De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat is zekerheid des geloofs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat is zekerheid des geloofs

(1)

8 minuten leestijd

U hebt misschien wel eens gehoord, dat onderscheid wordt gemaakt tussen het wezen des geloofs en het welwezen des geloofs. Het wezen des geloofs bezit iemand, die hartelijk om Jezus verlegen is vanwege de last van zijn zonden en tot Hem als de Verlosser de toevlucht neemt, ook al is hij nog niet gerust op de vergeving van zijn zonden. Zulk één is wel oprecht in het geloof, maar mist de rechte troost, blijdschap en dankbaarheid. Hij vertrouwt nog niet hartelijk op God en Zijn beloften. Dezulken worden vermaand naar zekerheid te staan.

Het welwezen des geloofs daarentegen is het wel verzekerd vertrouwen van het hart, dat zich bewust is van zijn oprechte vereniging met Christus en spreekt overeenkomstig de eerste vraag en het eerste antwoord van de Heidelbergse Catechismus. Het wezen is dus wel het leven van het geloof, maar het welwezen betreft de bloeiende gezondheid van het geloof. Een boom, die bladeren vertoont en tekenen van groei is zeker een levende boom - toch zal een ieder ons toegeven dat een boom, die eetbare vruchten oplevert boven alles gaat. Gaat de gezondheid wijken, dan wordt het geloof zwak. Het leven des geloofs begint niet zozeer te stokken, als wel te kwijnen en te verdorren. Er gaat geen invloed meer van uit op de omgeving.

Er wordt van godgeleerde zijde wel eens bezwaar gemaakt tegen de boven vermelde onderscheiding. Wij voor ons kunnen dit wel aanvoelen. Ze zou te splinterig zijn en geheel onjuist. Wat daarvan nu waar is, laten wij ditmaal maar terzijde - ons dunkt als formule en werkmethode is deze aanduiding uitnemend te gebruiken. Ze is een aanduiding van onze moedertaal, die treffend aangeeft wat wij bedoelen. Eerder hebben wij al eens gehandeld over het geslingerd geloof en spraken toen over de zwakheid en het ziekteverschijnsel in het geloofsleven. Er is zeker ook plaats voor een overweging over de normale situatie in het geloofsleven.

1. De aard van die zekerheid

Het is vreemd en bitter teleurstellend te moeten horen, dat velen de onmogelijkheid van deze inwendige verzekerdheid leren. Laat het nu zijn, dat dit nergens in de officiële belijde­ nisgeschriften wordt opgemerkt, in het midden der gemeente wordt dit, zonder woorden soms, menig keer gedacht. Het heet dan dat niemand volkomen zeker van zijn zaligheid kan zijn. Men mag er op hopen, men mag er om vragen - goed, maar het zou aanmatigend zijn, dat wij roemen dat wij in alles meer dan overwinnaars zijn door Hem, die ons heeft liefgehad. Liever altijd in spanning, in hoop en vrees, dan vaste grond. Het zou hoogmoed zijn.

Daarachter schuilt de mening, dat zekerheid uitzondering is. Het zou maar aan enkele uitverkoren dienstknechten worden geschonken, maar niet aan gewone gelovigen, mannen en vrouwen, die stil hun levensweg uitgaan. Men ziet dan de zekerheid des geloofs als een tweede genade, die als een aanvullende genade bij de eerste geloofsgenade wordt geschonken. Het wordt dan gezien als een bijzondere bediening van onze God, want gemis en onzekerheid wordt daar voor normaal gehouden. Zekerheid des geloofs geldt dan als buitengewoon, als iets dat bijna nooit wordt gevonden en met bijzondere maatstaven zou moeten worden gemeten. Dit is zo ongeveer de gemiddelde gedachtengang in het midden der gemeente. De klachten over het gemis aan zekerheid nemen dan ook niet af, maar toe. Zij zijn aan de orde van de dag. Ja, de tijd schijnt aan te breken, waarin men het gemis voor het normale gaat houden en men bedenkelijk het hoofd schudt over de enkeling, die zich in Christus verzekerd roemt.

Deze opvatting is er één van de menselijke geest. Er is bij God geen aanzien des persoons. Hij schenkt geen halve genade aan de één, terwijl de ander een volle geschudde, gedrukte en overvloeiende maat ontvangt. In de gelijkenis geeft de heer van de wijngaard de ter elfder ure gehuurde werkers in de wijngaard hetzelfde loon als hun, die 's morgens vroeg begonnen waren en de hitte van de dag hadden gedragen.

Neen, Paulus spreekt wel: ik ben verzekerd, maar voegt er aan toe, dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van Christus. Het geloof, ieders geloof draagt de kiem der zekerheid in, zich. Vraagt u nu aan de Heilige Schrift, wat het geloof eigenlijk is, daarop luidt het antwoord: het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet. Vraagt u aan de Heidelberger Catechismus wat het geloof eigenlijk is? Het antwoord luidt: een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, dat God in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar ook een vast vertrouwen.

