Wat is zekerheid des geloofs
(2)
Zeker - Paulus en Petrus ontvingen wel bijzondere openbaringen. Maar dat waren mensen als uitverkoren instrumenten in Gods hand om Zijns heilswil eens voor al geheel compleet in het Woord vast te leggen. En nu de openbaring geheel voltooid voor ons ligt, zeker, nu is God geheel bij machte en even vermogend als ooit tevoren om rechtstreeks te spreken onder ons. Maar wat voor nut is daarin? Zijn heilswil ligt geheel voor ons in geschrifte. Daarin is alles gezegd wat ons nodig is. Waarom dan het oog gericht op buitengewone wonderen? God doet nooit overbodige wonderen. Wie iets wil weten, dat met de zaHgheid samenhangt, wordt door Hem naar het geschreven Woord verwezen. Tot de Wet en de Getuigenis! Als ze daarnaar niet spreken, zullen ze geen dageraad hebben.
Het rechte pad naar de zekerheid leidt dus nooit om het Woord heen. Maar het voert ons er midden in. De innerlijke zekerheid spruit uit het Woord zelf voort. Het ware geloof is geen vrome gewaarwording; geen onbepaalde godsdienstige stemming. Het rust op het Woord, houdt zich bezig met de vele en rijke beloften, daarin geschonken voor tijd en eeuwigheid. Geloof en Woord horen bijéén. De zekerheid groeit uit de voortdurende omgang met het Woord. Ze leeft bij, uit het Woord, groeit er mee samen, zó dat de onwrikbare zekerheid der geopenbaarde Waarheid almeer tevens de onwrikbare zekerheid des geloofs wordt. De vastheid van het Woord deelt zich steeds meer mee aan het geloof, dat er de levenswortels in heeft uitgeslagen. Het geheim is dit: et getuigenis van de Heilige Geest wordt in het hart gegeven van degenen, wier geloof op die wijze bezig is met de beloften van het Woord. Waar het Woord werkzaam is, daar is ook de Geest werkzaam. Men zou kunnen zeggen, dat het Woord het uitwendig getuigenis is van de Geest. Maar het inwendige getuigenis van de Geest deelt zich nu mee aan degenen, die door het geloof met het uitwendig getuigenis bezig zijn. Kleef vast - aan het Woord en ge bevindt u daar waar de Geest belieft te werken. Zo wordt het door Paulus gezegd in Efeze 1 : 13: In welke (namelijk Christus) ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte. De Geest getuigt met onze geest dat het ganse Woord de levende waarheid is. Het boven staande vormt de eerste weg tot de onbedrieglijke zekerheid. Maar er is nog een tweede weg. Met name is het deze, dat wij met een zuiver geweten in de wegen des Heeren wandelen. Het geloof moet een levende kracht in ons blijken te zijn. Op een ordinair levensniveau kan de Heilige Geest niet heilzaam werken; daar wordt juist de Heilige Geest menigmaal bedroefd door veronachtzaming van de geboden des Heeren. Zo staat ook helaas het christelijk leven over het algemeen genomen niet op hoog peil. Er heerst onder ons wel beduchtheid voor uitbrekende zonden. Maar vergeet ook niet een losse, slordige levenswandel in bitterheid, toornigheid, gramschap, geroep en lastering. Die daarin schuldig volhardt, hem kan de naam niet worden onthouden, dat hij de Heilige Geest tegenstaat. Daardoor heft de macht van Gods Geest ons niet uit boven de platte alledaagsheid van ons levensmilieu. Dan ontvangen wij ook geen deel aan de verzegeling van de Heilige Geest. Ook op onze levenswandel komt het aan. Juist omdat wij deze veelal niet nauw nemen, daardoor is er menigmaal veel wankeling en twijfel, ja, gebrek aan helder geloof.
3. Het bezit van die zekerheid
Intussen, het bezit van die zekerheid des geloofs wordt telkens ondermijnd. De oorzaak daarvan is dat het geloof niet meer zuiver werkt. De zekerheid des geloofs, als begeleidend verschijnsel, ondergaat daarvan terstond een noodlottige invloed. Zo wordt het geloof vaak ziek. Het wordt vervangen door ziekelijke bevindingen; althans sommigen verliezen de rechte koers uit het oog. Vergeet ook niet dat anderen het goede geweten minachten. Het gaat hun om eigen eer of vleselijk voordeel. Een rein oog eist een rein hart. Is het hart niet vervuld met begeerte naar het goede, en koestert het zondige begeerten, dan komt de mens er licht toe om de waarheid te vervalsen, haar van scherpte te ontdoen, ten einde ze pasklaar voor zich te maken. Derden zwoegen honderduit in praktische arbeid voor Gods Koninkrijk het wordt een hollen, vliegen en draven, zodat er geen tijd meer is om het Woord diep op zich te laten inwerken. Er komt valse lijdelijkheid of een vals vertrouwen op de genademiddelen in plaats van op de genade zelf. Zo kunnen wij het gevoel der verzekerdheid geheel verliezen.
