Gods genade — alléén door Jezus Christus
'De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen'. (2 Thess. 3:18)
Laat ons de vraag stellen: Kan iets belangrijker zijn dan de genade Gods in Jezus Christus? - Het juiste antwoord is: 'Zeer zeker niet', want de genade Gods in Jezus Christus is het wat we het meest nodig hebben en wat in tegenstelling tot de aardse, materiële, zichtbare en vergankelijke dingen een blijvende en eeuwige waarde heeft.
Deze genade alleen is de grondslag van een nieuw, geestelijk en eeuwig leven.
Vele mensen menen dat het mogelijk is Gods gunst en genade te kunnen verdienen. Ze gaan aan het door de Bijbel en de reformatoren zo duidelijk en zo nadrukkelijk beklemtoonde feit van de volstrekte verdorvenheid van de natuurlijke mens voorbij en begrijpen niet, dat zelfs onze 'beste' daden, die in onze eigen kracht gedaan zijn, door de zonde bevlekt zijn, en dat alleen dat, wat God doet, goed is. Wat is de oorzaak van deze verdorvenheid van de mens? - Het antwoord daarop kunnen wij op de eerste bladzijden van de Bijbel vinden. De Bijbel vertelt ons, dat God de mens goed, volmaakt schiep. Onze eerste voorouders - Adam en Eva - hadden alles wat ze nodig hadden. De mens als kroon der schepping kende geen moeite, geen lijden, geen dood. Ze hadden het privilege dagelijks met God te mogen zijn. God schiep de mens niet gelijk een machine, maar gaf hem de gave van de vrije wil. De mens kon een keuze doen: of God gehoorzamen of Hem niet gehoorzamen. Helaas misbruikte de mens de vrije wil. Ofschoon God zei: ' maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven' - toch aten Adam en zijn vrouw Eva van het fruit van deze boom. In plaats van God te danken, Hem te prijzen en Zijn heilige Naam lof toe te zingen voor de onmetelijke weldaden, die ze van de Heere ontvingen, hebben ze de kant van Gods vijand, de kant van de duivel gekozen. God, de Waarachtige, geloofden ze niet, maar satan, die de vader der leugen is, geloofden ze wel. Dat was een belediging voor God, een grote ondankbaarheid jegens hun grootste Weldoener, een overtreding van zijn gebod en vijandschap tegen Hem.
De mens wilde God gelijk zijn. Hij beging dus dezelfde zonde als satan met het verschil dat de mens door satan verleid werd en satan geen verleider had.
De zonde van de mens kon niet ongestraft blijven. Het ging in vervulling wat God eerder zei: 'want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven'. Weliswaar leefde Adam daarna nog lang en zijn vrouw Eva ook. Er staat geschreven in de Bijbel dat de eerste mens Adam negenhonderd dertig jaar leefde. Toch ging Gods Woord in vervulling op dezelfde dag. Door ongehoorzaamheid stortte de mens zich in een toestand, die de Bijbel als dood in overtredingen en zonden beschrijft. Hij werd geestelijk blind en geestelijk dood - dood voor God en Zijn bedoeling.
Gods gerechtigheid eiste de bestraffing van de overtreder. Hij is een rechtvaardige God. Hij verdreef onze eerste voorouders uit het paradijs, uit de hof van Eden. Maar vóór Hij dat deed, heeft Hij in Zijn genade een machtige belofte gegeven over het zaad van de vrouw, dat de kop van de slang (de duivel) zou vermorzelen .
Deze belofte was de eerste aankondiging van de komst van de Heiland Jezus Christus. Deze belofte heeft God herhaald en verduidelijkt door de profeten van het Oude Testament. Al in het Oude Testament werd de wonderbare geboorte voorzegd de Verlosser voorzegt en ook Zijn verzoenend lijden en sterven, Zijn opstanding uit de doden. Zijn hemelvaart, Zijn zitten ter rechterhand Gods en zelfs Zijn wederkomst. Gods Woord verklaart: Gode zijn al zijn werken van eeuwigheid bekend'. (Handel. 15 : 18).
Wat het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus betreft, heeft de profeet Jesaja al eeuwen tevoren daarover geschreven: Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons iegelijk naar zijn eigen weg; doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheden op Hem doen aanlopen'. (Jesaja 53 : 5, 6).
Het was een onmetelijke genade van God dat Hij beloofde een Verlosser in de wereld te zenden. De verzoening van de wereld heeft God meer gekost dan de schepping van het heelal. Hij kon wel door een enkel woord werelden tot het bestaan roepen, maar om ons te verlossen moest Hij Zijn eniggeboren Zoon geven. De Bijbel zegt daarover: want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het Woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen. Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem'. (2 Kor. 5 : 19-21).
Eens moest een rechter in Amerika zijn vriend uit zijn schooltijd oordelen. Hij overtrad de wet en voor deze wetsovertreding was een grotere of een kleinere geldstraf vereist. De mensen, die van de eerdere vriendschap tussen de rechter en de aangeklaagde wisten, waren zeer benieuwd hoe de rechter zou oordelen. Ze dachten, dat de rechter voor de kleinste straf zou willen pleiten. Hoe waren ze daarom verrast toen de rechter de hoogste geldstraf voor de overtreding eiste, die zijn vroegere vriend niet kon betalen. Allen waren overtuigd van de rechtvaardigheid van de rechter, maar ze betwijfelden zijn goedheid. Toch moesten allen hun mening veranderen, toen ze hoorden, dat de rechter het hele bedrag aan geld zelf voor zijn vroegere vriend betaalde. Daarmee heeft deze rechter tegelijkertijd de wet geëerd en ook barmhartigheid aan zijn vriend bewezen.
Zo iets - maar in een veel grotere mate deed God voor ons in Jezus Christus. God Zelf heeft in Zijn Zoon Jezus Christus voor al onze zonden betaald. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, nietverderve, maar het eeuwige leven hebbe' (Joh. 3 : 16).
Daarom kon de Heere Jezus zeggen: 'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; en een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid'. (Joh. 11 : 25, 26a).
Omdat Jezus de Zoon van God is, heeft Zijn verzoeningsdood aan het kruis een eeuwige waarde. Hij kan volkomen diegenen zalig maken, die door Hem tot God komen. (Hebr. 7 : 25).
De Heere Jezus is niet alleen een Leraar en een Voorbeeld, maar vooral en bovenal een Goddelijke Heiland. Gods genade is alleen door Hem en in Hem te vinden. Gods Woord zegt: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden'. (Handelingen 4 : 12).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's