De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods hand in de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods hand in de geschiedenis

1

10 minuten leestijd

'Gelukkig is het land dat God de Heer beschermt'.

Dat kennen we van de schoolbanken. Het lied komt uit de Neder-landtsche Gedenck-clanck van Valerius (1626), een bundel liederen uit en over de Tachtigjarige Oorlog. Waarom ontroeren ze ons? Is het jeugdsentiment of vaderlandsliefde alleen? Er kan nog een diepere oorzaak zijn. Hoe vast was ons voorgeslacht overtuigd van Gods hand in de geschiedenis! En voor Valerius was dat eigentijdse geschiedenis! Hij verzamelde of schreef deze liederen uit of over zijn eigen tijd. Toen in de diepste nood Holland hulp kreeg uit Engeland (Leycester) ontstond het lied:

'O, Heer, die daar des hemels tente spreidt, en wat op aard is, hebt alleen bereid, het schuimig, woedig meer kunt maken stille, en alles doet naar uwen lieven willen. . .'

En als in de Tien Jaren na de Armada Maurits de 'tuin' weet te sluiten zingt men bij de overwinning:

'Wilt heden nu treden voor God, de Here, Hem boven al loven van harte zeer'.

Hoe duidelijk zag men Gods hand dus in dit gebeuren.

'Gelukkig is het land', nl. als men meent dat de vijand zal overwinnen, dat dan, dat dan, dat dan, hij zelf komt tot de val. Dat is ingrijpen Gods!

De eerste volledige herdruk van Valerius' Gedenkklank kwam in... 1942.

In oorlogstijd spraken deze liederen weer geweldig aan.

Maar diezelfde Tweede Wereldoorlog heeft mede ook dat ongeschokte geloof in Gods voorzienigheid in de crisis geworpen. Wat de wetenschap al eerder bij de ontwikkelden had bewerkt, hebben de katastrofen van de 20e eeuw bij de massa veroorzaakt: de afbrokkeling van het traditionele Voorzienigheidsgeloof. De (gedecimeerde) kerk zingt voor het privéleven nog wel over Gods hand (zij het op gedempter toon) maar weet met het wereldge­ beuren geen raad meer: waar is Gods hand in het journaal?

Gelukkig is het land dat God de Heer beschermt...

Welk land dan? En hoe? Grijpt Hij nóg in? Is Hij bij de toestand in de wereld wel betrokken? Dat is het probleem.

1. Gods hand in de Bijbel

Voor alles moeten we nagaan hoe in de Bijbel gesproken wordt over Gods hand. De concordantie brengt ons eerst bij het sterfbed van vader Jacob, die daar terugblikt over het leven van zijn zoon Jozef en dan zegt: ijn handen zijn gesterkt door de handen van de Machtige Jacobus (Gen. 49 : 24). In zijn diepe vernedering, in onbegrepen wegen, heeft God Jozef staande gehouden. En waarom? Jozef zegt dat achteraf zelf: at de mensen ten kwade dachten, heeft God ten goede gedacht - om een groot volk in het leven te behouden. Hier komen wij meteen twee lijnen in Gods Voorzienigheid op het spoor: Das Gesetz der Umlenkung' (Stauffer), d.i. de wet van de omwending (God wendt het kwade ten goede); én: Hij doet dat voor Zijn volk (voor Israël dus, al deelt Egypte in die zegen!). Dit ziet dat achteraf.

De grote gebeurtenis die in het O.T. aan Gods hand wordt toegeschreven is dan de Exodus, de Uittocht van Israël uit Egypte. Telkens lezen we van een hoge hand, Gods hand. Zie hier Gods hand in de geschiedenis! Dat blijkt hier tevens Gods hand in de natuur: in plagen over Egypte, in een pad door de zee. Ook hier grijpt God in ter wille van Zijn volk. Door het geloof ziet Israël er Gods hand in.

