wanneer Jozef en Maria hun Kind zich op het tempelplein bevinden, komt ook Anna daarbij.
Ze heeft het niet geweten, dat het die dag voor haar zo'n bijzondere tempelgang zou worden.
Dat is Gods verrassing aan Zijn volk.
Menigeen is in de loop der eeuwen opgegaan naar de plaats, waar het heil des Heeren wordt voorgesteld, niet wetend, wat een gezegend uur het worden zou.
Mogelijk nogal eens gegaan met de klacht: 'Zou God Zijn gena vergeten, nooit meer van ontferming weten'? Of: 'Duizend zorgen, duizend doden kwellen mijn angstvallig hart'. En dan ineens, op z'n onverwachtst, werd de dienst des Woords een Bethel, een Pniel. Dit is niet dan een Huis Gods, dit is de poort des hemels...
Ik heb de Heere van aangezicht tot aangezicht gezien en mijn ziel is gered geweest. Kijk eens naar dat wonderlijke groepje mensen daar in de tempel.
Een ouderpaar, stil toeziende en luisterend in verwondering.
Simeon, die de vertroosting Israels verwachtte, loopt daar met het Kind in zijn armen. Hoort hem getuigen van de grote werken van God.
En terwijl Simeon de lofzang zingt, wordt daar van terzijde een oud vrouwtje onweerstaanbaar getrokken.
Nee, het is geen nieuwsgierigheid. De H. Geest haalt haar er ook bij.
Het Kind trekt.
Er worden snaren in haar hart geraakt.
Het geloof wordt werkzaam en de geest der profetie wordt vaardig over haar. Stromen van levend water breken los.
Ze heeft insgelijks de Heere beleden.
Uit haar mond breekt los de lof des Heeren over de vervulling van de belofte.
De Beloofde is verschenen.
Haar geloofsogen zien in dit eenvoudige Kind de heerlijkheid des Heeren, de gave Gods bij uitnemendheid. Hier is de Vredevorst, de Vertroosting Israels, haar Zaligmaker en Koning.
Ze moet het uitroepen en belijden.
De Heere belijden.
Weet u, wat dat is?
Zijn Naam verheffen als de enige Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid.
Het is aan Zijn voeten neerzinken in ootmoed en verwondering: U kiest mijn hart voor eeuwig tot zijn Koning.
In Hem ligt mijn leven, mijn redding, mijn vrede.
Hij is mijn rust en troost in m'n verslagen en verontruste hart.
Alles moet wegvallen, opdat Hij alleen als Koning heerse.
En het klinkt ons tegen: Komt, buigen we ons dan biddend neer; komt, laat ons knielen voor deze Heere.
De Heere belijden.
Het is Zijn Naam in ons hart en op de lippen hebben en ook in onze daden openbaar maken. Anna mocht heenzien door de bolster van de eenvoud van dit Kind op Zijn reddende heerlijkheid.
O dierbaar Kind, o stof van vreugd. Geschenk van het Alvermogen.
Hier komt antwoord op de vraag uit hulpeloze verlegenheid: Hoe zou ooit de Heere door mij verheerlijkt en geprezen moeten?
Ik kan Hem niet verheerlijken en het moet. Hoe verrassend en alle nooddruft vervullend is het dan, wanneer de Zon der gerechtigheid opgaat in mijn hart.
Waar onze naam wegvalt en Zijn Naam alleen hart en mond vervult, daar is Gods lof. Gelukkige mensen, die het met Anna leren verstaan. Dan mogen de jaren klimmen, maar over het ouder wordende leven komt dan te liggen de glans van de eeuwige jeugd.
Anna, gebogen onder de last der jaren, is sprankelend van leven.
Genade maakt jong en fris.
Zonder de genade van dit Koningskind... de glans van het leven verbleekt. De klachten vermenigvuldigen zich.
Het wordt zo donker, zo triest, zo uitzichtloos.
Die God, Die Anna zo rijk begenadigde, leeft. Jezus Christus, de Zaligmaker, leeft.
Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren.
De zegen voor eigen hart en leven... en tot zegen voor anderen.
Ja, ook dit laatste.
En Anna sprak van Hem tot allen, die de vertroosting in Jeruzalem verwachtten. Met jeugdig vuur heeft ze Zijn verschijning gemeld aan alle uitziende mensen in Jeruzalem.
Druk doende in haar verre levensavond.
In dit opzicht is er kennelijk geen sprake van pensioen en emeritaat.
Actieve dienst totdat...
Maar wie dan niet meer gaan of staan kan?
Dan hebt u nog een hart en handen om te bidden.
Gij, die des Heeren doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij u zijn.
Biddende wakers en waaksters op Sions muren, biddend voor land en volk, kerk en gemeente.
O zeker, Anna zal wel het één en ander te horen gekregen hebben bij het spreken over Hem. Ze zal gestoten zijn op ongeloof en twijfel.
Maar ze heeft gesproken. In actieve dienst, totdat...
We kunnen ons voorstellen, dat haar stervende lippen de Naam van haar Zaligmaker nog gelispeld hebben.
Dan is Anna's loopbaan voleindigd.
Afgelost van haar post.
Maar ze spreekt nog, nadat ze gestorven is. Ook tot ons. Haar naam en haar ervaring in de ontmoeting met de Zaligmaker zijn opgenomen in het Woord des Heeren.
U, die de verlossing in Jeruzalem verwacht, hoort het getuigenis van Anna. Hij is gekomen ter verlossing. In Jeruzalem.
Daar heeft Hij het fundament der zaligheid gelegd in Zijn kruis en opstanding.
De verwachting wordt vervuld ten aanzien van allen, die waarlijk de verlossing nodig hebben.
Verlossing in deze Zoon van Gods welbehagen.
Daarom: Hem te erkennen ip ons arme en schuldige leven, betekent verlossing, vergeving, verzoening.
Daar staan het woord en de belofte garant.
Zie het bij Simeon en Anna.
Zoals Simeon het gezongen heeft, zo heeft ook Anna het ervaren:
Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw Woord.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1978
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1978
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's