De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis, waarvan?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis, waarvan?

6 minuten leestijd

Een predikant krijgt met zijn belijdeniscatechisanten een bijzondere band. In een kleinere gemeente kan hij de groep zelfs wel in zijn studeerkamer ontvangen. De sfeer is heel anders dan op gewone catechisaties: die kunnen een beproeving betekenen (al hoeft dat niet). Dan is de belijdeniscatechisatie zéker een verademing. Dat ervaren deze 'catechumenen' zelf ook. Hier kan een dominee ongehinderd herder en leraar zijn. Hetlijkt wel een discipelkring! De jongeren zijn volwassen geworden. Zij gingen nadenken. Zij beseffen waar het om gaat. Zij zijn gemotiveerd om te leren en te leren belijden. Hier is gelegenheid tot gesprek. En het is goed ook met ieder apart een gesprek te hebben. Waarom doe je belijdenis? Zijn er problemen? Zo ja, welke?

Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is, weet dat hier de vraag rijst: waarvan doet men nu belijdenis? Is 'historisch' geloof hier genoeg, óf is 'zaligmakend' geloof nodig? Is 'kennis der waarheid' voldoende of wordt 'belijdenis des harten' gevraagd? Ligt het Avondmaal wel of niet in de lijn van het belijden? Het is ongeestelijk om hier met veronderstellingen te werken: wij mogen niet veronderstellen (enerzijds) dat deze catechisanten alleen al door hun deelname het ware geloof zouden hebben of (anderzijds) dat het bij hen allemaal wel 'verstand' en 'opvoeding' zal zijn. O, die kille redeneringen! Hier is juist een pastoraal bewogen hart nodig! Bij de omstanders evengoed als hij de predikant zelf. Spreken de ouders pastoraal met de jongeren? Denk maar aan Aquila en Priscilla die de jonge Apollos 'de weg Gods' nauwkeuriger uitlegden! Dat is de weg. Daarom schilderde ik u zoeven de 'herder-en-leraar' tussen zijn 'discipelen'. Hoe spreken wij mét hen?

Ook hier is weer de prediking in geding. (Het is goed om op de belijdeniscatechisatie ook de zondagse preek eens te bespreken!) Wat horen zij? Ik denk aan 2 Kronieken 30 : 8 (een prachtige belijdenistekst). 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom'. Na de Reformatie van Hizkia, het herstel van de tempel, zendt de koning boden door het hele land, die het volk moeten oproepen tot bekering en mogen uitnodigen voor het Paasfeest. Nóg is reformatorische prediking zowel verootmoedigend als nodigend. Unieke uitdrukking: Geeft de Heere de hand! Verbondstaai. 'Laat u met God verzoenen'. Velen uit Israël kwamen niet: ok wij konstateren met droefheid dat velen uit de verbondsgemeente wegblijven en afvallen; waar zijn ze allemaal? Daarom zijn we zo blij als anderen zich melden! Is dat geen vrucht van de prediking: Geeft de Heere de hand? 2 Kron. 30 : 12 ziet er 'Gods hand' in, als anderen wél komen tot het heiligdom. Maar dan blijkt wel, dat het bij hen niet alles is 'naar de reinheid van het heiligdom'. Ze zijn cultisch onrein; eigenlijk mogen zij nu toch nog niet het Paasfeest meevieren. Ook in de kerk der Hervorming gaat nog lang niet alles naar de reinheid van het heiligdom. Lodensteyn durfde in Utrecht geen Avondmaal meer te vieren! En sindsdien is de tucht in de Hervormde Kerk bepaald niet beter geworden. Integendeel. Kunnen we nog wel met een goed geweten de sacramenten vieren in zo'n situatie? Maar hoor wat Hizkia deed! Hij bad: De Heere, die goed is, make verzoening voor dien die zijn ganse hart gericht heeft, om God de Heere, de God zijner vaderen te zoeken, hoewel niet naar de reinheid van het heiligdom' (18, 19). Het Paasfeest ging toch door! Hizkia stuurt niemand terug; hij praat ook geen misstanden goed. Hij bidt een hogepriesterlijk gebed. Die bidders hebben we meer dan ooit nodig. Rond Doop en Avondmaal. Je kunt niet zómaar laten dopen. Je kunt niet zómaar Avondmaal vieren. Je kunt niet zómaar wegblijven. Niets gaat zómaar in het heiligdom. Eigenlijk kan het niet. Eigenlijk kan het nooit. Maar... de Heere, die goed is, make verzoening...

Hizkia's gebed brengt ons bij hét Hogepriesterlijk gebed. Onder Zijn voorbede kan het. Aan Zijn voorbede vertrouwen wij onze catechisanten toe: Heilig hen in Uw waarheid!

Maar het blijft een persoonlijke zaak: Hizkia bad in het enkelvoud: de Heere make verzoening voor die die zijn ganse hart gericht heeft om de Heere te zoeken. Het is een zaak van het hart. De kerk oordeelt niet over het hart, maar mikt wél op het hart. Let erop, dar Hizkia enkel spreekt over: zoeken! Ook en juist de 'zoekers' zijn welkom. Het gaat om de keus. Als een catechisante zegt: 'ik durf niet te zeggen dat ik bekeerd ben, maar ik wil zo graag een kind van God zijn' dan mag de pastor wijzen op Ruth en haar keus 'uw volk'is mijn volk, en Uw God mijn God'. Zij (en wij allen) moeten geestelijk nog veel leren. Maar de goede keus verblijdt ons hart reeds. Wij leren onze jeugd de Heidelbergse Catechismus. Zondag 1 vraagt naar niets minder dan 'uw enige troost in leven en sterven'. Het antwoord is een machtig getuigenis. 'Dat ik het eigendom van mijn getrouwen Zaligmaker ben.' Ik noem het een 'getuigenis'. In de kerk vragen we ook om een 'getuigenis'. U weet - veel jongeren weten dat van nabij - dat men in 'vrije kringen' in de samenkomst openlijk 'getuigenis' kan geven: deze en die vertelt hoe hij of zij 'Jezus gevonden heeft'. Op 'gezelschappen' deed en doet men - in een heel anders geestelijk klimaat dan - toch eigenlijk ook zoiets: Gods kinderen vertellen elkaar hoe de Heere hen geleid heeft. Van dit 'getuigenis geven' kan een zegen uitgaan. Wie het nooit heeft meegemaakt heeft toch iets gemist. Het kan natuurlijk ook ontsporen: dan komt de mens - met zijn 'vrije wil' of met zijn 'diepe weg' in het middelpunt te staan. Ik denk, dat de Catechismus ons een weg wijst die hoger voert: zij laat ons een kerkelijk getuigenis horen, waarin niet de mens, maar de drie-enige God centraal staat. Een 'model-getuigenis'! En dit is de verrassing voor wie die grote woorden niet klein kunnen krijgen: het is een gepredikt getuigenis, een verkondigd getuigenis, een voorgezegd getuigenis. Opdat wij het leren nazeggen. God beware ons voor klakkeloos napraten. Maar Hij wil het ons wél leren: langs de weg van Christelijke ellendekennis en wettige Christuskennis, onder de prediking van het Woord. Met deze Catechismus als leiddraad kunnen de gemeenten bewaard worden voor verglijding naar links of rechts. Die warmpersoonlijke omwerking van de Apostolische geloofsbelijdenis (oorspronkelijk een doopbelijdenis!) is als een stemvork bij ons zingen: wat 'zakken' we gauw! Het ware geloof is (volgens zondag 7) een éénheid van kennis en vertrouwen.

Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Belijdenis, waarvan?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's