Verslag Zuid-Afrika-reis
Slotbeschouwing
In drie afleveringen wordt het verslag geplaatst van de impressies die ir. L. v. d. Waal gaf van de Zuid-Afrikareis van de G.B.-delegatie, een verslag zoals dat globaal genomen door ons werd verstrekt aan het Reformatorisch Dagblad, waarin het in twee afleveringen werd geplaatst. Van de bespreking gaven we eerder een korte impressie.
3
Wie als Europeaan Zuid-Afrika bezoekt en met de verhoudingen tussen blank en zwart in aanraking komt is gauw geneigd deze situatie toe te schrijven aan de houding van de blanken die gekenmerkt zou worden door materieel eigenbelang en superioriteitsgevoel. En wie zal willen beweren dat deze verschijnselen in Zuid-Afrika niet voorkomen. Maar het is wel een onjuiste voorstelling van de motieven van het apartheidsbeleid.
Om hierin inzicht te krijgen zal men zich rekenschap moeten geven van de geschiedenis van Zuid-Afrika.
Historisch leefde onder de Calvinistische boeren, die zich vaak uit zelfbehoud tot hechte gemeenschappen aaneen moesten sluiten, het besef dat men zich tot geen prijs met de toch nog heidense volken mocht vermengen, temidden waarvan ze leefden. Men wenste als christelijk en blank volk voort te bestaan. En wie zal de blanken van thans het recht betwisten te streven naar het behoud van de eigen identiteit en cultuur, ook al leeft men thans veelal temidden van gekerstende volken? Komt dit streven naar behoud van het volkseigene niet in veel landen steeds weer openbaar? De vraag is echter hoe deze gedachte van de apartheid in de praktijk wordt verwezenlijkt. Ten aanzien daarvan, aldus de heer Van der Waal, zijn inderdaad wel een aantal kritische vragen te stellen. Het volgende mag hierbij echter niet worden vergeten.
Geïsoleerde positie
Zuid-Afrika verkeert in een vrij geïsoleerde positie. Niet alleen geografisch, maar vooral kerkelijk en sociaal. De veranderingen die in ons land in de na-oorlogse periode hebben plaats gevonden op het gebied van bv. de sociale voorzieningen en de democratisering van de gezagsverhoudingen zijn aan Zuid-Afrika goeddeels voorbij gegaan. Hetzelfde geldt echter voor het proces van gezagsondermijning en ontkerstening waaronder onze samenleving in dezelfde periode te lijden heeft gehad. Dat betekent dat in Zuid-Afrika nog gezagsstructuren en een sociaal klirnaat gevonden worden zoals die zo'n dertig jaar geleden bij ons voorkwamen. Dat geldt niet alleen voor de verhouding van de blanken tot de zwarten, maar evenzeer voor die van de blanken onderling. Het meten van de Zuid-Afrikaanse verhoudingen met Europese maatstaven leidt daarom gemakkelijk tot onzuivere conclusies.
Sociale problematiek
Een ander punt betreft de sociale afstand tussen blank en zwart. Het is nog niet zo lang geleden, aldus ir. Van der Waal, dat er nog een afgrond lag tussen de beschaving en godsdienst van blank en zwart. Zonder een politiek van apartheid zou deze afstand ook langs natuurlijke weg al hebben geleid tot een grote mate van sociale apartheid. Uit het verleden kennen we dit verschijnsel ook in ons eigen land. We behoeven maar te denken aan het kiesstelsel van het begin van deze eeuw. En het is zelfs niet moeilijk om voorbeelden van sociale apartheid uit het heden te noemen (de Molukkers, de Surinamers, de gastarbeiders e.a.).
Dit houdt in dat lang niet alle maatschappelijke kwalen in Zuid-Afrika op rekening van het apartheidsbeleid zijn te schrijven. Laag betaalde, ongeschoolde arbeid, die in Zuid-Afrika op grote schaal voorkomt, treft men ook aan in veel andere landen (o.a. de Verenigde Staten). Afschaffing van de apartheidspolitiek lost dit, en veel andere sociale en economische problemen niet zonder meer op. Bovendien zijn in Zuid-Afrika een aantal problemen, gegeven met het feit dat dit land binnen zijn grenzen iets heeft van de verscheidenheid van culturen, tradities en godsdiensten die op wereldschaal voorkomen. Het oplossen van de hieraan verbonden problematiek heeft een grote mate van overeenkomst met de vragen waarvoor de rijke landen staan met betrekking tot de derde wereld. We kunnen weten dat de oplossing van dit soort problemen tijd vergt en inspanning vraagt. Zuid-Afrika heeft die tijd ook nodig, en wat inspanningen betreft op het gebied van gezondheidszorg, woningbouw en onderwijs wordt indruk wekkend veel tot stand gebracht.
