Uit de pers
Liberalen en Socialisten
In zijn bijdrage in de bundel Met het oog op ons welzijn maakt drs.B. J. Wiegeraad duidelijk, dat zowel liberalen als socialisten, hoezeer ze ook in menig opzicht tegenover elkaar staan, in hun visie op mens en maatschappij van een humanistische visie uitgaan, in een optimisme dat de macht van het kwaad onderschat, en voorts in een vrijheidsstreven dat geen ruimte laat voor een gebondenheid aan Gods geboden. Wiegeraad spreekt ten aanzien van het liberalisme van een 'vogelaar die met zijn zoet gefluit velen vangen wil, die - terecht - hun bezwaren hebben tegen het socialisme, maar bij het liberalisme evenzeer bedrogen uitkomen.
Ik moest aan dit artikel denken, toen ik in het weekblad de Tijd van 27 januari een vraaggesprek las met de opvolger van minister Wiegel, de heer Rietkerk, als fractie voorzitter van de VVD. In dit vraaggesprek wordt o.m. het volgende gezegd:
- U heeft het nu over de soclaaleconomische visie. 'Ja, want als het gaat om geestelijke vrijheid, dan staan wij veel dichter bij de PvdA dan bij het CDA, dat vanuit de confessionele benadering toch nog normen aan anderen wil opleggen. Maar als ik het nu heb over bepaalde normeringen van de maatschappij, dan bespeur ik binnen de PvdA toch nog een sterke stroming van dat betuttelen, van dat Albedil. In het belang van de mensen hoor, men bedoelt het goed. Maar men wil alles regelen via de overheid en daar heb ik bij de kamerdebatten een andere visie tegenover proberen te stellen. De VVD heeft de afgelopen twintig jaar ook meegewerkt aan het uitbreiden van de collectieve voorzieningen voor degenen die anders tussen de wielen dreigden te raken. Dat was nodig, maar je kunt daar niet in principe mee doorgaan. Je moet niet over de grens komen waar de overheidsbemoeienis, die is bedoeld om de zwakkere vrijheid te geven - vrijheid ook in de zin van geen zorgen voor het bestaan - omslaat in een situatie waarin de mens gevangene van het systeem wordt. En zo lang bij de PvdA de radicale stroming nog zo domineert die nog maar steeds meer collectivering wil, is samenwerking met de PvdA niet reëel. Zodra in die kring een stuk bereidheid zou zijn te praten over meer vrijheid, meer ruimte voor de maatschappij zelf, voor de particulieren, dan komen we natuurlijk heel wat verder. Ik hoop dat een dialoog met de PvdA op dat soort essentiële punten mogelijk is en dan kunnen we aan de hand daarvan beoordelen of samenwerking mogelijk is. Als het zou kunnen: graag zelfs'.
- Dit verschil met de PvdA domineert in uw afweging de overeenstemming die er is op het gebied van de geestelijke vrijheid?
De persoonlijke geestelijke vrijheid is erg belangrijk. Maar domineren? Ik vind het van grote betekenis dat PvdA en VVD op dat punt in principe weinig verschillen. Maar voor de politieke aanpak heb je toch primair te maken met je visie op de structuren in de maatschappij'.
- Verwacht u op geestelijk vlak geen botsingen met het CDA? Ik herinner me dat u vorig jaar eens zei dat Van Agt op geestelijk gebied een betuttelend en conservatief beleid voert.
'Laat ik er dit van zeggen. Ik heb ook uit het CDA van veel collega's gehoord dat ze mijn uiteenzetting van de liberale visie interessant vonden. Ze wilden er eens verder over doordenken. En als in het CDA nu ook zo'n benadering komt van wat wij politiek willen, dan zou het kunnen zijn dat men daar bereid is van bepaalde klassieke standpunten terug te komen. Dus ik sluit niet uit dat we naar elkaar kunnen toegroeien. Ik vind daarom niet dat per definitie moet worden gezegd: met een PvdA wellicht wel, maar met een CDA perse niet'.
