Belijdenis en oecumene
Het woord oecumene wordt in nogal verschillende betekenissen gebruikt. In deze korte bijdrage zullen we die niet alle bespreken, maar het woord verstaan in de geest van art. 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die de 'enige katholieke of algemene Kerk' omschrijft als 'een heilige vergadering der ware christ-gelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest'. Deze 'Kerk van alle tijden en plaatsen', deze 'Kerk der eeuwen' beperkt zich niet tot enige kerk of tijd, enig volk of land.
Tot haar nu staat de openbare belijdenis van het geloof in verband. De vraag is thans hoe en welk dit verband is.
In de eerste plaats dienen wij, de openbare belijdenis niet te zien als de uiting van geloof in subjectivistische zin. Er is een objectieve geloofsinhoud, namelijk de prediking van profeten en apostelen, de openbaring Gods, de Heilige Schrift. Dit is de schat van de Kerk der eeuwen. Het geloof dat tot het openbaar belijden komt betuigt daar bijval aan, spreekt daarvoor zich uit, treedt aldus toe tot de gemeenschap van hen die op grond van het Goddelijk Woord geloven in de drieënige God. Laten wij deze component van het ware geloof los, dan vervallen wij tot een bodemloos subjectivisme. Dan zou de één dit mogen geloven, de ander dat. Elk zou dan zijn eigen geloofsinhoud mogen vaststellen. Het zou er dan ook niet meer om gaan wat men gelooft, als men maar iets gelooft. Zulk een 'geloof' staat vreemd tegenover de Kerk der eeuwen, weet met haar leer en worsteling om het rechte verstaan en bewaren van de waarheid Gods geen raad.
Na dit gezegd te hebben haast ik mij te stellen, dat deze nadruk op het objectieve karakter van het geloof van de kerk der eeuwen niets te kort doet aan het persoonlijk karakter dat het geloof van hem of haar die tot belijden komt behoort te dragen. Wanneer het goed is is deze daad van de belijdenis immers voorafgegaan door een beslissing, een keuze, zoals Ruth eerst koos en tóen beleed. Wie zó belijdt eert God, die het hart voor deze keuze inwon en tot het geloof wilde leiden.
Vervolgens verstaan wij, dat de Heere ons wil opnemen in een groot verband. Met verscheidene beelden wordt dit in het Nieuwe Testament aangeduid. Bijvoorbeeld: kudde, huis, lichaam, volk, ranken aan de wijnstok. Steeds komt daarbij tot uitdrukking, dat de eenheid van de gelovigen ligt in Christus. De Gemeente die Hij Zich kocht door Zijn bloed is één. Door Hem die het Hoofd is, is elke gelovige verbonden rhet alle andere gelovigen, zoals de ranken van een wijnstok en de leden van een lichaam.
Het is om stil van te worden als we die gedachte op ons laten inwerken, dat er door alle eeuwen heen een Gemeente is, die de Naam van de Heere kent, liefheeft en prijst. Wat een voorrecht, wat een genade van haar een levend lidmaat te mogen zijn. Deze Kerk der eeuwen was er al lang voor wij geboren werden en zij zal er zijn als wij hier niet meer zijn. Zij zal er zijn tot de jongste dag. Geen macht ter wereld en ter hel, hoe die ook woeden, zal haar kunnen vernietigen.
Door doop en belijdenis (of: belijdenis en doop) mogen wij tot deze 'oecumenische beweging' behoren en delen in alle genaderechten en verbondsplichten.
Tenslotte zal het gelovig overdenken van het verband tussen belijdenis en oecumene ons bescheiden, toegewijd en hoopvol doen zijn bescheiden, omdat wij in de groot geheel van de Kerk der eeuwen slechts een kleine schakel zijn. De een ach te de ander uitnemender dan zichzelf. Onszelf mogen wij niet laten gelden. Christus moet toenemen, wij moeten minder worden. Het gaat erom te dienen, niet te heersen.
Zoeven schreef ik: slechts een kleine schakel. Maar toch: een schakel! God schakelt mensen in, wil mensen gebruiken. Als een beroep op de lidmaten wordt gedaan om op de een of andere wijze mee te werken in de dienst van het Evangelie, behoort dat ernstig genomen en kan dat nauwelijks geweigerd worden. Elk die Christus beleed en belijdt behoort toegewijd in Zijn dienst te staan, oplettend om de gelegenheden waar te nemen: de Meester gebruikt immers geringe en zondige mensen voor Zijn wereldwijd en eeuwenomspannend Kerkewerk.
En wij mogen vol hoop en goede moed zijn. Bij alle negatieve verschijnselen en dreigende ontwikkelingen in kerk en wereld gaat de Heere onverstoorbaar voort. Zijn Gemeente, op reis door de tijd is bestemd voor de heerlijkheid. Niemand kan Zijn schapen uit Zijn hand rukken. Het wordt één kudde onder de éne Herder. Gods plan is niet te stuiten. De goede belijdenis heeft eeuwigheidsperspectieven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's