Het ambtelijk gebed
(5)
Voor de Kerkeraadsvergadering geldt ook het woord: Ken Hem in al uwe wegen, en Hij zal uwe paden recht maken.
Wat wij beramen en besluiten willen, zullen wij eerst hebben voor te leggen aan Hem, Wiens wegen hoger zijn dan de onze. Dan gaat er misschien wel een schrap door onze plannen. Maar we krijgen er wat beters voor terug. Wij worden wel geroepen om de gemeente dienend te regeren. Maar tegenover God mogen wij nooit onszelf de rol aanmatigen (zij het min of meer onbewust) van de ontwerper, de architect, terwijl wij Hem vragen de uitvoerder daarvan te willen zijn, maar omgekeerd. Hij de grote Architekt, wij in Zijn kracht uitvoerders van Zijn wil. We mogen daartoe bij de Opperste Wijsheid aankloppen, pleitend op Gods gegeven belofte.
We moeten ook altijd bidden tegen onszelf in. Want inderdaad: uit en met het hart bidden is goed. Maar uit datzelfde hart komt zoveel dat niet goed is: eigenwijsheid en eigenwilligheid. Daarom moeten we onszelf en de gemeente in handen geven van Gods wijsheid en Gods wil.
Aan het einde zal er niet alleen dankzegging mogen zijn, maar ook gebed om vergeving. Maar vooral geen steken onder water. Geen afreageren van onze onlust over een besluit, dat niet naar onze zin was. Wij zijn kortzichtig. Misschien zeggen we later: het was toch goed zo. In de discussie tijdens de vergadering hadden we trouwens de gelegenheid het onze op tafel te brengen en onze consciëntie, die nog 'dwalend' kan zijn ook, te ontlasten. Onze kijk kan bekrompen zijn of oppervlakkig. Een wettig besluit zal aanvaard moeten worden.
Hoofdzaak is, dat met ernstige voorbereiding, de zaak van de Koning der Kerk ons ter harte gaat. Dat houdt de toon van gebed en dankzegging eenvoudig, zakelijk en zuiver. Zijn zaak is belangrijk. Wij zijn het heel weinig.
Het gebed in de ziekenkamer
Dat is niet de eenvoudigste zijde van de gebedstaak van de ambtsdrager. Laten we beginnen met te beseffen, dat er rekening moet worden gehouden met de sneloptredende lichamelijke en geestelijke vermoeidheid van de zieke, die we bezoeken, of (op een ziekenzaal bijv.) van andere patiënten, die toch misschien gaarne meebidden, maar voor geestelijke spankracht beperkingen wordt opgelegd door het ziekteproces (pijn, slapeloosheid enz.)
Ook hier is bidden: spreken tot God; en niet het, langs de omweg van het spreken tot God, bespreken van de zieke of (en) van zijn of haar omgeving.
In de ziekenkamer richt zich het gebed tot Hem, bij Wien de fontein des levens is, Die ons hele bestaan in Zijn hand draagt, aan Wiens zegen alles gelegen is, ook in de weg der middelen (levensmiddelen, geneesmiddelen, genademiddelen). Hij is het, Die de landman onderricht van de wijze van bearbeiding van land en vrucht, en Die ook de arts de wijsheid geven moet. Het is een vrucht van het kruis op Golgotha, waar Jezus Christus in Zijn lichaam en in Zijn ziel de vloek gedragen heeft, dat er door deze koude wereld nog een warme golfstroom gaat van het werk der barmhartigheid, ook al gebruikt God daarbij zelfs mensen, die Hem niet kennen,
Hij heeft de geraakte, die door vier vrienden voor de voeten des Heeren neergelaten werd twéé grote weldaden geschonken: vergeving en gezondheid. De eerste is de grootste schat. De tweede wordt zonder de eerste zelfs een maal een aanklacht. Onthoudt God ons de gezondheid, dan moet ook de kruisweg in het licht der vergeving dienstbaar zijn om het leem te vormen in de handen van de pottenbakker, om een bruikbaar en sierlijk instrument te zijn tot Zijn eer, met als einddoel het land, waar geen inwoner zal zeggen: ik ben ziek, omdat het volk dat daar woont vergeving van ongerechtigheid zal hebben (Jesaja 33 : 24).