- De regeringsverklaring zegt dat 'ongerechtvaardigde' verschillen in rechtspositie tussen verschillende samenlevingsvormen zullen worden weggenomen. Ik denk dat VVD en CDA dit niet gelijk zullen interpreteren, vooral gezien de overbelichting van de plaats van het gezin bij het CDA.
'Ik geloof dat wij net zoveel waarde hechten aan het belang van het gezin in de samenleving. Maar wij zeggen méér. Wij zeggen ook: andere samenlevingsvormen hebben recht op erkenning en ruimte en op een gelijkwaardige plaats. Met dat laatste heeft het CDA veel meer moeite. Maar het feit dat deze zin in de regeringsverklaring staat duidt erop dat ook in die kring een ontwikkeling gaande is. Dan blijven er tussen CDA en VVD wel verschillen, dat mag ook, maar het is voor mij wel een voorbeeld van het feit dat het wel meevalt met de stellingname van het CDA tegenover minderheidsgroeperingen, andere levensvormen en dergelijke. Er zit namelijk ook aan vast dat als je zulke uitspraken gaat overtrekken, je wel eens de indruk wekt dat het gezin in de samenleving niet meer belangrijk zou zijn. En dat men zich daar dan tegen verzet begrijp ik. Het gezin blijft toch ergens een kern van de hele samenlevingsstructuur. Dat mag je ook best eens benadrukken'.
Het gaat me in dit verband niet over de politieke aspecten van de regeringscoalitie met VVD of PvdA, noch over de juistheid of wenselijkheid van de deelname van een confessionele partij aan een regering met nietconfessionele partners. Wat uit dit vraaggesprek duidelijk blijkt, en dat willen we hier wel signaleren is, dat als het gaat over ethische vraagstukken, zoals abortus, geestelijke volksgezondheid, huwelijk en samenlevingsvormen, of zaken als onderwijs en welzijnsbeleid, er in dit vraaggesprek duidelijk sprake is van overeenstemming met de PvdA op principiële punten ten aanzien van geestelijke volksgezindheid, waardering van normen enz. Ik laat de uitlatingen van de heer Rietkerk ten aanzien van de opstelling van het CDA voor zijn verantwoording. Het is te hopen dat het CDA er in zal slagen in de practische politiek en in de principiële bezuining de bijbelse visie op mens en maatschappij te laten doorklinken. Dat is in onze samenleving geen eenvoudige zaak. Allerlei problemen doen zich daarbij voor: In hoeverre mag er sprake zijn van een compromis? In hoeverre spreekt de machtsfactor mee? Wat is de verhouding van het profetische en het haalbare in politieke zaken? Christen-politici verdienen in dit opzicht de steun van allen die het welzijn in onze samenleving ter harte gaan en die zich daarbij begeren te laten leiden door bijbelse uitgangspunten.'
Bij lezing van dit vraaggesprek moest ik denken aan de argeloosheid waarmee men ook binnen de gereformeerde gezindte uit reactie tegen een socialistische visie op de overheidsbemoeienis soms partij kiest voor het liberalisme. Dan is de eerder geciteerde waarschuwing op zijn plaats: Ook bij het liberalisme komen christenen in menig opzicht bedrogen uit.
Relatiestoornis
In het Friesch Dagblad van 28 januari lazen we een gesprek metdr. R. G. H. Boiten die al gedurende een aantal jaren werkzaam is in de binnenstad van Amsterdam, middenin de rosse buurt. Dit pastorale en maatschappelijk werk wordt door het echtpaar Boiten verricht samen met zestig medewerkers in de Stichting O.Z. 100. Men leeft en werkt midden in die omgeving én probeert in diaconaat, clubwerk, pastoraat, ochtend-en avondgebed het evangelie van Jezus Christus present te stellen. In dit gesprek worden door dr. Boiten een aantal belangrijke opmerkingen geplaatst die weliswaar in eerste instantie gericht zijn op Amsterdam, maar m.i. gelden voor vele sectoren van ons land en onze samenleving.
