De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Zending onder de moslims

In Woord en Dienst van 18 februari geeft dr. P.B. Dirksen een reactie op een plan tot evangelisatie onder de Moslim-arbeiders in ons land, een plan dat opgezet is door de deputaten voor de evangelisatie en de buitenlandse zending van de Chr. Geref. kerken, de stichting Morgenlandzending, de G. Z. B. en de l. Z. B. Dirksen schrijft naar aanleiding hiervan het volgende:

Uiteraard kan geen enkele wetgeving van de kant van de islamitische landen verhinderen, dat van er evangelisatiearbeid onder de Moslims in westerse landen wordt verricht. Of dit echter gedaan moet worden is een andere zaak. Ik ben geneigd deze vraag ontkennend te beantwoorden, om drie redenen.

In de eerste plaats lijkt het me in strijd met het gebod van de naastenliefde als het hoogste en normatieve gebod voor ons omgaan als Christenen met elkaar en anderen. De gastarbeiders zijn hier gekomen op ons verzoek, terwille van ons economisch profijt, en vanuit hun eigen economische nood. Om ze dan hier als object van evangelisatie te maken acht ik misbruik van de situatie. Het lijkt me meer in overeenstemming met onze christelijke opdracht om b.v. te zorgen, dat ze zelf de beschikking krijgen over geëigende gebedsruimten.

Ten tweede: meer dan waar ook zouden de gastarbeiders hier in het westen moeten kunnen zien en ervaren wat het christelijk geloof betekent in de wijze waarop ze als medemensen worden geaccepteerd en behandeld, gehuisvest, vriendschap en hartelijkheid ontvangen en in hun eigen culturele en godsdienstige achtergrond worden gerespecteerd. Het lijkt me meer onze christelijke roeping ten opzichte van 'de vreemdeling binnen onze poorten' om ernaar te streven dat deze iets merkt van de geloofspraktijk, maar deze arbeid zal dan wel meer op de Nederlanders dan op de gastarbeiders gericht moeten worden.

Ten derde: zou een Moslim hier in het westen overgaan tot het Christendom, dan betekent dat een totale vervreemding van zijn gezin, als dat niet is meegekomen, en van zijn moederland. In de meeste gevallen zal het betekenen, dat de betrokkene niet meer zal worden geaccepteerd in de kring van zijn familie, vrienden, dorpsgemeenschap e.a. Als iemand uit vrije wil deze stap doet, is dat zijn keuze. Hebben wij echter het recht om vanuit onze eigen maatschappelijke beschutting anderen in die situatie te brengen?

Graag zouden we hierbij de volgende kanttekeningen willen plaatsen. Het wordt uit het korte stuk niet geheel duidelijk hoe dr. Dirksen de Islam ziet. Stelt hij Jodendom, Islam en Christendom min of meer op één lijn, zodat er hooguit sprake kan zijn van een uitwisseling van gedachten, van gesprek en dialoog zonder dat de Islamiet, de Moslim geroepen wordt tot geloof en bekering tot de God van Israel, de Vader van onze-Heere Jezus Christus? Of wil hij wel degelijk weten van een zendingsroeping onder Moslims, maar is hij beducht voor het misbruik maken van een economische knelsituatie waarin vele gastarbeiders verkeren.

Dat laatste kan en mag natuurlijk nooit geschieden. Zending is wat anders dan propaganda bedrijven, of proselietenmakerij (vgl. Math. 23 : 15).

Dr. Dirksen acht het in strijd met de naastenliefde als we gastarbeiders die terwille van ons economisch profijt naar Nederland gekomen zijn tot object van evangelisatie maken. Ik meen dat hier ons een dilemma opgedrongen wordt dat onjuist is en tot een scheve voorstelling van zaken leidt.

Natuurlijk zal ook in een evangelisatorische benadering van de ander, of dat nu een Moslim is, of een buitenkerkelijke, de concrete, helpende daad niet mogen ontbreken. Terecht wijst Dirksen op het belang van een beleefd geloof, dat handen en voeten krijgt in de daad en het dienstbetoon. De beste evangelisatie ook onder Moslims is de levenswandel van hen in wier midden zij verkeren. Dat er naar die zijde veel moet gebeuren, ook aan vorming en bewustwording in onze gemeenten, is duidelijk.

Maar is het ook geen daad van naastenliefde een mens die buiten Jezus Christus leeft, en Hem niet kent, te confronteren met het evangelie van de gekruisigde en opgestane Heiland, in wie alleen de zaligheid ligt? Help ik de ander, wanneer ik dat verzwijg? Of kan dit achterwege blijven, omdat we er van uit moeten gaan dat alle mensen zo wie zo verzoend zijn en dat de Geest van Christus present is, ook in de Islam? Ik meen dat we in dat geval de zendingsroeping van Matth. 28 : 19 uithollen ten gunste van een verwereldlijkt dialoogprogramma, dat hoogstens van betekenis is voor samenlevingsvragen, maar voorbij gaat aan de bijbelse tonen van redding en verloren-zijn.

Dat overgang van een Moslim naar het Christendom enorme consequenties heeft, consequenties die zeker om doordenking vragen, en dat we er niet zijn met de prediking alleen, zal waar zijn. Zij die zich bezinnen op het in het bovenstaande genoemde plan tot evangelisatie zijn zich van de zwaarte van deze opdracht terdege bewust. Bescheidenheid, ootmoed, wijsheid en oprechtheid zijn nodig. En natuurlijk zullen we op moeten passen dat we in de evangelisatorische benadering geen onzuivere methoden en motieven indragen. Maar de grote vraag is, of we ten aanzien van de Moslims ontslagen zijn van de roeping: Predikt het Evangelie aan de gehele schepping! Dat kan men maar niet afdoen met de opmerking: 'tot object van evangelisatie maken'.