Overigens zij men kort; blijkgevend van hartelijk medeleven en van begrip van de specifieke noden van het ogenblik, wijzend op Hem, Die ons alleen van alle goed verzorgen en alle kwaad van ons weren of te onzen beste keren wil.
Het mag niet voorkomen, dat, zoals ik onlangs hoorde, een ambtsdrager ergens door het ziekenhuispersoneel moest worden bestraft vanwege zijn lange bidden.
Het gaat er niet om, dat wij veel woorden fabriceren en spuien, maar dat wij luisteren en waarnemen en dat dit ook blijkt uit ons spreken en bidden.
Ik denk in het bijzonder ook aan de moeilijke situatie, waarin er niet of nauwelijks uitzicht op beterschap bestaat. Het kan nuttig zijn kennis te nemen van hetgeen er geschreven is over 'de waarheid aan het ziekbed' en over stervensbegeleiding, in het bijzonder van de hand van mensen, die deze situatie zelf doorleefd hebben zoals mevr. Van Malkenhorst-Visser, die het fijne boekje geschreven heeft: Zelfs bij het naderen van de dood, en daarna...
Hier zijn liefde, tact en wijsheid nodig. Jaren geleden sprak ik een jonge collega, die voor de taak had gestaan als consulent in een vacante gemeente, een zieke voor te bereiden op een naderend einde. Hij ging met lood in zijn schoenen erheen - Een ouderling van de vacante gemeente was hem echter voor gevveest, al was het maar heel kort. Want uit een aangrenzende kamer kon de jonge dominee, door de open deur de ouderling horen spreken en bidden.
Hij bekende mij: 'zo had ik het niet kunnen doen'.
Laten we de zieke wijzen op het nodigende woord uit Hebr. 4 : 16: laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der Genade, opdat (niet: omdat...) wij barmhartigheid mogen verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden ter bekwamer tijd. En laten we dan met hem of haar, die we bezoeken mede mogen toegaan tot de troon der genade, en daar op de rechte wijze mogen 'voorgaan' in het gebed.
Het gebed bij het huisbezoek
Ook daar kunnen we niet een uniform gebed toe.
Daar zijn de meest uiteenlopende situaties, waarbij onze veel gebruikte onderscheidingen van 'wel, half, of niet meelevend' maar grove aanduidingen zijn.
Er waren in Israël, ook in Jezus dagen, vele Israëlieten, die trouw naar synagoge en tempel gingen. Maar hoe?
Ook de farizeër is zeer meelevend, al valt er in onze dagen niet veel eer met dat medeleven te behalen.
Het bidden in de gezinnen kan niet zonder een voorafgaand open gesprek. Desnoods worde de omtrek van het gezins-en arbeidsleven wat afgetast, om een gesprek op gang te brengen, maar met de opzet, om zo spoedig dit mogelijk is door te stoten naar het centrum. Vanuit het meest afgelegen dorpje is er een weg naar de hoofdstad. Zo ook van de kleinste bijkomstigheld naar de hoofdzaak.
Van groot belang is, dat wij bij onkerkelijke mensen (maar ook bij anderen) de opmerking ter harte nemen, die ik tegen kwam in de Dordtse Leerregels III/IV 15: 'en wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn, moet men God bidden, Die de dingen, die niet zijn roept alsof zij waren; en wij moeten ons geenszins tegen deze verhovaardigen, alsof wij onszelf uitgezonderd hadden'.
