De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het volk en de enkeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het volk en de enkeling

8 minuten leestijd

Een van de treffende teksten uit de lijdensgeschiedenis is Lukas 23 vers 35: 'En het volk stond en zag het aan.' Jezus aan het kruis, dobbelaars aan de voet van het kruis en de massa stond erbij, zag toe. Bij brand loopt het volk te hoop. Ieder wil het schouwspel meebeleven. Zelden voelen de omstanders iets van de pijn van de betrokkenen, die hun bezit in rook zien opgaan. Het spel der vlammen lokt de kijkers. Nu het eenmaal toch zo is dat de brand er is wil men er niets van missen. Zo gaat het met 'het volk'. Belust op het schouwspel.

De profeet Maleachi spreekt over de dag die komt, brandende als een oven. Wie goddeloosheid doet en de hoogmoedigen worden in vlam gezet door de toekomstige dag. Maar degenen, die de Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan. Walther Lüthi wijst er in zijn 'De zeven gesprekken van Maleachi' op, dat die komende dag de dag van Christus is, want eer die grote en vreselijke dag komt, zegt vers 5 van Mal. 4, is de profeet Elia gezonden en Marcus 9 zegt dat Elia gekomen is, te weten Johannes de Doper. Lüthi zegt:

'Die grote en verschrikkelijke dag is dus de dag van Jezus Christus. Het is die dag, welke Zacharias ziet, en de grijze Simeon, het is de dag, die de Doper vlakbij ziet! De dag, waar alle vingers der eeuwen heenwezen en waarop alle Boden van Amos tot Maleachi doelen, is de dag van Christus. Nog nauwkeuriger gezegd: De dag, waarop tegelijk geslagen en gespaard wordt, vertrapt en gedanst, gehuild en gejubeld, die branden zal als een oven en die stralen zal als de zon, kan dat een andere dag zijn, dan juist de - Goede Vrijdag?

Toen heeft de aan het einde van het Oude Testament tot slaan opgeheven vuist geslagen, op Hem, van Wie wij nu zingen: 'Lijdt Hij die smaad, die slagen? Ja, ik kost Hem die slagen. Ik sloeg Hem al die wonden.' Toen is de banbliksem van het Goddelijk gericht ingeslagen, maar zie, vóór hij de aarde bereikte, heeft hij Zijn hoofd getroffen. Zo nauw neemt God het met de rechtvaardigheid in hemel en op aarde, en zo nauw neemt Hij het tegelijkertijd metZijn liefde, dat Hij, om de aarde niet te moeten slaan, de slag liever Zelf krijgt, de neersuizende vuist liever Zelf opvangt, en Hem slaat, die van eeuwigheid af bij Hem is. En zo heeft God gespaard. Omdat de rechtvaardigheid aan Christus voltrokken wordt, daarom zijn er nu mensen, wier namen in 'het Boek des Levens' geschreven staan, mensen, die Zijn eigendom en Zijn erfgenamen zijn, die kunnen zeggen: 'Dit is mijn enige troost in het leven en in het sterven, dat ik mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus' eigendom ben'. Om rechtvaardigheid en liefde roepen de moedeloze tijdgenoten van Maleachi, naar liefde en rechtvaardigheid gaat hun verlangen uit: hier is de liefde, die tegelijk rechtvaardigheid is; en hier is de rechtvaardigheid, die niet ophoudt liefde te zijn; zoek ze nergens elders! Daarom, terwille van de liefde en van de rechtvaardigheid wordt midden in ons christelijk geloof zo merkwaardig en zo vreemd, maar dan toch, Gode zij dank, een plaats gevonden, waar gericht geoefend wordt; dat middelpunt, waarheen wij in het geloof het oog richten^, laat ons een strafproces en een ter dood gebrachte zien. Daarom is onze Verlosser een gekruisigde. Hier is verzoening aangebracht. Wie aan het verzoeningswerk van de Gekruisigde gelooft, die behoeft niet meer te vrezen voor die dag, want die 'komt niet in het gericht'. Gods liefde, noch Zijn rechtvaardigheid kan men krijgen voor een andere prijs.'

Een dag brandend als een oven! Als deze dag is aangebroken staat het volk er dus bij; het volk kijkt toe. Niet als betrokkenen maar als toeschouwers. Het raakt hen niet. Het raakt wel de enkelingen, die als de discipelen hun hoop zien vergaan. Door Maria's hart gaat een zwaard. De hoofdman over honderd zag, dat hier Gods Zoon hing. En de ene moordenaar vroeg aan de andere, 'Vreest ook gij God niet...? Maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.'

Nogmaals, het waren de enkelingen, die beseften wat er gebeurde, al hebben ze misschien nog niet eens beseft, dat hier wereldgeschiedenis werd geschreven, dat het Kruis het centrum van de geschiedenis zou zijn. Maar zij hebben er iets van gevoeld, geweten, terwijl het volk, de massa toekeek. In de massa waren het de enkelingen, die er besef van hadden wat deze dodelijke dag, deze dag brandend als een oven betekende.