Democratie
Tenslotte moet worden bedacht, aldus de referent, dat een democratie, gebaseerd op algemeen kiesrecht van alle inwoners van Zuid-Afrika momenteel ondenkbaar is. Dat zou op een chaos uitlopen. De kwestie is volgens hem dan ook niet in de eerste plaats, wanneer men de zwarte bevolking politieke rechten geeft, maar dat men ze het vertrouwen geeft dat het blanke gezag ook hun welzijn en toekomst dient. Daarbij is van fundamentele betekenis dat het verschil in rechten en wetten voor de verschillende bevolkingsgroepen in overeenstemming is met de werkelijkheid van de bestaande verhoudingen. In dit verband wees de referent op het gebrek aan flexibiliteit in een systeem dat alleen meet met de maatstaf van de huidskleur. Hij noemde hierbij met name de ontwikkelden onder de zwarten voor wie het ondanks hun inspanning om zich tot een goed niveau op te werken, niet mogelijk is in blank gebied volledige erkenning te vinden. Hier ligt één van de harde kernen van de botsingen. En het is te verwachten dat het voortschrijdend ontwikkelingspeil van de zwarten dit spanningsveld groter zal maken. De ontwikkeling van de thuislanden met alle goede kanten die hieraan zitten, biedt hiervoor geen oplossing.
Een ontwikkeling in de richting van een fede ratief verband van sterk vergrote thuislanden en stedelijke concentraties met zelfbestuur, zoals is geopperd in een publicatie van de Afrikaanse Calvinistische Beweging lijkt dan ook een belangwekkende gedachte. Overigens is het vinden van een oplossing voor de toekomstige samenleving van de Zuid-Afrikaanse volkeren niet onze zaak, maar die van de Zuid-Afrikaanse bevolking zelf.
We hebben invloedrijke mensen ontmoet aldus de heer Van der Waal, onder de blanken, kleurlingen en zwarten die zich willen inzetten om aan de verdere ontwikkeling van Zuid-Afrika te werken, wetend enerzijds hoeveel er al veranderd is, anderzijds ervan doordrongen zijnde hoeveel er nog moet gebeuren.
Taak van de kerk
Het spreekt vanzelf, dat de kerk, nog minder de Geref. Bond, het verlossende woord in het politieke probleem van de apartheid kan en behoeft te spreken. Het terrein van de kerk is niet dat van de politiek, maar van de religie. Hebben we hierin een boodschap voor de Zuidafrikaanse kerken? Dat kan dan alleen de boodschap zijn, datgene wat we met hen gemeenschappelijk hebben nl. het Woord van God en de belijdenis. En voor het verstaan daarvan zullen we elkaar vragen moeten stellen en naar elkaar moeten luisteren. Vragen naar elkaars geloof, naar elkaars kerkzijn, naar elkaars belijden. En voor wat de Zuidafrikaanse kerken betreft, zullen we moeten spreken over de wijze waarop hun kerkzijn zichtbaar wordt in de samenleving. Over de profetische roeping van de kerk, om schrijnend onrecht te ontmaskeren en te veroordelen. En over het voluit gestalte krijgen van de gehoorzaamheid aan God's Woord in de gemeenschap met de zusterkerken van andere rassen.
We mogen dan ook vragen of deze laatst genoemde kwestie niet veel meer een existentiële zaak zou moeten zijn. Lijden de Zuid-Afrikaanse kerken er wel genoeg onder? Zo'n gesprek met de Zuidafrikaanse kerken zal echter een dialoog moeten zijn. We zullen moeten spreken, maar ook luisteren. En daarbij bereid moeten zijn zelf ook vragen te beantwoorden. Hoe leeft bij ons de zaak van de kerkelijke verdeeldheid. Lijden wij onder deze gescheidenheid? Zijn de gebreken van onze kerk en de verhoudingen tussen de modaliteiten voor ons voluit existentiële zaken? Ik wil erkennen dat een doorbraak op deze terreinen in politieke en sociale betekenis in geen vergelijking zou staan met een wending in de Zuidafrikaanse rassen-problematiek, aldus Van der Waal. Maar verdienen deze zaken daarom minder onze kerkelijke aandacht? Bovendien, wordt in de kritische bemoeienissen van kerkelijke zijde met de Zuid-Afrikaanse politiek wel voldoende onderkend welke anti-christelijke machten zich eveneens tegen Zuid-Afrika keren?
Hoop
Tenslotte, sprekend over de hoop voor Zuid-Afrika, verwees de referent naar de woorden van prof. dr. Tj. van der Walt, in verband met het geweldige aantal bijbels dat in Zuid-Afrika wordt verspreid. Niet dat het bezit van de bijbel op een magische wijze een leven volgens de bijbel zou verzekeren. Maar prof. Van der Walt sprak als zijn overtuiging uit dat wie de bijbel biddend onderzoekt, zijn leven moet laten reformeren volgens het Woord van God. En hij sprak de hoop uit dat de rassen elkaar dan zullen ontmoeten, niet alleen op basis van nationalisme of beschaving of lotsverbondenheid, maar op de grondslag van Gods Woord.
Wij sluiten ons hier graag bij aan aldus de heer Van der Waal, en we menen dat Zuid-Afrika in deze zin onze positieve gezindheid voluit waard is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's