Is dit ingrijpen Gods ook buiten het geloof om constateerbaar? Of is het alleen waar voor het geloof? Bij de derde plaag moeten zelfs de Egyptische tovenaars bekennen: Dit is Gods vinger!' (Ex. 8 : 19). Gods hand in de geschiedenis! Sterker nog: od maakt hier geschiedenis! Het Oude Oosten kende ons begrip 'geschiedenis' nog niet. Egypte was nog gevangen in de kringloop der natuur, een statische cultuur met mythisch bewustzijn. Israël was het eerste volk met historisch besef: Getuige het geschiedwerk in de historische boeken van het Oude Testament. De (onbekende) schrijver van de Samuël-boeken (Zabud? ) is de Griekse grootmeesters Herodotus en Thycidides vooruit! Ook hier Gods hand dan weer als de meegenomen ark de Filistijnen allerlei plagen berokkent, willen hun priesters uitvinden of Gods hand hen hierin nu echt geraakt had, óf dat het toeval was geweest (1 Sam. 6:9). Let op het dilemma: ods hand óf toeval! 't Bleek Gods hand te zijn. Kennelijk! In Psalm 109 bidt David zijn God om hulp en verlossing, opdat zijn smaders zouden 'weten, dat dit Uw hand is'!

In het Psalmboek blijkt duidelijk hoe Gods hand functioneert in het geloof en in het gebed van Gods kinderen. Lees Psalm 95, een oproep om de Heere te loven, 'in Wiens hand de diepste plaatsen der aarde zijn' (4), 'en Zijn handen hebben het droge geformeerd' (5), - 'want Hij is onze God (-) en wij zijn (-) de schapen Zijner hand' (7). Dus drie keer dat woord 'hand': we herkennen erin: onderhouding, Schepping en Verbond! De God Die Zijn Schepping nog onderhoudt in Zijn Voorzienigheid leidt ook Zijn volk. Maar wee dit volk, als het Gods Verbond verlaat! 'Zij dachten niet aan Zijn hand', belijdt psalm 78 (42) voor het voorgeslacht, ter waarschuwing aan het nageslacht. En als de heiligdommen verwoest liggen vraagt de psalmist (74 : 11): Waarom trekt Gij Uw hand, ja Uw rechterhand af? ' God kan Zijn hand dus ook aftrekken! Vaak wordt het in de psalmen een persoonlijk-bevindelijke zaak. Denk aan psalm 138: Uw hand strekt Gij uit tegen de toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij': en gebedsverhoring waarop een gebed volgt: en laat niet varen de werken Uwer handen' (7, 8). Weer drie keer! Prachtig is ook psalm 31, een avondgebed: Mijn tijden zijn in Uw hand' (16) en: In Uw hand beveel ik mijn geest' (6).

In het Nieuwe Testament neemt de Heere Jezus deze avondpsalm als stervenswoord op de lippen: het laatste kruis woord (Luc. 23 : 46). Als de goede herder, die Zijn leven stelt voor de schapen, verzekert Hij dat niemand ze ook uit Zijn hand, noch uit 's Vaders hand kan rukken (Joh. 10 : 28/29). Wel is Jezus aan het kruis gebracht door de handen van de onrechtvaardigen, maar daarmee deden zij' al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou'! (Hand. 4 : 28). Wordt hier Jozefs woord niet vervuld? En hoe dicht blijkt Gods hand bij Gods raad te behoren! Na Zijn Opstanding en Hemelvaart is Jezus gezet aan de 'rechterhand' Gods, 'ver boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende, en heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem aan de gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen' (Ef. 1 : 20-23). De eerste martelaar, Stefanus, ziet bij zijn sterven de hemel geopend en de Zoon des Mensen staande ter rechterhand (Hand. 7 : 56). Het onthult ons dat (en hoe) God door Christus regeert! Maar Hij staat niet alleen boven het gebeuren. Hij is er ook in. Als gewone discipelen het Evangelie in Antiochië voor 't eerst aan Grieken verkondigen, lezen wij: en de hand des Heeren was mét hen' en het gevolg was: een groot getal geloofde en bekeerde zich tot de Heere' (Hand. 11 : 21). De doorbraak van het Woord Gods buiten Israël in de heidenwereld wordt dus ook aan die hand toegeschreven!

Men ziet: aan de hand van dit woord 'hand Gods' kunnen we de hele heilsgeschiedenis in de Bijbel samenvatten. Het geeft ons zicht op heel Gods hand-elen: met Israël, in Christus, met de gemeente. Maar hoe is het nu na de Bijbel? na de afsluiting van de Openbaring? en buiten die Openbaring? Ons is geopenbaard dat God handen heeft! Dat geloven wij nu. Mogen en kunnen wij het gebeuren er nu ook mee 'duiden'? Binnen en buiten de kerk? Johannes zag op Patmos een gesloten boek in Gods hand. Maar het Lam opende het! Eschatologie! Mogen wij ons geschiedenisboek er naast leggen? !