Na de Opstanding

Na de Opstanding waren het alleen maar de enkelingen, die mochten gaan delen in het geheimenis. Christus verscheen aan de vrouwen. Hij kwam in de discipelkring. Hij groet hen met de vrede van het bloed des Kruises. Dr. W. Aalders zegt in zijn boek 'Burger van twee werelden': 'Elke ontmoeting resulteert bij wijze van spreken in het woord: 'Ik moet heden in uw huis zijn'. En vandaaruit, vanuit de ontmoeting is er het heengaan de wereld in als getuige van de ops, tanding, als mensen die het gehoord en gezien hebben. Nérgens is meer sprake van het volk, dat toeziet, als bij een schouwspel. Nu is er nog slechts openbaring aan die en aan die, aan mensen in Sion geboren, ook al is het een keer aan meer dan vijfhonderd broeders op één maal. Maar wat dit laatste betreft, dat is dan ook altijd weer de gezamenlijkheid van diegenen, die in de ontmoeting delen mochten, die het alleen en samen hebben gehoord en gezien.

Door de tijden

'Christus zal in doodsnood zijn tot aan het eind der tijden', zei de beroemde Pascal. Dat is in zijn letterlijkheid niet waar. Immers de doodsnood van Christus was er slechts eenmaal, op die dag brandend als een oven. Toen Hij van God en mensen verlaten was. Toen Hij geen mens had en geen God. Daarna was er voor Hem de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had. Maar wél is het zo, dat datgene wat zich op Golgotha afspeelde zich telkens in de geschiedenis herhaald heeft. De massa het volk heeft door de tijden heen de episode van het lijden van Christus gezien, op afstand gezien en beschouwd. De grote volkerenwereld is er aan voorbij gegaan, schouderophalend, spottend, niet-begrijpend, misschien ontroerd als de vrouwen van Jeruzalem, misschien bewonderend ziende naar schilderijen of luisterend naar passionen, maar er langs heengegaan! Het volk stond erbij en zag het aan. Het is zelfs niet uitgesloten dat het kerkelijke volk erbij heeft gestaan en toe heeft gekeken, slechts als voorbijgangers, als publiek, dat het wel iets bizonders vond, terwijl het toch niet tot de ontmoeting kwam. Als het ontmoetingskarakter met de Gekruisigde en de Opgestane wegraakt, dan wordt ook de kerk tot een volk, dat erbij staat en toekijkt. Dat kan geschieden in een kerkelijk leven, waarin meer vanuit de collectiviteit - maatschappelijk en politiek toegespitst zelfs - wordt gedacht dan vanuit de schapen, die door de Herder bij name worden geroepen. Het kan ook zijn dat dit geschiedt op de wijze waarop. Groen van Prinsterer het beschrijft, terzake van de prediking:

'Het is alles even waar, even juist, even Bijbels; zo gij wilt even stichtelijk en zalvend; maar verlangt gij te weten, wat ik desniettemin in hoge mate berispelijk acht, het is dat daarin niets voorkomt, waardoor het christelijk geloof zich tegenover de ongelovige richtingen onzer dagen karakteriseert; dat integendeel elk wanbegrip buiten schot blijft en dat er een algemeenheid van uitdrukkingen gebruikt wordt, welke aan de bestrijders van het waarachtige Evangelie de vrije toegang vergunt'. 'De preek was lief, maar helaas! christelijk gesproken laf; het zout van het Evangelie ontbrak.'

De Opstanding van Christus is verkondigd aan en geloofd door de enkelingen (al is het dat zij samen de gemeenschap van belijders en getuigen vormden), geloofd in de persoonlijke ontmoeting, als bij Thomas met de verwonderde uitroep 'Mijn Heere en Mijn God.' Daarom blijft het hart van de kerk de prediking, als de verkondiging waarbij de inwerking van de Heilige Geest nodig is. 'Prediking is het wonder van de tegenwoordigheid van de Opgestane, ' zegt dr. W. Aalders en ook: 'als de Opgestane Christus door Zijn priesterlijke vredesgroet de hemelse werkelijkheid van de verzoende Godsverhouding in ons hart brengt dan valt daarmee het licht van Gods liefde in het hart.'

Het volk stond erbij en zag toe maar zag niet het licht, zelfs niet het vuur. De gekenden des Heeren ging en gaat het licht op in de harten, als de blinkende Morgenster, vanwege de Opstanding.

Daarom heeft de prediking van de Opstanding ook zo'n door en door bevindelijk karakter. Vanuit de daden Gods wordt gehoord de groet van de vrede. Daarom wordt aan het eind van het Lucas evangelie gezegd: 'Alzo is er geschreven en alzo moest de Christus lijden en van de doden opstaan ten derden dage en in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, beginnende van Jeruzalem. ' Raken we als Kerk die boodschap kwijt door meer het toeziende volk te 'voeden' dan de schapen dan zal de prediking ijdel zijn en ijdel ook het geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het volk en de enkeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's