Het gezin in de crisis

In het jongerenblad Daniël schrijft de heer. A. Kole een artikel over de waarde en de betekenis van het gezin, dat door allerlei moderne meningen ondergraven wordt.

Het huwelijk en het gezin worden ook bedreigd door de kommune en door de pogingen om het onttrekken van minderjarige kinderen aan de zorg van de ouders te wettigen. Wat het laatste betreft, wordt officieus goedgekeurd wat door de alternatieve hulporganisades JAC, RELEASE en SO-SIALE JOENIT aan gezinsondermijnende aktiviteiten gedaan wordt. Het recht struikelt op de straten. Trouwens op veel plaatsen trekken mensen bij elkaar in, soms in woningen die niet door gezinnen bewoond mogen worden. En dat allemaal door de wettelijke mogelijkheden die er onder het kabinet-Den Uyl gekomen zijn.

De Bijbelse orde, die de ouders verplicht om voor hun kinderen te zorgen en die de kinderen naar de ouders verwijst, wordt geschonden! Het goddelijk gebod wijst als tijdgebonden, als niet meer aan de orde genegeerd.

In dat modeme denkklimaat leven wij en onze ouders. Wat is het dan een zegen dat wij geboren zijn en op mogen groeien in een gezin waarin rekening gehouden wordt met de eisen van Gods Woord. Door onze ouders zijn we geboren op het erf van het (genade)verbond en zijn bij de kinderdoop de beloften van het Evangelie: de verge­ving van de zonden en het eeuwige leven, aan ons voorhoofd betekend en verzegeld, en zijn we afgescheiden van de kinderen van de wereld.

Denk je weleens aan dit merk-en veldteken? Spreekt dat teken je nooit aan? Heeft het je weleens schuldig gesteld tegenover de God van je leven, die in Christus Zijn Zoon in het gewaad van Zijn Woord tot je komt op velerlei wijze. Ook als je aan tafel luistert naar het bijbellezen door vader, of moeder. Neem daarbij ook een Bijbel voor je en lees het gedeelte ook zelf, dan komt er vlugger een gesprek en 'beklijft' beter. God komt ook tot je bij het lezen van een dagboek en bijbehorend Schriftgedeelte als je naar bed gaat. Veel beter kun je dit doen als je uit bed komt en aan een nieuwe werkdag mag beginnen, vol met allerlei normondermijnende stromingen waarin je ongemerkt terecht kan komen. Overschat je jezelf niet? Veel sterke benen; blijken toch te buigen voor de (af)goden van onze tijd. Probeer met je ouders goede verhoudingen te hebben, want zij willen je opvoeden naarde leer van de godzaligheid. Dat hebben ze beloofd bij je doop! Ik hoop dat ze met je praten, met je hardop bidden en je opdragen! Dat gaat met je mee en je vergeet het nooit. Als ze door de dood wegvallen dan merk je pas goed wat je in hen gehad hebt en wat je nu moet missen!

Geduld hebben met je ouders dat is nodig, omdat zij ook voor het eerst met nieuwe vragen en problemen in aanraking komen; ze worden er door overspoeld, mogelijk pas door ons! Geef tijd, ruimte, gelegenheid om te bezinnen en probeer in een gesprek eerst te luisteren, voordat je alles wegwimpelt met: dat dacht ik wel, vroeger dit en dat

Vraag geen antwoord in één tel op vragen die veel meer nadenken en'praten vergen! Samen zoeken, samen spreken, samen je machteloosheid neerleggen voor het aangezicht van de Heere, Die op het gebed grote wonderen doen kan en wil! Echter, in welke houding, gezindheid zijn we bezig? Wat drijft ons ten diepste? Egoïsme, eigenbelang of waarachtige verootmoediging, zoals koning Hizkia, die in zijn nood de brieven voor het aangezicht van de Heere neerlegde?

De Bijbel laat ons zien dat aan het vaderschap van God over Israël en in Christus over Zijn gemeente (Ef. 5 : 22-33) in het nieuwe verbond mag worden afgelezen, hoe het vaderschap in het gezin er moet uitzien en wat dat meebrengt van de kant van de kinderen, afhankelijkheid, onderworpenheid, geborgenheid!

We hopen dat jullie gezin een basis is, waarop je steeds kan terugvallen en van waamit je de maatschappij weer in kan gaan. Maar ook dat het gezin een bolwerk is, dat je beschermt tegen allerlei ondermijnende aktiviteiten, waarvan we er enkele genoemd hebben! Het gezin moet 'een kerkje in de kerk' zijn, waarin de drieënige God, die in het gezin gediend wordt, in het middelpunt hoort te staan. Alleen de kracht van de Heilige Geest, die in het gezin de leiding heeft en leiding geeft, kan ons gezin bewaren voor allerlei gevaren, die de duivel afvuurt op het fundament, de cel van ons maatschappelijk leven, het gezin.

Het verzet tegen allerlei institutaire vormen, zoals huwelijk, gezin, maar ook kerk en overheid, is minder onschuldig dan het soms lijkt. Iets anders is, dat christenen ten aanzien van de omgang met elkaar in het gezin ook een roeping hebben, de roeping om in deze wereld te schijnen als lichtende sterren. Dat roept ons tot het Woord, tot een leven bij het Woord, in de kracht van Gods Geest. Want dat Woord bindt samen: jongeren en ouderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's