Boekbespreking
Arie en Joh. Verkuyl, Lijden en begeleiden. De lijdende mens en ons dienstbetoon, 77 blz. Kok, Kampen 1977. Prijs ƒ 10, 90.
De auteurs van dit betrekkelijk korte boekje zijn broers. De een is arts en de ander theologisch hoogleraar aan de VU. Beiden blijken in hun boek - en men weet het ook uit andere publikaties of informaties - met de lijdende mens te zijn begaan. De arts geeft in ruim twintig bladzijden een schets van het lijden, dat hij definieert als de verbroken of gestoorde kommunikatie. Hij beschrijft het lijden dan onder het gezichtspunt van lichamelijk, biologisch en psychish lijden; lijden als gevolg van het optreden van de arts of van het milieu. In enkele bladzijden gaat de schrijver dan in op de taak van de arts, die moet begeleiden. Dit is een prachtig opstel, dat in beknopte vorm veel stof tot overdenking biedt.
Met de bijdrage van de theoloog hebben we meer moeite. Van verschillende kanten is reeds bezwaar gemaakt tegen de uitdrukking op blz. 60 dat de Zoon geëxcommuniceerd is uit het Rijk van God en in het Rijk van de demonen terecht gekomen is. Hangt deze uitspraak samen met de gedachte die we op blz. 40 aantreffen, dat de goede schepping niet gelijk te stellen is met volmaaktheid en volkomenheid, zodat de zonde niet het enige verklaringsprincipe is van alle ellende in de wereld? God werkt niet alleen de zonde en haar, gevolgen weg, maar Hij overwint ook de chaos en brengt de kosmos op gang. Dit is een stelling die niet onbekend klinkt in een stuk nieuwere theologie. Verlossing en schepping vallen dan (voor een deel) samen. Juist een vertegenwoordiger van deze nieuwe theologie, als Moltmann, wordt met instemming geciteerd. De mens krijgt een vrij grote plaats in dit geheel, want de wereld heet een experiment van Gód én de mensen. Is dat uitdmkking van de bijbelse verbondsgedachte? Het collectieve leed in racisme, kolonialisme, oorlogen en imperialisme wordt breed beschreven, waarna het slot luidt, dat er geen deelname aan Christus is zonder deelname aan zijn lijden.
In het laatste hoofdstuk ontbreekt een bespreking van de vraag of alle lijden wel lijden van Christus is. Dat lijkt mij niet het geval te zijn. De onduidelijkheid op dit punt hangt wellicht ook samen met het bovengestelde dat de schepping als schepping niet volmaakt is. Men zal tegen het lijden moeten strijden, al zou ik met de arts Verkuyl willen vragen: wat is de zin van het lijden. Die vraag is niet enkel beantwoord met de oproep tot deelname aan het lijden, noch met het strijden ertegen. Zo loopt er door dit laatste opstel een merkwaardige verstrengeling van gedachten die ik niet geheel kan ontwarren. Er zou mssen lijden én lijden om Christus' wil op zijn minst duidelijker onderscheiden moeten worden. Ook de plaats van de zonde zou duidelijker bepaald moeten zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's