De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ziet, hoe lief hij hem had!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ziet, hoe lief hij hem had!

6 minuten leestijd

En de Heere Zich omkerende, zag Petrus aan. Lukas 22, 61a

Op de binnenplaats van het huis van de Hogepriester is een vuur aangestoken om de kou te verdrijven. Daaromheen groeperen zich tempeldienaars en dienstpersoneel, die nieuwsgierig zijn en willen horen hoe het afloopt met die Jezus, Die nu ondervraagd wordt.

Midden tussen hen in zet Petrus zich neer. Wel een gevaarlijke plaats voor een discipel, temidden van de vijanden van zijn Meester. Immers, daar is een gering voorval of woord al voldoende om te verraden wie hij is. Dat gebeurt dan ook. Een slavin herkent Petrus en ze zegt tot iemand anders: Ook déze was met Hem. Ze bedoelt ermee, dat deze man bij Jezus hoort, dat hij met een band van gemeenschap met Hem verbonden is, dat hij thuishoort in de kring van Jezus. Ze zegt het niet tot Petrus. Maar Petrus hoort het en zijn angst is zo groot, dat hij een gewillige prooi voor satan wordt. Hij mengt zich in het gesprek en zegt: Vrouw, ik ken Hem niet! Ik heb geen enkele band met Hem. Tussen Hem en mij is er nooit iets geweest.

Als je al zo reageert als men niet rechtstreeks tot je spreekt, dan doe je hef zeker ook als dat wel het geval is. En ook dat gebeurt. Zo wordt Petrus gezift als de tarwe. Hij zegt achtereenvolgens: Ik ken Hem niet! Mens, ik hoor niet bij Hem! Meent u dat ik bij Hem hoor, omdat mijn spraak mij verraadt? Mens, ik weet niet wat je zegt!

Alles wat de Heere Jezus in Petrus heeft gewerkt, de liefde, de gemeenschap, het geloof, de belijdenis, het wordt alles ontkend, geloochend. Hoe komt hij ertoe! Op een plaats waar de Heere niet wordt gevreesd, is een mens vaak weerloos, een gemakkelijke prooi van satan. Verloren, tenzij...!

Terwijl Petrus zijn verloochening uitspreekt staat Christus Jezus voor de rechterstoel van de Hogepriester. Het blijkt dat Hij niet te veroordelen is. Hij is onschuldig op al de punten van de aanklacht. Toch volgt straks Zijn veroordeling tot de dood als Hij uitspreekt dat Hij de Zoon van God is. Voor de hoogwaardigheidsbekleders, die niet in Hem geloven, is dit pure godslastering. Maar tot hun geluk kunnen ze Hem door dit woord wel veroordelen tot de doodstraf. Hun opluchting daarover ontlaadt zich in slaan en spuwen, spot en smaad. In al dit lijden is de Heere Jezus bezig vaste grond te leggen onder Zijn belofte: Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Hij bewaart de Zijnen met al de liefde van Zijn hart. Hoor maar: Terwijl Petrus nog spreekt, kraait de haan. Het kraaien van de haan, een gewoon gebeuren in de natuur, is hier het teken dat God bewaart en redt. Terwijl Petrus nog spreekt, nog zondigt, gebruikt God dit opvallend middel om hem tot inkeer te brengen.

Maar dit hanengekraai betekent nog meer. Wanneer Jezus dit geluid hoort, draait Hij Zich om. Op dit moment van Zijn lijdensweg ziet Hij om naar Petrus. Hij weet dat de rotsman zijn Meester nu losgelaten heeft. Geheel alleen moet Jezus het lijden dragen. Wat een verzoeking voor Hem! Moet Hij lijden voor zulke trouwelozen? Moet Hij voor hen de spot, de slagen, de doornenkroon, het kruis, de dood ondergaan? En dan vrijwillig? Moet Hij Zelf Zijn rechters de reden in handen geven op grond waarvan ze Hem kunnen veroordelen? Zal Hij lijden voor zondige, afkerige mensen? Houdt dit hanengekraai voor de Heere Jezus niet deze satanische verzoeking in?

