De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Maar gij...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maar gij...

Over het doen van belijdenis en onze apostolaire roeping

6 minuten leestijd

Bewustwording

Het wordt in de laatste jaren steeds duidelijker dat de gemeente, die Jezus Christus belijdt als Heere en Heiland, een apostolaire roeping heeft. Veel faktoren hebben aan dit proces van bewustwording bijgedragen. Enkele wil ik er aan u noemen. In de eerste plaats wil ik wijzen op de nieuwe bezinning, die allerwege als gevolg van de voortdurende ontkerstening bezig is zich te voltrekken. Steeds meer dringt het besef door dat het behoren bij de gemeente van Jezus Christus geen vrijblijvende zaak is. In de tweede plaats wijs ik op het feit dat belijdenis doen steeds minder vanzelfsprekend geworden is. Meestentijds neemt het aantal belijdeniscatechisanten niet toe, maar af. Dikwijls leven er onder hen, die belijdenis doen, nog veel vragen inzake de inhoud van het christelijke geloof, het reilen en zeilen van de gemeente, alsmede de gang van zaken in de wereld rondom ons heen. Wie sluit zich aan bij een kleiner wordende kerk, die bovendien in een aangevochten positie verkeert? Degenen, die toch belijdenis doen, zijn zich dikwijls van deze stap meer bewust dan vroeger het geval was.

In de derde plaats noem ik de invloed van.de diverse opwekkingsbewegingen. Wellicht hebben zij meer dan wij ons bewust zijn gefungeerd als een stukje geweten van de kerk. Hebben zij het er bij ons niet ingehamerd dat wij al te gemakkelijk onze apostolaire roeping vergeten? Als wij al zeggen dat wij deze opwekkingsbewegingen niet volgen in hun methode, dan heeft hun aanwezigheid ons toch voor de vraag gesteld hoe wij onze roeping in dit opzicht dan wél in de praktijk moeten brengen.

In de vierde plaats wijs ik op de vernieuwde aandacht voor de Bijbel. Naar mijn idee grijpen er in toenemende mate mensen terug op de Schrift zelf en minder op de traditie, welke die dan ook moge zijn. Door dit hernieuwde bijbelgebruik komen velen tot de ontdekking dat de gemeente geen gegeven is dat er in onze samenleving nu eenmaal bijhoort, maar deze stamt uit God, voortgebracht door Zijn Woord en Geest.

Maar gij...

Deze woorden stammen uit 1 Petrus 2 : 9. In dit bijbelgedeelte wordt gesproken over gelovigen en ongelovigen en over de tegenstelling, die er tussen deze twee groepen bestaat.

Maar gij... Deze 'gij' vormen de gelovigen, in tegenstelling tot de ongelovigen, die in de verzen 7 en 8 worden genoemd: mensen die zich in hun ongehoorzaamheid aan het woord stoten.

1 Petrus 2 : 1-10 gaat terug op Exodus 19 : 6 en Jesaja 43 : 20 e.v. In Exodus 19 heeft de Heere de bestemming van Zijn volk bekend gemaakt. Israël zal Zijn eigendom (vs. 5) zijn en tevens een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk (vs. 6).

In Jesaja 43 wordt gesproken over het volk dat terugkeren zal uit ballingschap. Dat volk heeft de Heere voor Zich geformeerd en het zal Zijn lof vertellen (vs. 21). Zowel in Exodus 19, als in Jesaja 43 en 1 Petrus 2 is sprake van een volk dat Gods eigendom is en Zijn lof vertelt. Zie eveneens naar Efeze 1 : 11 en 12. In deze gegevens ontvangen we grondnoties voor het apostolaat. Zowel het bestaan van Israël als van de nieuw-testamentische gemeente valt alleen maar te verklaren uit Gods genade: en volk dat eertijds Gods volk niet was, is het nu geworden, én, een groep mensen, die van geen ontferming wist, heeft die nu leren kennen. (1 P. 2 : 10) Hier zien we duidelijk dat de Heere mensen uit de duisternis en de dood roept in het licht en in het leven en deze samenvoegt tot Zijn volk om hen daarna in Zijn dienst te gebruiken als getuigen, als Zijn dienaren.