In een bundel gesprekken heeft Boiten Amsterdam een zieke stad genoemd. De interviewer stelt hem de vraag: Waaruit bestaat die ziekte en in hoeverre hebben het stadsbestuur en de kerken er aan meegewerkt? Daarop antwoordt Boiten:
De ziekte van Amsterdam heet relariestoornis; het is een vervreemding van de mens, van zichzelf, van de ander, en van God. Hij begrijpt zichzelf niet meer, hij weet niet waar hij het zoeken moet, hij is ook niet in staat zijn eigen problemen te analyseren. Hij heeft alleen een groot gevoel van onbehagen en dat probeert hij via drugs, drank, seks of slaapmiddelen te onderdrukken. Hij zit in de knoei met zichzelf en ook in de knoop met onze lieve Heer, waarvan hij niet weet of Die er wel is en of hij er wel iets aan zou hebben... Er zijn drie relaties die elk mens nodig heeft voor zijn psychologische gezondheid, a) de relatie tot zichzelf, b) de relatie tot de ander en c) de relatie tot de Ander met een hoofdletter) Die drie relaties zijn gestoord en nu is de stad ziek...
Wat kan de kerk hieraan doen en het stadsbestuur, zo luidt de vraag?
Nu wil ik een scheiding maken tussen de kerk en de stad. Wat de kerk betreft zou ik dus willen zeggen: 'Bekering, terug naar de bron, herbronning, water drinken uit de bron'. Als de kerk dat niet doet zijn alle pogingen tot herstel lapmiddelen.
Het stadsbestuur kan ook aan een relatieopbouw gaan werken, maar dan moet ze wel partijpolitiek en partijbelang loslaten, want de stad Amsterdam gaat te gronde aan partij-politiek en partijbelangen. Er is een verzieking van het hele Amsterdamse stadsbestuur, dat geen middel schuwt, als de partij er maar zijde bij kan spinnen. Dan is er geen sprake meer van relatie-opbouw, maar van relatieafbraak... De stad zou wel bezig kunnen zijn in relatie-opbouw maar daar moet je wel een bron voor hebben en dat is voor mij het evangelie. De christenen in het stadsbestuur en ook de chr. ambtenaren op het stadhuis zouden op deze relatieopbouw gericht moeten zijn. Ze staan echter vaak ambivalent tussen geloven op zondag in de kerk en werken op maandag voor de stad Amsterdam.
Hoe is de kerk zover gekomen? Waarom faalt ze zo?
Omdat de kerk altijd weer lijdt aan een groot minderwaardigheidscomplex. Ze wil altijd weer aan de wereld bewijzen dat ze echt niet zo gek is als de wereld denkt.
Aan de kerk in de 19e eeuw werd verweten, dat ze heulde met de kapitalisten, maar zo zegt Boiten:
Nu pacteert de kerk opnieuw met de machthebbers, maar dat zijn nu veelal niet meer de kapitalisten als vroeger, maar b.v. een marxistisch stadsbestuur, inplaats dat wij gedistantieerd, maar solidair met ze meedenken. De kerk maakt ook nu dezelfde fout waar ze haar voorganger in de 19e eeuw zo van beschuldigt, nl. door de huidige politieke stroming te omhelzen.
Het zijn opmerkingen die te denken geven. Tussen de regels door, en elders zegt dr. Boiten dit ook met zoveel woorden, - voel je een diepe liefde voor de kerk, een hunkering ook dat de kerk echt kerk zal zijn, een kerk die trouw is in verkondiging en dienstbetoon, en niet heult met de politieke machthebbers. Op de vraag van de interviewer of het met Amsterdam zo erg is, dat er gesproken kan worden van het Sodom van het Westen, zegt Boiten dat Amsterdam een Babylon is, een dieptepunt in criminaliteit en terrorisme, met alle gevolgen van wanhoop van dien. De porno-en prostitutiewereld bieden schijn relaties en maken juist de relatie-stoornis zichtbaar.