Het geloof wordt op die manier veelzins geslingerd, want vergeet het niet, het wordt veelszins bepaald door de geestelijke gesteldheid van de menselijke geaardheid. Dan gaat de klare Woord-waarheid wegschuilen achter een troebele mist. Daarin ligt het, dat ook zelfs de gelovige zich als een tweeslachtig wezen blijft gedragen. De oude natuur overheerst dan zeer sterk. Het vlees overmant ons geheel. Op andere tijden overwint de Geest. Wij triumferen dan in Christus. Zo plachten de ouden te spreken van een twee-mens. Voorbeelden daarvan zijn op onderscheiden gelegenheden in de Schrift Abraham. David en Petrus.
De oorzaak daarvan ligt in de zwakheid van de mens. Maar daarnaast wordt het geloof ook vaak bestreden door de aanvechting van de Boze. De duivel zoekt in de gemeente allereerst het vertrouwen op het Woord te schokken en door twijfel te vervangen. Buiten de nauwe kring van de gemeente heeft de duivel weinig kans om het Woord te verduisteren - men leeft daar niet met het Woord, derhalve wat zal de duivel dit wapen dan gebruiken? Maar binnen de kring der gemeente hebben de dieper ingeleide kinderen van God menigmaal het meest van de aanvechtingen te lijden. Weest gewaarschuwd voor de gevaren. Desalniettemin - al is de bedreiging groot - er is een bezit van de zekerheid des geloofs waarin Romeinen 8 duidelijk wordt beleden. Wij worden daar door Gods Geest met onze geest geleid naar het Woord Gods. De zonneschijn der genade welft zich over onze ziel. Deze blijdschap maakt niet zorgeloos - integendeel. Ze is een ware wortel der nederigheid; van kinderlijke vreze; ware godzaligheid; standvastigheid in het kruis; belijdenis der waarheid en volkomen vreugde in God. 't Zijn die momenten, waarin wij het beginsel der eeuwige vreugde in het hart gevoelen. Niemand, die in'oprechtheid God vreest, is daaraan vreemd. David huppelde voor de ark uit. De hemel opent zijn schatten voor de kerk op de aarde en de aarde keert zich naar de hemel, als een bloem naar de zon.
4. Het doel van die zekerheid
De zekerheid des geloofs is een groot goed. Geen wonder, dat ook ter sprake mag komen wat het resultaat daarvan is. Of liever: Wat de Heere daarmee bedoelt. Welnu: allereerst wordt zij bestemd tot troost der godvrezenden. Het is onloochenbaar, dat liet geloof der gemeente dikwijls geschokt dreigt te worden door boze machten, die haar bestrijden en die zeer sterk zijn. Jezus tekende de gemeente reeds als een kudde schapen onder aangrijpende wolven. De gemeente is altijd onder het kruis geweest. De wereldgeest valt haar onophoudelijk aan.
Daarom is er zekerheid nodig, dat Gods werk onbreekbaar is, noch midden in de wereld, noch in het hart der trouwe getuigen. Wij weten uit Gods Woord en uit de werking van Gods Geest in het hart, dat tegen God en Christus geen macht ter wereld bestemd is. Hij zorgt, dat het geloof der gemeente niet ophoudt, maar volhardt tot het het einde toe. De poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Deze zekerheid dient ook ter verheerlijking van God. Dat is het tweede en voornaamste doel, waartoe deze waarheid ons is bekend gemaakt. Stel u voor, dat Gods werk kan worden ongedaan gemaakt, geschonden, verknoeid - waar bleef Gods eer, waar de onaantastbaarheid van de Naam Gods? Waar de trouw van Zijn verkiezende genade? Dan hadden wij een onmachtige God en dat kan nooit geschieden.
Wat Hij begint, voleindigt Hij ook. Aan Zijn naam is Hij dat verplicht en geboden. De zekerheid des geloofs is dus een genade, die God verhoogt en ons diep vernedert. Mogen wij er veel om vragen! Maar dan dienen wij tevens te vragen om dieper buigen. Het geheim van een groot geloof ligt in een leven met een gróót God. Dat dient de uitbreiding van Gods Koninkrijk William Carey, de zendingsman uit de 18e eeuw, heeft wonderveel gedaan voor de verbreiding van dat Koninkrijk. Eén van zijn kernwoorden was: 'Verwacht grote dingen van God; onderneemt grote dingen voor God.' 't Gaat nooit om het grote geloof van ons. Maar wel om de grote God, waarop het geloof ziet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's