Leren duiden

Wat 'duiden' is, kunnen we illustreren aan gebeurtenissen die op de grens liggen van Bijbelse en algemene geschiedenis: Lucas vertelt van een volkstelling onder keizer Augustus, die het middel was waardoor Jozef en Maria in Bethlehem terechtkwamen, zodat Jezus naar de profetie in Bethlehem geboren is. Lucas spreekt hier zelf niet van Gods hand; verwijst ook niet met andere woorden naar Gods Voorzienigheid. Maar de lezer is geneigd dat bevel van de keizer wél zo te duiden! Vele Kerstpreken gaan over dat thema: Caesar en Christus! De keizer zelf wist nergens van. Gods bestuur is dan ook wonderlijk verborgen. Maar kennelijk!

Dat het Evangelie later zo'n snelle voortgang heeft in het Romeinse Rijk wordt door historici algemeen verklaard uit de gunstige omstandigheden: Romeinse vrede, Romeinse wegen, Griekse taal, diaspora van Joden, een voorhanden vertaling van de Schriften, de Septuagint; alles ontstaan vóór Christus' geboorte. Is dat niet wonderlijk? Lucas zelf legt in de Handelingen ook hier geen verband met Gods raad. Het zou hem als niet-Jood juist hebben kunnen opvallen. Het zou ook op zijn weg als christenhistoricus zeker gelegen hebben. Maar hij doet het niet. Wél spreekt Paulus (in Galaten) van de 'volheid des tijds', maar doelt hij dan op die gunstige omstandigheden? ! Toch blijft het treffend. We zijn geneigd ook hier in deze Hellenistische wereld Gods hand te zien. Dat lijkt me ook legitiem. Als het 'duiden' ergens mag, mag het hier. En als we het 'duiden' ergens kunnen léren is het hier. Merkwaardig blijft dat Lucas het in beide gevallen zelf niet doet! Is het misschien om het ons zelf te leren doen? ...

Wij kunnen uit deze beide voorbeelden ook leren, dat niet alleen het incidentele (Augustus' bevel), maar ook het strukturele (politieke, sociale, culturele toestanden in het Romeinse Rijk) vragen om profetische doorlichting. Het laatste is minstens zo verrassend als het eerste.

Gods hand moeten we niet alleen zien in het éénmalige, miraculeuse feit, maar dan ook in eeuwenlange historische processen. Anders raken we het historische inzicht en overzicht kwijt.

'Duiden' mag. Maar hóe! Hier dreigen grote gevaren. Gevaren van subjectivisme, willekeur, blinde veroordeling of verheerlijking. Vooral als gebeurtenissen geduid worden als oordeel van God of als bewijs van eigen gelijk. Daarom is m.i. het verantwoorde duiden een geestesgave:1 Cor. 12 neemt als geestesgaven wijsheid, kennis, profetie, onderscheiding der geesten. Dat alles is ervoor nodig. En dan nog is de gave der profetie niet het laatste woord: Paulus zegt dat anderen hun spreken moeten beoordelen. Wij moeten dus ook zoeken naar 'objectieve' 'criteria' voor wat als Gods hand gezien mag worden. En uit ons Bijbels overzicht komt m.i. duidelijk als criterium naar voren: dat de komst van Gods Koninkrijk bevordert, waar het Woord van God opening vindt, waar het volk van God, de gemeente van Christus doortocht verleend wordt, daarin zien wij onmiskenbaar Gods hand.

Over wat daarbuiten valt hangt een waas. Daar is de geschiedenis vóór Christus. Op de Areopagus roert Paulus die wel aan: God heeft immers uit één bloede het ganse menselijke geslacht geschapen en heeft hun tijden en woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken of zij Hem al tastende vinden mochten (Hand. 17 : 26/27). Hier zouden we eventueel de geschiedenis van de volkeren kunnen invullen. Maar Paulus vervolgt: God, dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren!' De Griekse Gouden Eeuw (de 5e eeuw vóór Christus), hoogtepunt in de cultuurgeschiedenis (kunstenaars, filosofen enz.) valt hier onder 'tijden der onwetendheid'. Zij tastten naar Gods hand en wij doen het voor hun tijd nog! Maar Paulus' prediking bracht het grote 'nu'. Juist in het ontstaan van Christelijke gemeenten in deze heidense cultuur was pas goed Gods hand!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods hand in de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's