Genade maakt geen grote mensen. 'Wij zijn mensen van gelijke beweging als gij', zegt Paulus in Lystre. Mijn vader zei altijd: alles wat een mens meer is dan een zondaar voor God, dat is hij teveel - ook in zijn omgang met mensen. In Rom. 1 zegt Paulus, dat hij ontvangen heeft 'genade en het apostelschap' d.w.z. als er genade voor iemand zoals hij is, dan is dat ook een machtige stimulans voor zijn ambtelijke arbeid, want dan is er genade ook voor een ander.
Soms (nog) géén gebed
Niet altijd zullen we een bezoek kunnen besluiten met een gemeenschappelijk gebed. Soms omdat het ongeloof al te duidelijk uitgesproken wordt; soms omdat het gespreksniveau deze hoogte nog niet bereikt heeft, al spreekt dit 'nog niet' van de hoop, dat dit bij een later bezoek na een voortgezet gesprek, wel mogelijk zal zijn.
Ambtsdragers in de leerschool
God de Heere moet ons, ambtsdragers, door de Geest der genade en der gebeden, in de leerschool des gebeds, nog bijzonder onderwijs geven ook, opdat we hoe langer hoe meer leren bidden: ootmoedig, oprecht, ernstig, vertrouwend, degenen voor wie en met wie wij bidden, van harte en eenvoudig opdragend, opdat alleen Gods genade en daarin Zijn Naam verheerlijkt worde.
We moeten de waarde van het ambtelijke gebed niet onderschatten. Aaron en Hur ondersteunden Mozes' ten hemel geheven handen - en God deed overwinnen. Voor Mirjam bidt Mozes: Heere, heel ze toch (Numeri 12). David pleit voor het volk en vraagt: wat hebben deze schapen gedaan? En God wijst hem de weg van het altaar.
We moeten de waarde ook riiet overschatten, overstappende op de Roomse lijn, waarbij de ambtsdrager de geestelijke handelingen verricht vóór de gemeente en haar het werk uit de handen neemt en anderzijds het oog verduistert voor de enige Voorbidder, Dien de Vader altijd hoort.
Alle gedachten aan iets, dat automatisch werkt en het vertrouwen richt op bepaalde mensen, moet hier verre blijken.
De enige Naam
Ambtsdragers en gemeente zullen in hun gebedspraktijk hoe langer hoe meer leren zien op Hem, Die van God verordineerd en met den Heiligen Geest is gezalfd tot de drager van het drievoudig ambt van profeet, priester en koning. Daarvan richt zich het gebed in het bijzonder op het priesterlijk ambt van den Heere Jezus Christus, in het bijzonder zoals Hij na de enige offerande op het brandtofferaltaar des Kruises, nu het gouden reukaltaar van Zijn voorbidding bedient.
Hij is de grote Voorbidder, Dien de Vader altijd hoort. Alleen in Hem en door Hem is de toegang geopend tot het binnenste heiligdom, om met ontschoeide voet te naderen tot de troon van Gods genade.
Van Calvijn is het mooie woord: Wie de Naam van den Zoon noemt, heeft het hart van den Vader. We zullen wel doen eerbiedig en opmerkzaam te horen naar hetgeen Johannes 17 ons optekent van Zijn hogepriesterlijk gebed. Het trekt ons omhoog tot Hem, Die in het ware tabernakel voor Gods aanschijn 't allen tijd als haar Hoofd voor Zijn gemeente pleitend bidt en biddend pleit.
In die grote ambtelijke voorbidding is alleen ons ambtelijke gebed mogelijk. In Hem en in Zijn offerande is alleen verzoening voor al het schuldige gebrek, dat ons bidden aankleeft. We blijven ook als ambtsdragers levenslang leerlingen. Soms - ik ben er mijzelf pijnlijk van bewust- nog slechte leerlingen ook. Maar de Geest der genade en der gebeden wil voortgaan de Leermeester der Kerk te zijn. Ook van haar ambtsdragers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's