Hij keert Zich om en ziet Petrus aan. Dat is Zijn antwoord op de verzoeking van satan. Het hanengekraai doordringt Hem van de noodzaak van Zijn lijden. Want hier gaat een zeer begenadigd discipel onder in de verzoeking. Daarom gaat de Heere Jezus door om verzoening aan te brengen. Uit kracht van Zijn verzoenend bloed dat nu en straks aan het kruis onschuldig wordt vergoten, richt Hij hier Zijn blik op Petrus.

Zo richt Hij ook Zijn blik op ieder, die zich verloren weet. Dan gaan verlorenen verwonderd vragen: Heere, keert Ge U om, en ziet Ge Petrus aan? Heere, keert Ge U om en ziet Ge ook mij aan? Ik ben niet beter dan Petrus, ook ik laat U op het beslissende moment in de steek; juist als het er op aankomt, verloochen ik U met gedachten, woorden en daden. Heere, zie ook mij aan!

De Hogepriester van zijn belijdenis ziet Petrus aan. Daarmee zegt Hij tot hem: Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Dit aanzien door de Heere Jezus is niet maar een gewoon aanzien. Iemand aanzien en dan weer voor zich kijken. Nee, er staat eigenlijk: Hij ziet in hem, tot in zijn hart. Dat doet de Heere, de Kurios, de Heerser over hemel en aarde. Hij ziet aan met macht en kracht. Verlossende kracht, waar satan niet tegen op kan. De Overste Leidsman en Voleinder van het geloof ziet aan. Hij paart aan Zijn zien de verborgen kracht van de Heilige Geest. Zo dringt Zijn genade door in het hart van de diepgevallen Petrus.

Dit aanzien des Heeren is verbrijzelend. Deze genadige kracht werkt behoudend. In Petrus' herinnering komt terug wat de Heere zei, toen Hij hem waarschuwde voor de ziftende satan. Hij leest in de ogen van de Heere geen verwijt, maar enkel liefde. Was het een verwijt geweest, hij zou in wanhoop naar een afgrond gelopen zijn. Maar nu ziet hij slechts onveranderlijke liefde!

Hetzelfde woord voor aanzien wordt gebruikt in de geschiedenis van zijn roeping (Joh. 1, 43). De lijn van Jezus' liefde loopt ongebroken door vanaf de roeping van Petrus tot nu toe, ondanks zijn verloochening. Er is geen dieptepunt en geen breuk in de liefde van Jezus. Het is een eeuwige liefde!

Die liefde breekt Petrus het hart. Kan het anders? Wie zo ervaart de genade, de bewaring, de goedheid van de Heere Jezus, die wordt verbrijzeld onder zoveel liefde. Petrus gaat naar buiten en weent bitter. Hij wordt teruggetrokken in de kring van de Heere, Die allen bewaart, die de Vader Hem gegeven heeft.

Is de Heere uw Bewaarder? Zag Hij u aan, zag Hij in u, tot in uw binnenste, zodat uw hart helemaal voor Hem openlag? Of hield u het met zeven grendels gesloten en verhinderde u Hem tot nu toe Zijn werk in u te doen? Verhard uw hart niet, maar laat u leiden. Laat Hem Zijn werk doen. Het is het werk van Zijn liefde, om met de kracht van de Heilige Geest, velen te trekken tot Zijn Vader. Hij ziet ook vandaag aan. Dat doet Hij overal waar Hij komt. Hij komt waar Zijn Woord is, waar het wordt verkondigd en gelezen.

Laat u tot deze Heere brengen, voor het eerst of weer opnieuw. Hij wil u aanzien, in u zien tot op de bodem van uw hart om u Zijn liefde te tonen, om u te behouden.

Een oud gebed luidt: 'O, goedertieren Jezus, zie ons aan met die ogen van Uw ontferming, waar Gij Petrus in de zaal, Magdalena op de maaltijd en de moordenaar aan het kruis mee bestraalde. Geef, dat wij met Petrus onze zonden beschreien, met Maria Magdalena U volmaakt lieven, met de bekeerde moordenaar eeuwig bij U leven mogen. Amen'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ziet, hoe lief hij hem had!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's