Door dit gegeven is ook de inhoud van het apostolaat gestempeld: getuigen met woord en daad van Gods genade, die in Christus is verschenen. Van wat haar overkomt in de verkondiging en doorwerking van het Evangelie van Jezus Christus kan de gemeente niet zwijgen. Daar staat de Geest des Heeren borg voor.

Uit deze bijbelse gegevens blijkt tevens duidelijk dat het onverantwoord is zending en apostolaat los te maken van het leven van de gemeente, hetgeen helaas dikwijls in moderne vormen van apostolaat wel het geval is en soms ook bij bepaalde groepen in de opwekkingsbeweging.

Een volk

In genoemde teksten is telkens sprake van een volk, een groep, een gemeente en niet zozeer van een aantal losse individuen.

Bij het belijdenis doen en in het leven van de gemeente moeten we er goed aan denken dat het niet alleen om ons persoonlijke leven gaat, maar ook om de gemeenschap. Als wij vanuit hetzelfde geloof binnen de gemeente niet voldoende omzien naar elkaar zullen we niet sterk kunnen staan in ons werk naar buiten. De zwakte van de gemeente wordt vaak veroorzaakt door individualisme en een grote diversiteit van geloofsinzichten. Het is niet voor niets dat in de Schrift steeds weer de oproep klinkt trouw te blijven aan het gegeven Woord en ons daardoor samen te laten onderwijzen om zo sterk te staan (Hand. 2 : 42-47; 1 Tim. 4 : 16; Hebr. 10 : 25).

Dienen

Zowel Exodus 19 als 1 Petrus 2 laten duidelijk zien dat het optreden van de gemeenteleden naar buiten getekend wordt door dienen. Het gaat daarin om een koninkrijk van priesters. En deze priesters worden gekenmerkt door zich opofferen, zegenen en bidden (onszelf geven, goed doen, voorbede). Deze dienst komt voort uit het feit dat wij zelf gediend worden. Heeft Christus niet gezegd dat Hij gekomen is om te dienen en niet om gediend te worden? En, dat Hij in ons midden is als EEN, Die dient?

Dit dienen heeft betrekking op onze woorden en op onze daden (1 Petrus 2:9). We zullen de deugden verkondigen van Hem, die ons uit de duisternis geroepen heeft in het wonderbaar licht. Hij die dat deed wil ons ook bekwamen in dit werk, in onze apostolaire roeping - of wij die nu vervullen dichtbij of verweg - door de Heilige Geest. Christus heeft gezegd dat wij de Geest mogen verwachten aleer wij aan de slag gaan. Hij roept en maakt bekwaam.

Versterken

Wie belijdenis doet beleeft vaak na de periode waarin we ons op dit gebeuren hebben voorbereid een terugslag. We voelen ons dan vaak eenzaam, soms ook door medegemeenteleden wat in de steek gelaten of volop in de strijd van het leven van elke dag, met onze eigen zonden en gebreken.

Daarom is het goed ons steeds weer te binnen te brengen dat wij zelf telkens weer terug mogen keren naar Hem, die we hebben beleden: Christus de Levende Steen, de Gekruisigde, Die leeft. We mogen ons laten invoegen in het geestelijk huis. Steeds wil de Heere ons weer aannemen en van ons-onmogelijke mensen bruikbare materialen en instrumenten van Zijn Rijk en in Zijn dienst maken. Vergeet dit aspect niet anders vertillen we ons aan onze taak. Naar Hem die ons geroepen heeft en roept mogen we opzien om ons aan onze taak niet te vertillen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Maar gij...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1978

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's