Tenslotte wijst Boiten op de betekenis van het gebed. God is een God van wonderen, zegt hij, en 'al die keren dat we met de rug tegen de muur stonden, het niet meer zagen zitten, hebben we door gebed mogen ervaren dat Hij de oplossing gaf. Ik ben in dit werk er enorm in bevestigd dat Christus een geweldige werkelijkheid is en zonder Hem was ik in dit werk inderdaad nergens geweest'.
De Armenische kerk in Jeruzalem
De Armeniers zijn een oud volk. In het jaar 313 werd het Christendom tot staatsgodsdienst verklaard. Van 6 miljoen Armeniërs bevinden zich 2 1/2 miljoen in de Sovjet Unie. De overlevenden van de moorden in Turkije zijn uitgeweken naar verschillende landen van het Midden-Oosten. Sinds de 6de eeuw bevindt zich een Armeense kerk in Jeruzalem. Het geestelijk centrum van deze kerk ligt echter in de Sovjet republiek Armenië. Bovenstaande gegevens ontleen ik aan een artikel in blad Israël van januari 1978. Uit dit artikel het volgende:
Wanneer men met aartsbisschop Shahe Ajamian van de Armenisch Orthodoxe Kerk in Jeruzalem praat, voelt men zich zo nu en dan teruggezet in de tijd dat Nehemia in ballingschap was, ver van zijn verlaten voorvaderlijk geboorteland. De Armeniërs, die een vernietigende volkerenmoord overleefd hebben, leven nu grotendeels in een soort verstrooiing en houden de droom van een terug keer naar hun land in stand. Dr. Pinhas Lapide heeft door zijn onderzoek onthuld, dat in de 21 jaar van 1896-1917 40% van het armeense volk door genocide werd uitgeroeid. Er waren voortdurend golven van moordpartijen en de turkse sultans drongen op de 'Endlösung' aan, zo als zij het document noemden. Dezelfde afschuwelijke uitdrukking, die later door de Nazi's gebruikt werd. Je kunt nu nog met overlevenden van deze moorden in de armeense wijk van Jeruzalem praten. De Armenische Orthodoxe Patriarch van Jeruzalem, Yeghishe Derderian, was een weesjongen van 10 jaar, toen hij in 1920 naar Jeruzalem kwam. 'Tijdens de eerste wereldoorlog werd alles vernietigd; onze scholen, onze woningen en onze kerken. Na 1920 is alles, wat overgebleven is, vervallen en vergaan'. 'Ani, onze vroegere hoofdstad, ligt in verlatenheid', vertelt een andere kerkelijke leider. 'Vóór de genocide wilden wij alleen in ons land in vrede leven, onze godsdienst in vrijheid belijden en onze kinderen in overeenstemming met onze cultuur en traditie kunnen opvoeden. Na de moordpartijen ontstond óns idee van een nationaal tehuis. Nu koestert elke Armeniër de droom van de terugkeer naar zijn eigen land'. De weg, waarin bij het armeense volk land, volk en geloof in elkaar grijpen, werd door aartsbisschop Shahe Ajamian toegelicht, tijdens een bijeenkomst van de Broederschap van het Oecumenische Researchinstituut in Jeruzalem.
De Armeniërs zijn een oud volk. Zij zijn de eerste natie die het Christendom massaal heeft aangenomen. In het jaar 313 werd het Christendom door een koninklijk besluit tot staatsgodsdienst uitgeroepen. Bisschop Ajamian wijst erop, dat de Armenische eredienst, de sacramenten, de kalender en de feesten vasthouden aan de joodse traditie, de psalmenzang en de diensten van de tweede tempel. In het leven van de Kerk is misschien meer van de oudjoodse liturgische traditie te vinden, dan in sommige synagoges.
Bisschop Ajamian is actief lid van de Wereldraad. Hij studeerde in Libanon, in Brussel en Leuven. Eind dit jaar zal de algemene vergadering van de Armeense kerk in Jeruzalem bijeenkomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's