De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een feestelijke dag voor en met ‘De Vijverberg’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een feestelijke dag voor en met ‘De Vijverberg’

6 minuten leestijd

Binnen de sociale akademie 'de Vijverberg' was er iets bijzonders aan de hand, dat feitelijk behoort tot de normale gang van zaken.

Vierenveertig studenten aan de part-time opleiding van 'de Vijverberg' ontvingen op vrijdag 3 februari jl. hun diploma. Op zichzelf een normale zaak, die elk jaar herhaald zal worden. Waar zat dan dat bijzondere in? Meerdere oorzaken zijn hiervoor te noemen.

- De geslaagden zagen hun studie bekroond en waren dankbaar.

- De akademie - gestart op 1 februari 1974 met een part-time opleiding - zag haar 'eersten' slagen en dat gaf een bijzondere kleur aan de bijeenkomst.

Toch is hiermee 'het bijzondere' niet geheel weergegeven. Het zat hem opnieuw in de toonzetting en de ontmoeting, die gekenmerkt werd door ootmoed, dankbaarheid en bemoediging.

Opnieuw bleek, dat het niet alleen een zaak was van de naaste betrokkenen, maar een gebeuren waar 'werkveld en achterland' (twee uitdrukkingen in het welzijnswerk) weer bij elkaar waren. Een akademie, die zo gedragen wordt door velen binnen de gereformeerde gezindte en daar buiten, is een wonder in deze tijd van polarisatie en verkilling van de liefde.

Zo iets maak je niet als instituut, maar wordt ontvangen! Dat werd gevoeld en daadwerkelijk verwoord en dat maakte ten diepste het bijzondere uit. Vanuit dit vertrekpunt opende de voorzitter, ir. J. van der Graaf, deze bijeenkomst en las daarom een gedeelte uit het evangelie van Marcus, waarin sprake is van zaad dat 'vanzelf' ontsproot. Door alle zwakke en zondige momenten heen is ervaren, dat uiteindelijk aan Hem, de God van ons leven, alleen de eer te beurt valt.

Alle inspanning is door deze diplomering bekroond. Daarvoor is ook' dank verschuldigd aan allen, die binnen de akademiegemeenschap hun bijdrage leverden. Er is getracht om in gebondenheid aan het evangelie beroepskrachten op te leiden. In het werken als hulpverlener zal ook iets moeten uitkomen van het uitdragen van het geloof in Jezus Christus. Hij heeft altijd de totale mens voor ogen gehad.

Met grote aandacht werd daarna geluisterd naar het betoog van de direkteur, drs. C. Verhoeff. Hij sprak over: 'Confessie en Professie', om daarmee ook aan te geven, dat dit tot op vandaag binnen de akademie als aandachtspunt aan de orde is. Ook de geslaagden zijn hier met hun vakstudies mee bezig geweest. Dit is ook wel gebleken uit de vele scripties , die zijn afgeleverd. De akademie kan hier zijn winst mee doen.

Drs. Verhoeff greep terug naar het ontstaan van de akademie en wilde met zijn keuze van onderwerp het één en ander toetsen aan de doelstelling en de uitgangspunten van destijds. Onomwonden werd het dualisme geschilderd in de stelling dat confes­sie niets te maken heeft met het vak van hulpverlening. Merkwaardig, dat wanneer het gaat om het uitdragen van ideologische doelstellingen - zoals de marxistische - velen binnen onze samenleving dan wel een samengaan van ideologie en professie voorstaan en propageren. De huidige ontwikkelingen binnen het gehele welzijnswerk, brent vanuit zijn ivoren toren van vroeger nu dichter bij de mensen en daardoor ook dichter bij zichzelf met zijn waarden en normen. Wij moeten ons echter niet ontveinzen, dat hulpverlening gedragen door een christelijk standpunt, niet Overal geaccepteerd zal worden. Het evangelie laat oris duidelijk zien, dat het weerstanden oproept. Christus is ook tot een val en opstanding en een teken dat weersproken zal woren.

Er moet -ook na 4 jaar akademie - nog meer zicht komen op de invulling van de christelijke hulpverlening. Dat betekent o.a. niet te koop lopen met wazige vroomheid of het evangelie als therapie of ideologie gebruiken, maar navolgers van Christus zijn, bij degenen die geen helper hebben.

Na dit betoog was het moment aangebroken, dat alle geslaagden hun diploma ontvingen uit de hand van de direktie en de studieleider, de heer Van Soest..

Begrijpelijk waren de officiële felicitaties daarna aan de beurt.

Als eerste was daar de inspecteur voor het Sociaal Pedagogisch Onderwijs, de heer M. J. M. Raessens. Hij sprak met name zijn waardering uit over het feit, dat er binnen de akademie gewerkt werd met een duidelijk levensbeschouwelijke basis, maar dat tegelijkertijd het vakmanschap niet werd vergeten. Dit laatste is uiteraard voor de inspecteur van grote betekenis. Tevens riep hij het werkveld op mee te werken om het de akademie mogelijk te maken een part-time opleiding te blijven organiseren.

De heer Joh. Vuyk, adjunct direkteur van de pedagogische akademie 'Felua' sprak daarna welgemeende woorden van felicitatie. Binnen zijn en onze akademie wordt er opgeleid om straks met mensen te werken. Dat geeft een geweldige verantwoordelijkheid. Naast het feit dat beide akademies op een steenworp afstand van elkaar liggen, is er een gezamenlijke aanvraag voor een hogere beroepsopleiding verpleegkunde verzonden naar het Ministerie. Er zijn dus vele raakvlakken.

Mevrouw W. van Wetten, één van de geslaagden, sprak een woord van dank en gedachtenis. Voelbaar was de betrokkenheid bij het totale akademiegebeuren. Dankbaarheid was er, dat - ondanks vele tekortkomingen - er binnen deze opleiding gestudeerd mocht worden. Afscheid na vier jaar studie betekent een leegte. Daarnaast viel er de belofte om te blijven meedenken over en werken aan de toekomst van 'de Vijverberg'. Een cadeau, in de vorm van een wanddecoratie, zal t.z.t. wor­ den overhandigd om een waardige plaats te ontvangen in het (nieuwe) gebouw van de akademie. Ds. A. Romein, adjunct-direkteur van de akademie, hield een meditatief slotwoord. Hij bepaalde zijn gehoor bij het laatste gedeelte van Ps. 138 'en laat niet varen de werken Uwer handen'. Duidelijke lijnen vanuit de situatie van de dichter naar het nu van ons persoonlijk en dat van de akademie werden doorgetrokken. In deze psalm wordt er geloofd om de grote werken Gods, ondanks allerlei moeiten en tegenslagen. Als individu werd ervaren, dat het roepen, om hulp werd gehoord en dit versterking gaf 'met kracht in mijn ziel'. Dit individuele echter harmonisch gebonden aan een wijdere omgeving. Alle volken, de gehele wereld, zullen het horen en vermelden. De ene met de velen geeft het universele karakter aan van de boodschap. Na dit alles is blijvend nodig het gebed om het werk wat God begonnen is steeds opnieuw bij Hem aan te bevelen.

In deze gezindheid zal er ook binnen de akademie-gemeenschap gewerkt moeten worden. Opnieuw waren wij bijeen en gingen we daarna onze weg, maar niet voordat wij tegen elkaar hadden gezegd: 'we hebben elkaar vooral in deze tijd hard nodig'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een feestelijke dag voor en met ‘De Vijverberg’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's