Zekerheid is gegeven met het geloof zelf. Zekerheid is aan het geloof zelf eigen. Wij geven een voorbeeld. Denk eens aan een oude zolder met stro gedekt en open pannen. Ik meen, dat er nog vele van zulke-oude zolders zijn. Laat nu de zon eens schijnen, en loop dan zulk een zolderruimte eens op. Elk straaltje zonlicht, dat door de reten dringt is echt zonlicht. Natuurlijk is er wel een verschillende hoeveelheid, maar ieder licht is pure zon. Al trekt het nog zo'n smalle streep op die oude zolder, 't staat met de zon in verband. Zo is nu ook het geloof. Er is veel geloof en weinig geloof - maar elk echt geloof draagt zekerheid in zich. 't Geldt evenzeer van het bloed: of ge nu een plas bloed hebt of een druppel bloed: 't draagt beide de pure levenskracht in zich!

Het geloof heeft niets slechts zekerheid, het is zekerheid. Het kent niet alleen geen twijfel, maar het staat tegenover alle twijfel, vrees en bezorgdheid. In de afdwaling van het protestantisme na de Hervorming is deze bewustheid gaandeweg meer verdonkerd. Toen ontstond de bewering dat men vast van het geloof moest overtuigd zijn, alvorens men zich de vergeving der zonden mocht toeëigenen. Inplaats van enkel op Gods aanbieding van Christus in het Evangelie te zien, speurde men onophoudelijk in zichzelf. Er kwam onderscheid op tussen het geloof dat Jezus Christus tot voorwerp heeft én het verzekerd geloof, dat de eigen genade eigen genadestaat tot voorwerp heeft. Het gevolg van dit alles was, dat de zekerheid beschouwd werd als een zaak apart, die bij of boven het geloof nog extra geschonken wordt. De weg om van het eerste geloven tot verzekerdheid te geraken was dan vooral: voortdurende zelfbespiegeling en zelfonderzoek. Men zag niet op Christus en overwoog niet de houding tegenover Hem, maar men gevoelde aldoor zichzelf de pols. Daardoor wankelde men voortdurend heen en weer en werd op die manier van het voorwerp losgemaakt.

Het alledaagse spraakgebruik verstaat onder geloven 'vermoeden'. 'Ik gelóóf wel dat hij komt' - maar het geloven in religieuze zin is verwant met het geloof in de trouw van de vader, de liefde van de moeder. Daar hangt het hart aan. Daar is een fundament, waarop wij kunnen rusten. Hoe helderder het geloof is, hoe meer wij die grondslag zien. Hoe onzuiverder het geloof daarentegen, hoe meer wij in de nevelen blijven rondtasten. Het is in dit verband dan ook opmerkenswaardig te blijven zien op de gedegenheid van kennis en onderzoek. Ik weet, kennis schenkt het geloof niet, het is een gave van de Heilige Geest. Maar kennis verheldert het geloof in zijn oefening wel!

2. De weg tot die zekerheid

De zekerheid van het geloof is voor alle gelovigen verkrijgbaar. Ook voor de eenvoudigste. Ze is namelijk in beginsel met het geloof zelf gegeven en zal dus vroeger of later bij alle oprecht gelovigen in het hart moeten ontluiken. Geschiedt dat niet, maar blijft men zijn gehele leven in twijfelingen zweven, dan is dat een bewijs dat het geloof niet in volle kracht openbaart, maar in de natuurlijke ont­ wikkeling wordt belemmerd. Dat is bij velen het geval. Het is in dit verband derhalve van belang om te vragen of ze wel het rechte pad bewandelen, waarlangs de wel verzekerdheid is te bereiken. Er worden helaas vele, vele wegen gevolgd om dit grote goed te ontvangen.

Een veel gevolgde weg is die van de geestdrijverij. De dwepers of geestdrijvers zijn een eigenaardig soort van mensen geweest in de kerkgeschiedenis. Ze schoven het geopenbaarde Woord met harde hand aan de kant. Ze beriepen zich op onmiddellijke openbaringen van de Heere door de Geest in hun eigen ziel. De invallen werden hoger geacht dan het Woord. Dit alles heeft kwalijke gevolgen: men hield ingevingen in het gemoed niet zelden voor regelrechte ingevingen van de Heilige Geest. De invloed van die dwaalleer is ook thans nog vrij groot. De zekerheid zou alleen ons deel kunnen worden door bijzondere Geestesopenbaringen aan ons hart, waar­ bij een tekst of een psalmvers een grote rol kunnen spelen. Rechtstreeks van de hemel komen zij en er wordt groot gezag aan toegekend. Wij moeten voor dit gevaar waarschuwen. In vele gemeenten zwicht men voor deze uitingen. Toch roepen wij u op tot de grootste voorzichtigheid. Niet zelden gaat er veel menselijks onder schuil. Menig keer loopt het uit op vleselijke godsdienst.

God heeft daarentegen alleen in het Wóórd alles geopenbaard wat tot ons behoud noodzakelijk is. Christus zeide tot de apostelen, dat de Geest indachtig zou maken alles wat Hij tot hen gesproken had. Het Evangelie hangt er dus niet maar bij, alsof het alleen maar om het Geestesgetuigenis in het hart zou gaan. Neen, de rijke man in de hel hoorde zich toevoegen: zij hebben Mozes en de profeten, dat zij dié horen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat is zekerheid des geloofs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's